Operatie Market Garden

 

 Op 17 september 1944 begint Operatie Market Garden. Doel van deze tweeledige operatie is het in handen krijgen van een aantal bruggen over de grote rivieren in Nederland. Van daaruit moet een deel van het geallieerde leger oprukken naar het Duitse Ruhrgebied, het hart van de Duitse oorlogsindustrie. 

Na de geallieerde  landingen op de kust van Normandië op D-Day (6 juni 1944) waren de Britten, Amerikanen en Canadezen aan een gestage opmars in Europa begonnen. Duitse troepen werden teruggeslagen en op 25 augustus werd Parijs bevrijd. Het einde van de oorlog leek nog slechts een kwestie van tijd. Door het relatief snelle oprukken van de geallieerde troepen waren er echter ernstige logistieke problemen ontstaan en waren troepen zwaar vermoeid. Na de bevrijding van Brussel, begin september, stokte de opmars dan ook.  Dit was voor de Engelse bevelhebber, veldmaarschalk Bernard Montgomery, het moment om een gewaagd plan te presenteren.

De geallieerde opperbevelhebber, de Amerikaanse generaal Dwight D. Eisenhower, had tot die tijd bij het oprukken in Europa gebruik gemaakt van een breed front. Montgomery pleitte nu voor een soort bruggenhoofd in de Duitse linies, van waaruit sneller doorgestoten zou kunnen worden. Na enige twijfel ging het geallieerde opperbevel akkoord met Montgomery’s voorstel.

Operatie Market Garden, een tweeledig plan

market_garden

Market Garden op de kaart. Door een combinatie van een opmars over de grond en luchtlandingen kon een groot deel van Nederland worden bevrijd en lag de weg naar het Ruhrgebied open. Bron: Wikipedia

Het plan van Montgomery hield in dat de Britse en Amerikaanse luchtlandingstroepen belangrijke bruggen over Nederlandse rivieren zouden innemen, waarna grondtroepen via deze bruggen snel zouden kunnen doorstoten tot aan het IJsselmeer. Daarmee zouden de Duitse troepen in westelijk Nederland in de tang zijn genomen en was er tevens de mogelijkheid om naar het oosten door te stoten, waar het Ruhrgebied lag. Dit was het hart van de Duitse oorlogsindustrie.

Het tweeledige plan werd ‘Market Garden’ genoemd en bestond uit operatie Market, het luchtlandingsgedeelte, en operatie Garden, het grondoffensief. De zeer ambitieuze planning hield in dat de grondtroepen, het Britse 30ste korps onder leiding van luitenant-generaal Brian Horrocks, in 3 dagen de lange weg van de Belgische grens tot aan Arnhem zouden afleggen. Om het 30ste korps snel te kunnen laten oprukken, moesten eerst alle tussengelegen bruggen door de luchtlandingstroepen veroverd worden. De Amerikaanse 101ste airbornedivisie onder leiding van generaal-majoor Maxwell Taylor moest alle bruggen tussen Eindhoven en Veghel veiligstellen. Een andere Amerikaanse luchtlandingsdivisie, de 82ste airbornedivisie onder aanvoering van brigade-generaal James Gavin, kreeg de verovering van de bruggen tussen Grave en Nijmegen toegewezen. De Britse generaal-majoor Roy Urquhart moest met zijn 1ste airbornedivisie de bruggen over de Rijn bij Arnhem bezetten.

17 september 1944

In de vroege ochtend van 17 september startte een geallieerd bombardement, dat tot doel had het Duitse luchtdoelgeschut en de vliegbases in zuidelijk Nederland uit te schakelen. Dit om ervoor te zorgen dat de luchtlandingstroepen die later die dag aangevoerd zouden worden, zo min mogelijk tegenstand van de grond kregen. Vanaf vliegbases in het oosten van Engeland vertrokken op dat moment een luchtvloot van ruim 3000 toestellen: meer dan 1500 transporttoestellen, bijna 500 zweefvliegtuigen en een escorte van ruim 1000 jagers. De dagen erna zouden nog enige malen op deze wijze troepen aangevoerd worden. De bombardementen hadden hun uitwerking niet gemist en er bleek nauwelijks hinder van luchtafweergeschut of Duitse vliegtuigen. Ondertussen was vanaf de Belgische grens het grondoffensief gestart: na enkele kilometers werd er echter al gestuit op felle Duitse weerstand en hoewel dit verzet relatief snel gebroken kon worden, werd pijnlijk duidelijk hoe makkelijk het voor de Duitsers was om de massale geallieerde colonne vertraging te bezorgen. Die dag volgden er meerdere van dergelijke incidenten. Het plan om die avond Eindhoven te bereiken moest men om die reden dan ook laten varen en er werd overnacht bij Valkenswaard, 10 kilometer zuidelijker.

