Meerderheid kamer tegen bouw Historisch Museum bij Frostbrug

Een meerderheid in de Tweede Kamer is tegen de bouw van het Nationaal Historisch Museum in het centrum van Arnhem.

Een meerderheid in de Tweede Kamer is tegen de bouw van het Nationaal Historisch Museum in het centrum van Arnhem. CDA, SP, D66 en PVV willen dat het museum komt naast het Openluchtmuseum. Met zijn pleidooi voor de oorspronkelijk beoogde locatie in de bossen van Arnhem, gaat de Kamer in tegen het advies van minister Plasterk (Cultuur, PvdA). Hij uitte maandag in een brief aan de Kamer zijn voorkeur voor bouw in het stadscentrum, bij de John Frostbrug.

Gedurende het debat werd Plasterk vooral gebrek aan regie verweten. Boris van der Ham (D66) verweet Plasterk er een „ongekend zooitje” van te hebben gemaakt. „Wat een drama, wat een bende, wat een klucht, wat een nachtmerriescenario”, vond Martin Bosma (PVV). Hans van Leeuwen (SP) noemde het „moeilijk om van een betrekkelijk eenvoudige opdracht zo’n puinhoop te maken.”

Twee jaar geleden koos de minister Arnhem als vestigingslocatie voor het nieuwe NHM. Uitgangspunt destijds was dat het nieuwe museum in Arnhem-Noord, in de bossen naast het Openluchtmuseum, zou verrijzen. De directie van het nieuwe museum sprak echter al snel na de beslissing de voorkeur uit voor het centrum van Arnhem bij de John Frostbrug.

De minister bevestigde nogmaals dat hij de plek in het stadscentrum aan de rivier de beste locatie acht voor het museum. Volgens NHM-directeur Erik Schilp zal de keuze voor de locatie bij het Openluchtmuseum financiële problemen veroorzaken. „Als de Kamer er nu voor kiest om het NHM op de locatie naast het Openluchtmuseum te laten bouwen, worden we met risico’s opgescheept waar wij zelf niet voor hebben gekozen.” Schilp waarschuwt ervoor dat die risico’s kunnen oplopen tot kosten van 40 miljoen voor een parkeergarage. „We hebben een budget van 50 miljoen. Dan is er dus nog maar tien miljoen over voor de bouw van het museum. Er moet een blanco cheque komen.”

Schilp sprak over een „curieuze bemoeienis” van de Tweede Kamer. „De Kamer heeft er destijds zelf voor gepleit dat de rijksmusea moesten verzelfstandigen. Laat ze nu de rijksmusea maar weer nationaliseren, dan kunnen ze zich voortaan overal mee bemoeien.”

Formeel gezien zijn zowel de Raad van Toezicht als de directie van het NHM autonoom. De minister kan hun slechts verzoeken om in te stemmen met de wens van de Kamer. Op de vraag of de directie overweegt op te stappen als het NHM teruggaat naar de locatie bij het Openluchtmuseum wilde NHM-directeur Valentijn Byvanck geen uitspraak over doen. „Het is te vroeg om zoiets te zeggen. Daar gaan we eerst eens uitgebreid over praten met de leden van de Raad van Toezicht.”

Bron: www.nrc.nl

Meer artikelen door Redactie Historiën: