Poule H – Spanje’s droommiddenveld

Historiën laat het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika niet voorbij gaan! Reinout Hubbers beschrijft de indeling per poule, geeft korte historische terugblikken en voorspelt de uitkomst van de poulewedstrijden. In dit artikel poule H.

Bron: wikimedia

Als de huidige Europees Kampioen met een nauwelijks gewijzigd en zeker niet verzwakt team naar Zuid-Afrika gaat, durven we wel stellen dat Spanje in ieders boekje als groepswinnaar genoteerd staat. Als dat buiten kijf staat, is het de moeite waard om eens tegenstanders Zwitserland, Honduras en Chili nader te bekijken.

Chili

 

En met de Chilenen hebben we direct de waarschijnlijk naaste belagers van Spanje te pakken. Jazeker, net als bijvoorbeeld Mexico bestaat het team uit een mengsel van spelers uit Midden- en Zuid-Amerika en spelers uit Europese competities. Nu zijn die Europese competities niet altijd de sterkste of spelen die knapen niet altijd bij de sterkste clubs, maar het is wel van belang dat je Europese ervaring in je team hebt. Dat Chili een kanshebber voor de tweede plaats in deze poule is, komt door twee factoren: ten eerste heeft Chili een meer dan uitstekende kwalificatie afgelegd en ten tweede zijn de voorwaarden in deze poule gunstiger dan voor bijvoorbeeld Mexico dat ook aantreedt met een groot aantal spelers dat nooit in Europa ervaring opdeed. De tegenstanders zijn afgezien van Spanje, dat voor iedereen in deze poule een maatje te groot zou moeten zijn, gunstig voor Chili. Zwitserland heeft bijvoorbeeld wel enkele jongens die in het clubvoetbal gelouterd zijn, maar het nationale elftal floreert zelden. Honduras moet ook te kloppen zijn. Het land had het af en toe zwaar tijdens de kwalificatie en was virtueel uitgeschakeld door Coasta Rica totdat de Verenigde Staten in de beslissende wedstrijd vijf minuten in blessuretijd (!) de gelijkmaker erin knalden, zodat Honduras in plaats van Costa Rica mocht afreizen naar Afrika. Chili is beter voor de dag gekomen tegen veel betere tegenstanders (werd tweede achter Brazilië!) en daarom heeft het de beste papieren om zich achter Spanje te plaatsen voor de volgende ronde.

Tijdens de kwalificatie stak spits Humberto Suazo in grootse vorm. Hij scoorde 10 kwalificatiegoals en bleef daarmee de Braziliaan Luis Fabiano voor. Met 17 goals in 41 interlands is hij absoluut de gevaarlijkste speler. Een andere Chileen die nog wel eens voor de keeper kan opduiken is Esteban Paredes, die als aanvallende middenvelder of aanvaller speelt. Waarschijnlijk start Suazo in de basis met een reserverol voor Paredes of een plaats op het middenveld. Het 21-jarige wondertalent Alexis Sánchez zal op de flanken spelen. Deze drie heren tezamen zijn de gevaarlijkste jongens. Laatstgenoemde heeft met 11 goals in 28 interlands een grotere scoringsdrift dan bij zijn clubs, maar wellicht dat hij bij Chili een ietwat andere rol heeft in de aanval dan bij zijn club Udinese – waar hij overigens naar behoren presteert.

Zwitserland

– net niet?

Zwitserland heeft een paar echte vedetten, maar het lijkt alsof er te weinig voetbal in de ploeg zit. Beangstigend is het gegeven dat tijdens de kwalificatie maar liefst de helft van de doelpunten uit dode spelmomenten kwam… Dat geeft toch te denken. Het kwalificeerde zich dan wel redelijk, maar heel veel tegenstand was er nu ook weer niet (Griekenland, Israël, Letland, Luxemburg en Moldavië). Het heeft wel een goede coach: Ottmar Hitzfeld. De Succestrainer die met twee Duitse clubs de Champions League wist te winnen (Dortmund 1997 en Bayern Mü nchen 2001) is alweer twee jaar in dienst bij de Zwitserse bond.

