Gerlof Meijer: magistraat in het theater

Ook in Nederland zijn er veel vragen bij burgers over hoe rechtspraak nu eigenlijk in zijn werk gaat. De Zwolse rechter Gerlof Meijer legt het haarfijn uit. 

Gerlof Mejer tijdens zijn theatershow. bron: Gerlof Meijer

Toen de Spaanse surrealistische schilder Salvador Dali tijdens een proces voor de rechter stond, vertelde hij steeds weer opnieuw dat hij de meest geniale schilder van de 20ste eeuw was. Na afloop van het proces kwamen journalisten, familie en vrienden naar Dali toe om hem te feliciteren met zijn knappe verdediging. Men vroeg zich echter wel af waarom hij zo over zichzelf had zitten opscheppen. Was dat echt nodig geweest?’ Daarop antwoordde Dali: ‘Jazeker. Ik moest absoluut de waarheid zeggen. Ik stond tenslotte onder ede!”

Ook in Nederland zijn er veel vragen bij burgers over hoe rechtspraak nu eigenlijk in zijn werk gaat. Als sinds 1798 is Nederland een rechtstaat, maar dat betekent bepaald niet dat iedereen weet hoe die functioneert of zou moeten functioneren. Om hier meer duidelijkheid over te verschaffen aan de gewone burgers is strafrechter Gerlof Meijer (60) in 2016 begonnen met zijn theatercolleges om de strafrechtspleging wat inzichtelijker te maken. Op donderdag 14 maart aanstaande is hij in deze hoedanigheid te zien in het Zwolse Odeon-theater (kaarten bestellen).

Meijer, kind van twee dove ouders, legt in die colleges uit hoe het strafrecht werkt, voor welke dilemma’s een rechter geplaatst wordt en op welke wijze strafrechters hun beslissingen nemen. Zo wil hij misverstanden uit de weg ruimen en aan het publiek uitleggen waarom daders van delicten soms lagere straffen krijgen dan het publiek verlangt.

Hoe ben je op het idee gekomen om theatercolleges te organiseren?

Ik geef al ruim twintig jaar cursussen en seminars aan vakgenoten, advocaten en andere betrokkenen bij het strafproces. Mensen zeiden wel eens dat ik dat op een podium moest gaan doen. Dat heeft me toen getriggerd om het theater in te gaan, maar dat was niet de enige reden. Ik keek ook wel eens op websites van het AD, Volkskrant en Telegraaf en dan zie je heel vaak ongefundeerde reacties op strafrechtelijke vonnissen als: ‘hoe kan die crimineel nu al vrijkomen?’ en ‘waarom geen levenslang?’ Toen besloot ik om eens te gaan vertellen hoe dat zit. In het theater leg ik uit dat de rechter uiteraard gebonden is aan de wetgeving. Een serieverkrachter kan bijvoorbeeld geen levenslang krijgen. Op één verkrachting staat maximaal 12 jaar en op 10 verkrachtingen maximaal 16 jaar en dat is bij twintig verkrachtingen niet anders. Deze regeling van meerdaadse samenloop voorkomt dat je als verdachte, zoals in Amerika, 300 jaar gevangenis kunt krijgen. Dat kennen we hier niet. Als we dat wel willen, moeten we de wet veranderen.

Mijn theatercolleges zijn dus dé kans om de mens achter de rechter te zien. Wat beweegt hem? Wie is hij? Wat zijn zijn achtergronden? Hoe komt hij tot zijn beslissingen? Vele vragen die grotendeels beantwoord worden voor de theaterbezoeker.

Wilde je als kind al rechter worden?

Nee, dat is eigenlijk nooit in beeld geweest. Ik weet wel dat toen ik nog vrij jong was mijn opa soms tegen me zei dat ik wethouder of rechter zou worden. Hij had dus wel een vooruitziende blik. Waarom ik wethouder moest worden weet ik niet, maar het rechterschap is bij toeval op mijn pad gekomen. Het was niet een beroep waarvan ik tijdens mijn studie al dacht: ‘dat wil ik later gaan doen’. Dat kon ook helemaal niet omdat ik na de lagere school naar de Mavo ben gegaan. Van de Havo moest ik meteen af bij gebreke aan voldoendes. Daarna ging ik naar de Meao. Ik heb in die tijd dus geen HBO of Universitaire opleiding gedaan wat wel nodig is om rechter te worden.”

