Mei 1940: feiten en misverstanden

Op 10 mei 1940 valt het Duitse leger Nederland binnen. Nederland moet na enkele dagen trijd capituleren. Erlend van Ark gaat in op een aantal hardnekkige misverstanden over deze aanval. 

‘Quos vult perdere, dementat!’ (Zij die je wilt verderven, sla je met waanzin!)

Gek genoeg zal voor de meesten van jullie het verhaal over de Duitse aanval van mei 1940 op Nederland, België en Frankrijk voor een groot deel onbekend zijn. Dat komt omdat er nog steeds veel misverstanden bestaan over de aanval. Zo denken velen nog dat Duitsland met overweldigende middelen aanviel, en een weldoordacht Blitzkrieg-plan had. Ook is het vreemd dat er maar beperkt aandacht is voor deze bizarre en revolutionaire campagne (in vergelijking met andere episodes uit de Tweede Wereldoorlog). De korte oorlog leverde Duitsland de grootste militaire overwinning in de geschiedenis op en had dramatische gevolgen voor de bevolking van Europa.

Gekkenwerk

Iemand die veel geschiedenis leest, valt altijd van de ene in de andere verbazing. Dat geldt in extremis voor het begin van de Tweede Wereldoorlog. Als Engeland en Frankrijk op 3 september 1939 Duitsland de oorlog verklaren, is het Duitse leger verwikkeld in een oorlog met Polen (dat was voor Engeland en Frankrijk de aanleiding om Duitsland de oorlog te verklaren). Als je naar de krachtsverhouding kijkt van beide legers, is het onbegrijpelijk dat Frankrijk Duitsland niet meteen aanvalt. Dan was de Tweede Wereldoorlog waarschijnlijk al afgelopen vóór 1940.

Door de bepalingen van het Verdrag van Versailles (1919) was de uitrusting van de Wehrmacht deplorabel! Door de aanval op Polen was de munitie bijna op en waren 50% van alle voertuigen onbruikbaar geworden. Duitsland had ongeveer 1.500 tanks, Frankrijk ruim twee keer zoveel. Duitsland had nog geen 1,8 miljoen soldaten volledig opgeleid, Frankrijk ruim 6 miljoen! Duitsland was dus zeer blij met de verdedigende strategie van de Fransen. Het kon proberen in korte tijd de achterstand nog enigszins in te lopen. Tussen oktober 1939 en mei 1940 werden bijvoorbeeld nog bijna 900 Duitse tanks gefabriceerd (die overigens van inferieure kwaliteit waren ten opzichte van die van de Fransen en Engelsen).

Het plan

Bovendien was er nog geen Duits aanvalsplan voor West-Europa. Hitler rekende namelijk niet op oorlog, hij was compleet verrast en wist niet wat te doen. In het Duitse kamp was men ervan overtuigd dat Duitsland deze oorlog nooit kon winnen. Zelfs de oorlogsminnende Duitse Generale Staf zag een oorlog niet zitten. Duitse generaals spoorden Hitler aan om vrede te sluiten door fantasieloze aanvalsplannen in te leveren. Hitler was razend en radeloos. De aanval zou in totaal 29 keer moeten worden uitgesteld.

Hilter

Hitler met een aantal van zijn generaals. bron: wikimedia commons

Om te kunnen winnen van Frankrijk, Engeland (dat zijn leger naar het continent bracht), België en Nederland (dat in tegenstelling tot 1914 wél zou worden aangevallen) moest Duitsland onverantwoorde risico’s nemen. Alle gangbare ideeën over militaire strategie moesten overboord. Een probleem daarbij is dat militaire organisaties niet bekend staan om hun vooruitstrevendheid. De conservatieve meerderheid van de Duitse generaals lieten geen veranderingen toe. Generaal Erich von Manstein, die een revolutionair plan had dat zou kunnen werken, werd weggepromoveerd naar het oosten.

Maar Manstein regelde een privéontmoeting met de Führer en kon zo, alsnog zijn ideeën kwijt aan Hitler. Die was meteen enthousiast: eindelijk een plan dat kon slagen! Ook het gokelement (alles-of-niks) was helemaal naar zijn smaak. Hitler gaf zijn legerstaf – die het plan niet zag zitten – de opdracht dit plan uit te werken, ondanks het feit dat hij zelf de strategische implicaties van het plan niet snapte.

