Mondialisering van de sport

In één van de meest interessante colleges van de reeks ging Maarten van Bottenburg in op de mondiale verbreding van de sport en ook wel de uiteenlopende poulariteit van sport zoals hij dat in zijn boek Verborgen Competitie ook deed.

In één van de meest interessante colleges van de reeks ging Maarten van Bottenburg in op de mondiale verbreding van de sport en ook wel de uiteenlopende poulariteit van sport zoals hij dat in zijn boek Verborgen Competitie ook deed. In het college keek hij naar drie zaken: De mondialisering zelf: sport is overal hetzelfde met dezelfde regels en gewoonten. De overgang van lokale vermaken tot sport, welke mechaniek zat daarachter ? Kijken naar de afzonderlijke sporten

Mondialisering van de sport – Inleiding
In de wereld is er sprake van een zogenaamd wereldsportstelsel. Sport is over de hele wereld gestandaardiseerd. Dit geeft onder meer het idee dat men leeft in een global village. Wanneer men mondialiseringsliteratuur bestudeert ontdekt men toch vaak dat het een hoop geblabla is met veel zware begrippen, een filosofisch bouwwerk. Bovendien is er vaak sprake van localisation tegenover de globalisation. De spanning tussen internationale en lokale ontwikkelingen blijft sterk. Maar hoe ging het nou in z’n werk ? We kijken naar de media en een bepaalde cultuur.Uitgangspunt: Er is een wereldsportstelsel. Iemand die bekend is met een sport in een land kan in alle landen mee doen. De regels en de symbolen zijn overal hetzelfde. Overal ter wereld denkt men hetzelfde over sport. Hoe kon dit nou ontstaan ?

Antwoord: Dit komt door de ontwikkelingen in de 19de en 20ste eeuw, hiervoor was zo’n wereldsportstelsel ondenkbaar.

Begripsgeschiedenis
Voor 1800 werd het woord sport alleen in de Angel-saksische landen gebruikt, in 1828 kwam de term in Duitsland voor en pas na 1866 in Nederland. Het begrip was in het begin heel vaag, het had te maken met Engels. En iemand die aans port deed verrichtte uiteenlopende activiteiten met hartstocht. Behalve de activiteit werd het begrip ook gekoppeld aan de weddenschappen of aan een bepaalde manier van gedragen. Toen het begrip werd geïntroduceerd in Nederland was het dus een vaag begrip. Daarom was het onduidelijk was het precies betekende en werd het begrip aan bepaalde activiteiten wel of niet gekoppeld. Men zag sport als een nieuwe activiteit tegenover de oude lokale vermaken. Men probeerde Engeland na te doen. Dus sport werd in het buitenland synoniem met de activiteiten die Engeland populair waren en niet met de lokale activiteiten.

Opkomst van de moderne sporten
De breuk ligt dus in de periode 1800-1900. Daarvoor had je te maken met op sport lijkende activiteiten met eigen of geen regels. Daarna kwam de moderne sport op. Dit had tot gevolg dat veel op sport lijkende activiteiten gereglementeerd en gestandaardiseerd werden maar er vielen ook heel wat activiteiten buiten de boot en deze zijn lokaal en zonder regels gebleven. Kenmerken van deze op sport lijkende activiteiten waren:

  • Geen echte standaard of reglementering
  • Geen wedstrijden
  • Geen arbiter
  • Gebonden aan lokale gewoonten

In de lagere kringen in de regio was er geen behoefte aan standaarden en regels. In de hoogste kringen vond men dit wel belangrijk zodat men op interregionaal of zelfs internationaal niveau kon wedijveren. Er waren allerlei gebeurtenissen in de 19de eeuw die mogelijk maakten.

  • Verbeterde infrastructuur
  • Opkomst van de (nationale) media
  • Betere communicatie (en sneller)
  • Nationalisme

In deze context moet je de opkomst van de moderne sport plaatsen. Voorbeeld: nationale competitie werd mogelijk door de verbeterde infrastructuur.Deze modernisering begon in Engeland waar clubs werden opgericht die volgens standaard regels werkten. Toen dit eenmaal een feit was gebeurde dit over heel Europa in de tweede helft van de 19de eeuw. In drie decennia vanaf 1870 kreeg je bijvoorbeeld achtereenvolgens: de eerste voetbalclub, de overkoepelende nationale club en de FIFA. Dit zijn snelle ontwikkelingen die alleen maar mogelijk waren door de bovengenoemde gebeurtenissen in de 19de eeuw.Mondialisering van de sport
Waarom werd de sport zo snel geinternationaliseerd ? Dit had te maken met andere ontwikkelingen van die tijd. Er was concurrentie op alle gebieden en ook heel veel contacten. Engeland nam hierin het voortouw in de 19de eeuw en begin 20ste eeuw. Zij had militaire en koloniale contacten en ook heel veel handelscontacten. Deze contacten zorgden ook voor de verspreiding van de Engelse sporten. Rond 1850 zorgde Engeland voor de wereldwijde verspreiding van de gereglementeerde sporten zoals voetbal, tennis, rugby en hockey.Duitsland nam hierna de fakkel over toen deze aanhet einde van de 19de eeuw en tot aan de Eerste Wereldoorlog de concurrentie aan ging met Engeland. Duitsland zette zich af tegen Engeland en kwam met alternatieve modellen. Gymnastiek en turnen werden als nuttiger beschouwd dan de balsporten die in Engeland zo populair was. Duitsland zorgde voor de verspreiding van deze sporten in Europa.

