Operatie Black Tulip: Naoorlogse maatregelen tegen Duitse ingezetenen (1945-1951)

70 jaar geleden, op 26 augustus 1945, lanceert Hans Kolfschoten als minister van justitie in het kabinet Schermerhorn/Drees, (24 juni 1945 – 3 juli 1946), een plan dat uitloopt op een politiek die door de Conventie van Genève is gedefinieerd als Etnische Zuivering. Men wil namelijk de ca 50.000 in Nederland ingezeten burgers van Duitse origine naar Duitsland deporteren. Deze Operatie Black Tulip gaat één jaar later in Amsterdam van start met een heuse razzia. Sophie Molema publiceerde op 5 mei 2015 een mooi overzicht van publicaties over dit fenomeen op Historiën.

Tjeenk Willink

Het is misschien het meest spraakmakende, maar lang niet enige voorbeeld van doelbewuste schending van mensenrechten, welke onder het toenmalig regime van de Bijzondere Rechtspleging plaatsheeft. En dat in een tijdvak dat doortrokken is van het denken over humane grondrechten, wat uitmondt in de totstandkoming van het Handvest van de Verenigde Naties, de Universele verklaring van de Rechten van de Mens en de Conventie van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd.

In zijn bijdrage aan een deskundigenbijeenkomst, op 4 februari 2014 in de Eerste Kamer, stelt oud-vicevoorzitter van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink: ‘Door politiek en bestuur wordt het recht als beleidsinstrument beschouwd en gehanteerd. Beelden en sentimenten winnen het van feiten en waarden’.

Rechtsstaat in gevaar

Alex Brenninkmeijer (bron: Flickr)

Alex Brenninkmeijer (bron: Flickr)

Op 18 juni jl. refereert ook Alex Brenninkmeijer hieraan in het AVROTROS radioprogramma Kamerbreed. De oud-ombudsman, tegenwoordig hoofd van de Europese Rekenkamer en hoogleraar Institutionele Aspecten van de Rechtsstaat aan de Universiteit van Utrecht, beweert dat Nederland zou zakken indien het onderworpen zou worden aan een stresstest omtrent het functioneren van het rechtsstatelijk systeem. Het recht vertegenwoordigt een kernwaarde in onze samenleving, maar ‘Den Haag’ heeft de neiging een loopje te nemen met de gerechtvaardigde belangen van de bevolking, aldus Brenninkmeijer. Als voorbeeld noemt hij de Bed Bad Broodregeling, waarbij het recht is gemarginaliseerd tot symboolpolitiek en de Groninger gaswinning, waarbij het grondrecht op veiligheid van inwoners wordt genegeerd. Ook de journalistiek krijgt er van langs, waar die in toenemende mate sterk hypet op populistische onderwerpen en daarbij de achterliggende werkelijkheid onbelicht laat.

Dit maatschappelijk amalgaam van geïgnoreerde verantwoordelijkheden omtrent de kwetsbaarheid van de rechtsstaat vertoont te veel overeenkomsten met de naoorlogse periode om te negeren. Natuurlijk biedt een open democratie mogelijkheden aan minder democratische krachten, maar als het gaat om regeringsbeleid waarbij de fundamentele grondrechten van burgers geweld aan wordt gedaan en waarvoor geen verantwoordelijkheid wordt genomen, is het een burgerplicht hieraan ruchtbaarheid te geven. Zeker wanneer de gevolgen zo desastreus zijn.

Een prikkelende situatieschets

|
Naarmate de oorlog vordert, komt de verhouding tussen bezetter en bevolking in toenemende mate onder druk te staan. Na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, breekt er paniek uit onder Duitse troepen en NSB-leden. In Putten heeft een aanslag op een Duits militair voertuig desastreuze represailles tot gevolg. De bevrijding van het noorden laat op zich wachten. In de randstad ontstaat een hongerwinter. Deelname aan het verzet wordt steeds lucratiever en groeit aan van 25.000 in 1943 tot ca 200.000 in het laatste oorlogsjaar.

De van hogerhand opgelegde bundeling van het verzet tot Binnenlandse Strijdkrachten (verder BS) bestaat alleen in naam. Verzet en verraad blijken keerzijden van eenzelfde medaille. De regeringsgetrouwe fracties vrezen een communistische revolutie, terwijl Wilhelmina in de waan leeft dat Nederland, na de oorlog, verlangt door haar, buiten het parlement om, geregeerd te worden. Die ‘volkswil’ moet ‘recht’ gedaan worden.

Direct na de bevrijding verbieden de geallieerde bevrijders het dragen van wapens aan de BS. Verder mogen er enkel nazi-kopstukken, collaborateurs, hoge ambtenaren en oorlogsmisdadigers worden gearresteerd. Die bevelen worden massaal genegeerd. In de hoop dat er geen tijd overschiet om revolutie te maken, wordt de even overtallige als losgeslagen BS belast met arrestatie van en het toezicht op ‘foute burgers’. Een overmaat aan onschuldige personen wordt geïnterneerd. Daaronder velen van Duitse origine. Rechtsherstel wordt roofzucht. Geld en goed worden inbeslaggenomen. Er vallen gewonden én doden. Hele pelotons BS’ers blijken te bestaan uit georganiseerde criminelen. In zijn Witboek geeft Leo Rodrigues Lopez een overzicht van de misstanden in de kampen. Ondertussen werkt een conservatief gezag aan de consolidering van de macht. Daarvoor wordt veel in stelling gebracht, behalve rechtvaardige behandeling van de geïnterneerden en landelijke verkiezingen.

Met de capitulatie stort het Derde Rijk in en wordt de daaraan ten grondslag liggende nazi-ideologie weggevaagd. Er valt niets te halen bij een partij die niet meer bestaat, dus alle Duitsers worden, als waren zij allen actief uitvoerende nazi’s, collectief schuldig aan het overstelpend oorlogsleed. Hen wordt nog jarenlang met opzet het predicaat Rijksduitser toegevoegd.

Naoorlogse rechtsverkrachting

Op 22 december 1943 wordt het Besluit Buitengewone Rechtspleging van kracht. Deze vorm van rechtsherstel is een onder het oorlogsrecht tot stand gekomen, speciaal ontworpen administratieve maatregel. Hiermee worden o. a. maatregelen van kracht die politiek onwelgevallige burgers, zoals NSB’ers en hier woonachtige Duitsers, bewust buiten de reguliere rechtsgang van het Wetboek van Strafrecht houden. Men kan om de minste beschuldiging geïnterneerd worden. Onderzoek naar en behandeling van vermeende delicten is gebrekkig, verdenkingsgronden worden verhuld of wijzigen voortdurend, ontlastend bewijs verdwijnt, beroep is enkel mogelijk voor terdoodveroordeelden.

Voor wat betreft hun houding tijdens de bezetting geldt voor Rijksduitsers omgekeerde bewijslast en een morele verantwoording die niet van Nederlanders gevraagd wordt. Door extreme strafbaarstelling kunnen Duitsers tijdens de oorlog echter onmogelijk voldoen aan blijken van loyaliteit die men na de oorlog van hen eist. Eerder dan voor Nederlanders wordt hen het weigeren van medewerking aan, kritiek op, of tegenwerken van de Nazi’s aangerekend als landverraad en is daarmee levensbedreigend, (Volksbenachteiligung, Feind- en Judenbegünstigung). Het Besluit Vijandelijk Vermogen van 20 oktober 1944 (Stbl. E 133), ‘legitimeert’ het massaal confisqueren van bezittingen van Duitse burgers. Weinig geld en goederen bereikt de depots van het Nederland Beheersinstituut (NBI), dat belast is met het beheer van o.a. landverraderlijke- en vijandelijke vermogens. Het NBI wordt overigens pas in augustus 1945 operationeel.

