Leven als een beest: interview met Charles Foster

Vierhonderd jaar geleden concludeert Franse filosoof Montaigne dat de mens niet de veel moet nadenken en moet leren van de dieren. Veearts en auteur Charles Foster probeert dat uit en schrijft er een boek over. Toen de befaamde biochemicus Erwin Chargaff aan het einde van zijn lange leven was, zei hij in een interview met het Duitse blad Stern “dat de Franse filosoof Montaigne vierhonderd jaar geleden helemaal gelijk had toen hij beweerde dat de mens niet te veel moet nadenken en van de dieren moet leren. Dieren zijn immers de gelukkigste wezens op aarde omdat ze in niets overdrijven en alleen doen wat noodzakelijk is.” Het is precies wat de Britse veearts en auteur Charles Foster heeft proberen te doen met zijn laatste boek “Leven als een beest’” (Being a Beast). Foster, die Medisch Recht en Ethiek doceert aan de Universiteit van Oxford, is voor dat project bijna letterlijk in de huid gekropen van een otter, das, vos, hert en gierzwaluw. Voor zover dat voor een mens mogelijk is, heeft hij geprobeerd om precies zo te leven als deze vijf wilde dieren. Foster zwom in het kader daarvan o.a. rond in het water als otter, liet zich opjagen door een bloedhond als hert, at levende wormen als das, plunderde vuilnisbakken als vos en liet zich per parachute de lucht in trekken als gierzwaluw. In zijn boek doet hij verslag van hetgeen hij in de natuur allemaal meemaakte en leerde toen hij leefde als deze dieren en wat de (biologische en filosofische )implicaties hiervan zijn.

Charles Foster. bron: wikimedia commons

 

Gehuld in een groene bodywarmer beantwoordt Foster in zijn onverwarmde studeerkamer in Oxford de vragen over zijn bijzondere boek. Tijdens het gesprek moet hij herhaaldelijk kuchen en hoesten, een kleine prijs die Foster moet betalen voor zijn afkeer van centrale verwarming die zijn inziens slecht en onnatuurlijk is voor mensen (slechte bloedcirculatie, hoge bloeddruk, droge lucht, klamme handen, waterige ogen, overgewicht etc.). De aandoening verstoort het gesprek echter geenszins. Foster doet zeer eloquent verslag van zijn intrigerende zoektocht naar wat het betekent om dier en mens te zijn. Zelf vind hij zijn project ook bizar, laat hij weten, maar het is hem duidelijk wel ernst want er werd veel arbeid in gestoken en de opzet is ontegenzeggelijk serieus en intelligent van aard. Niet voor niks heeft Foster er de beruchte IgNobel-prijs voor gekregen. Deze parodie op de Nobel-prijs is de luchtige en humoristische tegenhanger van de Nobel-prijs, die toegekend wordt aan bizar, ongewoon, spraakmakend en tot de verbeelding sprekend wetenschappelijk onderzoek. Een interview met de excentrieke auteur van Being a Beast, Charles Foster.

Hoe bent u op het idee gekomen voor uw boek “Leven als een Beest”?

Foster: “Ik had het idee voor mijn boek al sinds ik een kind was. Ik groeide op in een huis met een tuin in een buitenwijk in het noorden van Engeland waar veel merels zaten. Zij keken naar mij en ik naar hen. Ik dacht als kind altijd dat zij iets wisten van mijn tuin wat ik niet wist. Dat maakte me woedend en bracht me tot razernij. Ik wilde weten wat zo’n merel waarnam en ervoer van de tuin-wereld die ik zo goed dacht te kennen. Dat idee heeft me sindsdien altijd achtervolgd. Wat kunnen we weten van de wereld rondom ons? Kunnen we iets weten van de manier waarop andere wezens, inclusief andere mensen, de wereld ervaren of zitten we voor altijd opgesloten in ons eigen hoofd en zien we alleen onze eigen virtuele realiteiten ? (Virtual Reality) Naarmate ik ouder werd, raakte ik in meer algemeen zin geïnteresseerd in de wereld van de natuur. Ik werd een gepassioneerd vogel-, dassen en vossen-spotter en taxidermist. Later werd ik veearts. Ik begon mijn oorspronkelijke vragen over de merel en de natuur door een wetenschappelijke lens te zien. Daarbij vroeg ik me af wat we kunnen concluderen over de realiteit van de objectieve, natuurlijke wereld via onze waarnemingen en zintuigen ? Zo kreeg ik het idee. Ik denk dat het een vraag en bezorgdheid is die de meeste kinderen delen. Ik denk dat kinderen een echte relatie en verhouding hebben met de natuurlijke wereld en anders wel met hun Teddy-beer ! Ze willen weten wat hun Teddy-beer of huisdier denkt en ziet. Dat was mijn vraag als kind en in mijn boek vind je dezelfde vraag terug. Het blijkt een kwestie die me blijft obsederen, verstrikken en bezighouden.”