Amerikaanse C-47 transporttoestellen staan klaar om parachutisten aan boord te nemen. Bron: Wikipedia

Amerikaanse C-47 transporttoestellen staan klaar om parachutisten aan boord te nemen. Bron: Wikipedia

’s Middags waren duizenden parachutisten geland in de dropzopes in het gebied tussen Eindhoven en Veghel, ten zuidoosten van Nijmegen en ten oosten van Arnhem, dit alles zonder grote verliezen. Licht geschut en jeeps werden met behulp van de zweefvliegtuigen aangevoerd. Vrijwel overal was de Duitse bezetter compleet overrompeld door de luchtlandingen, omdat het doel niet duidelijk was. Zo ontvluchtte de Duitse bevelhebber, veldmaarschalk Walther Model, zijn hoofdkwartier in Oosterbeek nabij Arnhem, omdat hij dacht dat de geallieerde troepen het op hem voorzien hadden.

Een groot nadeel voor de luchtlandingstroepen was dat de landingsplaatsen een flink eind van hun uiteindelijke doel lagen.  Dat was zo gepland om verliezen door vijandelijk vuur bij de landing te beperken. Maar dit gaf de Duitsers wel de mogelijkheid om te bekomen van de schrik en verdedigingen op te werpen. Door de vondst van kaartmateriaal op het lijk van een Amerikaanse luchtlandingsofficier werd de omvang van de geallieerde operatie voor de Duitsers duidelijk en kon een plan van aanpak worden opgesteld. Vanuit Oosterbeek rukten Engelse troepen op naar de verkeersbrug in Arnhem. Het plan was om deze brug van twee kanten te benaderen. Maar toen de Engelsen de spoorbrug ten zuiden van Oosterbeek wilden oversteken om via het zuiden de verkeersbrug te bereiken, werd de brug door de Duitsers opgeblazen. De verkeersbrug was hiermee de enig overgebleven brug over de Rijn bij Arnhem. Een eenheid van 750 Engelse troepen wist uiteindelijk de noordzijde van deze brug te bereiken. Hier zetten ze een verdedigingslinie op, in huizen rondom het begin van het brugdek. De zuidzijde van de brug werd door Duitse troepen fel verdedigd en bleek onbereikbaar.

Een twintigtal kilometer ten zuiden van Arnhem was de Amerikaanse 82ste airbornedivisie bij Nijmegen geland. Naast het veroveren van bruggen over de Maas, de Waal en het tussengelegen kanaal hadden deze troepen ook de opdracht om de heuvelrug tussen Nijmegen en Groesbeek in te nemen. Het geallieerde bevel hield namelijk rekening met een Duitse tegenaanval vanuit het Reichswald, dat ten oosten hiervan lag. Het bezetten van deze heuvelrug verliep zonder noemenswaardige problemen, maar kostte wel tijd. Aan het einde van de dag waren nu wel een groot deel van de bruggen over de Maas en het kanaal veroverd, maar Nijmegen en de bruggen over de Waal waren nog niet bereikt. De Duitse verdediging bleek in de stad goed voorbereid te zijn, onder meer omdat een Duitse eenheid uit Arnhem na de landing van de Britse troepen daar nog via de brug naar Nijmegen had weten te rijden.

Geallieerde parachutisten tijdens operatie Market Garden. Bron: Wikipedia

Geallieerde parachutisten tijdens operatie Market Garden. Bron: Wikipedia

Nog zuidelijker was de 101ste airbornedivisie geland in een landingsgebied bij Son en Veghel. Doel was de bruggen tussen Eindhoven en Veghel veilig te stellen. Dit verliep grotendeels zonder problemen, maar de brug bij Son werd voor de ogen van de geallieerden door de Duitsers opgeblazen. Het gevolg was dat de doorgaande route van het 30ste korps iets ten noorden van Eindhoven nu werd onderbroken.