Terwijl de meeste landgenoten de herwonnen vrijheid vieren, worden vanaf 1945 personen gearresteerd die zich schuldig zouden hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden, economische delicten, collaboratie en verraad. Door de regering is aanvankelijk voorzien in de arrestatie van ca 10.000 delinquenten. Het worden er ca. 200.000.
De arrestatiewoede treft vooral leden van de NSB en ingezeten van Duitse origine. Het lidmaatschap van de NSB is vóór mei 1940 echter een democratisch recht. Een landsbestuur dat, na uitwijken naar Engeland, haar gram denkt te moeten halen door de vrijheid van politieke keuze van haar burgers te criminaliseren, laadt de verdenking op zich het recht te misbruiken om de eigen geloofwaardigheid te repareren.

Al op de dag van de bevrijding vaardigt een plaatselijke commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten bovenstaand bevel uit. (Bron: Beeldbank WO2-NIOD)

Al op de dag van de bevrijding vaardigt een plaatselijke commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten bovenstaand bevel uit. (Bron: Beeldbank WO2-NIOD)

Duitsers in Nederland

Van oudsher kent Nederland een aanzienlijke populatie van burgers uit de Duitse landen, dat halverwege de 19e eeuw al een bloeiend verenigingsleven kent. Het aantal Duitse werknemers hier zou, in de periode 1919-1945, circa 500.000 bedragen. Tegenover een zwakke rechtspositie in Nederland (men kan zomaar uitgezet worden) staan verdiensten in harde guldens, waarmee veel gezinnen in het verarmde Duitsland in hun eerste levensbehoeften voorzien worden. In Nederland heeft het publiek een gunstige opinie over Duitsers, een enkele vakbondsactie tegen verdringing van arbeidsplaatsen daargelaten. Ze zijn dienstwillig, proper, betrouwbaar en vooral goedkoop. Over deze bevolkingsgroep hebben Katja Happe, Barbara Henkes en Traude Bollauf veel wetenswaardigs geschreven.

Adolf Hitler (bron: Wikimedia)

Adolf Hitler (bron: Wikimedia)

Met Hitlers machtsgreep verliest elke Duitser in Europa zijn oude nationaliteit en wordt ongevraagd Reichsdeutscher. De gelijkschakeling heeft tot doel alle Duitse verenigingen en instellingen onder partijcontrole te brengen. Berlijn is veeleisend, zich onttrekken aan de nazi-discipline kan het verlies van nationaliteit betekenen, waarmee de toegang tot de Heimat voor familiebezoek etc. vervalt. Van de hier aanwezige arbeidskrachten keerde het grootste deel altijd al terug in Die Heimat, na oktober 1938 komt er meer dwang vanuit Hitlers Heimschaffungsaction . Het arbeiderstekort in Duitsland en de Herrenrasideologie van de nazi’s verdragen zich moeilijk met ‘slavenwerk’ in buitenlandse, lees Joodse dienst.

Een flink deel van de hier woonachtige Duitsers deelt, met veel conservatief-autoritair georiënteerde Nederlanders, de sympathie voor het autoritaire gedachtegoed van de nazi’s. Wilhelmina zou de Führer op 20 april 1940 nog een verjaardagsgroet hebben gestuurd. Begrijpelijkerwijs neemt het goedgunstig beeld dat Nederlanders van hun Duitse medeburgers hebben in rap tempo af wanneer Hitlers troepen binnenvallen. Deze, op hun beurt, zien zich door Hitler van het ene moment op het andere gecompromitteerd tegenover hun werkgevers, hun buren, hun klanten, hun medeburgers. Van vriend worden ze rotmof, de vijand, een nazi. Velen raken in gewetensconflict vanwege hun behoefte loyaal te zijn aan hun Nederlandse medeburgers en de onmogelijkheid openlijk stelling te nemen tegen de nazi’s. Het is oorlog en elke kritiek wordt landverraad, een misdaad tegen eigen Blut und Boden. Aanvankelijk krijgen overtreders een waarschuwing, maar wel zo dat de schrik er goed inzit. Later wordt er door de nazi’s hard opgetreden tegen elk gebrek aan loyaliteit met Hitler-Duitsland.