De echte vedetten zijn Alexander Frei en Gö khan Inler. De van oorsprong Turkse Inler speelt sinds 2005 voor Zwitserland waar hij een belangrijke schakel is op het middenveld. De middenvelder staat niet bekend als een scorende speler, maar is beslist een topper: na drie goede jaren bij Udinese hadden diverse grote clubs interesse in hem, maar Udinese wilde nog niet van hem af! Het is tekenend voor het goede team dat Udinese momenteel heeft, want heel veel WK-deelnemers hebben in Udine hun thuisbasis. Wellicht dat hij Alexander Frei kan steunen. Deze Zwitser is al jaren het uithangbord van zijn land en mag wel de opvolger van viervoudig Zwitsers voetballer van het jaar Stephane Chapuisat worden genoemd. Zelf werd Frei al twee keer tot Zwitserlands beste voetballer gebombardeerd. Hij speelde toevallig (of niet?) ook nog drie seizoenen voor Borussioa Dortmund, waar Chapusat zijn grootste triomfen had gevierd. Allebei de spitsen komen in de buurt van een één op twee goalproductie, met Chapuisat net wat productiever. Alleen in het nationale elftal streefde Frei zijn voorganger Chapuisat -die niet voor niets als Zwitserlands allerbeste voetballer werd gekozen- voorbij: met 40 goals in 73 interland is hij de topscorer van Zwitserland, terwijl Chapuisat bleef steken op slechts 21 treffers in 103 interlands.

De aanwezigheid van Frei en Inler en zelfs oudgediende Hakan Yakin zal genoeg zijn om Honduras onder zich te houden, maar Chili lijkt de sterkere – het scoort gewoon makkelijker.

Honduras – de grote onbekende

 

Laten we wel wezen: wie hier in Nederland is onder de indruk van Honduras en de staat van het nationale voetbal? Een korte blik in de historie leert ons dat de kwalificatie al bijzonder moeizaam ging nota bene tegen landen uit Midden- en Noord-Amerika, waar afgezien van Mexico en de Verenigde Staten toch weinig voetballanden van formaat meedoen (al is Canada qua oppervlakte natuurlijk wel immens).

Van de 23 selectiespelers zijn er 7 actief in Europa. Wel bij redelijke clubs als Tottenham Hotspur, Wigan Athletic, Bari, Torino en Genoa, met als bekendste man David Suazo, die uiteraard géén familie is van de Chileense spits Humberto Suazo. De Hondurese spits speelde zich bij het Italiaanse Cagliari in de kijker, waarna hij bij Internazionale tekende. Daar kwam hij niet uit de verf en werd verhuurd aan Benfica en Genoa. Zijn verblijf bij beide clubs was geen doorslaand succes. Hoe anders leek zijn carriere zich te ontwikkelen na het superseizoen 2005-2006 toen hij met 22 goals 3e werd op de topscorerslijst van de Serie A, achter Luca Toni (31) en David Trezeguet (23). Na nog een succesvol seizoen werd hij samen met Kaká gehuldigd als beste buitenlander in de Serie A. Een grotere club lonkte, maar dat werd niet het keerpunt waar Suazo op hoopte…

In de nationale ploeg doet hij het redelijk met 16 goals in 52 wedstrijden. Hij is echter niet in grootse vorm en wellicht mogen we meer verwachten van de twee meest ervaren internationals van Honduras: Carlos Pavón en Amado Guevara. De eerstgenoemde heeft al 100 interlands achter zijn naam, is dan ook 36 jaar, maar heeft een indrukwekkende staat van dienst als de topscorer van het nationale elftal. Zijn 57 treffers zin echter wel voornamelijk tegen de mindere goden van het westelijk halfrond – de Zuid-Amerikaanse toppers ontbreken stuk voor stuk op zijn kerfstok. Als Guevara in de basis staat, zal hij zijn 135e interland spelen. Daarbij wist hij al 29 keer te scoren. Omdat ook hij vooral in lager aangeslagen competities actief was, mogen we niet al te veel verwachten. Dat Honduras zoveel interlands speelt kan gunstig zijn voor het ontwikkelen van een voetbalvisie. Helaas zal dat in deze poule niet genoeg zijn.

De voorspelling van Historië n.nl

 

De glazen bol ontdoet zich van mist en toont ons dat:

1 Spanje

2 Chili

3 Zwitserland

4 Honduras

Zou Spanje tegen een zeperd kunnen oplopen? Nou, met sterren op het middenveld als Xavi Alonso, Xavi, Cesc Fabregas, David Silva en Andrés Iniesta zijn het vooral de tegenstanders die voor een zeperd moeten oppassen! Spanje heeft waarlijk een droommiddenveld. De verdediging is eveneens uiterst sterk, met onder andere Gerard Piqué, Carlos Puyol en Sergio Ramos. Om hun daden te beschrijven zou zoveel tijd kosten dat het toernooi al voorbij zou zijn tegen de tijd dat het klaar was…

Spanje zit in de luxepositie dat het in elke linie wereldtoppers kan opstellen. Het is om je vingers bij af te likken. Vergeleken bij Nederland is Spanje vooral in de verdediging sterker. In de aanval beschikt Oranje over meer sterren. Niettemin beschikt Spanje over een koppel dodelijke spitsen: Fernando Torres en David Villa. Laatstgenoemde is net voor zijn vertrek naar Zuid-Afrika voor een slordige 40 miljoen euro van Valencia naar Barcelona gegaan. Sinds 2001 teistert Villa verdedigers met grote regelmaat, eerst voor Sporting Gijon, daarna Real Zaragoza en als laatste Valencia. Zijn eerste “seizoen” beperkte zich tot één partijtje, maar de twee seizoen daarna was hij meteen een vaste waarde. Bij Gijon speelde hij 85 competitie- en bekerwedstrijden waarin hij 40 goals maakte – het was een stormachtige entree op het voetbalpodium. De interesse in de toen pas 21-jarige aanvaller laaide op; Real Zaragoza wist de jongeling te strikken. Twee seizoenen, 92 wedstrijden en 39 goals later kwam Valencia waar hij uiteindelijk vijf jaar zou spelen alvorens zijn jawoord aan Barcelona te geven. In de tussentijd had hij 129 keer gescoord! Het laatste seizoen bij Valencia raakte de club in groeiende mate afhankelijk van de productie van Villa. Er waren te weinig anderen die goals noteerden. Het werd zo erg dat er in de pers gesproken werd van Villadepencia! Als international is hij onbetwist de beste man in de aanval van Spanje. Hoewel Raúl van Real Madrid nog steeds meer interlandgoals heeft gemaakt, namelijk 44, had deze er 102 wedstrijden voor nodig. Villa staat er met zijn 38 treffers in 58 wedstrijden veel beter voor en wie weet kan hij Raúl dit toernooi nog evenaren als Spanje’s topschutter… Tijdens de vorige twee grote toernooien werd Villa topscorer, al moest hij de titel in 2006 nog delen met maatje Fernando Torres.