Hoe waren de kritieken op uw boek?

Foster: “Interessant. Uit de overweldigende golf van reacties sprak vooral fascinatie. De meeste kritieken waren erg sympathiek. Velen zeiden: ‘ja, dit zijn vragen die onszelf raken en ook over onszelf gaan. We erkennen dat we ons op een gevaarlijke manier gescheiden hebben van de natuurlijke wereld en misschien dat deze extravagante onderneming van Charles Foster een manier is om het contact te herstellen’.”

cover van het boek. bron: wikimedia commons

“Er waren ook wel een paar zeer kritische reacties. Sommigen daarvan waren erg boosaardig. Dat waren meteen ook de meest interessante reacties, vond ik omdat ze meestal de richting uitgingen van “wat u doet is walgelijk” of “wat u deed is onverantwoordelijk tegenover uw kinderen”. Op een bepaalde manier waren het allemaal reacties waaruit blijkt dat die mensen zichzelf duidelijk willen maken dat hun wijze van leven, die diepgaand onnatuurlijk is, de correcte wijze is. Ze willen zichzelf geruststellen. Mijn boek maakt dergelijke mensen erg nerveus.”

“Er zaten ook figuren tussen die me vroegen of mijn kinderen niet ziek werden als ze deelnamen aan mijn activiteiten? Het antwoord daarop is natuurlijk: NEE ! Kinderen hebben net als andere mensen immuunsystemen die in miljoenen jaren zijn ontwikkeld, precies om te kunnen leven in bossen, oevers van rivier en moerassen. De echt gevaarlijke plekken voor onze kinderen zijn centraal-verwarmde huizen, kantoren en shoppingcenters. Dat zijn de plekken waar onze immuunsystemen de mist in gaan. Daar gebeuren de dingen die slecht zijn voor ons. In al de kritieken op mijn boek zat een toon van ‘niet herinnerd willen worden aan waar we vandaan komen’. Dergelijke mensen willen er niet aan herinnerd worden dat ‘niet-menselijke’ dieren erg dichtbij ons staan. Dieren zijn onze verwanten. Een paar bladzijden terug in onze familie-albums (onze evolutie) hebben we gezichten met vacht, veren of leer erop. Het is als een miljonair die veel geld heeft verdiend en er niet aan herinnerd wil worden dat zijn ouders erg arm waren.”

Zijn biologen enthousiast over uw boek ?

Foster: “Velen onder hen wel, ja. Charles Darwin vertelde ons 150 jaar geleden al dat we onderdeel zijn van het dierenrijk. We zijn een erg gespecialiseerd, uniek en opwindend onderdeel van dat rijk, maar desalniettemin wel dieren. Alles wat mijn boek doet, is constateren dat we iets kunnen leren van het erkennen van onze nauwe bloedverwantschap met deze dieren. Zo kunnen we iets over onszelf leren. De reactie van professionele biologen was dus bijna altijd gunstig en positief, maar enkele van hen vonden wel dat het perspectief in het boek Antropomorf was en dat het niet legitiem is om iets te concluderen over hoe dieren de wereld gewaarworden vanuit de menselijke observatie en ervaring. Deze biologen waren echter in de minderheid.”

