Oriëntalisme of een nieuw bewustzijn

Toen Edward Said zijn begrip oriëntalisme in 1978 introduceerde, benoemde hij een proces dat al jaren aan de gang was. Dat hij daarbij een gevoelige snaar heeft geraakt, is af te leiden van de vele, zowel positieve als negatieve, reacties die zijn boek heeft opgeroepen. Hij creëerde als het ware een nieuw bewustzijn.
Het oriëntalisme van Said gaf een verklaring hoe de beeldvorming over het Oosten, en dan vooral in het Westen, tot stand gekomen was. Said betoogde dat er een beeld over het Oosten was geconstrueerd door het Westen. Dat beeld hield in dat het Oosten, en dus ook de mens die daar woont, irrationeel, sensueel, primitief en vrouwelijk was. Maar het Westen was sterk, rationeel, democratisch, progressief en mannelijk. [1]  Eigenlijk alles wat het Oosten niet was. Tegelijkertijd hing men daar een waardeoordeel aan. Het Westen vond zichzelf beter, juist omdat het tegenovergesteld was aan het Oosten. Said leunde hierbij erg zwaar op de theorie van Foucault [2],  die schreef dat de verhouding van macht en kennis bepalend is voor ieder ‘discourse’ of vertoog. Die machtsverhouding is daarom dan ook bepalend voor het taalgebruik. Mensen zijn beperkt door de ideeën die ze van huis uit hebben meegekregen. Deze ‘vaste’ ideeën blijven de taal en daarmee dus de verhoudingen beïnvloeden.[3]  Said stelde dat het voor machtsverhoudingen noodzakelijk is om een ‘Ander’ te hebben. Door ‘de Ander’ te beschrijven als inferieur ten opzichte van jezelf, is de redenering dat men ‘de Ander’ mag overheersen geen grote stap meer. Dit is het sterkste argument van Said’s these.

Spiegeling
Het beschouwen van zichzelf door het beoordelen van omliggende volken is zo oud als de mensheid zelf. Romeinen en Grieken spraken al over de hen omringende volken als barbaren. Hierdoor werd, voor de Grieken en Romeinen, onmiddellijk duidelijk wie in deze vergelijking de superieure cultuur bezat. De machtsverhouding is daardoor duidelijk in dit ‘discourse’. Deze werkwijze is overigens geen Westerse uitvinding. Op vrijwel alle plekken op de wereld hebben beschavingen hun superioriteit aangetoond door middel van taal. Door het demoniseren of bagatelliseren van anderen is het mogelijk om het eigen handelen te verklaren of goed te praten. Dit vertoog komt in alle culturen voor. Zoals bijvoorbeeld de Chinese bureaucraat He Ao die in 1520 alle buitenlanders ‘Feringis’ oftewel Franken [4] noemde en hen als woest, niet te vertrouwen en een gevaar voor de veiligheid van het land zag [5].  Daarmee gaf hij zichzelf en zijn cultuur uiteraard tegenovergestelde kwaliteiten mee. De Afrikaan Olauddah Equiano die in 1789 de westerse zeelui, die hem als slaaf naar Amerika brachten, beschreef als ‘boze geesten’. Dit baseerde hij op hun woeste uiterlijk en hun taal.  [6] Of het afsluiten van het intellectuele contact met het Westen zoals Ibrahim Muteferrika dat rond 1739 ervaren moet hebben. Na de dood van zijn beschermheer besloten de Ulama, Islamitische juristen die traditie en religieuze wetten aanhingen, het contact met westerse intellectuelen op te schorten. [7] Een voorbeeld van een westers vertoog is het gedicht van Rudyard Kipling, The White Man’s Burden, dat hij schreef in 1899.

Rudyard Kipling. Bron: wikipedia.

