Knallende kastelen: Huis te Woude

Het huis te Woude onder aan de dijkMet de de reeks ‘Knallende Kastelen’ gaat Historiën op tournee langs diverse  ruïnes en verdwenen kastelen in Nederland. Deze keer: het piepkleine kasteel Huis te Woude.
Huis te Woude ; geen lang leven beschoren

In de bocht van de rivier de Merwede staat tegen de dijk een lelijke muur. Ooit was dit een mooi gebouw, maar het is na een goed gelukte restauratie lelijk gemaakt door vernieling, geklad en graffity. Zo gaat Ridderkerk om met hun geschiedenis: kladden maar. Ze beseffen niet dat die bekladde muren een spannend kasteel vormden.

Dolende ridders

Het huis te Woude onder aan de dijk

Bron:www.mathieuinwonderland.nl

Halverwege de veertiende eeuw hadden de ridders het zwaar in Holland. Wie denkt dat iedere ridder in een prachtig kasteel woonde met een mooie jonkvrouw, heeft het mis. Het was sappelen. Ridders behoorden toen tot de lage adel. Holland kende in die tijd honderden werkloze ridders. Vaak moesten ze zelf de handen uit de mouwen steken op het land. Wonend op hun hofstedes leefden ze van de pacht. Uiteraard probeerden ze wat bij te verdienen. Het beste bijbaantje was heer worden van een ambacht. De heer werd door de graaf van Holland benoemd en genoot vele rechten. Bij conflicten mocht hij rechtspreken, bemiddelen, boetes innen en die ook zelf houden, verder had de heer jachtrecht, de vangst mocht hij zelf opeten of verhandelen. Recht van opstrek hoorde er ook bij:  het door de rivier aangeslibde land kwam de heer toe. Leven van de wind deed een heer ook: molens werden verpacht aan de molenaar. Het windrecht leverde zo behoorlijk wat geld op.

Rechten voor Ridder van der Woude

Ridder Jan van der Woude was zo’n ridder die zich deze rechtenreeks zich graag toewenste. Maar hij kreeg het niet voor elkaar. Zijn zoon Willem deed het wat beter. Hij had de goede vrienden, waaronder Willem van Duvenvoorde. Deze Duvenvoorde was tot zijn achttiende straatarm, maar wist zich een weg te banen tot het hof van de graaf. Hij werd er raadsman.

Hoekse en kabeljauwse twisten

Willem van Duvenvoorde speelde een belangrijke rol bij de Hoekse en Kabeljauwe twisten. In deze oorlogen kwam Margareta van Beieren in conflict met haar zoon graaf Willem V over wie de zeggenschap over Holland zou krijgen. Van Duvenvoorde probeerde nog te bemiddelen maar helaas, het conflict laaide hoog op. De jonge steden (kabeljauwen, burgers onder leiding van Willem V) tegen de wat conservatieven (hoeken, adel). In 1354 is er vrede. De conservatieve Margareta van Beieren raakte haar titel kwijt, haar zoon Willem V werd graaf, al moest hij zijn moeder enorme sommen geld betalen. De ridders die met Willem meegevochten hadden, kregen van hem een stuk land toebedeeld. Van der Woude was een van de gelukkige helden. In 1355 wordt genoemd dat Willem van der Woude, waarschijnlijk een zoon van Jan, een stuk land bij de rivier de Merwede krijgt: ’t Slutersland, ofwel het land van de sluiter, de portier.

Omgeving van Huis te Woude

Bron: www.oudridderkerk.nl

Ridder van der Woude kreeg eindelijk zijn heerlijkheid, maar de goede tijden lieten op zicht wachten. De polder bleek geen goed afwateringssysteem te hebben en aan de dijken was al jaren niets meer gedaan. Sinds de pestepidemie in 1349 was de bevolking gehalveerd. De streek was verlaten.

Waar het niet verlaten was, waren de steden. De handel bloeide en de steden groeiden. Willem van der Woude probeerde hiervan te profiteren met zijn stukje land. Dat lag en ligt aan de Merwede, precies tussen Rotterdam en Dordrecht. Een strategische ligging waar hij prachtig tol kon heffen. Het geld stroomde binnen. En in 1371 begon de oude ridder met de bouw van een heus kasteel. Stenen werden op elkaar gemetseld, een gracht werd gegraven, en er werd een ophaalbrug gemaakt. Willem heeft het kasteel nooit af gezien, want hij stierf in 1373. Zijn zoon Hugo erfde het land en het bouwproject. In 1372 was een slecht jaar, met veel wateroverlast. Tot overmaat van ramp spoelde de Sint Valentijnsvloed de dijken weg. Het kasteel bleef onvoltooid in het water staan.

In de jaren erna is het onvoltooide kasteel wel bewoond geweest, door een beheerder die een passerende reiziger soms onderdak bood en een kroes bier gaf. Ridder Hugo stierf in 1398 kinderloos. Twee neven (kinderen van zijn zusters) kregen het perceel. Nieuwe dijken werden aangelegd en men begon met het droogmalen van de polder, die in 1404 gereed kwam. De grond was goed vruchtbaar geworden, wat weer investeerders aantrok. Het huis van der Woude wordt niet door de familie bewoond, maar leverde hen wel geld op.