Het is wel eervol dat veel biologen uw boek de moeite waard vonden, of niet ?

Foster: “Voor iemand die zo onzeker is als ik, is het geruststellend dat mensen die veel meer weten van het onderwerp dan ik het waardeerden, ja.”

Was het eigenlijk boeiend en leuk om te leven als deze dieren of was het vooral moeilijk, hard en zwaar?

Foster: “Het was beiden. De moeilijkste dingen zijn vaak ook het leukst, nietwaar? Ik zou het niet gedaan hebben als het niet leuk was en zou het ook niet gedaan hebben als ik lange tijd weg had moeten zijn van mijn kinderen. Het was niet doorgegaan als mijn kinderen niet mee hadden willen doen aan de avonturen die ik beleefd heb in het boek. Dat komt doordat ik veel van mijn kinderen houd en doordat kinderen nog zo veel meer verbonden zijn met de natuurlijke wereld dan wij volwassenen. Hoe verder wij ons distantiëren van de grond, hoe verder we ons distantiëren van onze relaties met de niet-menselijke wezens (dieren, planten). Kinderen hebben deze relaties nog niet verloren. Het kijken naar de natuur en de wereld door de ogen van mijn kinderen was een grote hulp om de wereld te zien als een vos of een das. Kortom: plezier ervaren en mijn kinderen bij me hebben als onderzoeksgereedschap was erg belangrijk. We hebben een schitterende tijd gehad.”

Welk dier was het meest interessant om te ‘zijn’ ?

Foster: “De vos, denk ik omdat dit dier min of meer dezelfde zintuigen en receptoren heeft als wij mensen. Ze zijn op zintuiglijk gebied erg goede allrounders. Dassen zijn eerder specialisten. Ze hebben geweldige neuzen. Vossen hebben, net als wij, alles goed in orde. Ze hebben goede ogen, goede neuzen, waanzinnig gevoelige poten en kunnen heel goed horen. Ze gebruiken al die zintuigen om een bio-holistisch beeld van de wereld samen te stellen. Wij kunnen daarom veel leren over hoe wij ons kunnen verhouden tot onze wereld van hoe vossen hun wereld benaderen.”

Gebruiken vossen hun zintuigen beter dan wij mensen?

Foster: “Fantastisch veel beter ! Wij mensen zijn rampzalige ‘niet-waarnemende’ wezens. Een enorme hoeveelheid informatie komt via onze neuzen, oren en ogen etc. bij ons binnen maar we gebruiken er bijna niks van. Vossen zijn veel beter in het samenstellen van een nauwkeurig, accuraat beeld van de wereld dan wij. Ze leven daarom veel intenser in het gebied waar ze zich bevinden dan mensen.”

“Wij mensen leven in virtuele realiteiten die we zelf geschapen hebben (Virtual Realities). Als ik naar een bos ga en kijk naar een boom krijg ik een visueel beeld van die boom. Normaal gezien negeer ik dan alle andere informatie van die boom: de geuren, het geluid etc. De visuele informatie die we ontvangen, wordt vervolgens bijna ogenblikkelijk verwerkt tot iets wat niks meer te maken heeft met die boom. Je herinnert je bijvoorbeeld literaire fragmenten, gedichten en biologische feiten over bomen. Dat heeft bijna niks te maken met de werkelijke boom die voor je staat. Dat is erg triest en verdrietig. Als ik naar een bos ga, bevind ik me zo dus in een virtueel bos wat veel minder opwindend en charismatisch is dan het echte bos dat zich daar bevindt met al zijn geuren en geluiden etc.”

U probeerde ook te leven als een gierzwaluw. Deze vogel bevindt zich bijna continu in de lucht en zit bijna nooit op de grond. Hoe is dat mogelijk? Is het een soort Perpetuum Mobile, een ‘machine’ die eeuwig door kan gaan?