18 september 1944

In Arnhem had het groepje Britten die de noordzijde van de brug had weten te bereiken een redelijke verdedigingspositie op kunnen zetten. Contact met de overige geallieerde troepen die zich vooral ten westen van Arnhem bevonden was er niet of nauwelijks. De radioapparatuur van de hele 1ste airbornedivisie bleek verre van optimaal te zijn.

Een Duitse aanval via de zuidzijde van de brug werd afgeslagen waarna de brug bezaaid lag met brandende Duitse voertuigen. Later die middag volgden nieuwe aanvallen met kanonnen, mortieren, infanterie en pantserwagens, maar ook deze werd afgeslagen door de verdedigers. Ze werden daarbij op afstand ondersteund door Britse kanonnen die bij Oosterbeek waren opgesteld en – ondanks de gebrekkige verbindingen – nauwkeurig naar hun doel werden geleid. In de tussentijd was er een Duitse verdedigingslinie ten westen van de brug opgesteld, die moest voorkomen dat Britse troepen vanuit Oosterbeek hun kameraden bij de brug zouden bereiken. Het bezetten van dit dichtbebouwde gebied bleek een zeer effectief middel, want oprukkende Britten kwamen niet verder of werden zuidelijk naar de rivier gedreven, waar ze ook klem kwamen te zitten.

In de middaguren was een tweede golf van luchtlandingstroepen vanuit Engeland opgestegen. Er was enige vertraging vanwege dichte mist en bovendien was het verrassingseffect van de vorige dag nu niet aanwezig, waardoor afweergeschut en Duitse vliegtuigen een wat groter probleem waren. De landingen verliepen opnieuw goed, maar op grond stuitten de geallieerden bij Arnhem al snel op de Duitse verdedigingslinie ten westen van de brug. Deze linie werd ook met de nieuwe troepen niet gebroken.

Bij Nijmegen werden tegelijkertijd verwoede pogingen gedaan om de bruggen over de Waal veilig te stellen, maar de 82ste airbornedivisie bleek over te weinig ondersteunend materiaal te beschikken voor een grootscheepse aanval. Daarnaast werden de landingszones ten zuidoosten van Nijmegen bedreigd door Duitse troepen die vanuit het oosten naderden. Een Duitse aanval werd hier met veel moeite afgeslagen, net op tijd voor de tweede golf van luchtlandingstroepen die in het gebied neerkwamen. Geallieerde vliegtuigen bombardeerden daarna de bossen ten oosten van Nijmegen, zodat de dreiging uit die richting afnam, maar ondertussen liet een aanval op één van de Waalbruggen nog steeds op zich wachten.

De grondtroepen troffen zuidelijk van Eindhoven nog veel Duits verzet aan, wat er toe leidde dat Eindhoven pas een het begin van de avond bereikt werd. Inmiddels waren luchtlandingstroepen hier ook vanuit het noorden aangekomen. De bevrijding van de eerste Nederlandse stad binnen deze operatie was een feit, zij het een dag later dan gepland. Om nog op schema te zitten zou de brug bij Arnhem binnen 24 uur door het 30ste korps grondtroepen gehaald moeten worden. Dat leek op dat moment al een onmogelijke opgave, zeker omdat er in het gebied tussen Eindhoven en Nijmegen ook nog bij vlagen fel gevochten werd.

19 september 1944

Na 2 dagen van strijd begonnen de eerste scheurtjes in de Britse verdediging van de Arnhemse brug te verschijnen. Hun munitievoorraad begon te slinken, de vermoeidheid nam toe en de Duitsers richtten hun vuur op zwakke plekken in de defensie. Gebouwen stortten in of vatten vlam, het aantal doden en gewonden nam drastisch toe. Vastberadenheid was echter nog steeds aanwezig en een Duits verzoek om overgave werd door de bevelhebber ter plaatse, luitenant-kolonel John Frost, resoluut van de hand gewezen. De problemen die de troepen ten zuiden van hem bij het oprukken ondervonden waren hem niet bekend. Pogingen van de Britse 1ste airbornedivisie om de eenheid bij de brug te bereiken werden ook deze dag weer afgeslagen. Wat daarbij ook een rol speelde, was dat de Duitsers nieuwe voorraden en troepenversterkingen kregen.

