Oorlogsverslag: zaterdag 11 mei 1940

West-Europa is wakker geschud uit een lange slaap, waarin het vanaf september 1939 verkeerde. Sinds gisteren is de strijd begonnen.

De Nederlandse verdedigingslinies in mei 1940. bron: wikimedia commons

De Nederlandse verdedigingslinies in mei 1940. bron: wikimedia commons

Duitse parachutisten zijn geland in het noorden, bij Rotterdam, Den Haag en fort Eben-Emael. De hoofdaanval van de Duitsers gaat echter richting Sedan, via de Ardennen. De geallieerden verwachten echter dat de Duitse hoofdaanval in het noorden zal plaatsvinden en treffen hiervoor maatregelen.

Hoe vergaat het de 1. Panzerdivision in het zuidoosten van België? De verkeerschaos van de eerste dag en slechte planning worden gecompenseerd met flexibiliteit en vernuft. Om 9.30 uur in de ochtend komen de Duitsers bij het dorpje Neufchateau aan. Dit dorpje had voor de geallieerden geen grote betekenis, maar voor de Duitsers wel. Neufchateau ligt op de route van de Duitse hoofdaanval richting Sedan. Het dorpje en de weg richting de Franse grens vallen snel in Duitse handen. De aanwezige lichte Franse en Belgische troepen in de Ardennen worden overal overrompeld.

De Duitsers vallen dag en nacht aan. Dat kunnen ze doen omdat ze massaal antislaaptabletten innemen, die zijn uitgereikt door de legerleiding. De Franse en Belgische soldaten communiceren bovendien slecht onderling en met elkaar. De Belgen gaan er vanuit dat de Fransen de Ardennen regio zullen verdedigen en de Fransen gaan ervan uit dat de Belgen dit zelf doen. Wat ook meespeelt is dat de geallieerden het verdedigen van de Ardennen niet als een prioriteit beschouwen. De Duitsers zouden wel gek moeten zijn om door het dichtbeboste gebied aan te vallen.

De opmars gaat razendsnel. Om 18.30 uur eenheden van de 1. Panzerdivision het plaatsje Bouillon aan. Bouillon ligt in Frankrijk, aan de Frans-Belgische grens, op 14 kilometer van Sedan. Het is tevens de belangrijkste hindernis op weg naar Sedan. Doordat er nog geen infanterie aanwezig is bij Boullion, ziet de bevelhebber generaal Kirchner zich genoodzaakt om met zijn kostbare tanks aan te vallen. In de ogen van de Duitse tankcommandanten zijn tanks eigenlijk niet bedoeld om mee aan te vallen, maar om na een doorbraak mee in de diepte (achter de vijandelijke linies) te rijden. Kirchner vindt dat hij geen andere keuze heeft, omdat hij niet op de infanterie wil wachten. Hij neemt dus een tactische (kleinschalige) onvolkomenheid op de koop toe om een strategische (grootschalige) overwinning te kunnen boeken. Snelheid gaat boven álles volgens de Duitsers.

De Fransen blazen op tijd de bruggen rondom Boullion op, dus de Duitsers moeten zelf een brug bouwen, er één repareren of door het water van de rivier de Semois. Om 19.15 lukt de Duitsers om een compagnie aan de overkant van de rivier te krijgen. Die wordt echter meteen onder artillerievuur genomen en komen in de val te zitten (het is lastig om weer terug over de rivier te geraken). Ook andere Duitse eenheden die de stad naderen worden weggejaagd door het Franse artillerievuur. Hierop moeten de Duitsers terugtrekken en hergroeperen.

Om 21.30 uur nemen de Fransen het onbegrijpelijke besluit om het knooppunt Bouillon vrijwillig te ontruimen! De Duitsers weten dat niet en bereiden een aanval op het dorpje voor. Die zal morgen plaatsvinden.