Ik dacht er in de periode daarna wel al aan om een Universitaire studie te gaan doen. Via het GAK (het toenmalige Gemeenschappelijk Administratie Kantoor) in Apeldoorn, waar ik beambte was, kwam mij een vacature onder ogen voor mensen die als griffier wilden werken bij de Raden van Beroep. Deze Raden, die zich bezighielden met rechtspraak op het gebied van onder meer het sociale zekerheidsrecht, gingen later op in de rechtbanken, zodat ik automatisch als griffier kwam te werken bij de rechtbank in Zwolle. Om verder te komen, moest ik echter wel een rechten-studie gaan volgen. Dat heb ik ’s avonds, naast mijn fulltime-baan, gedaan bij de Open Universiteit.

In de eerste tien jaren van  mijn rechterschap heb ik veel tegenslag meegemaakt omdat ik niet bekend was met de mores, de cultuur binnen de rechterlijke macht. Kort gezegd: ik wist niet altijd wat te doen en wat niet te doen. Dat wederzijds onbegrip heeft me veel frustraties opgeleverd en heeft me deels ook gevormd tot wie ik nu ben. Er kan veel over me gezegd worden, maar ik ben wel een bijtertje.

Toch had ik wel veel schik in het ambacht van rechter. Ik had het goed naar mijn zin. Tegenwoordig voel ik me minder een vreemde eend in de bijt, naarmate je ouder wordt leer je immers.”

Je thuissituatie was een bijzondere situatie.

Ja, het kwam er ook op neer dat we al vrij snel zelfstandig moesten zijn. Als mijn moeder bij een arts moest zijn of op school moest komen, moest ik of mijn zus gewoon mee om te vertalen. Voor iemand die horend is, waren mijn ouders namelijk echt niet te verstaan. Tegenwoordig gaat zoiets gelukkig veel beter. Er zijn allerlei technische voorzieningen voor dove mensen waardoor ze (althans een deel van hen) toch weer kunnen horen en er zijn zeer specialistische opleidingen om ze (verder) te helpen in hun ontwikkeling. Dat was vroeger helemaal niet zo. Als je doof was, werd je ook doof-stom genoemd en was je eigenlijk ook gewoon stom. Mijn voorstelling op 14 maart a.s. staat in het teken van mijn ouders, het is toegankelijk voor slechthorenden en doven middels een gebarentolk die op het podium staat.

Dat verleden als schoffie heeft dat ertoe bijgedragen dat je rechter bent geworden?

Nee. Ik weet wel dat toen ik uiteindelijk rechter werd, ik daar heel trots op was. Ook indachtig wat mijn grootvader had gezegd over mij. Met hem had ik een hele goede band. Het rechter worden zat echter niet in mijn vroegere gedrag. Wel ben ik iemand met een ontzettende drive. Ik wil vooruit. Als ik in een andere organisatie had gewerkt, dan had ik ook weer alles ingezet om ook daarin het hoogste te bereiken. Als ik een ‘normale’ opvoeding en inbedding had gehad, dan had ik meer bereikt binnen de rechtspraak, daar ben ik van overtuigd. Daar ben ik nu op mijn 60ste te oud voor. Ik heb wel leiding gegeven in het verleden hoor. Tot 2016 was ik 10 jaar lang teamvoorzitter. Dan stuur je rechters, juridisch medewerkers en administratief personeel aan. Nu doe ik dat niet meer.”

Welke eigenschappen moet een rechter hebben ? Wat is de taakopvatting?

Rechters zijn onder meer geselecteerd op eigenwijsheid. Dat klinkt vreemd maar is te verklaren. Je moet als rechter de kracht hebben om tegen de maatschappelijke stroom in te zwemmen. Het hebben van een rechte rug is een vereiste.

Dat doen we echter niet zomaar even, want we zijn ook gewoon mensen die beïnvloedbaar zijn en goede en slechte perioden in het leven kennen. Dat vergeet men wel eens. We kunnen niet onze persoonlijkheid en emoties uitzetten. We moeten natuurlijk wel proberen zoveel mogelijk onafhankelijk van emoties te beslissen, maar we blijven mensen.

Je kunt als verdachte, die het delict ook echt gepleegd heeft, daarom vaak maar beter zelfinzicht en schuldbesef tonen en zeggen dat het stom is wat je gedaan hebt. Als je dat namelijk niet doet heb je een grotere kans dat je aversie opwekt bij de rechters en dat kan dan weer in het nadeel van de verdachte werken. Rechters zijn wat dat betreft net mensen.