Het plan spotte met alle militaire wetten van zijn tijd. De meeste militairen hadden nog een trauma van de Eerste Wereldoorlog, waarin vuurkracht het won van beweging. Om de patstelling te doorbreken zou Duitsland met onafhankelijk (van de infanterie) opererende tankdivisies aanvallen. Dat was nog nooit op dergelijke schaal gedaan. Het Duitse leger moest in vier dagen de Maas over zijn, terwijl daar normaal gesproken twee weken voor stonden. De tanks moesten bovendien door de Belgische Ardennen, waar weinig wegen waren en als ook maar één geallieerd verkenningsvliegtuig de tanks zou zien, was de zaak verloren. Het plan ging er tevens van uit dat het Franse en Britse leger naar het noorden zou trekken, richting Breda, zodat een gat zou ontstaan tussen de Maginotlinie (de Franse verdedigingswerken aan de Duitse grens) en het mobiele geallieerde leger. De Duitse tanks zouden precies in dat gat moeten springen.

Het belangrijkste bezwaar van von Manstein tegen de eerdere plannen was dat de Duitse hoofdmacht precies op de geallieerde hoofdmacht in België zou stuiten. Von Manstein wilde juist de Duitse hoofdmacht laten aanvallen waar de geallieerden het zwakste waren.

Snelheid en verrassing waren de essentiële componenten van het aanvalsplan. Het Duitse leger was in drieën verdeeld. De versterkte Heeresgruppe A (met zeven tankdivisies) was belast met de hoofdaanval. Heeresgruppe B (drie tankdivisies) was belast met de aanval op Nederland en België en Heeresgruppe C zou de grenzen verdedigen. De hoofdaanval ging richting Sedan (Noord-Frankrijk).

Aanpassingen

Slechts 10% van het Duitse leger was volledig gemotoriseerd (16 van de 157 divisies, waarvan 10 tankdivisies). De rest van het leger moest letterlijk achter de motorvoertuigen aansjokken. Dus het Duitse leger was totaal niet uitgerust voor een dergelijke onderneming. De helft van de 4 miljoen Duitse soldaten had een militaire spoedcursus van slechts enkele weken achter de rug en de gemiddelde leeftijd van een Duitse militair lag vrij hoog: een vierde van de Duitse soldaten was ouder dan 40. Veel Duitse soldaten kregen geweren uit de Eerste Wereldoorlog uit gebrek aan moderne wapens, er waren ook onvoldoende uniformen, helmen en eetgerij.

Daarnaast wees de Duitse Generale Staf al de revolutionaire ideeën van de hand. Het enige wat van het plan over bleef was de aanvalsrichting (Sedan) en de onafhankelijke tankdivisies (die volgens het idee van de Generale Staf níet onafhankelijk van de infanterie mochten opereren). De Duitse tankcommandanten, met Heinz Guderian voorop (en de toen nog relatief onbekende generaal Erwin Rommel) zagen wél wat in het Blitzkrieg-plan van von Manstein, maar zij konden de rest van de wereld niet overtuigen, nog niet.

Geallieerde plannen

Het Duitse aanvalsplan was zo idioot, dat de geallieerden het zelfs niet geloofden toen zij de plannen in handen kregen. Op 10 januari 1940 stortte een Duits vliegtuig met de plannen aan boord neer op Belgische bodem. Toen de geallieerde generaals de plannen zagen dachten ze dat het ongeluk een Duitse truc was om de geallieerden te misleiden.
De geallieerden rekenden op een Duitse hoofdaanval via Nederland en het noorden van België richting Frankrijk. De Frans-Duitse grens was volledig afgeschermd door de Maginotlinie, dus het enorme Frans-Engelse leger zou via Noord-Frankrijk de Duitse hoofdmacht tegemoet treden en vernietigen. Dit in combinatie met een Engelse zeeblokkade zou Hitler tot onderhandelen moeten dwingen. Het was een puur defensieve strategie, gebaseerd op de gangbare militaire ideeën die voortkwamen uit de Eerste Wereldoorlog.

Nederland

Nederland was een zijtoneel. De Duitsers gebruikten Nederland als afleidingsmanoeuvre door hier ter plaatse veel (in 1940 hypermoderne) parachutisteneenheden in te zetten en druk radioverkeer te veinzen. De Duitse Generale Staf rekende erop dat Nederland in vier dagen zou worden verslagen, misschien zelfs eerder. Want er zou geprobeerd worden om met parachutisten het regeringscentrum aan te vallen, om het kabinet en de koningin gevangen te nemen. Ondertussen moesten de bruggen bij Moerdijk, Dordrecht en Rotterdam (de ingang in de Vesting Holland, de belangrijkste Nederlandse verdedigingslinie) ingenomen worden, ook met parachutisten. Een Duitse tankdivisie zou oprukken via Noord-Brabant richting Moerdijk en daar het lot van ons land bezegelen.

