Operatie Black Tulip: wie is de vijand?

Meteen na de Tweede Wereldoorlog start in Nederland een grote operatie om foute Duitsers te straffen, maar ook om zoveel mogelijk in Nederland wonende Duitse rijksburgers het land uit te zetten. 

Alle ongewenste vreemdelingen het land uit

cover van het boek. bron: uitgeverij Aspekt

In de overtuiging dat de bezetting van Nederland door nazi-Duitsland van tijdelijke aard zou zijn, was de Nederlandse regering in Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog al bezig met het ontwikkelen van een beleid dat na de bevrijding in Nederland zou worden toegepast. Allereerst zou het land met een stevige bezem moeten worden gereinigd van elementen die schuldig waren aan de door de bevolking in de oorlog geleden ontberingen. ‘Foute’ Nederlanders zouden worden gestraft en ongewenste vreemdelingen zouden worden uitgewezen. Dit laatste betekende voor in Nederland wonend:e Duitsers dat zij het land uit moesten.

 

Er werden specifieke regels opgesteld om deze ‘grote schoonmaak’ legaal te laten plaatsvinden. In de praktijk bleken deze regels nogal wat verwarring te scheppen. Ze gaven ruimte voor verschillende interpretaties en werden met enige regelmaat gewijzigd of aangevuld. Daar kwam bij dat direct na de bevrijding verschillende machtsblokken elkaar in de weg liepen, de uitvoerende organisaties niet op orde waren en de communicatie te wensen overliet. Een recept voor chaos en eigenmachtig optreden.

In mijn boek, Wie is de vijand, staan Duitse, in Nederland gevestigde burgers centraal die enkel om hun nationaliteit het land moesten worden uitgezet. Een aantal slachtoffers van dit beleid vertelt over de manier waarop ze huis en haard moesten achterlaten, over de behandeling tijdens hun verblijf in kampen en andere opvangcentra, de uitwijzing naar en aankomst in Duitsland en de impact van deze gebeurtenissen op de rest van hun leven.

Het vertrek van de Duitse militairen uit Nederland was overzichtelijk. Zij keerden massaal te voet of per schip terug naar de Heimat. Met de in Nederland wonende mensen van Duitse afkomst was dit een ander verhaal. Zij werden, zonder enig onderzoek naar hun handelswijze tijdens de oorlog, opgepakt met het doel ze zo snel mogelijk over de grens te zetten.

Black Tulip: Franz Hörter

Onder de naam ‘Operatie Black Tulip’ gaat de Nederlandse regering in september 1946 over tot uitvoering van een massale uitwijzing van Duitse burgers. Deze onderneming duurt tot einde december 1948. Al voor die tijd, direct na de bevrijding, werden deze Duitse burgers uit hun huizen gehaald en in allerlei leegstaande gebouwen samengebracht.

Al decennia in Nederland

Franz Hörter weet zich nog goed te herinneren hoe hij als tienjarige jongen met zijn ouders en zijn tweejarige zusje enkele dagen na de bevrijding werd gearresteerd. Zijn vader, Joseph Hörter, geboren in Koblenz, kwam als kind met een kindertransport naar Nederland, bouwde vanaf zijn achttiende jaar met hulp van zijn pleegouders in ’s-Gravenzande een autobedrijf op, trouwde in 1925 met Marie Boon, een dochter van een Westlandse tuinder en kreeg met haar drie kinderen: Piet, Franz en Ria.

“Franz Hörter: ‘Na de bevrijding werd alles wat Rijksduitser was, samengebracht in de contreien waar zij woonachtig waren. Het was natuurlijk bekend, ook bij de ondergrondse en bij de gemeente, wie Duits was. Omdat wij uit het Westland kwamen, werden wij door de politie uit het Westland opgepakt in Nootdorp waar we toen woonden.

Opgepakt

Het was ‘s morgens om een uur of half zes toen de agenten kwamen. We hadden een kwartier de tijd om wat in te pakken en we mochten een paar koffers en een kist meenemen. Ze hebben ons overigens netjes behandeld. Daarna werden we naar een leegstaande school in Vlaardingen gebracht. Ze hadden in enkele lokalen stro op de grond gegooid en daar kon je dan op gaan zitten of liggen. Wij waren een van de laatste Rijksduitsers die daar kwamen, er bevonden zich al veertig of vijftig mensen in die school. We kwamen al gauw tot de ontdekking dat er niets was georganiseerd. Na ongeveer zeven dagen werden we naar een groot gebouw in Schiedam gebracht, het ‘Blauwe Huis’ (Blauwhuis).”