Moet je ook een beetje psycholoog zijn als rechter?

Ja, dat vind ik wel. Je moet zeker iets weten van psychologie, zodat je bijvoorbeeld bepaalde gedragingen van een verdachte met een autismestoornis als PDD-NOS kunt plaatsen en daarop kunt anticiperen. Een verdachte met een narcistische persoonlijkheid heeft ook zo zijn specifieke trekken. Dat leren wij als rechters door onze ervaring, maar ook door middel van cursussen en het houden van intervisie. Ons gedrag wordt dan geobserveerd door gedragsdeskundigen, zoals bv een psycholoog. Ze bekijken hoe we het doen en hoe we ons gedragen.

Het meest gecompliceerde is een verdachte die op een zitting geen enkel zelf-inzicht heeft. Dat is dan vaak iemand die psychiatrisch ziek is, maar beweert dat er met hem niks aan de hand is. Dat zijn de moeilijkste patiënten voor psychiaters maar ook voor rechters.

Moet je autoritair zijn als rechter of juist niet?

Nee, maar je moet wel gezag uitstralen. Dat vind ik een juister woord. Mensen moeten weten dat wanneer ze op een strafzitting komen, er rechters aanwezig zijn waarvan men denkt ‘Dit is goed’. Het strafrecht is nu eenmaal de vitrine van de rechtspraak. Burgers moeten een positief gevoel krijgen als ze de rechtszaal binnenlopen. Op een strafzitting moeten ze de indruk hebben dat er professionele mensen zitten die de materie goed beheersen en dat ook uitstralen. Ook de verdachten moeten het gevoel hebben dat ze in goede handen zijn. Dat geldt ook voor het publiek. Zittingen zijn namelijk openbaar om te voorkomen dat je terechtstellingen in achterkamertjes krijgt. De burger moet de rechtspraak kunnen controleren.

Ik vind het ook belangrijk dat een strafrechter zijn beslissingen inzichtelijk en begrijpelijk maakt, dus op een heldere manier. Als mensen na de zitting weer buiten staan, mogen ze zeggen dat ze het niet eens zijn met de beslissing van de rechter, maar is het van groot belang dat ze wel begrepen hebben waarom het zo is besloten. Je moet als magistraat inzichtelijk zijn, maar dat is niet zo makkelijk omdat je vaak maar tien minuten tijd hebt voor bijvoorbeeld een eenvoudige politierechterzaak, zoals een mishandeling.

Worden jullie als rechters zelf ook beoordeeld of helemaal niet?

Ja, elk jaar moeten we een functioneringsgesprek hebben met onze afdelingsvoorzitter en dat gebeurt ook. Dat was twintig jaar geleden ongekend. Toen was dat gewoon niet in Frage. Dat kon gewoon niet. Rechters waren echt autonome magistraten en gezag was toen vanzelfsprekend. Nu is er sprake van intervisie en kijken rechters met elkaar mee bij processen en vonnissen.

Er is in de afgelopen decennia veel – ten goede –  veranderd. Het is belangrijk dat we met elkaar spreken over onze taakopvatting en ons de vraag stellen wat we van elkaar mogen verwachten. Zijn we de magistraat die 24/7 in touw is of zijn we de rechter die is aangesteld voor 38 uren per week en zo nu en dan te maken hebben met overwerk?

In mijn ogen zit het ergens tussen beide uitersten in.

Heb je wel eens mis gezeten met een vonnis?

Dat zal best wel eens, maar ik ben me daar niet bewust van geweest. Ik heb weleens van een vonnis gedacht: dat had ik achteraf anders moeten doen. Soms had het beter gekund. Dat wel. Ja, elke rechter heeft dat, denk ik, wel eens.

Maak je als verdachte bij een rechter meer kans met een goede dan met een slechte advocaat? De Belgische advocaat Hans Rieder zei dat onlangs in het weekblad Humo. Zit daar iets in?