Ramp na ramp

Venster in Huis te Woude

Bron: www.mathieuinwonderland.nl

Helaas sloeg het ongeluk weer toe. In 1418 laaiden de Hoekse en Kabeljauwse twisten weer hoog op. Johanna van Beieren pakte de strijdbijl weer op. Zij wilde haar neef Jan van Beieren een lesje leren en haar positie van gravin van Holland versterken. Zij besloot de Hoekse partij te steunen. Kasteel Huis ter Merwede richtte zij in als haar hoofdkwartier. Ze smeedde snode plannetjes voor de strijd. Het was zomer en bloedheet. Er heerste een hittegolf. De strijd duurde zes weken. Het lukte neef Jan haar opmars tegen de houden. Hij hakte haar troepen in de pan, de soldaten vluchtten. Het kasteel Huis ter Merwede werd geslecht. De muren werden omver getrokken en alles werd met de grond gelijkgemaakt. Johanna vluchtte en voer over de rivier de Merwede richting het noorden. De kabeljauwen achtervolgden haar.

Uit angst dat kasteel Huis ter Woude als uitvalsbasis gebruikt zou worden door de kabeljauwen werd het door de hoeken op hun aftocht verwoest. Dat deden ze rigoureus. De muren werden omvergetrokken, deuren, ramen daken werden vernield, huisraad werd kapotgeslagen. De muren liet men liggen. Bijna 800 jaar later werden de omvergetrokken muren aan een stuk in de rivierklei gevonden.

Huis te Woude

Bron: www.mathieuinwonderland.nl

In 1421 trof het kasteeltje een andere ramp. Opnieuw braken de dijken en volgde een overstroming. Ditmaal werd alles bedekt met een dikke laag rivierklei. Van Huis ter Woude was niets meer terug te vinden. Vergeten is het kasteeltje nooit. Vanaf 1440 is men opnieuw begonnen met de inpoldering, maar nu goed; met stevige dijken en een goed afwateringssysteem Een deel van het landgoed kwam buitendijks te liggen.

Hoe heeft het kasteeltje eruit gezien? Volgens opgravingen en archeologisch onderzoek had het gebouw een grondplan van 15 bij 20 meter. Op de begane grond werd niet geleefd, maar wel op de eerste verdieping. Er is een put gevonden en sporen van een ophaalbrug. Waarschijnlijk hadden de muren kantelen en was er een drie verdiepingen hoge hoofddonjon aanwezig.

Kastelentroep, sloot gedempt

In 1914 werd het stukje land waar het kasteel, verborgen onder dikke lagen slib en klei, gekocht door een ex-KNIL militair, Wout Post. Het huis ter Woude leeft voort in mythen en verhalen. Wout Post heeft geen idee wat voor schatten zijn landje verborgen hielden. Amateurarcheologen gingen voorzichtig aan wel op onderzoek uit, om uit te vinden waar het kasteel precies kan hebben gelegen. Volgens de familie Post was het een slecht stukje land, er wilde niets groeien en het lag er vol met puin en stenen. De kinderen van Post erfden het en maakten er een moestuin van. Maar het bleef ploeteren, tussen al die stenen. Wat ze niet beseften was dat die stenen een verhaal vertelden. Het verhaal van Hoekse en Kabeljauwse twisten, van heer Hugo en Johanna van Beieren. De voorzitter van de Stichting Oud Ridderkerk was zich beter bewust van de schatten in de bodem. Op zijn vraag over de stenen en scherven zou Cor Post tegen hem gezegd hebben: ‘Die troep, daar dempen wij de sloot mee’. De voorzitter belde voor de zekerheid met archeoloog R.Hoek. Het begin van de ontdekking van het kasteel was gelegd. In 1970, 800 jaar nadat ridder Willem begon met de bouwwerkzaamheden, beginnen de opgravingen en herrees het huis te Woude uit de klei. De door de hoeken geslechte muren konden zo op de fundamenten gezet worden. Vandaar dat men de vorm goed kon reconstrueren.

Veertig jaar geleden is de restauratie voltooid. Er zijn geen hoekse en kabeljauwse twisten nodig om het huis in de vernieling te helpen. Uiteindelijk heeft het kasteeltje, na de bouw in 1371 40 jaar overeind gestaan. Ironisch genoeg, 800 jaar lijkt het alsof de ruïne eenzelfde lot is beschoren. Bijna evenveel jaar, 40 jaar na de herrijzing in 1971 is er van het gerestaureerde kasteeltje niet veel meer over. De Ridderkerkse jeugd vernielt, bepiest en bekladt de eeuwenoude muren. Wat een boeren, die Ridderkerkers. Nee veel historisch besef is daar bij de mensen niet. Maar wat een interessant kasteeltje! Niet in de laatste plaats vanwege de afmetingen.

Ester Smit.

Huis te Woude met put

Bron: www.mathieuinwonderland.nl

Met dank aan Mathieu Fannee voor de afbeeldingen. Mathieu schreef hier over Huis te Woude.

Bronnen:

Uit:

De combinatie Huis aan huisblad in Ridderkerk (Ridderkerk 2010) 20 mei 2010.

Ibidem, 27 mei 2010.

Ibidem, 3 juni 2010.

Ibidem, 10 juni 2010.

www. mathieuinwonderland.nl

2 Reacties op Knallende kastelen: Huis te Woude

Geef een reactie

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!