Lof en laster, Vrouwen in de vroege middeleeuwen

De vroege middeleeuwen was een cruciale tijd voor ontwikkeling van de positie van de vrouw, betoogt Luit van der Tuuk in Lof en laster.

Dat vrouwen er in de geschiedschrijving karig afkwamen, is aangetoond door Els Kloek die met het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland een inhaalrace heeft ingezet. Maar aangezien er in die database slechts tien vrouwen voor het jaar 1000 voorkomen, heeft Luit van der Tuuk de taak opgepakt om die leemte te vullen. Hij laat in zijn boek Lof en laster zien dat vrouwen een belangrijke rol in de vroegmiddeleeuwse geschiedenis speelden.

Meer dan ‘de vrouw van’

Een goed voorbeeld van een vrouw die het verleden heeft gevormd is Aethelfled van Mercia. Zij regeerde zelfstandig over een van de Angelsaksische koninkrijken aan het begin van de tiende eeuw. Na de dood van haar man onderhandelde zij met Vikingen, liet steden versterken, bouwde burchten en voerde militaire expedities aan.

In eigentijdse bronnen kwamen vrouwen vooral voor in hun seksegerelateerde rol. Zij is de ‘de vrouw van’ of ‘de moeder van’. Aethelfled was de dochter van de vermaarde koning Alfred de Grote en de zus van Edward de Oudere. Het is desondanks haar eigen verdienste dat zij genoemd werd in de bronnen; omdat zij de conventies van haar tijd doorbrak. De middeleeuwers wisten deze powerwoman dan ook op waarde te schatten.

‘Heldhaftige Aethelfled, roemrijke legerleider.
Moedig als een man, hoewel vrouw van naam.
Ook al had zij de titel van koningin, zij had de daden van een koning.’

Hoe complimenteus de twaalfde-eeuwse geschiedschrijver dit ook bedoelde, het seksisme druipt af van deze bewering. Het zijn niettemin teksten als deze die de auteur in staat hebben gesteld om in zijn boek een beeld te geven van de positie van de vrouw in de vroege middeleeuwen. Hij richt zich daarbij niet op wat vrouwen deden en hoe ze zich kleedden, maar op ‘de sociaal-culturele aspecten van het vrouw-zijn’.

Smeltkroes van rusteloosheid

Over een periode van ruim 500 jaar was er sprake van een golfbeweging in de positie van de vrouw, concludeert hij. Er was daarbij een vermenging van twee uiteenlopende tradities te zien: die van de tribale Kelten en Germanen en de christelijk-mediterrane. De laatste doorkruiste de ‘betrekkelijke zelfstandigheid van vrouwen op het Europese vasteland’. Dat had onder meer tot gevolg dat de rol van vrouwen binnen de Kerk marginaliseerde. Hoewel zij aanvankelijk een prominente rol speelden, veranderde dit nadat het instituut zich ‘als mannenbolwerk begon te manifesteren’.

Het gedrag van het ‘weinig bestendige en geestelijke zwakke geslacht’ was voor Karolingische kerkleiders aanleiding om maatregelen te nemen. ‘Weduwen, weesmeisjes en verstoten vrouwen konden van de gemengde gemeenschap die het convent vormde, een gistende smeltkroes van rusteloosheid maken’, dus kwam er strengere regelgeving op het leven in het klooster. Het maakte een einde aan dubbelkloosters – waar mannen en vrouwen leefden – en mannenbezoek.

‘Als de bevolking zich werkelijk aan alle kerkelijke bepalingen had gehouden, dan zouden er maar weinig erotische genoegens zijn overgebleven.’

Weerbare vrouwen

De rol van de geestelijkheid en seksualiteit zijn enkele onderwerpen die aan bod komen in het thematisch opgestelde Lof en laster. Daarnaast zijn onder andere ‘rolpatronen’, ‘het huwelijk’ en ‘magie’.

Een van de belangwekkende punten die de auteur aanduidt, is dat de tweedeling man-vrouw niet altijd heeft gespeeld. Althans, in sommige delen van Europa niet. In Scandinavië was er niet alleen meer vrijheid voor vrouwen, maar – met name in IJsland – speelde de genderverdeling sowieso minder een rol dan de scheiding tussen sterken en zwakken. Weerbare vrouwen genoten meer aanzicht dan ‘verwijfde mannen’.

Van een aantal vrouwen die weerbaar waren en zich niet naar hun rol voegden als ‘kuise dochter of trouwe echtgenote’ zijn kaderteksten opgenomen. Achterin zijn noten en een bronnen- en literatuurlijst te vinden. Afbeeldingen zijn er niet maar deze heb ik niet gemist. Hoe een vrouw als Aethelfled eruit zag, weten we gewoonweg niet; een niet-eigentijds beeld leidt dan alleen maar tot vervorming van de historische werkelijkheid. Hoewel het uiterlijk van de vroegmiddeleeuwse vrouw dus onbekend blijft, heeft Van der Tuuk tal van individuele vrouwen in dit zeer lezenswaardige boek zichtbaar gemaakt.

Luit van der Tuuk,

Lof en laster, Vrouwen in de vroege middeleeuwen

(Utrecht 2019)
ISBN 978 94 0191 641 7, € 21,99, 316 pag.
Uitgeverij Omniboek

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts