Prinses Marianne, column

Meestal worden vrouwelijke royals alleen beroemd door een sensationeel liefdesleven. Prinses Marianne vormt geen uitzondering op deze regel. Wat nog steeds veel opzien baart, is niet alleen haar mislukte huwelijk met haar overspelige neef Albert van Pruisen…

Schilder: C.J. Begas, bron: Collectie Nationaal Museum Paleis het Loo, langdurig bruikleen Gemeente Den Haag

Meestal worden vrouwelijke royals alleen beroemd door een sensationeel liefdesleven. Prinses Marianne (1810-1883), de lievelingsdochter van koning Willem I en de jongste zus van koning Willem II, vormt geen uitzondering op deze regel. Wat nog steeds veel opzien baart, is niet alleen haar mislukte huwelijk met haar overspelige neef Albert van Pruisen. Nog veel interessanter is dat zij op den duur een vaste relatie aanging met Johannes van Rossum. Tien jaar na zijn dood noemde zij hem nog een keer de man ‘die mijn Een en mijn Alles geworden is’, maar het was natuurlijk veel prikkelender om hem aan te blijven duiden als haar lakei en koetsier, ofschoon hij al gauw haar secretaris en bibliothecaris was geworden. Dus probeer de vies romancées van Arie van der Lugt (1975) en Dieuwke Winsemius (1991) maar eens links te laten liggen, met de verleidelijke ondertitels die deze prinses verguisd en bemind noemen.

Zelf ben ik om onnaspeurbare redenen vooral gefascineerd geraakt door haar prille jeugdliefdes. Neem nu dat verhaal over prins Albert, die toen hij nog een kusgrage leuke jongen was, heel avontuurlijk samen met haar door een gat in een heg wegglipte. Ontroerender nog vind ik het levenslange verdriet van de pseudo-markies George du Thouars, die als jeugdige page van Mariannes vader in haar voorgoed zijn grote liefde gevonden meende te hebben en zeker met haar zou trouwen. De daarop volgende desillusie was zó groot dat hij op den duur wel aan lager wal móést raken. De tranen springen je in de ogen wanneer je leest hoe hij zijn geliefde prinses bij haar achtentwintigste verjaardag en kort na het overlijden van haar moeder, in het gedicht Weemoedstonen enigszins probeerde te troosten. En zou het echt toeval zijn geweest dat ik in de bibliotheek in een van de vele Marianne-boeken zomaar een los blaadje papier vond, met daarop een handgeschreven gedicht van een Prins zonder Land? Die dacht: Straks steek ik alles hier voorgoed in brand, // dan zwem ik naar de overkant en vind ik in dat fonkelnieuwe land // eindelijk als muzikant die ene harmonieuze dissonant // die mij maakt tot haar hart- en zielsverwant.

Het museum Het Loo heb ik jammer genoeg niet meer tijdig kunnen bezoeken, doordat de nieuwe elektrische fiets van mijn vader er opeens de brui aan gaf. In de tentoonstelling die daar aan prinses Marianne was gewijd, stond de reis centraal die zij in 1849/1850 naar het H. Land en omgeving had gemaakt, onder de bezielende leiding van dominee Van Senden. Wat de kranten toen vooral gretig vermeldden, was dat zij op Sicilië een tussenstop had moeten maken om te bevallen van haar officieel buitenechtelijke zoontje. Aan het Nederlandse en het Pruisische hof was zij toen helemaal niet meer welkom.

Gelukkig heb ik wél een hele middag kunnen doorbrengen in het Stadsmuseum Leidschendam-Voorburg. Tussen prinses Marianne en Voorburg hebben heel nauwe banden bestaan, getuige bijvoorbeeld het bronzen beeld van haar bij de Oude Kerk in de Herenstraat. Aan verschillende projecten in Voorburg had zij financiële steun gegeven en aan de Vliet heeft ook haar fraaie buitenplaats Rusthof gelegen.

Op de tentoonstelling waren veel van de schilderijen te zien die Marianne indertijd had verzameld. Het hoogtepunt was misschien wel het portret dat de Berlijnse hofschilder C.J. Begas in 1832 van haar had gemaakt, twee jaar na haar huwelijk met prins Albert. Had de schrijver Nicolaas Beets daar niet ooit bij stilgestaan in zijn dagboek? Ja, las ik later. ‘Wie [haar] daar voor zich ziet in den vollen luister van onschuld, minzaamheid en deugd, rein als het parelkleurige zijden kleed waarin zij is afgebeeld, ‒ diens gemoed schiet vol, wanneer hij bedenkt dat deze lieve konings-spruit misschien in zeer slechte handen is gevallen.’ Dolgraag zou ik alle brieven willen lezen die Marianne en Beets vroeger met elkaar hebben gewisseld, maar dat zal wel niet gemakkelijk gaan.

Het beeld dat ik uiteindelijk van prinses Marianne heb gekregen ‒ niet in de laatste plaats ook via de prachtig samenvattende en rijk geïllustreerde levensbeschrijving (2010) van Kees van der Leer en Tiny de Liefde ‒ omvat veel meer dan dat van een mooie vrouw die op mannen een diepe indruk heeft gemaakt. Zo was zij ongetwijfeld ook een diep gelovige vrouw en wist zij tegelijkertijd goed om te gaan met haar grote rijkdom. Zij besteedde haar geld zeker niet alleen aan mooie buitenverblijven voor haarzelf en haar kinderen, maar beoefende ook op ruime schaal de liefdadigheid. Haar kunstlievende aard bracht haar er bovendien toe met verschillende schilders contacten te onderhouden en op verschillende plaatsen een schilderijenverzameling aan te leggen. Maar voorop staat voor mij haar eigenzinnige en onafhankelijke aard, die haar er in verschillende situaties toe aanzette haar eigen weg te volgen, wat haar omgeving daar ook van mocht denken.

Daarom stel ik voor op de Internationale Vrouwendag ieder jaar aan een voorbeeldig geëmancipeerde vrouw de Prinses Marianneprijs te gaan uitreiken. Aan de winnares wordt dan de titel prinses toegekend, zodat die eindelijk niet meer alleen door geboorte of huwelijk valt te verkrijgen. Bij de uitreiking moet dan uiteraard de mars worden gespeeld die de prinses zelf een keer gecomponeerd heeft.

Ick Sing

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor TOEN!