Twee sergeanten onderzoeken een Nederlandse school op de aanwezigheid van Duitse sluipschutters. Bron: Wikipedia

Twee sergeanten onderzoeken een Nederlandse school op de aanwezigheid van Duitse sluipschutters. Bron: Wikipedia

Langzaam begonnen de Britse troepen terug te trekken richting hun basis bij Oosterbeek. Gevolg was dat een voorraaddropping neerkwam in gebied dat nu weer in Duitse handen was. Ook de derde landingsgolf, bestaande uit een Poolse brigade met zweefvliegtuigen, ondervond ernstige hinder doordat de dropzones onder Duits vuur lagen.

 Taaie Duitse tegenstand in en om Arnhem

De grondtroepen maakten op 19 september goede vorderingen. Na het bouwen van een noodbrug ter vervanging van de opgeblazen brug bij Son, kon er snel doorgereden worden naar Veghel en Grave. Tegelijkertijd werd er tegen het middaguur contact gemaakt met de troepen ten zuiden en zuidoosten van Nijmegen. Slecht weer had de dropping van extra troepen en materieel daar verhinderd, dus de versterkingen kwamen als geroepen. In de middag werd begonnen met een aanval op de spoorbrug over de Waal. Gelijktijdig werd een nieuwe poging gedaan om de verkeersbrug te veroveren. Beide bruggen werden echter verdedigd door ervaren SS-pantserdivisies en de aanvallen werden afgeslagen, waarbij veel geallieerde slachtoffers vielen. Er werd besloten de rivier ten westen van de spoorbrug met boten over te steken en daarna de bruggen van twee kanten aan te vallen, maar de boten die hiervoor gebruikt moesten worden zaten nog vast in de uitgestrekte colonne van het 30ste korps op de smalle weg naar Nijmegen, waardoor dit plan die dag niet meer uitgevoerd kon worden.

20 september 1944

De situatie van de Britse troepen bij de brug in Arnhem leek steeds hopelozer te worden. De mannen waren grotendeels door hun voorraden en munitie heen en van de 750 man waren er nog slechts 150 in staat te vechten, de overigen waren dood of gewond. Van leiding was ook weinig sprake: bevelhebber Frost was gewond geraakt, maar daarnaast waren de troepen verspreid over meerdere huizen, zonder direct contact. Opmerkelijk is dat er in deze fase een kort staakt-het-vuren werd overeengekomen, waarin beide partijen hun gewonden naar veiliger plaatsen konden brengen. Daarna barstte de strijd echter weer in alle hevigheid los. Ook de teruggeslagen Britse troepen rond Oosterbeek hadden het zwaar te verduren

In de middag hadden de manschappen bij Nijmegen eindelijk de beschikking over boten om de Waal over te steken. Door de sterke stroming en zwaar Duits vuur wist echter slechts de helft van de vierentwintig boten de overkant van de rivier te halen. Deze troepen konden daarop wel direct de aanval op de noordelijke zijde van de spoorbrug openen en na de relatief snelle verovering hiervan werd de aanval op de belangrijke verkeersbrug ten oosten ervan voortgezet. Nu lukte het eindelijk om door te stoten tot aan het brugdek zelf, hoewel dit nog met hevig Duits verzet gepaard ging. Geallieerde voertuigen konden die avond eindelijk over de zwaar bevochten brug heen rijden. Naar later bleek was de brug voorzien van springladingen, maar deze zijn om onduidelijke redenen niet tot ontploffing gebracht.

Snel doorstoten naar de Rijn zat er voor de geallieerde troepen niet in: de voertuigen van het 30ste korps strekten zich uit over een honderdtal kilometer tot onder Eindhoven. De smalle weg was de enige corridor naar het noorden en werd nog her en der geplaagd door Duitse aanvallen. Met het vallen van de nacht was de Waal bedwongen, maar de Rijn was nog niet bereikt.

21 september 1944

In de vroege ochtend van 21 september waren de resterende Britten door hun munitie heen. Een nacht van verdere Duitse aanvallen was de druppel geweest. Na drie dagen en vier nachten gaven de verdedigers van de noordzijde van de brug zich over aan de Duitsers. De brug was weer in Duitse handen.