Foster: “Zo ongeveer ja. Gierzwaluwen raken alleen iets vasts aan, buiten de achterkant van een kever in de lucht die ze gaan opeten, als ze gaan bevallen en hun jongen opvoeden. Dat is 3 à 4 jaar nadat ze zelf zijn uitgebroed door hun ouders. Ze vliegen continu rond. Ze slapen zelfs terwijl ze vliegen. Gierzwaluwen stijgen en cirkelen naar boven op de thermiek van hete lucht in de nacht zonder te slapen. Ze paren zelfs in de lucht. Het zijn buitengewoon vliegvaardige, etherische wezens.”

Het lijkt wel magie?

Foster: “Absoluut. Het is een soort tovenarij.”

U schreef ook over prooidieren als het Edelhert. Raakt een hert er in zijn/haar leven ooit aan gewend dat er op hem/haar gejaagd wordt?

Foster: “Ik denk het niet. Ze hebben een heel goed en lang geheugen.”

Zijn ze altijd angstig ?

Foster: “Ja, zelfs een hert in een erg veilig park zal nooit vergeten dat het een prooidier is. Hun hele fysiologie en psychologie is er aan gewijd om niet opgegeten te worden door wolven of leeuwen. Ze hebben erg lange geheugens, zelfs voor predatoren die al lang zijn uitgestorven. Het Edelhert in Engeland zal snel weglopen als je hem de geur van een leeuw laat ruiken, terwijl er al meer dan 10.000 jaar geen leeuwen meer rondlopen in Groot-Brittannië. Het zijn instincten die niet weggaan als je herten in een dierentuin of park zet.”

Prooidieren als herten hebben dus altijd een moeilijk leven?

Foster: “Ja, ze verwachten elk moment om vernietigd te worden.”

Kunnen dieren soms meer dimensies zien dan wij mensen ? Ze hebben tenslotte vaak bijzondere zintuigen? Slangen kunnen bijvoorbeeld ultraviolet zien zodat ze ’s nachts kunnen jagen.

Foster: “Ik denk juist dat wij mensen meer dimensies kunnen zien dan dieren. Klassiek gezien spreken we over onze 5 zintuigen, maar op een minder oppervlakkig niveau zijn er meer zintuigen dan we normaal kunnen identificeren. Er zijn zintuigen voor zicht, tast, reuk, gehoor, smaak enzovoort. Het is duidelijk dat we veel van onze communicatie verrichten op een niet-verbale manier door bijvoorbeeld te reageren op feromonen (seks-hormonen) die we niet bewust ruiken. Thomas van Aquino sprak van 9 à 10 geestelijke zintuigen terwijl Bosjesmannen uit de Kalahari-woestijn op 50 kilometer afstand exact weten op welk tijdstip de jagers zullen terugkeren en of ze een Koedoe of een Blesbok hebben gevangen. Ik denk dat we veel extra zintuigen hebben en ben er zeker van dat niet-menselijke dieren die met ons delen. Wetenschapper en Celbioloog Rupert Sheldrake heeft beschreven dat veel honden van wie het baasje ver van huis is toch precies weten wanneer hij/zij weer terug zal komen. Dieren en mensen delen bepaalde telepathische zintuigen (gaven), maar dieren beschikken er vaker en meer routinematig over. Over deze zogeheten Remote Sensing is mooi geschreven door de Zuid-Afrikaanse auteur Laurens van der Post. Remote Sensing overstijgt ons brein. Zender en ontvanger zijn op een onzichtbare manier met elkaar verbonden. Volgens de Zwitserse psychiater Carl Jung is dat het gevolg van het collectieve onbewuste: een opslagplaats van archetypische beelden die de mens als soort gemeenschappelijk heeft geërfd als gevolg van de evolutie uit het verleden. Het is een soort intuïtie.”

Vindt u Jung een goede wetenschapper? Er zijn ook mensen die hem als een charlatan beschouwen.