Even ten noorden van Bouillon lukt het de Duitsers vlak voor middernacht om bij het plaatsje Mouzaive een kleine brug in te nemen. Ook hier betreft het een niet-geplande gok om te kijken hoe sterk de verdediging daar is (de Duisters zoeken de weg van de minste weerstand). Dat heeft een kettingreactie tot gevolg. De Franse 5e Lichte Cavaleriedivisie en de 3e Spahi-Brigade (Marrokaanse ruiters) die het gebied moeten bewaken, raken in paniek, omdat ze bang zijn dat de Duitsers hen zullen omsingelen. Hierdoor stort het hele Semois-front ineen. De Fransen krijgen het bevel om zich terug te trekken. De Duitsers kunnen nu ongestoord de rivier, het laatste obstakel op weg naar Sedan, oversteken en verder richting de Maas doorstoten.

Nederland

In Nederland was de Wehrmacht inmiddels de Maas overgestoken.

Noord-Brabant

Ook de tweede oorlogsdag begint vroeg. Om 4.50 uur overschrijden de eerste Duitse tanks van de 9e Panzerdivision de Maas, bij Gennep. Oponthoud ondervinden de Duitsers bij hun opmars vooral door de beperkte capaciteit van het wegennet, niet door de Nederlandse verdedigers. Door de files wordt Volkel (waar toen nog geen vliegveld lag) pas om 8.20 bereikt (de Duitsers legden dus slechts 20 kilometer af in vier uur!).  Von Bock ergert zich aan de vertragingen en besluit zelf naar Mill en Gennep af te reizen om daar persoonlijk poolshoogte te nemen. Daar stelt hij met zijn officieren vast dat de 9. Panzerdivision voorrang moet krijgen op het overige verkeer, omdat die zo snel als mogelijk richting Moerdijk moet. Ook hoort hij dat de Fransen in aantocht zijn (richting Antwerpen en Breda). Die troepen vormen een bedreiging voor de parachutisten bij Moerdijk. Hij verzoekt de Luftwaffe om deze colonnes te bombarderen. Von Bock heeft er vertrouwen in dat zijn 9. Panzerdivision eerder in Moerdijk zal zijn dan de Fransen. Aan het einde van de ochtend krijgt von Bock het bericht dat het fort Eben-Emael (België) in Duitse handen is gevallen. Ten behoeve van de 4. Panzerdivision zijn inmiddels bruggen over de Maas geslagen en die tankdivisie kan beginnen aan haar opmars via Tongeren.

Von Bock besluit zijn reserves in het zuiden in te zetten, in Noord-Brabant, omdat in het noorden, bij de IJssel (de Nederlanders hebben de bruggen over de IJssel tijdig verwoest) en het Apeldoorns Kanaal nog weinig vorderingen worden gemaakt en hij er nu (in tegenstelling tot wat was aangenomen) van uitgaat dat Nederland de Grebbelinie hardnekkig zal verdedigen.  De Nederlandse opperbevelhebber generaal Winkelman wil deze dag toch op minstens één plek het initiatief van de Duitsers overnemen om de verbinding met het Franse leger veilig te stellen. Winkelman hoopt erop dat de Fransen helpen om Noord-Brabant te verdedigen, maar heeft hierover nog geen afspraken gemaakt met het Franse opperbevel.

Om 12.00 uur heeft Winkelman telefonisch contact met de commandant van de Peeldivisie in Noord-Brabant, kolonel Schmidt. Schmidt had contact gelegd met de Fransen en er is een gezamenlijk verdedigingsplan gemaakt. Schmidt zal met zijn divisie stelling nemen tussen ’s-Hertogenbosch en Tilburg. Ten zuiden hiervan zullen Belgische en Franse troepen de verdedigingslinie doortrekken richting (het oosten van) Turnhout. De Fransen zullen echter drie tot vier dagen (!) nodig hebben om zich van Vlaanderen naar Brabant te verplaatsen. Dit nieuws wordt als geruststellend ervaren op het AHK. Ter plaatse lukt het Schmidt echter niet om concrete, werkbare afspraken te maken met de Fransen. De Duitsers besluiten namelijk meteen gebruik te maken van de hun doorbraak en door te stoten richting de Zuid-Willemsvaart, die hierdoor onverdedigbaar is geworden. Vervolgens lukt het de Duitsers al in de avond van 11 mei om Vught en Moergestel te bereiken, vlak voor ’s-Hertogenbosch en Tilburg! Met andere woorden: de Duitsers vallen sneller aan dan de Nederlanders kunnen terugtrekken, laat staan een effectieve verdedigingslinie kunnen opwerpen tussen ’s-Hertogenbosch en Tilburg. En de hulp van de Fransen dreigt veel te laat te komen.