Take up the White Man’s burden.
Send forth the best ye breed.
Go bind your sons to exile.
To serve your captives’ need.
To wait in heavy harness.
On fluttered folk and wild.
Your new-caught, sullen peoples.
Half-devil and half-child. [8]

Kipling schreef dit gedicht naar aanleiding van het innemen van de Filippijnen door de Verenigde Staten tijdens de Spaans-Amerikaanse oorlog van 1898. Hij beschreef de ambivalentie van het beeld dat het Westen had van de oosterlingen, “Half devil and half child.” Aan de ene kant een wildeman, aan de andere kant een kind dat opgevoed kon en moest worden. Westerlingen geloofden dat het zelfs hun christelijke plicht was om de ‘wilden’ beschaving bij te brengen. Het gebruiken van ‘de Ander’ om het eigen gedrag te verklaren en zelfs daarmee te verheffen is blijkbaar een universeel en tijdloos gegeven.

Doordat het Westen het Oosten als inferieur kon wegzetten, konden de machthebbers in het Westen hun koloniale en imperialistische politiek een ethisch verantwoord tintje meegeven. Dit is de diepere motivatie die Said koppelde aan de stereotype weergave van het Oosten door het Westen. Het gaf het Westen allereerst een identiteit én later ook de vermeende superioriteit. Door dit superioriteitsgevoel was de overheersing van het Oosten door het Westen logisch te verklaren.

Essentialisme
Said beschuldigde het Westen van essentialisme. De essentie van het essentialisme is: “dat wat een object of substantie noodzakelijk heeft en maakt tot wat het fundamenteel is. Heeft het die noodzakelijkheid niet, verliest het zijn identiteit.”  [9] Het Westen scheerde het Oosten, volgens Said, over één kam door het toekennen van een beperkt aantal eigenschappen aan hele bevolkingsgroepen. De bekende voorbeelden zijn: alle Arabieren zijn godsdienstfanaat of alle negers in Afrika zijn lui. Afgezien van de racistische lading die aan dit soort uitspraken kleeft, klopt de logica natuurlijk ook niet. Niet alle Arabieren zijn godsdienstfanaat, sterker nog, dat blijkt maar een klein gedeelte te zijn. Daarnaast moet nog maar bewezen worden dat negers lui zijn. Dit is namelijk een kwestie van perceptie. Het perspectief van tijd is voor de westerling, gehersenspoeld als hij is door de klok, heel anders dan voor de Afrikaan. Deze ziet zijn dagelijkse ritme gedomineerd door de zon en de seizoenen.  [10] Door het Westen als een geheel te nemen maakte Said zich dus zelf schuldig aan essentialisme. Het Westen is natuurlijk een samenraapsel van allerlei landen, volken en culturen en niet een club blanke heren die allemaal hetzelfde denken over het Oosten.

Van bewondering naar afkeer
Het beeld dat het Westen over het Oosten heeft gehad is ook nog eens aan wijzigingen onderhevig geweest. Het eerder geschetste beeld van de irrationele, sensuele, primitieve en feminiene Oosterling was een 19e-eeuws beeld. Zoals Erik Ringmar schetste in zijn ‘Malice in Wonderland: Dreams of the Orient and the Destruction of the Palace of the Emporer of China’, is het beeld, dat het Westen van het Oosten had, veranderd. Hij schreef: “In European accounts of the imperial palace recourse was always taken to the latest aesthetic principles embraced not in China, but in Europe. As a result, the descriptions changed, often abruptly, not because the palace itself changed, but because of changes in European conceptions of beauty.  [11] Ringmar toonde in zijn stuk aan dat het Westen lang niet altijd het Oosten als inferieur heeft gezien. Hij beschreef hoe middeleeuwse reizigers zich verwonderden over de pracht en praal van het paleis van de keizer en hoe zij zich onderwierpen aan de keizer door de ‘koutou’, drie keer knielen en driemaal kloppen op het hoofd, uit te voeren.  [12] In het begin van de 18e eeuw beschreven Jezuïeten nog de pracht en praal van het paleis. “Everything there is grand and truly beautiful” schreef de jezuïtische missionaris Jean Denis Attiret in 1745. Terwijl aan het einde van diezelfde eeuw, in 1793, de Britse diplomaat John Barrow schreef dat hij “none of those extravagant beauties and picturesque embellishments” had gezien.  [13] De houding ten opzichte van het paleis en de cultuur die het heeft voortgebracht was dus veranderd in een relatief korte periode. Dat deze periode samenviel met de westerse verlichting en industriële revolutie is geen toeval. Het Westen was steeds meer in staat om anderen haar wil op te leggen en aarzelde niet om dat ook daadwerkelijk te doen. Ringmar beschrijft ook hoe taal, en daarmee de houding ten opzichte van het Oosten veranderde. In de middeleeuwen beschreven de Europeanen de Chinese paleizen nog als wonderen. Aan het einde van de 18e eeuw werden de paleisbewoners weggezet in een decor van sadomasochistische orgies.  [14] Vanuit dit perspectief was de stap naar morele superioriteit voor de 19e-eeuwse Europeaan slechts een kleine. Of zoals Ringmar over de orgies aangaf “Like rape fantasies, these Orientalist visions are less about sex than about power.”  [15] Het wegzetten van de ander als zedeloos heeft dus een belangrijke functie gehad in de verschuiving van de machtsbalans. De balans in de machtsverhouding tussen Europa en het Oosten verschoof steeds meer naar het Westen.