Foster: “Hahaha. Als ik dieren bestudeer merk ik altijd dat geleerden als Jung het bij het juiste eind hebben. Veel moderne wetenschappers nemen een schizofrene houding aan wat dat aangaat. Op hun werk gaan ze heel rationeel, empirisch en theoretisch te werk. Ze zijn daar heel materialistische en reductionistisch bezig zonder hun gevoelens in te schakelen. Als een chirurg ontleden ze de werkelijkheid. Ze bekijken de wereld en de natuur heel klinisch alsof daar geen gevoelens zijn. Wanneer ze vervolgens thuis komen, reageren ze ineens heel anders op de natuur en de buitenwereld. Dan begroeten ze hun hond, kijken hem in de ogen en aaien het dier net alsof het een mens is en persoonlijkheid heeft. Dan tonen ze opeens wel hun gevoelens en gaan ze er toch vanuit dat zo’n dier een karakter en emoties heeft. Dat maakt voor mij duidelijk dat Jung en Sheldrake gelijk hebben. De natuur is meer dan wetenschappelijk reductionisme.”

Kunnen dieren ook rationeel en wetenschappelijk denken volgens u? De Franse filosoof Michel de Montaigne zei dat tonijnen hun weg terug naar huis kunnen vinden door zich op de sterren te oriënteren terwijl schildpadden zichzelf genezen van een slangenbeet door planten en kruiden te eten. Dat lijkt behoorlijk rationeel.

Foster: “Dieren kunnen heel goed problemen oplossen. Dat is zeker. Er zijn wetenschappelijke testen gedaan met een geheugenspel op computerschermen: een soort Memory. Chimpansees moesten dan allerlei cijfers of figuren die even op het scherm verschenen zien te onthouden. Opvallend genoeg waren de apen daar vele malen beter in dan mensen !”

De Belgische schrijver Felix Timmermans heeft eens geopperd dat alle breinen en zenuwstelsels van planten en dieren op aarde samen eigenlijk een groot superbrein of organisme vormen. Is dat een goede metafoor?

Foster: “Daar zit wel iets in: het klinkt als een uitgebreid en verlengd brein. Carl Jung’s collectieve onbewuste lijkt er wel wat op. Naar het bewustzijn van planten wordt tegenwoordig ook veel onderzoek gedaan. Het blijft echter steeds de vraag wat bewustzijn eigenlijk is? Daar zijn we nog niet echt achter. Waar dient bewustzijn eigenlijk voor? Het is niet zeker dat het een evolutionair nut dient.”

U heeft de beruchte IgNobel-prijs gewonnen voor absurd, hilarisch onderzoek waarom men moet lachen, maar dat ook aan het denken zet. Het is een parodie op de wereldberoemde Nobel-prijs. Vond u het een eer en waarom?

Foster: “Ja, ik vond het een grote eer. Ik weet dat er intellectueel gezien iets oneerbiedigs zit aan het winnen van de Ignobel-prijs, maar ik zie het niet zo, net zomin als de andere winnaars dat zo zien. De Ignobel-prijs wordt gegeven voor onderzoek dat je aan het lachen maakt en aan het denken zet. Die kostbare kleine lach maakt dat je het onderwerp of probleem vanuit een enigszins ander perspectief gaat zien.”

“We lachen niet om dingen die we elke dag zien of die normaal zijn. De Ignobel-prijs geeft aan dat we vorderingen hebben gemaakt op weg naar het verkrijgen van een belangrijk nieuw en verhelderend gezichtspunt op een mogelijk oud probleem. Dat zou de wetenschap continu moeten doen. Ik word moe van het conservatisme in de wetenschap. Net als van mensen die opgesloten zitten in hun eigen paradigma’s en de aanname dat Newton en Galileo in alles helemaal gelijk hadden en dat er verder niks te vertellen valt.

De Ignobel-prijs viert dat er mogelijk iets nieuws valt te vertellen over de natuurlijke wereld en dat dit iets opwindends en onderhoudends is. Dat is ook altijd mijn ervaring geweest met de natuurlijke wereld. Ik zie altijd iets nieuws als ik over straat loop en naar de hemel of in de richting van een boom kijk. Ik vind dat de Ignobel-prijs die wetenschappelijk geest erg goed weet te vangen.”

U deelde uw Ignobel-prijs met de zogenaamde Geiten-man, Thomas Thwaites, die 3 dagen als een geit heeft ‘geleefd’. Wat vindt u van zijn werk?