De snelheid waarmee de Duitsers aanvielen werd schromelijk onderschat; de geallieerden dachten in dagen, terwijl de Duitsers in uren en minuten dachten.

Verontrustend is de mededeling aan het AHK dat Schmidt de greep op zijn troepen bijna volledig kwijt is. Als de Peeldivisie haar positie in de nieuw te maken verdedigingslinie niet kan innemen, ontstaat er een gat in de verdediging waardoor de Duitsers richting Moerdijk kunnen doorstoten… . Winkelman verzoekt om die reden de Engelsen om twee divisies te landen in Zeeland. Bij de Fransen dringt hij erop aan om zo snel mogelijk krachtig door te stoten naar Brabant (en opnieuw om de luchthaven Waalraven vanuit de lucht te bombarderen).

Het AHK heeft een troebel beeld van de geallieerde samenwerking in Brabant, Zeeland en Vlaanderen. Om 14.15 uur krijgt men geen verbinding meer met Schmidt. De strategische situatie is stabiel, zo dacht men. Winkelman weet niet dat de terugtrekkende Peeldivisie inmiddels in grote wanorde verkeert; van een militaire eenheid is geen sprake meer.

De Fransen slaan dit met grote verbijstering gade en noemden de Nederlanders “les Boches du nord, les traîtes” (de smerige moffen van het noorden, de verraders). Nederland heeft overigens ook niks aan de hulp van de Fransen. De Franse opperbevelhebber besluit zijn eenheden niet verder dan Breda te laten trekken, om Antwerpen een Zeeland te verdedigen. Noord-Brabant wordt dus aan zijn lot overgelaten.  En ook de Duitsers zijn verbaasd. Zij snappen niet dat ze zo makkelijk door de sterk geachte Peellinie kunnen breken.

Uiteindelijk waren de Duitsers in staat om elke hindernis te nemen, zoals hier met behulp van een pontonbrug. bron: wikimedia commons

Uiteindelijk waren de Duitsers in staat om elke hindernis te nemen, zoals hier met behulp van een pontonbrug. bron: wikimedia commons

Vesting Holland

De Lichte Divisie begint deze ochtend met haar aanval op het vliegveld Waalraven bij Rotterdam. Commandant Van der Bijl meldde rond 10.00 uur echter dat zijn soldaten zich moeten terugtrekken onder Duitse druk. En ook de aanvallen op de bruggen bij Dordrecht worden door de Duisters afgeslagen. De Lichte Divisie wordt om die redenen richting Dordrecht gedirigeerd om de Duitse posities daar op te ruimen en vanaf de andere kant Waalraven aan te kunnen vallen. Hopelijk kan de Lichte Divisie morgen Waalraven heroveren.

Om 11.00 uur brengt Winkelman een bezoek aan de bevelhebber van de Vesting Holland generaal Jan van Andel. De situatie in de vesting is stabiel. De Duitse parachutisten bij Den Haag vormen geen bedreiging meer, maar de situatie bij Dordrecht, Rotterdam en Moerdijk verbetert niet. De landingen bij Rotterdam zijn de grootste zorg. Uit tellingen van het aantal gelande vliegtuigen kan men concluderen dat er ongeveer 6.000 Duitse soldaten zijn geland (in werkelijkheid waren dit er ongeveer 3.500). Ook worden er de hele dag door meldingen gemaakt van parachutisten, schietpartijen en activiteiten van collaborateurs of Duitsers in burgerkleding. Vaak is dit laatste loos alarm, maar het put de patrouillerende troepen wel uit.
Door de verliezen die de Duisters lijden bij de luchtlandingen kunnen ze niet de geplande 10.000 soldaten afzetten.