Ik hoop dat dat niet zo is omdat de strafrechter wat mij betreft uiteindelijk als een soort correctiemechanisme moet werken. Ik vind niet dat de verdachte de dupe moet worden van een slechte advocaat. Als een advocaat bijvoorbeeld een bepaald verweer (bv. noodweer) achterwege laat, terwijl je als rechter op basis van de dossierstukken van oordeel bent dat er best eens sprake zou kunnen zijn geweest van een noodweer situatie, dan dien je dat ter zitting wel aan de orde te stellen door de verdachte daar over te bevragen. Daar moet je als rechter actief in zijn en trachten te voorkomen dat dit over het hoofd wordt gezien

Laat ik het dus zo zeggen: als je een goede advocaat hebt, haal je in ieder geval het optimale uit een strafzaak. Met een slechte advocaat zou dat idealiter ook zo moeten zijn, we doen immers aan waarheidsvinding.

In Nederland hebben we te maken met jurisprudentie (rechtsopvatting en rechtsuitleg). Is jurisprudentie eigenlijk wel een goede zaak? Die kan ertoe leiden dat een wet na verloop van tijd anders uitgelegd gaat worden. Op die manier gaat een rechter op de stoel van de wetgevende macht zitten en dat mag niet volgens de Trias Politica? (Isaiah Berlin) Wat is je mening hierover ? Is dat ontoelaatbaar?

Ik vind niet dat dat kan. Soms kan het zo zijn – en dat gebeurt wel vaker – dat wetgeving niet even duidelijk is. Dat de wettekst op zich de mogelijkheid geeft om de wet op diverse manieren te interpreteren.  Dan is het uiteindelijk wel aan de rechter, en veelal de Hoge Raad, om daar een lijn in te kiezen. Als hij daarbij blijft binnen de grenzen van het artikel, en daar niet buiten treedt, gaat een rechter niet op de stoel van de wetgever zitten. Het kan wel soms zijn dat een rechter een bepaald wetsartikel zodanig uitlegt dat de wetgever zegt: maar zo hebben we het niet bedoeld. Dan zal de wet aangepast moeten worden. Dat gebeurt zo nu en dan ook wel eens.

Als verdachte kun je daar wel de dupe van worden?

Dat kan, maar soms kun je ook je voordeel eruit halen.

Volgens de Trias Politica moeten rechters onafhankelijke zijn. Als rechters echter onafhankelijk zijn, bestaat dan niet het gevaar dat ze een staat in de staat gaan vormen?

Nou ja, duidelijk is dat de rechtsprekende macht de enige staatsmacht is die zelf beslist over toelating en ontslag van deelnemers aan die staatsmacht. De toelating van rechters geschiedt op voordracht van rechters zelf: een soort coöptatie. Het ontslaan van rechters geschiedt door de Hoge Raad, dus ook door de rechtspraak zelf. De rechtsprekende macht houdt zichzelf dus in stand en kan daarmee door zijn onafhankelijke positie onder omstandigheden best wel een risico vormen. Gelukkig hebben we in  Nederland te maken met verstandige politici en rechters zodat we daar niet bang voor hoeven te zijn.

Nederland kent alleen beroepsrechters terwijl verschillende andere landen zoals België Jury-rechtspraak kennen. Zie jij iets in Jury-rechtspraak?

Nee, in mijn theater-colleges praat ik daar ook over. In ons land hebben we binnen de strafrechtspraak alleen beroepsrechters. We kennen geen lekenrechtspraak en ook geen jury’s. De mate van vertrouwen in de rechterlijke macht wordt regelmatig (nationaal en internationaal) gemeten en dan blijkt dat het vertrouwen in ons land nog steeds zeer hoog is bij het volk. Ik denk dus dat we het redelijk goed doen.

In België, met zijn Hof van Assisen, komt men ook steeds meer terug van de jury-rechtspraak omdat het een heel kostbaar rechtssysteem is. Je moet mensen uit het volk kiezen die uiteindelijk in zo’n jury-bank komen te zitten en dat is een gecompliceerd proces.

Lekenrechtspraak kan wel praktisch werken. Engeland (Magistrate Courts) en Duitsland (Schöffengerichte) kennen bijvoorbeeld een groot aantal lekenrechters die 70 tot 80 % van alle strafzaken afdoen, maar ook dat systeem kent een aantal nadelen. Ik weet niet wat beter is, maar ik krijg wel de indruk dat ons systeem effectief en efficiënt is. Als we kijken naar het aantal formatieplaatsen strafrechter afgezet tegen het aantal inwoners in ons land worden ongeveer 30.000 burgers bediend door één straf-beroepsrechter. Er is enige tijd geleden een onderzoek geweest of we leken- en jury-rechtspraak zouden moeten willen. Dat was een rapport van professor de Roos. Hij heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding is om ons systeem aan te passen.