The Women of Algiers. Door Eugene Delacroix, 1834. Bron: wikipedia.

Identiteit en macht
De these van Said is rechtstreeks terug te vinden in het stuk van Ringmar. Hij werkte het idee uit dat het beeld dat het Westen had over het Oosten, in eerste instantie nodig is geweest om het Westen een identiteit te geven. In de these van Foucault lag de machtsverhouding, op dat moment in de geschiedenis, in het voordeel van het Oosten. Maar Ringmar legt ook uit dat deze houding veranderde gedurende het voortschrijden van de tijd. Ringmar schreef zelf “Arriving in a marvelous land, encountering marvelous things, the Europeans first wondered, then they took the land and the things.”  [16] Deze ene zin beschrijft ongeveer vierhonderd jaar van contacten tussen het Westen en het Oosten. Om van onderdanigheid naar superioriteit te komen moest het Westen zich een andere houding aanmeten. Dat deed het Westen, onder andere, door het Oosten te kleineren. Said vertelde in een interview dat “Orientalism is not just a vicarious experience of marvels of the East. It is not just vague imagining about what the Orient is, although there is some of that there. But it really has to do with how you control actual populations. It is associated with the actual domination of the Orient, beginning with Napoleon.”  [17] Ringmar sloot af met “It was only by first defining, and then defeating, the wonders of the East that the Europeans could come to take their place.”  [18] Daarmee borduurde hij voort op de these van Said.

Wereldgeschiedenis
Het oriëntalisme van Said heeft een sterke lading gekregen in de loop der jaren. Het handboek ‘Worlds Together, Worlds Apart’ van Robert Tignor probeert daar rekening mee te houden. De wereldgeschiedenis wordt in dit boek in onderlinge samenhang beschreven. Tignor streeft ook naar een historische en geografische balans in zijn beschrijvingen. Deze balans weet hij te vinden in de eerste hoofdstukken van het handboek, al krijgt de ‘westerse’ geschiedenis de overhand aan het einde van het boek. Toch slaagt Tignor er prima in om beide zijden van de medaille te laten zien door het inzetten van de primaire bronnen die de tekst begeleiden. Hier komen zowel de oosterse als westerse zienswijzen aan bod. Hiermee probeert Tignor oriëntalisme te vermijden.

Echter, in het hoorcollege van 26 april 2012, werd door de heer Van der Veldt melding gemaakt van het feit dat ook wereldgeschiedenis een Westers idee is. De historici die zich er mee bezig houden zijn werkzaam aan Westerse universiteiten of daar opgeleid. Tignor is hierop geen uitzondering. Het lijkt er dan ook op dat de houding ten opzichte van het Oosten vanuit het Westen weer aan het verschuiven is. Het Westen wil het Oosten een plek geven in de wereldgeschiedenis en geeft deze ook aan het Oosten. Misschien bedoelde Said dat toen hij Marx citeerde. “Sie können sich nicht vertreten, sie müssen vertreten werden.”  [19] Het Westen bepaalt dus nog steeds voor het Oosten wat goed voor het Oosten is. En daarmee heeft Said, vierendertig jaar nadat zijn boek verschenen is, nog steeds gelijk.