Grebbelinie

Verder komen er berichten binnen van Duitse soldaten die het Apeldoorns Kanaal zijn gestoken. Bovendien maakt de voorpostenstrook van de Grebbelinie contact met de voorhoede van de vijand. Deze zwak verdedigde voorpostenstrook kan eenvoudig door de Duitsers worden opgerold (deze werd vanaf 2.00 uur door de Duitse artillerie onder vuur genomen). De verbindingen zijn slecht waardoor de eenheden niet wisten wat er gaande was en geen essentiële artilleriesteun konden aanvragen. Dit leidt tevens vaak tot te vroeg of te laat terugtrekken. Het helpt ook niet dat de soldaten pas op 8 mei (dus twee dagen voor de Duitse aanval!) begonnen waren met het kappen van bomen om het schootsveld vrij te maken. Nu liggen er overal omgehakte bomen, die de Duitse aanvallers goed kunnen gebruiken om achter te schuilen. Om 17.30 uur valt de laatste voorpostenstrook in Duitse handen.

In de avond bericht de commandant van het Veldleger Van Voorst tot Voorst dat ‘zwakke’ Duitse eenheden de voorposten van de Grebbelinie hebben veroverd (hij had geen idee van de sterkte van deze eenheden) en dat de linie onder artillerievuur lag. In de nacht zou een tegenaanval worden ondernomen om de voorposten te heroveren. De commandant waarschuwt dat als het verzet in de voorposten een indicatie is voor de algehele verdediging, de Grebbelinie zou vallen.

Generaal-majoor Jacob Harberts (de commandant van het IIe Legerkorps dat de Grebbeberg bewaakte) is zelfs zo teleurgesteld in het “lafhartig” optreden van enkele eenheden dat hij een krijgsraad voorbereidt om een “afschrikwekkend voorbeeld” te stellen. Hij houdt geen rekening met het feit dat de stellingen niet zijn afgebouwd, de slechte verbindingen en de sterkte van het Duitse leger.

De eerste aanvalsdag werd nog gekenmerkt door Duitse vertragingen en verkeersopstoppingen, de tweede dag komt de Duitse aanval goed op gang. De Duitsers worden geholpen door de verdedigende strategie van hun tegenstanders, die bij de minste of geringste weerstand eenheden terugtrokken. Zo wordt de weg vrijgemaakt voor nieuwe Duitse aanvallen in het binnenland.

Lees ook de verslagen van:

[bol_product_links block_id=”bol_5550755035d46_selected-products” products=”9200000036222392,9200000039855108,9200000006899852,9200000036516299,1001004011858907,1001004002133183″ name=”mei 1940″ sub_id=”” link_color=”E94C00″ subtitle_color=”E94C00″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E94C00″ deliverytime_color=”C20318″ background_color=”FFDF80″ border_color=”E94C00″ width=”600″ cols=”3″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Erlend van Ark

Erlend van Ark is historicus, docent en schrijver. Hij is geboren in 1977 en opgegroeid in het Noord-Hollandse Middelie. Na de middelbare school heeft hij eerst een bachelor Bank- en Verzekeringsleer gehaald en daarna is hij in 2000 Geschiedenis gaan studeren (UvA) en heeft hij de eerstegraads docentenopleiding (VU) afgerond. Na een aantal jaren gewerkt te hebben als geschiedenisdocent en docent Bestuurskunde kwam de uitgever I-Publish op zijn pad. Inmiddels is zijn eerste boek, over de Eerste Wereldoorlog, gepubliceerd en werkt hij aan zijn tweede, over de Tweede Wereldooorlog. Daarnaast is hij als freelance docent verbonden aan diverse onderwijsinstellingen en heeft hij werk als content schrijver en blogger. Erlend heeft een relatie met Irene Buzzoni en woont in Purmerend.

More Posts

Schrijf je in voor TOEN!