Na enige tijd werd de familie Hörter vrijgelaten, maar de vrijheid was van korte duur. In 1947 ontving Joseph Hörter via de gemeente een oproep zich te melden bij kamp Mariënbosch in Nijmegen, het grootste landelijke opvangkamp voor uit te wijzen Duitsers. Door allerlei omstandigheden bleek uitzetting naar Duitsland voor de meeste Duitsers niet haalbaar. Ze bleven soms, langer dan de bedoeling was, opgesloten zonder te weten wat hen te wachten stond. Na een maandenlang verblijf in dit kamp werden Hörter en zijn gezinsleden ontslagen. Hij keerde terug naar ‘s-Gravenzande en heeft daar de draad van het leven weer opgepakt.

Duitse kloosterlingen

De manier waarop de personen van Duitse afkomst in Nederland hun leven gestalte gaven, was voor de uitwijzing niet van belang. Een schrijnend voorbeeld hiervan is de behandeling van Duitse kloosterlingen, behorende tot de congregatie van Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid. Deze Duitse zusters waren werkzaam in verschillende kloosters in Nederland. Zij hielden zich voornamelijk bezig met onderwijs, verpleging en andere sociale taken. Na de bevrijding worden ze door de politie meegenomen, waarna een aantal van hen in kamp Vught wordt ondergebracht. De meeste zusters verbleven daar onder primitieve omstandigheden met een minimum aan voedsel. Omdat uitwijzing niet mogelijk bleek, keerden allen na enige tijd terug naar hun kloostergemeenschap.

Overzeese gebiedsdelen

Na de Duitse inval in Nederland waren de overzeese gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden eveneens in oorlog met Duitsland. De staat van beleg werd afgekondigd. Hoewel er in Suriname en de Nederlandse Antillen geen bezetting plaatsvond – in Nederlands-Indië van 10 mei 1940 tot de Japanse bezetting in december 1941 evenmin – werden er in die landsdelen uit veiligheidsoverwegingen toch maatregelen getroffen. Personen, verdacht van pro-Duitse sympathieën en leden van de NSB werden gearresteerd en opgesloten of in de gaten gehouden. Dat gebeurde ook met de burgers van Duitse afkomst.

Interneringskamp op Bonaire

Evacuatie eindigt in ramp

De uitgangspunten voor behandeling van deze groep mensen verschilden niet veel met die in Nederland na de oorlog. De situatie in de overzeese gebiedsdelen was echter een andere. Deze gebieden waren tussen 1940 en 1945 omringd door oorlogshandelingen. De dreigende aanval door Japan deed de Nederlandse overheid in Nederlands-Indië zelfs besluiten grote groepen gevangenen per schip over te brengen naar Brits Indië. Op 18 januari 1942 vertrekt het derde en laatste transport van 478 Duitse gevangenen met het stoomschip de Van Imhoff naar Bombay. Een dag na vertrek wordt het schip echter aangevallen door een Japans gevechtsvliegtuig en zinkt. Deze scheepsramp eist meer dan vierhonderd slachtoffers.

De bevrijding

Na de machtsovername door Japan in 1942 worden de in Nederlands-Indië achtergebleven Duitse burgers door de Japanners niet bepaald in de watten gelegd. Ze moeten zichzelf maar zien te redden. In Suriname en de Antillen blijft de internering van Duitsers na de bevrijding van Nederland van kracht. In 1947 worden de interneringskampen aldaar opgeheven. In maart van datzelfde jaar vertrekken 150 Duitse gevangenen per schip naar Nederland. Na aankomst worden ze per auto naar kamp Mariënbosch vervoerd om daar te wachten op toelating in Duitsland.

Einde uitwijzing

Tegen het einde van 1948 is het draagvlak voor de uitwijzing van ongewenste Duitse vreemdelingen zoals die de afgelopen paar jaren plaatsvond, zowel bij de regering als bij het overgrote deel van de Nederlandse bevolking, nagenoeg verdwenen. De groepsgewijze uitwijzing wordt gestopt. Terugkijkend op die periode schrijft de minister van Justitie in een brief aan het hoofd van de Vreemdelingendienst, dat de standpunten over uitwijzing beïnvloed werden door de situatie van de tijd waarin ze werden genomen. Als reden voor de versoepeling van de regelgeving noemt hij: verandering van de openbare mening over de uitwijzingen en het hanteren van meer medemenselijkheid. Op 26 juli 1951 wordt de staat van oorlog met Duitsland beëindigd. Uitwijzing van Duitsers is niet meer aan de orde.

 

Sophie Molema

Wie is de vijand

ISBN: 978-94-6338-356-1

Grootletterboek: ISBN: 9789463384728

2018 Uitgeverij Aspekt, Soesterberg.

 

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!