Foster: “Ik heb hem op het Ignobel-podium ontmoet en we konden het goed met elkaar vinden. We hebben samen verschillende malen platforms gedeeld, maar zijn ideeën en werk zijn ongelofelijk verschillend van het mijne. De Geiten-man wilde (in zijn eigen woorden) eens vakantie nemen van het mens-zijn. Hij dacht dit te kunnen doen door na te streven om een geit te zijn. Ikzelf wil geen vakantie nemen van het mens-zijn. Ik vind het fantastisch en meer opwindend om mens te zijn dan geit, das of vos etc. Ik ben vooral geïnteresseerd in het leren van lessen van niet-menselijke soorten. Hoe we betere mensen, vaders, minnaars en collega’s kunnen worden etc. Daar gaat het mij om. Thwaites’ zijn benadering was ook compleet anders dan de mijne. Ik ben er ook niet van overtuigd dat je iets kunt concluderen over hoe het is om een geit te zijn uit hetgeen hij deed. De geiten-man deed hele slimme dingen. Hij maakte prothese-ledematen die hem toestonden om mechanisch te simuleren hoe een geit loopt. Hij verteerde gras in een kunstmatige maag die enigszins werkte als een geiten-maag. Allemaal erg intelligent, maar de ervaring van een mens die mechanisch loopt als een geit vertelt me weinig over hoe het is om een geit te zijn. Het is een interessant ontwerp, maar het richt zich niet op zaken waar ik in ben geïnteresseerd, namelijk: a) hoe een beter mens te worden, en b) weet ik niet of het veel inzicht geeft in hetgeen waar hij op uit is: het bekijken hoe het is om een geit te zijn.”

Is het interessanter om een mens te zijn dan een dier? Is dat wat u zei ?

Foster: “Absoluut. Daar is geen twijfel over. Waar ik over inzit is dat we de mogelijkheden om als mensen zo levend mogelijk te zijn laten schieten. Zoals ik beschreven heb, ga ik als mens eigenlijk niet echt naar een bos als ik het woud betreedt. Ik zit daar dan opgesloten in een virtuele realiteit (Virtual Reality) geconstrueerd naar mijn gedachten over hoe een bos is. Als we daaraan kunnen ontsnappen en gaan naar een bos met al onze menselijke zintuigen volledig ingeschakeld met al de voordelen van onze fantastische opwindende kennis dan kan het bos fantastisch veel complexer, kleurrijker en opwindender zijn dan voor een das of een vos.”

Leeft een vos in het bos wel een meer opwindend leven dan een modern mens in de stad? Of kun je dat niet zeggen ?

Foster: “Ik denk dat vossen wel meer “ingeschakeld” zijn. Ze gebruiken veel meer van hun biologische hulpmiddelen en bronnen. Ze verwerken veel meer van de data die ze beschikbaar hebben. Ik ben inderdaad teleurgesteld in de menselijke keuze om zo “uitgeschakeld” te leven zoals wij mensen doen en ook in de gedragsmatige wijze waarop we dat doen. Het is duidelijk niet goed om in steden te leven. We weten dat kinderen die opgroeien zonder toegang tot de natuur veel meer kans hebben op depressies en ADHD. Het is bewezen dat toegang tot de natuur essentieel is voor onze gezondheid en welzijn. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat ziekenhuispatiënten veel sneller herstellen als ze uitkijken op groene vergezichten.

Het is ook bekend dat wanneer je als cynische CEO meer productiviteit uit je werknemers wilt halen de computer-kamers uit moeten kijken op bomen. Dat soort zaken. We halen eenvoudigweg niet het grootste potentieel uit onze levens.”

“We moeten ten eerste onze zintuigen eens aan gaan zetten en ten tweede moeten we erkennen dat ons eigen welbehagen ook relaties met de natuurlijke wereld moet omvatten waaruit we tenslotte vandaan komen en onderdeel van zijn, of me dat nu fijn vinden of niet. We blijven onderdeel vormen van de natuur. Zelfs een aandelen-handelaar in de Londense City in zijn keurige pak is een wild dier. Hij is onderdeel van een natie-ecosysteem. Hij zou een veel betere handelaar zijn als hij dat onderkent. Alle invloeden die er voor zorgen dat hij handelt zoals hij doet, komen voort uit de zoektocht van zijn genen en die van zijn niet-menselijke voorouders die afgerond werden in het Pleistoceen-tijdperk. We zullen betere mensen zijn als we dat erkennen.”