Nederland was goed voorbereid op een Duitse aanval, hoewel het natuurlijk nooit Duitsland buiten de deur kon houden. Het leger was vanaf september 1939 gemobiliseerd en de Nederlandse Generale Staf onder leiding van generaal Henri Winkelman rekende op een Duitse aanval. Nederland had in de jaren dertig veel geld geïnvesteerd in het leger, ondanks de economische crisis (vanaf 1929). Wel was het geld voornamelijk gegaan naar forten en verdedigingswerken in plaats van dat er geïnvesteerd werd in mobiliteit. Nederland had bijvoorbeeld maar één tank en één divisie (de ‘Lichte Divisie’) die mobiel kon worden ingezet. De rest van het Nederlandse leger, in totaal bijna 300.000 man sterk, werd voornamelijk toegewezen aan de verdedigingswerken en was dus in feite gebonden aan één plek. Er was wel nog een kleine strategische reserve binnen de Vesting Holland.

vesting_holland

Vesting Holland. bron: wikimedia commons

 

De verdediging van ons land draaide om het verdedigen van het regeringscentrum en belangrijkste steden in het westen. Hiertoe was de Vesting Holland gebouwd. De noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe werden vrijwel onverdedigd gelaten. Wel werden er stellingen bij de Afsluitdijk (in 1932 voltooid), bij Kornwerderzand gebouwd en bemand.

De grens met Duitsland en Noord-Brabant werden slechts met lichte troepen bewaakt. De Maas en IJssel vormden de ideale geografische obstakels waarachter het Nederlandse leger diverse verdedigingslinies bouwde, zoals in Noord-Brabant de Maaslinie en Peel-Raamstelling. In het midden van ons land lagen de Grebbelinie (ter hoogte van Amersfoort) met daarachter de Nieuwe Hollandse Waterlinie (ter hoogte van Utrecht). Hier werd het merendeel van het Nederlandse leger gepositioneerd.
Het Nederlandse leger was in volle staat van paraatheid gebracht in september 1939. Het was wachten op wat komen zou. Nadat diverse meldingen van een op handen zijnde Duitse aanval loos alarm bleken, was het op 10 mei 1940 zover. Ruim acht maanden (!) na de oorlogsverklaringen begon de Duitse aanval.

Lees ook:

[youtube]https://www.youtube.com/watch?v=w3cdL3erlew[/youtube] [bol_product_links block_id=”bol_554f28a9c9de7_selected-products” products=”9200000035796405,9200000006899852,9200000007376971,1001004001506067,9200000026168159″ name=”bezetting” sub_id=”” link_color=”E94C00″ subtitle_color=”E94C00″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E94C00″ deliverytime_color=”C20318″ background_color=”FFDF80″ border_color=”E94C00″ width=”314″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″] [bol_product_links block_id=”bol_554f2f7d64419_selected-products” products=”1001004006869648,9200000040271911,1001004002482895″ name=”Tweede Wereldoorlog” sub_id=”” link_color=”E94C00″ subtitle_color=”E94C00″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E94C00″ deliverytime_color=”C20318″ background_color=”FFDF80″ border_color=”E94C00″ width=”250″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Erlend van Ark

Erlend van Ark is historicus, docent en schrijver. Hij is geboren in 1977 en opgegroeid in het Noord-Hollandse Middelie. Na de middelbare school heeft hij eerst een bachelor Bank- en Verzekeringsleer gehaald en daarna is hij in 2000 Geschiedenis gaan studeren (UvA) en heeft hij de eerstegraads docentenopleiding (VU) afgerond. Na een aantal jaren gewerkt te hebben als geschiedenisdocent en docent Bestuurskunde kwam de uitgever I-Publish op zijn pad. Inmiddels is zijn eerste boek, over de Eerste Wereldoorlog, gepubliceerd en werkt hij aan zijn tweede, over de Tweede Wereldooorlog. Daarnaast is hij als freelance docent verbonden aan diverse onderwijsinstellingen en heeft hij werk als content schrijver en blogger. Erlend heeft een relatie met Irene Buzzoni en woont in Purmerend.

More Posts

Schrijf je in voor TOEN!