Het Derde Rijk verplicht alle hier aanwezige Duitsers tot extra inzet: verplichte deelname aan de vakbond, winterhulp, allerlei vormen van dienstverlening, tot en met dienstplicht. Vanwege hun kennis van de Nederlandse taal worden ze ingezet in tal van cruciale verbindingen. Weigeren is een oorlogsmisdaad, dus verraad aan Hitler persoonlijk. Duitse burgers in Nederland worden ongewild gecorrumpeerd met extra’s als voedselbonnen, kolen enz. Weigeren roept onmiddellijk verdenking op. Mogelijkheden om toe te treden tot het Nederlands verzet zijn zeer precair. Verraad betekent de kogel en het verzet zelf is voor Duitsers gesloten als een oester. Wie vertrouwt hen nog? Voor zover Duitsers iets voor Nederlanders betekenen, is dat binnen de persoonlijke sfeer van familie, buren, vrienden, kennissen. Oorlog dwingt elke burger, ongeacht van welke partij, tot het maken van vuile handen. Niemand ontsnapt daaraan, niemand!

1945

De Bevrijdingsdagen van mei 1945 zijn voor de meeste Duitse burgers hier een verlossing, want met de fysieke en morele ineenstorting van het Derde Rijk komt er ook een einde aan de onvrijwillige spagaat tussen hun loyaliteit met hun Nederlandse medeburgers en de onontkoombare dwang waaraan de bezettende landgenoten hen onderwierpen.
De hoop op betere tijden blijkt echter van korte duur. De lokale BS wil, nu de vlag van kleur is veranderd, met de zojuist verworven stenguns op avontuur. Het wordt tijd om verhaal te halen. Een lawine aan plundering en valse beschuldigingen is het gevolg. Wie een mening heeft, neigt er immers toe de werkelijkheid in het verlengde daarvan waar te nemen. Een passende argument is gauw gevonden.

Op de hier ingeburgerde Duitsers wordt een hele reeks Koninklijke Besluiten en Maatregelen van kracht die, door het stapelend effect, uitdraaien op het verlies van alle grondrechten en bezittingen. Ze worden afgerekend op het feit dat ze zich niet heroïsch als antinazi hebben gemanifesteerd. Geen enkele Nederlandse medeburger heeft zich ooit voor iets dergelijks hoeven te verantwoorden.

Mobilisatie, 1939: Nederlandse soldaten bij de Duitse grens (bron: Wikimedia)

Mobilisatie, 1939: Nederlandse soldaten bij de Duitse grens (bron: Wikimedia)

De uit Londen teruggekeerde regering excelleert niet bepaald in vredelievende verdraagzaamheid en waarheidsvinding. Zij zoekt eerder troost in wraakpolitiek tegenover ‘foute’ burgers. De hier soms decennialang ingezeten Duitse burgers worden rechteloos gemaakt. Op 6 augustus 1945 stelt minister Kolfschoten van justitie voor alle Rijksduitsers uit te wijzen. Onder verwijzing naar het staatsbelang wil de regering, met de arrestatie van hele gezinnen, soms in het holst van de nacht, tegemoetkomen aan het ongenoegen dat onder de Nederlandse bevolking zou leven.In werkelijkheid gaat het om roof als herstelbetaling en om huisuitzettingen ter verlichting van de woningnood onder de ‘eigen’ bevolking.

Het plan roept gaandeweg steeds meer protesten op en ook de geallieerde bezetters van Duitsland zijn allesbehalve bereid om de uitgewezen Duitsers op te nemen. Uiteindelijk wordt Operatie Black Tulip eind 1948 beëindigd. 3691 Duitsers zijn dan uitgewezen. Volgens M. Bogaarts een mager resultaat.