De aanvallen op de geallieerde troepen rond Oosterbeek verhevigden zich die dag weer, al leek er een lichtpuntje te zijn: Poolse luchtlandingstroepen werden ten zuiden van de Rijn gedropt om de 1ste airbornedivisie te versterken. Het ontbreken van boten voor de oversteek leverde echter weer vertraging op. Bovendien had slecht weer (eigenlijk al sinds de tweede dag van de operatie) ervoor gezorgd dat er minder versterkingen waren dan gepland. De Poolse troepen besloten te wachten op het 30ste korps grondtroepen, dat op weg was naar hun landingsplaats.

22 tot 26 september 1944

Majoor-generaal Roy Urquhart van de Britse 1e airbornedivisie voor Hotel Hartenstein te Arnhem. Hartenstein was de plek waar de Britten tot het laatst toe stand hielden. Bron: Wikipedia

Majoor-generaal Roy Urquhart van de Britse 1e airbornedivisie voor Hotel Hartenstein te Oosterbeek. Hartenstein was de plek waar de Britten tot het laatst toe stand hielden. Bron: Wikipedia

De voorhoede van de grondtroepen bereikte de Polen de volgende dag, maar tegelijkertijd beschoten de Duitsers de noordoever én de zuidoever ten westen van hen; dit gebied was nog niet door de geallieerden veroverd. De dagen daarop bleek het onmogelijk voor de geallieerde troepen aan de zuidzijde om de noordzijde te versterken: door zware beschietingen wist slechts een klein aantal Polen in rubberbootjes de overzijde te bereiken. Bovendien werd de smalle corridor voor de grondtroepen op diverse plekken doorbroken, waardoor aanvoer van nieuw materieel vertraging opliep. Dit alles was reden voor het opperbevel om te besluiten tot evacuatie van de resterende manschappen van de 1ste airbornedivisie op de noordoever van de Rijn. Op 25 september verlieten de Britten geleidelijk hun stellingen bij Oosterbeek, waarbij ze zorgden dat het leek alsof hun posities nog bemand waren. In rubberbootjes en onder dekking van geallieerd vuur van de overzijde werd de oversteek gewaagd. Na enkele uren hadden de Duitsers de situatie echter door en werd de rivier zwaar bestookt. Veel Britten die nog niet hadden kunnen oversteken werden gevangen genomen. Sommigen verdronken bij een poging de rivier over te zwemmen.

In de vroege ochtend van 26 september 1944 was operatie Market Garden ten einde gekomen
Aan Duitse zijde vielen tussen de 4000 en 8000 doden en gewonden, bij de geallieerden werden in totaal zo’n 17.000 man gedood, gewond of krijgsgevangen gemaakt.

Conclusie

Terugkijkend wordt operatie Market Garden als een mislukking gezien. Plannen voor het afsnijden van de Duitse troepen in westelijk Nederland en het doorstoten naar het Ruhrgebied konden geen doorgang vinden, doordat het laatste en meest cruciale doel van de operatie, de brug bij Arnhem, niet op tijd bereikt kon worden. Gevolg was dat de oorlog in Europa met een half jaar werd verlengd en het westen en noorden van Nederland een bittere hongerwinter tegemoet gingen. Wellicht hadden betere weersomstandigheden, meer nabij gelegen luchtlandingsplaatsen, een betere aanvoer van voorraden en een goed radiocontact tussen de eenheden een ander resultaat opgeleverd. Nu werd al tijdens de eerste twee dagen een haast niet in te halen achterstand opgelopen. Een ambitieus plan was op teveel punten té ambitieus gebleken.

Arnhem was, zoals later verwoord in een boek en een gelijknamige film, een brug te ver…

Literatuur

Peter Berends, Een andere kijk op de slag bij Arnhem. Een snelle Duitse actie. (2002)

Martin Middlebrook, Arnhem. Ooggetuigenverslagen van de slag om Arnhem. (2004)

Meer Market Garden?

Meer weten over operatie Market Garden? Lees op Historiën verder over:

2 Reacties op Operatie Market Garden

Geef een reactie

Schrijf je in voor TOEN!