De Belgische schrijver Georges Simenon heeft eens gezegd dat mensen mislukte dieren zijn. Daar bent u het dus niet mee eens.

Foster: “Nee, daar ga ik helemaal niet mee akkoord Ik heb herhaaldelijk gezegd dat mensen teleurstellend zijn, maar eigenlijk zijn we prachtige dieren. Ik zou alleen willen dat we ons potentieel waarmaakten.”

De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche zei dan weer dat mensen zieke dieren zijn die hun instinct hebben verloren. Zit daar iets in ?

Foster: “Ik denk niet dat we onze instincten hebben verloren. Ik denk dat ze er nog zijn, maar onze instincten worden zwaar en op gevaarlijke wijze onderdrukt door de wijze waarop we leven in de huidige maatschappij. We zien het resultaat van die onderdrukking in allerlei soorten lichamelijke en psychische ziektes zoals neuroses. We moeten leren onze instincten en onze aangeboren krachten, instrumenten en gevoeligheden te gaan gebruiken. Als we dat niet doen, verdwijnen die instincten niet. Ze liggen diep in ons begraven en willen tot uitdrukking gebracht worden.”

Dat is eigenlijk ook wat Sigmund Freud heeft beweerd.

Foster: “Absoluut.”

De befaamde Oostenrijkse bioloog en etholoog Konrad Lorenz zei dat de mens een soort dier-plus is. Een dier met extra capaciteiten. Heeft ook hij gelijk?

Foster: “Hahaha. Dat versimplificeert de zaak een beetje. Ik denk dat er ook een verschil in kwaliteit bestaat. Er is niet alleen een kwantitatief verschil tussen menselijke en niet-menselijke dieren. Het lijkt erop dat wij mensen de mogelijkheid hebben om dimensies te ervaren die vermoedelijk niet zo belangrijk zijn voor dieren: spirituele en esthetische dimensies. Het is moeilijk om deze simpelweg te relateren aan onze grotere mentale verwerkingskracht. Lorenz over-simplificeert hier dus.”

De Amerikaanse auteur Gore Vidal beweerde eens dat de mensheid een virus is. Zat hij fout ?

Foster: “Hij heeft overduidelijk gelijk. De mensheid is een virus dat zowel zichzelf en de rest van de wereld vernietigt. We vormen een virus dat zo’n boosaardig potentieel heeft omdat we zijn vergeten waar we nu zijn, waar we vandaan komen en wat onze prioriteiten zijn. We doen de hele tijd wat ons ongelukkig maakt. Een herstel van de biologische relatie met de natuurlijke wereld kan het virus deactiveren. Dit kan ons meer, beter en empathischer doen reageren op de natuurlijke wereld. Wij mensen reageren tegenwoordig immers op de natuurlijke wereld op een rondweg psychopathische manier. En psychopaten zijn geen gelukkige mensen. Ze veroorzaken duidelijk veel schade. Je hoeft maar in de krant te kijken om dat te constateren.”

Hoe is het allemaal zo fout kunnen gaan? Wat is de voornaamste oorzaak daarvan ?

Foster: “Ik denk dat het is gekomen door een Nietzscheaans streven naar meesterschap (en beheersing) over de aarde dat ook tot uitdrukking komt in het bevel om de wereld te onderwerpen uit het Bijbelboek Genesis. Er was echter helemaal geen reden om de wereld zo dramatisch te onderwerpen als gebeurd is. Er is meer dan genoeg om ons allemaal te voeden volgens het principe van wederkerigheid.