Het is diezelfde Torres die wederom de aanvalspartner zal zijn. In de nationale ploeg staat de meer ervaren Torres qua doelpunten ver achter op Villa, maar hun samenspel is dusdanig dynamisch, dat beiden zich er erg goed bij voelen en dat coach Vincente del Bosque het wel uit zijn hoofd laat om een andere partner te kiezen. Torres bewijst zich bovendein wekelijks bij zijn clubs. Zeven jaar lang zwoegde Torres bij Atletico Madrid voor zijn goals. In zijn tweede seizoen won hij zijn enige prijs in Madrid: het kampioenschap van de Segunda Division. Juist om prijzen te winnen transfereerde Fernando naar Liverpool, waar hij al drie jaar een vaste waarde is onder de Spaanse coach Rafael Benitez. In zijn eerste seizoen debuteerde hij ijzersterk, maar kreeg in de laatste twee jaren vaker last van blessures die zijn wedstrijdenaantal naar beneden haalden. Het afgelopen jaar maakte hij slechts 22 competitiewedstrijden mee. Desondanks was hij de belangrijkste aanvaller van Liverpool, met 18 goals. Het jaar verliep teleurstellend voor Liverpool met te veel nederlagen. In de pers was men het unaniem eens dat een fitte Torres aanzienlijk meer punten had opgeleverd. Ironisch genoeg won Torres bij Liverpool nog geen enkele prijs, terwijl de club in de jaren vóór zijn komst de prijzenkast juist fors uitbreidde met twee Europese en enkele Engelse bekers.

Nee, met zulke toppers gaat Spanje niet tegen een zeperd oplopen. Althans niet in de groepsfase.

De voetbalfilosoof

 

Blaise Nkufo is geen gewone voetballer, nooit geweest ook. De man is rustig, beschaafd en vriendelijk en zal nooit iemand een elleboogstoot of fikse tackle van achter verkopen. Buiten het veld houdt hij van lezen en daar zitten wel eens filosofische werken bij. Tijdens interviews is hij rustig en in staat om te relativeren of de vragensteller een andere wijsheid van diep uit zijn brein voor te schotelen. In Nederland en dan natuurlijk met name in Tukkerland wordt hij op handen gedragen. En terecht, want in de zeven jaar die hij bij Twente speelde, werd hij topscorer door het record van Jan Jeuring te verbeteren: zijn totaal staat op 114 competitietreffers in 223 wedstrijden (tegenover 103 van Jeuring). In zijn eerste zes jaar werd hij iedere keer clubtopscorer; pas in zijn laatste seizoen loste de makkelijk scorende Costa Ricaan Bryan Ruiz hem af. Sowieso ging het laatste seizoen moeizamer. Blaise kwam minder voor de vijandelijke goal, kon minder het spel beïnvloeden en werd in sprintduels genadeloos geklopt door vrijwel elke verdediger. Gelukkig kon hij met 12 goals zijn aandeel in het kampioenschap van een gouden randje voorzien. Wel had hij zelf door dat het voetbal in Nederland niet stilstond…en hij wel. Hij besloot om bij de Seattle Sounders een Amerikaans avontuur aan te gaan. Een hele verstandige keuze, want het voetbal is van een niveau waarbij slimmigheid, techniek en inzicht belangrijker zullen zijn dan of je een sprintduel kunt winnen. Zijn vrouw en kinderen waren al naar Canada gemigreerd, zodat hij binnenkort weer meer bij zijn gezin kan zijn. En zo heeft Blaise Nkufo zijn voetballoopbaan over drie continenten verdeeld: hij begon in Afrika (waar hij in Kinsjasa, Zaïre, geboren werd), ging vervolgens naar Europa (waar hij de Zwitserse nationaliteit aannam in 1998) en stopt over een seizoen of twee in de Verenigde Staten waar hij zich wellicht permanent zal vestigen. Dat Nkufo een speler is die alleen in de juiste omgeving kan excelleren mogen we aflezen uit het feit dat hij tot hij bij Twente kwam vrijwel ieder jaar een andere club had. Twente heeft zijn rusteloze bestaan als voetbalzwerver een halt toe geroepen, een thuis gegeven…en de vruchten van de uitstekende spits geplukt. Hoe mooi is het om in je laatste seizoen eindelijk kampioen te worden?

Als international speelde hij al 32 keer, met 7 goals als resultaat. Dat lijkt niet heel veel, maar vijf van die goals maakte hij tijdens de kwalificatierondes voor Zuid-Afrika. Hij is dus beter in vorm in de nationale ploeg dan jaren geleden en was zelfs gedeeld topscorer van zijn land met Alexander Frei.

Geef een reactie

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!