Staatscommissie ter Bestudering van het Annexatievraagstuk

Al tijdens de bezetting is de regering van zins om na de bevrijding Duits grondgebied te claimen. Op 25 augustus 1945 wordt door minister Van Kleffens de Staatscommissie ter Bestudering van het Annexatievraagstuk opgericht, later het Plan Bakker Schut genoemd. Het plan beoogt de bezetting van een enorm stuk Duitsland met steden als Aken, Keulen, Münster en Osnabrück. Het Nederlandse volk heeft behoefte aan Lebensraum. De oorspronkelijke Duitse bevolking zal worden gedeporteerd. ‘Eisch Duitschen Grond, Ons recht en onze redding’, luidt een slogan uit die tijd. Opvallend analoog aan de kretologie uit de zojuist bedwongen nazi-ideologie. Het Plan Bakker Schut is van begin af aan gedoemd te mislukken, maar hoezeer het ook was losgeraakt van de realiteit, voor de toen hier woonachtige Duitsers was de reële bedreiging van hun veiligheid een fundamentele aantasting van hun recht op een menswaardig bestaan.

bakker_schut

De te annexeren gebieden volgens het Bakker Schut-plan. Tot plan A behoorden alle ingekleurde gebieden, voor plan B werden de oranje gebieden weggelaten en plan C omvatte enkel de paarsgekleurde districten. bron: wikimedia commons

In zijn proefschrift over het Besluit E 100 stelt de jurist Kor Meijer, dat de regering de noodzakelijkheid onderkent om regels vast te stellen, welke de roof van goederen en rechten door de bezetter en diens handlangers ongedaan moeten maken. De noodzakelijkheid om dit buiten het geldend rechtssysteem om te realiseren wordt niet helder. In België vallen personen die van verraad en collaboratie worden verdacht bijvoorbeeld onder de krijgsraden en het Militair Gerechtshof.

Het juridisch vehikel van de Bijzondere Rechtspleging vertegenwoordigt, anders dan naam en de inhoud suggereren, geen summum van rechtsstatelijkheid. Het betreft hier immers geen democratisch tot stand gekomen, door parlementaire goedkeuring aanvaarde wetgeving. Vanaf het eerste ontwerp in 1942 wordt er staatsrechtelijke bezwaren tegen aangevoerd. Door alle verdachte burgers buiten het reguliere strafrecht te houden worden zij, willens en wetens, van hun grondrechtelijke zekerheidstellingen als hoor en wederhoor, wettig en overtuigend bewijs, recht op beroep, et cetera beroofd. In de praktijk voldoet de minste beschuldiging om de buurtjongens van de lokale BS een inval te laten doen, het ‘tuig’ te arresteren en de woning te plunderen. Volgens het Besluit Vijandelijk Vermogen van 20 oktober 1944, (Stbl. E 133), vervallen alle eigendommen van de vijand aan de staat, wat voor de BS paritair is ‘aan de straat’. In totaal zullen, naast de 200.000 geïnterneerden, nog eens 100.0000 andere burgers met de willekeur van de Bijzondere Rechtspleging in aanraking komen.

Opmerkingen en gevolgtrekking

Fascisme is oorlog, schrijft Jaques de Kadt reeds in 1933. Veel historici, waaronder Mark Mazower, beweren dat de oorlogsagressie van de nazi’s noodzakelijkerwijs voortvloeit uit hun ideologie. De Nederlandse regering in Londen legt de schuldvraag gaandeweg steeds nadrukkelijker neer bij ‘de Duitsers’, in plaats van bij de Nationaal Socialisten. Over de exacte motieven met betrekking tot de keuze om de nationale i.p.v. de politiek-ideologische kaart te spelen, is even weinig bekend als over die welke tot de ontwikkeling een separate rechtsafhandeling hebben geleid. De naoorlogse tijd is er duidelijk niet een van waarheidscommissies.