Rond dezelfde tijd ontwikkelden in de V.S. andere alternatieve sporten zoals honkbal, volleybal en basketball. Deze sporten verspreiden en ontwikkelden zich heel sterk in de gebieden die onder invloed van de V.S. stonden (Filippijnen, Cuba, Midden-Amerika) en zouden vanaf het Interbellum ook grotere aanhang gaan krijgen in Europa en de rest van de wereld. In de jaren 1970 tot en met de jaren 1990 kwamen daar ook sporte bij zoals joggen, surfen en beach-volleybal.

Het laatste land dat haar stempel op de sport in de wereld heeft gedrukt is Japan. Deze zorgde in de jaren ’70 en ’80 voor de verspreiding van Japans-Aziatische sporten in de wereld.

Een opvallende historicus ziet in deze vier landen een lijn die overeen komt met de politiek en economie van de 19de en 20ste eeuw: De verspreiding van de sporten is afhankelijk van de internationale machtsverhoudingen

De kracht erachter
Het waren vooral kosmopolitische jongeren die de Britse sporten als eerste overnamen. Mensen zoals Pierre Coubertin en Pim Mulier. Deze mensen introduceerden de Britse sporten in Europa. Coubertin nam later het initiatief tot het organiseren van de Olympische Spelen, Mulier richtte de allereerste voetbalclub in Nederland op en zorgde voor de moderne variant op de Elfstedentocht.

De uiteenlopende populariteit van de sporten
Nieta lle sporten komen overal evenveel voor. Voetbal is bijvoorbeeld een vrij internationale sport, maar rugby is weer typisch Engels en Nieuw-Zeelands, Football en honkbal zijn typische sporten uit de V.S., korfbal is alleen in Nederland populair en crickett wordt voornamelijk gespeeld in Engeland, Pakistan en India. Hoe komt dit ?
Je moet kijken naar hoe de sporten van de landen van herkomst naar de andere landen zijn gekomen (mondialisering)
Hoe ging het daarna verder met de sport ? (nationale verbeiding)
Deze twee processen lopen uiteraard niet synchroon , terwijl in een land een sport al helemaal verbreid is kan het voorkomen dat de sport in een ander land nog helemaal niet bekend is. Sport heeft een sociale herkomst. Bij de herkomst wordt uitgegaan van de standaardisering van de regels en de cultuur.Tennis wordt bijvoorbeeld als een moderne Engelse sport is terwijl het al veel ouder was.

We kijken weer naar de vier landen van herkomst:
Engeland – Duitsland – V.S. – Japan

Ieder land heeft zijn eigen nationale of lokale vermaken/sport maar deze zijn niet allemaal internationaal doorgebroken. Welke sporten doorbraken en welke niet hing af van de mensen die de sport verspreidden (zakenmensen, militairen, onderwijzers) en de mensen uit de adoptielanden zelf (zakenlieden en kosmopolitische jongeren)

Er is weinig bekend over de veelzijdige ontwikkeling van deze mondialisering. Het is misschie handig om het wereldsysteem van Wallerstein er bij te pakken.

Deze gaat uit van een kernland of kernlanden met een invloedsfeer. Verder is er een semi-periferie en een periferie.

Dit is het patroon: de meeste sporten ontstaan of worden gereglementeerd in de kernlanden, waarna ze verspreid worden over de semi-periferie en later ook over de periferie. De ontwikkeling ging vaak van de rijke landen naar de armere kun je ook wel zeggen. En eerst in steden en daarna ook de rest van het land.

In de Engelse koloniën waren andere sporten populair dan in de landen waar intensieve handelscontacten mee waren. Dit kwam omdat in de Engelse koloniën de bestuurders sporten beoefenden die pastten in het public-school systeem (rugby, crickett, hockey), de elitaire sporten zeg maar. Terwijl zeelieden en handelaren hele andere sporten beoefenden en meebrachten naar de landen waar zij op handelden. Voetbal was bij deze groep mensen populair.

Dit verklaart onder andere waarom voetbal in Zuid-Amerika zo populair is (Engeland handelde hier intensief mee).

In India was de afstand tussen bestuurders en de inheemse bevolking niet groot. Indiërs konden gemakkelijk mee doen aan de elite sporten. Dit verklaart waarom crickett en hockey in India en Pakistan nu enorm populair zijn.

In Afrika was de afstand tussen de bestuurders en de inheemse bevolking heel groot. De inheemse bevolking werd buitengesloten (muv de militaire en/of politieke tak waar wel georganiseerd gesport werd) voetbal werd hier dus populairder.

Bij het overnemen van de sporten werden ook de regels en de cultuur overgenomen. (sfeer, omgangsvormen, kleding)

Meer artikelen door Philip Vos:

Philip Vos heeft tussen 1994 en 2003 geschiedenis gestudeerd aan de lerarenopleiding in Utrecht (Hogeschool van Utrecht) en aan de Universiteit van Amsterdam (Nieuwe geschiedenis). In 2003 studeerde hij af op het onderwerp "De buitelandse politiek van Nederland aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. 1899-1914"). Tijdens en na zijn studie heeft hij diverse werkzaamheden verricht voor onder andere:Academic Service, Kennisnet, Nijgh Versluys, EPN, Algemene Vereniging Schoolleiders en Histocasa.