Wat is het voornaamste doel van rechters met hun vonnis? Is dat orde scheppen, rechtvaardig zijn, resocialiseren, vergelding of een totaalpakket van dat alles?

Wat je als rechter in de kern doet, is professioneel beslissen. De strafrechter is aangesteld om te beslissen of iemand het strafbare wel of niet gepleegd heeft. Dat is in essentie het verhaal. Het heeft te maken met de zorg voor ordening en rechtvaardigheid. We willen geen Wilde Westen. Op die wijze zorg je ervoor dat niet iedereen met elkaar op de vuist gaat en er geen eigen-richting plaatsvindt. Ook herstel en veiligheid spelen een rol. Bij mensen die recidiveren wordt bijvoorbeeld regelmatig celstraf opgelegd. Zo beveiligt men de maatschappij tegen criminaliteit.

 

Nog een belangrijk doel van straffen is vergelding zodat verkeerd gedrag wordt vergolden omdat het slachtoffer en de (eventuele) nabestaanden, maar ook de maatschappij, daar recht op hebben. Uiteindelijk gaat het bij de strafoplegging altijd om resocialisatie. We gooien veroordeelden na ommekomst van hun detentie niet over de schutting. Zelfs als we levenslang opleggen, moet er aan het einde van de tunnel uitzicht zijn op vrijheid, zo zegt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Zo hadden we dat in Nederland niet geregeld. Levenslang was in ons land de facto levenslang. Inmiddels is er een nieuwe procedure waardoor meer tegemoet is gekomen aan de Europese roep.”

Resocialisatie is dus de kern. Draagt het strafrecht, met dat resocialisatie-motief in zich, daarmee dus duidelijk een sociaal aspect in zich?

Zeker. Het ideaalbeeld is dat iedereen die een strafbaar feit pleegt, uiteindelijk zonder recidive weer op een normale manier kan deelnemen aan de maatschappij.

Dat is een behoorlijk idealistisch streven?

Dat is inderdaad idealistisch want de praktijk leert helaas anders.

De derde Amerikaanse president Thomas Jefferson (1743-1826) vond dat rechters eigenlijk alleen op puur administratieve wijze schuldig of onschuldig mochten vonnissen. Ze moesten in zijn visie louter machinaal te werk gaan omdat anders rechters (minderheid) te veel invloed zouden kunnen krijgen over het volk (meerderheid) en dat was niet de bedoeling in een democratie. Het volk moest de baas blijven. Op die manier ontloop je ook jurisprudentie-kwesties met wetten die anders uitgelegd kunnen worden etc. Zou een computer of machine daarom in de toekomst bijvoorbeeld ook recht kunnen spreken ? Die hebben immers minder last van emoties, vooroordelen en menselijke tekortkomingen. Is dat dus een goed of slecht idee ?

Daar is pas geleden het een en ander over te doen geweest binnen de rechtspraak. ‘Kunnen we straks gaan werken met computers?’ was de vraag. Op het seminar dat daarover ging, was de conclusie dat dat tot op zekere hoogte kan, maar waar het gaat om de kern en het beslissen bij rechtszaken, lijkt het niet reëel. Wat wij nu echter niet reëel vinden lijken, kan in de toekomst weldegelijk gaan gebeuren. Ik ben geen visionair en weet het dus ook niet precies. Op dit moment is het nog niet aan de orde.”

Nemen rechters ook de irrationele aspecten van het leven en het onbewuste gedeelte van de psyche mee bij hun vonnis en de uitoefening van hun beroep ?

Als rechter ben je je niet altijd bewust van de processen die gaande zijn in je brein. Alles wat zich onbewust in jouw hersens afspeelt kan een factor zijn die meespeelt bij het maken van je beslissing en heeft effect bij het opleggen van een straf. Het zou geen rol mogen spelen, maar kan dat wel degelijk doen. Dat kunnen we niet uitsluiten. In dat verband is van belang dat je kritisch blijft ten aanzien van je eigen denkproces en je bewust bent van onbewuste processen.

Website Gerlof Mejer

Rechtspraak.nl

 

 

 

 

 

 

Schrijf je in voor TOEN!