Intussen dringen speculaties en hypotheses zich op. Het heeft er alle schijn van dat de op onschuldige burgers afgestemde woede mede het gevolg is van gericht beleid. Veel besluiten lijken in voorbereiding te zijn genomen na de beslaglegging door de nazi’s op privébezittingen van de Oranjes. Binnen de, zwaar op reactionair en autoritair gedachtegoed leunende, regeringskringen rond Wilhelmina spelen uiteenlopende particuliere en ideologische belangen. Er heerst een geest van kwade moedwilligheid en geïnstitutionaliseerd provincialisme. Alles lijkt om de vraag te draaien: Wie levert na ontbinding van de nazipartij en het failliet van Duitsland de verlangde herstelbetaling?

Natuurlijk is het nodige begrip gerechtvaardigd voor gevoelens van onmacht en onvrede. In het sterk verarmde Nederland heersen chaos en wanorde in. 800.000 Burgers bezitten aan kleding niet meer dan zij dragen, een half miljoen is zijn woning kwijt, anderhalf miljoen woont in een beschadigd huis. Voorraden en transportmiddelen zijn geroofd, verbindingen verbroken, veel land is onbruikbaar voor agrarisch gebruik, de inkomens zijn, in vergelijking met 1940, gehalveerd. Nederland is uitgeput.

De bevrijding in Nederland wordt gerealiseerd onder geallieerd, dus buitenlands, gezag. Voor de BS, die op wijkniveau georganiseerd is en waar veel werkelozen een ‘zinnige bezigheid’ vinden, blijft weinig anders over dan zichzelf wat taken toe te eigenen. De regering maant niet tot barmhartigheid, recht en waarheidsvinding. Menigeen acht het daardoor gerechtvaardigd om verhaal te halen. Het borrelend magma aan frustraties, dat zich gedurende de laatste jaren van de bezetting ophoopte, ontlaadt zich gemakkelijk tegenover hen die, ook in uitzendingen van Radio Oranje, zijn aangewezen als verraders en profiteurs. Meer nog dan de NSB’ers hebben de hier woonachtige Duitsers tijdens de bezetting geprofiteerd van extra kolen- en voedselbonnen. Dat zij zich niet aan dat corrumperend voorrecht konden onttrekken en in hoeverre zij daarvan anderen lieten meeprofiteren, blijft buiten kennisname van de gemiddelde Nederlander. Het gebrek aan regeringsbeleid maakt NSB’ers en Duitsers vogelvrij.

Natuurlijk zijn een aantal maatregelen, welke na de oorlog werden geïmplementeerd, reeds in Londen onderwerp van discussie. In hoeverre toen is gezien dat hierdoor één specifieke minderheid niet alleen rechteloos wordt, maar juist door de stapeling daarvan buitensporig hard geraakt zal worden, is onduidelijk. Ook de gebrekkige mate waarin hierover met de slachtoffers wordt gecommuniceerd heeft een ondermijnende werking op het gevoel van veiligheid, op de gezondheid en op het verdere welbevinden van hele gezinnen.

Naoorlogse besluiten

De naoorlogse besluiten zijn afzonderlijk besproken in tal van meer of minder uitvoerige publicaties, maar de vraag is gerechtvaardigd waarom tot op heden de onderlinge samenhang daarvan, – de sociaal-maatschappelijke en economische motieven, de politieke intenties en hun onderliggende morele constellatie-, nooit onderwerp werd van coherent wetenschappelijke onderzoek? Mede doordat er weinig vergelijkende studies bestaan over de naoorlogse behandeling van Duitse minderheden in andere Europese landen, blijft de specifiek Nederlandse signatuur die aan het gedachtegoed rond de Bijzondere Rechtspleging en de uitvoering daarvan ten grondslag ligt, onderbelicht.

