Nederlandse letterkunde voor dummies is een leesbaar boek die de geschiedenis en de achtergronden van de literatuur helder weergeeft.
Een prinses krijgt altijd de volle aandacht. Je mag je als uitgever de koning te rijk voelen als niet één, maar twee prinsessen samen staren naar een zelfde bladzijde uit een nieuwe uitgave. Dit gebeurde op 23 februari 2006 toen prinses Maxima en Mathilde het eerste en laatste deel van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur kregen. De prinsessen, van wie een Spaans en de nader Franstalig is opgevoed, staan op de foto geïnteresseerd te kijken.
Leesbaar
Of zij echter aan de hand van juist dit werk de liefde voor de Nederlandse letteren zullen gaan voelen, valt te betwijfelen. De inhoud van het laatste deel werd in De Volkskrant (24 februari 2006) namelijk omschreven als ‘dunne soep’ doordat auteur Hugo Brems “zich heeft aangeleerd helemaal niets wezenlijks uit te spreken.” Misschien kan Maxima zich beter verdiepen in Nederlandse letterkunde voor dummies. Dit is leesbaarheid een stuk toegankelijker. Het boek is chronologisch opgesteld.
Historiografie Nederlandse literatuur
De middeleeuwse periode wordt beschreven van tekst tot tekst, de nieuwe tijd van schrijver tot schrijver. Alvorens aan die perioden te beginnen beschrijft auteur DickJan Braggaar de historiografie van de literatuurgeschiedenis. Daarin komen de voorgangers van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur aan bod. Sommige daarvan zijn even lijvig als de nieuwe; grootse projecten waar de ambitie alles te bevatten weleens te veel van het goede bleek. Zo zouden de geplande delen 8 en 10 van de de Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden (1939-1952) nooit verschijnen. De solo-projecten van Kalff, Te Winkel en Knuvelder zijn de vruchten van noeste arbeid die indrukwekkend ogen in de boekenkast. Braggaar geeft twee redenen om over boeken te lezen; “een stukje culturele bewustwording” en omdat de beschrijvingen “kunnen dienen als wegwijzers in het mooie literatuurlandschap.” (pag. 18)
Liefhebber Braggaar
Met die typering ‘mooi’ maakt de schrijver duidelijk dat hij bovenal een liefhebber is van de Nederlandse literatuur. Buiten een enkele expliciete uiting is het vooral tussen de regels door te merken dat Braggaar de literatuur een warm hart toedraagt. Zijn stijl is immers redelijk zakelijk qua inhoud en stijl. Een schrijver wordt voorgesteld aan de hand van personalia waarna belangrijke werken worden beschreven.
Met de fragmenten tekst die hij inleidt en citeert, slaagt Braggaar erin de stijl of onderwerpskeuze van een schrijver te ‘pakken’. Soms somt hij typen of onderwerpen gewoonweg op. Braggaar blijkt dan in slechts enkele zinnen een karakterisering neer te kunnen zetten. Anekdoten, over gebeurtenissen in het leven van of over een karaktereigenschap van een schrijver moeten zorgen voor een al dan niet humoristische verdieping. Deze is niet altijd geslaagd te noemen, mede doordat de toon waarin die worden geschreven niet correspondeert met die in de rest van het boek. Zo wordt Bakhuizen van de Brink ‘Bakkes’ genoemd en Anna Louisa Geertuida Bosboom-Toussaint, ‘Truitje’. Lijkt mij meer redactiewerk om het voor dummies toegankelijk te houden
Ook bij een opmerking als “de echte fan van De Avonden (van Gerard Reve) leest, elke laatste tien dagen van elk jaar, elke dag één hoofdstuk van het boek” (pag. 282) vraag ik me het doel van de informatie af. Daartegenover staan ook leuke en interessante verhaaltjes. Naast de anekdote zijn ook de Voor dummie-iconen ‘verwijzing’, ‘terminologie’, en ‘belangrijk’ aanwezig, soms gevat in een kader met grijze achtergrond. Met name de twee laatste rubrieken bevatten informatie over begrippen uit de literatuur of over de tijd waarin schrijvers leefden. Ook hier kort maar doorgaans krachtige uitleg. Zo zijn slechts vier regels nodig om ‘epische verdichting of –concentratie’ toe te lichten.
Nadeel van een dergelijke werkwijze is dat tijdloze, literaire termen als ‘feit en fictie’ en ‘climax’ zomaar ergens in de tekst over het Roelantslied staan. De index is gelukkig hierop wel berekend, daar wordt bij zo’n term verwezen naar de pagina. Niet iedere term die in de index staat, wordt echter uitgelegd. Zo zocht ik tevergeefs naar de betekenis van ‘chronogram’.
Literatuur na de Tweede Wereldoorlog
Het laatste chronologische gedeelte van het boek, dat gaat over de periode na de Tweede Wereldoorlog, verdient nog aparte aandacht. Braggaar noemt het zelf een ‘verzamelhoofdstuk’. Het is een keuze, zijn keuze, wie en wat te behandelen. Wat de canon van de Nederlandse literatuur gaat halen, is nog niet te zeggen. De auteur maakt duidelijk dat zo’n keuze niet gemakkelijk is, want welke criteria gebruik je: media-aandacht, oplage, het aantal lezers?
Uiteraard komen schrijvers als Hermans, Mulisch, Van het Reve en Wolkers aan bod. Intrigerender is de keus voor bijvoorbeeld Marten Toonder en Godfried Bomans waarbij Braggaar door de respectievelijke typeringen ‘taalkunstenaar’ en ‘de onderschatte’ blijk geeft van zijn waardering voor hen. Waardering heb ik voor de behandeling van jeugdliteratuur en cabaratiers, stukjesschrijvers, verfilming en literatuurprijzen. Deze onderwerpen ontsnappen niet zelden aan de aandacht, maar maken een wezenlijk onderdeel uit van de hedendaagse boekencultuur. Misschien zijn deze afgeleiden voor behoudende literatuurhistorici ongewenste bijzaken. Maar om als voorbeeld cabaret te nemen: begon de Nederlandse literatuur niet met de opschriftstelling van het gesproken woord? Mogelijk waren de gedachten van Bernlef (negende eeuw) wel dezelfde als die van Hans Dorrestijn in de twintigste eeuw: “Altijd lag ik overhoop met de drank en met de wijven. En toen ik veel geleden had, ging ik heel mooi schrijven.”
Enthousiasme voor literatuur
De auteur besluit met tips ‘voor wie verder wil lezen’. Naast verwijzingen naar recente deelstudies over de literatuurhistorie geeft daarin hij de aanwijzing: “de beste manier om kennis te maken met de Nederlandse letterkunde is het lezen van Nederlandse literatuur.”
Dat er genoeg moois geschreven is en dat het de moeite is dit te ontdekken, lijkt Braggaar keer op keer duidelijk te willen maken. Zijn boek is een mogelijkheid om inzicht te krijgen in thematiek en stijl van verschillende schrijvers in verschillende tijden. Zijn enthousiasme voor de literatuur hoeft zeker niet zonder gevolgen te blijven…
Dickjan Braggaar, Nederlandse literatuur voor dummies (Nijmegen 2006).
Uitgeverij Pearson Education: http://www.pearsoneducation.nl
ISBN: 90-430-1049-9
Meer artikelen door Leon Mijderwijk:- Wanneer is het Pasen?
- Spinoza, een hoorcollege
- Dagboek van Jan Terlouw
- Jan Terlouw bij Huiskamer TV Show
- Nederlands verleden in schilderijen
Vind ons ook hier: