Nehalennia beschermt de kooplieden

De bekendste inheemse godin ten tijde van de Romeinen in Nederland was Nehalennia. Haar naam betekent zoveel als leidster en komt uit een taal die een mengeling is tussen het Keltisch en het Germaans.

 

Nehalennia altaarsteen

Nehalennia altaarsteen van Agricola, zouthandelaar van Keulen. RMO, Leiden.

De zuidelijke streken van de Lage Landen lagen precies op de grens van deze invloedssferen. In tegenstelling tot vele andere inheemse goden en godinnen heeft zij geen Romeinse tegenhangster.

Vruchtbaarheidsgodin

De godin Nehalennia past goed in de traditie van de Keltische en Germaanse godsdiensten, die deze streken haar religieuze kleur gaven. Nehalennia was een vruchtbaarheidsgodin, zoals veel godinnen in de heidense godsdiensten. Een vergelijking bijvoorbeeld met de Germaanse godin Freyja is zeker mogelijk. De vruchten die op de Nehalennia-altaren te zien zijn, symboliseren die vruchtbaarheidsrol. De hond staat symbool voor haar rol als beschermvrouwe van huis en haard.

Altaarstenen

Waarom zijn de altaren van Nehalennia van groot historisch belang? Allereerst, er zijn vele archeologische vondsten gedaan die haar beeltenis en naam dragen. Bijna tweehonderd altaarstenen zijn gevonden. Zij wordt hierin voornamelijk aangeroepen als de beschermvrouwe van de zeelieden. Zij vragen de godin om een behouden vaart. Door de altaren krijgen we een concreet beeld van de religieuze beleving uit de laat-Romeinse tijd.

Het voor-wat-hoort-wat-principe sprak zeker aan bij kooplieden. Zij richtten dan ook de meeste altaren op. Hierbij sluit direct het tweede belang aan: uit de teksten en afbeeldingen kunnen we talrijke gegevens halen over producten waarin handel werd gedreven. Dit maakt het niet alleen mogelijk om een reconstructie te maken van de economische bezigheid in de Romeinse tijd, maar tevens krijgen we inzicht in het leef- en eetpatroon van de bewoners van deze streken. 

Colijnsplaat en Domburg

Omdat veel transport en handel per schip plaatsvond, waren de meeste heiligdommen aan de kust of aan de rivieren. Voorbeelden van zulke plaatsen zijn Colijnsplaat en Domburg in Zeeland. Daar zijn de wij-altaren van Nehalennia gevonden. Hoewel ze haar taak als beschermvrouwe blijkbaar goed uitvoerde -wat we kunnen afleiden uit de vele dankbetuigingen- was ze niet in staat haar eigen heiligdom tegen de zee te beschermen. Reeds in de derde eeuw werd het heiligdom bij Colijnsplaat door het water verzwolgen. Meer dan honderd altaren werden in 1971 uit het water gevist. Ook stond er heiligdom in Domburg, waarvan zo’n veertig altaren zijn gevonden (1647). De meeste daarvan zijn verloren gegaan bij een brand in de negentiende eeuw die de Domburgse kerk in as legde. In deze kerk bevonden zich de meeste altaren.

In het Zeeuws Museum in Middelburg, het Catharijneconvent in Utrecht en het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden zijn nog Nehalennia-altaren te zien.

Literatuur over Nehalennia op Historiën.nl

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts

2 Reacties op Nehalennia beschermt de kooplieden

Geef een reactie

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!