Ik denk dat de meest rampzalige stap in de menselijke geschiedenis de verandering is geweest van jagen-verzamelen naar landbouw: de Neolothische Revolutie. De Wildernis moest daarom getemd en ingeperkt worden. Alles moest binnen muren geplaatst worden, die wij maken. Als je muren bouwt en planten en dieren neerzet binnen die muren, kun je snel het valse idee krijgen dat jij die dieren hebt gecreëerd en dat jij kunt bepalen wat ze moeten doen. Er zijn dan moreel gezien geen beperkingen met betrekking tot hetgeen men zou moeten doen. Dat was de eerste van de grote catastrofes. De tweede ramp kwam behoorlijk wat later en vond plaats in de 16e eeuw toen de wereld, door verschillende redenen, niet meer gezien werd als iets bezields, maar als een machine. De wereld werd in die visie niet voortgedreven door een ziel, maar is simpelweg een stuk gereedschap voor ons gebruik. Er is niks kwaadaardigs aan het kapot maken van een machine, maar er zit wel iets boosaardigs aan het vernietigen van iets met een ziel. Die beweging met allerlei historische wortels bracht de monsterlijke Monsanto-achtige landbouw. Dat is zorgwekkend.”

Mogen we concluderen dat de moderne mens al doende gestandaardiseerd, gedomesticeerd en gedegenereerd is geraakt?

Foster: “Dat is enigszins onsympathiek gesteld, maar het is wel waar. Zoals ik al zei onderdrukken we onze instincten en leven we in omgevingen die niet goed voor ons zijn zoals kantoren met centrale verwarming etc. Daar komen problemen van, dat is duidelijk. We verleren daardoor allerlei instinctieve eigenschappen en dat is niet best.”

Maakt technologie ons dom en zwak?

Foster: “Zeker. De hele dag achter de laptop zitten is slecht voor eens mens. Zo verleer je allerlei verworvenheden die we vroeger wel hadden: bijvoorbeeld de capaciteit om te jagen etc.”

Kunnen we onszelf nog genezen? Hoe moeten we onszelf herpakken ?

Foster: “Eigenlijk is dat vrij eenvoudig. Wij mensen moeten onze relatie met de natuurlijke wereld weer zien te herstellen. Dat kan bijvoorbeeld via meditatie. Wees opmerkzaam en ga eens uit je comfortabele, verwarmde huis en trek de natuur in. Meditatie kun je ook thuis doen, maar in een bos gaat het veel beter. Daar is de ervaring van meditatie en bezinning veel krachtiger. In het bos valt veel meer op te merken en de ervaring is veel sterker. Dat moeten we echt doen. Anders zijn we bezig onszelf dom te maken en te houden (dumbing ourselves down). We moeten beseffen dat wij als mensen niet almachtig zijn. We zijn ons aanpassingsvermogen doorheen de geschiedenis steeds meer verloren. De moderne mens heeft zijn gereedschap om zich aan te passen verloren en dat is erg dom geweest, maar we kunnen nog veranderen. Om dat te doen moeten we de natuur intrekken. Dat kan heel dichtbij zijn. Je kunt de natuur overal beleven, zelfs in een supermarkt of shopping center. Daar kom je ook beschimmelde boterhammen tegen. Dat is de natuur in actie in optima forma ! Zo leer je de natuur beter kennen en waarderen.”

Twee bekende Nederlandse biologen en schrijvers, Midas Dekkers en Maarten ’t Hart, hebben beweerd dat de tijd van de mensheid er mogelijk wel op zit. Volgens hen wordt onze soort waarschijnlijk opgevolgd door een intelligent insect of knaagdier. Hebben ze gelijk ?

Foster: “Hahaha. Dat is mogelijk, maar ik denk eerder dat we dan vervangen worden door micro-organismen, virussen en bacteriën. Dat is mijn gok.”

Het is een grote vraag tot slot, maar wat is volgens u de zin van het leven? Wat doen dieren en planten eigenlijk op aarde? Heeft u daar een idee over ?

Foster: “Het in stand houden van relaties tussen levende wezens, denk ik. De wederkerigheid tussen mens en dier etc. Je zou het ook liefde en passie kunnen noemen. Daar gaat het om in het bestaan. Dat zie ik als de zin van het leven.”

Website van Charles Foster

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!