Michel Foucault (1926-1984). Bron: wikipedia.

Foucault schreef dat in alle vertogen de machtsverhouding schuilt die, op het moment dat het vertoog werd gemaakt, bestond.
De machtsverhoudingen bepalen hoe mensen en culturen naar elkaar kijken. Het Oriëntalisme is de benaming van één zo’n vertoog. Dat het Westen in de ‘wereldgeschiedenis’ die nu geschreven wordt het Oosten meer ruimte geeft, heeft dan ook misschien meer te maken met de gewijzigde machtsverhoudingen tussen Oost en West dan met een oprechte wil om alle culturen en volkeren bij die wereldgeschiedenis te betrekken.

Noten

  1. http://nl.wikipedia.org/wiki/Ori%C3%ABntalisme, 10 juni 2012.
  2. Michel Foucault, (1926 – 1984) Frans filosoof.
  3. Peter Tosh, The Pursuit of History, Harlow, 2010, 197.
  4. Ferengis is Falanxi in Chinese, which means “Frankish”, a word used by many Asian peoples to refer to western Europeans, http://en.wikipedia.org/wiki/Second_Battle_of_Tamao_%281522%29.
  5. Robert Tignor e.a., Worlds Together, Worlds Apart,  New York,  2011, 479.
  6. Robert Tignor e.a., Worlds Together, Worlds Apart,  New York,  2011, 500 – 501.
  7. Robert Tignor e.a., Worlds Together, Worlds Apart,  New York,  2011, 528 – 529.
  8. Rudyard Kipling, The White Man’s Burden, 1899, http://www.fordham.edu/halsall/mod/kipling.asp
  9. http://nl.wikipedia.org/wiki/Essentialisme_%28filosofie%29 10 juni 2012.
  10. Ewout Frankema; Werkcollege wereldgeschiedenis 31 mei 2012.
  11. Erik Ringmar, Malice in Wonderland: Dreams of the Orient and the Destruction of the Palace of the Emperor of China, Journal of World History, Vol. 22, No. 2, 274.
  12. Erik Ringmar, Malice in Wonderland: Dreams of the Orient and the Destruction of the Palace of the Emperor of China, Journal of World History, Vol. 22, No. 2, 276.
  13. Erik Ringmar, Malice in Wonderland: Dreams of the Orient and the Destruction of the Palace of the Emperor of China, Journal of World History, Vol. 22, No. 2, 274.
  14. Erik Ringmar, Malice in Wonderland: Dreams of the Orient and the Destruction of the Palace of the Emperor of China, Journal of World History, Vol. 22, No. 2, 283.
  15. Erik Ringmar, Malice in Wonderland: Dreams of the Orient and the Destruction of the Palace of the Emperor of China, Journal of World History, Vol. 22, No. 2, 283.
  16. Erik Ringmar, Malice in Wonderland: Dreams of the Orient and the Destruction of the Palace of the Emperor of China, Journal of World History, Vol. 22, No. 2, 287.
  17. Gauri Viswanathan [ed.], Power, Politics and Culture: Interviews with Edward W. Said, Bloomsbury, 2001, 169.
  18. Erik Ringmar, Malice in Wonderland: Dreams of the Orient and the Destruction of the Palace of the Emperor of China, Journal of World History, Vol. 22, No. 2, 294.
  19. Luc Aerts, recensie van het boek Oriëntalisten van Edward Said op http://www.ethische-perspectieven.be/page.php?LAN=N&FILE=ep_book&SID=310&ID=0, 10 juni 2012.
Schrijf je in voor TOEN!