Over het exacte aantal personen dat korte of langere tijd door de maatregelen wordt getroffen, het aantal procedures m.b.t. afstraffing of heenzending zonder proces, het aantal verleende of geweigerde ontvijandingsverklaringen, noch over hoeveel personen suïcideren of anderszins het leven laten, is iets bekend. Binnen de Conventie van Genève wordt een beleid dat zo eenzijdig en generaliserend is gericht op één specifieke bevolkingsgroep, met de intentie deze van huis en haard te verdrijven, gedefinieerd als etnische zuivering. Duitsers waren en bleven Nederlandse ingezetenen.

Lees ook:

– Sophie Molema. ‘Vreugde en Roep om Vergelding in Bevrijd Nederland’, Historiën, 5 mei 2015.

Bronnen

– Herman Tjeenk Willink , Deskundigenbijeenkomst ter voorbereiding op het debat over de rechtsstaat in de Eerste Kamer der Staten-Generaal, 04 februari 2014.

– Artikel 49, Verdrag (IV) van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Openstelling ondertekening: Genève 12-8-1949. Ondertekening Koninkrijk der Nederlanden: Den Haag 8-12-1949.

– Leonhard Alexander Rodrigues Lopes. Witboek betreffende het gebeurde in de Nederlandse internerings- en bewakingskampen in de jaren na de bevrijding. Amsterdam: De Nieuwe Post 1948.

Besluit van 22 december 1943, houdende vaststelling van het Besluit Buitengewone Rechtspleging. Op de voordracht van Onze Ministers voor Algemeene Oorlogvoering etc… 10 December 1943, N°. 2724/G. 92 (a); Overwegende, dat de veiligheid van den Staat het dringend noodzakelijk maakt buitengewone bepalingen van strafrecht vast te stellen voor de berechting van zekere gedurende den tijd van den huidigen oorlog begane feiten, welke in zoo ernstige mate strafwaardig zijn, dat hun strafbaarheid daarmede in overeenstemming dient te worden gebracht, zonder dat een beroep op het bepaalde in artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht bij die berechting dient te worden toegelaten.

– Traude Bollauf. Dienstmädchen – Emigration: Die Flucht jüdischer Frauen aus Österreich und Deutschland nach England 1938/1939, LIT Verlag Wien 2011.

– Katja Happe. Deutsche in den Niederlanden 1918-1945: Eine historische Untersuchung zu nationalen Identifikationsangeboten im Prozess der Konstruktion individueller Identitäten. Gepubliceerd via internet door: Bibliothek der Universität Siegen, Dezember 2004.

– Barbara Henkes. Heimat In Holland: Duitse Dienstmeisjes 1920-1950, De Geus 1995

– Fascisme is oorlog, 1933

– Traude Bollauf. Dienstmädchen – Emigration: Die Flucht jüdischer Frauen aus Österreich und Deutschland nach England 1938/1939, LIT Verlag Wien 2011, blz 95.

– M.D. Bogaarts. Weg met de moffen: De uitwijzing van Duitse ongewenste vreemdelingen uit Nederland na 1945, Martinus Nijhoff, Bijdragen en Mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden. Deel 96, 1981.

– VPRO Andere Tijden: ‘Eisch Duitschen Grond’, donderdag 3 mei 2001.

– International Boudrary Study No. 31. April 6, 1964, ‘Germany-Netherlands Boundary. The Geographer Bureau of Intelligence and Research (MAP)’

– K. Meijer. E 100 en de naoorlogse rechtspraak met betrekking tot onroerend goed, WLP Nijmegen 2008

– Jaques de Kadt. Fascisme is oorlog!, De Fakkel, (orgaan van de Onafhankelijke Socialistische Partij), 17 oktober 1933.

– Mark Mazower. Dark continent: Europe’s 20th century. Knopf, 1998.

Herman Brand

Herman Jozef Maria Brand (Den Haag 03-10-1949) rondde de Kunstacademie te Tilburg af in 19771977. Tot 2000 optredend dichter, performer, acteur, schrijver en artistiek leider van margetheater De Grootste Luxe na de Kleurenteevee.

More Posts - Website

Schrijf je in voor TOEN!