Raadsels rond Karel de Grote

In 814, na bijna een halve eeuw over zijn rijk te hebben geregeerd, overleed Keizer Karel de Grote te Aken. In de middeleeuwse (Latijnse) bronnen wordt die plaats aangeduid als Aquisgranum. Zijn dood werd in 2014 herdacht (hier stond Historiën ook bij stil). Toch weten we weinig met zekerheid over het leven van Karel de Grote. Een pleidooi voor een kritische wetenschappelijke beschouwing van de raadsels rond Karel de Grote.

Graf Karel de Grote Abbazia San Claudio

Abbazia San Claudio (Abdij Hl. Caudius) in het Chientidal vlak ten zuidoosten van
Macerata. Marmeren plaat met inschrift (in een zijkapel), waarop staat dat Karel
de Grote hier ligt begraven. Foto: Hans Vogel.

In 2014 werd de dood van Karel de Grote in Aken en elders in Europa op grootse wijze herdacht. Niet verwonderlijk, want Karel de Grote wordt algemeen beschouwd als grondlegger van het moderne Europa. Vooral de eurocraten in Brussel hebben een warm plekje voor Keizer Karel en zijn hem dankbaar telkens wanneer zij hun maandsalaris plus bonus en onkostendeclaraties ontvangen. Karel de Grote is eigenlijk de Willem de Zwijger van de EU. Maar waar over Willem de Zwijger een veelheid van bronnen in verschillende talen beschikbaar is, ontbreekt die voor Karel.

Beperkte bronnen

Die bronnenschaarste is eigenlijk niet zo verbazingwekkend, want Karel de Grote leefde in de duistere middeleeuwen, de dark ages, waarover de historische bronnen schaars zijn. Bovendien zijn middeleeuwse bronnen niet zelden vervalst en dikwijls zo onbetrouwbaar dat er in 1986 in Duitsland een heel congres aan is gewijd.[1]

Eigenlijk zijn er maar twee belangrijke bronnen, namelijk de biografieën die Einhard en Notker in het Latijn hebben geschreven. Einhard, de auteur van Vita Karoli Magni (Het leven van Karel de Grote, eerste helft 9de eeuw) was een tijdgenoot en dienaar van de Keizer. De geleerde Notker heeft Karel de Grote nooit gekend, en schreef ca. 880 de Gesta Karoli Magni Imperatoris (Daden van Keizer Karel de Grote). Niemand weet ook hoe Karel de Grote er uit zag, want er bestaat geen portret van Karel de Grote dat tijdens zijn leven is gemaakt. Van zijn familie, ouders, voorvaderen, hovelingen, dienaren en andere tijdgenoten hebben we ook geen portretten.

De honderden biografieën die in de loop van de tijd over Karel de Grote zijn gepubliceerd, zijn gebaseerd op deze twee bronnen. En hoewel over Karel de Grote heel wat minder is geschreven dan over bijvoorbeeld Napoleon, zijn er toch minstens een paar dozijn hedendaagse biografieën waaruit de lezer kan kiezen.[2] Het is dus niet zo vreemd dat steeds ongeveer dezelfde Karel de Grote aan ons verschijnt, en het is zonneklaar waarom het beeld van hem in wezen zo statisch is. Na 1200 jaar wordt gewoonlijk niet zo heel veel nieuw archiefmateriaal meer ontdekt.

Statisch beeld van Karel de Grote

Het nogal statische en saaie beeld van Karel de Grote wordt al heel lang aangevuld met allerlei mythes en legenden. Karel was tenslotte een heilige (heilig verklaard op 29 december 1165 op last van Keizer Frederik I Barbarossa) en geldt sinds de Duitse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog als schutspatroon van Aken. Ook Nijmegen identificeert zich sterk met Karel de Grote. Maar is dat allemaal wel terecht? Waar de geschiedenis vervlochten is met politiek en economische belangen, raakt de historische werkelijkheid al gauw in het gedrang.

Is Karel de Grote in Nijmegen geweest?

Albert Delahaye (1915-1987), die in 1946 in Nijmegen werd benoemd tot adjunct-archivaris, ontdekte dat er eigenlijk geen bewijs was dat Karel ooit in Nijmegen was geweest. Het was ook niet Karel de Grote die het Valkhof had laten bouwen, zoals miljoenen Nederlandse schoolkinderen ooit is wijsgemaakt. Toen Delahaye het waagde om te veronderstellen dat het Noviomagus waarvan de bronnen spraken, niet Nijmegen was maar de Noordfranse stad Noyon, kon de gemeente Nijmegen hem niet langer handhaven als adjunct-archivaris. In 1957 werd Delahaye de laan uitgestuurd, maar dat veranderde niets aan het feit dat er geen enkel bewijs was dat Karel ooit voet had gezet in Nijmegen.

Is Karel de Grote in Aken geweest?

Abbazia San Claudio (Abdij Hl. Caudius)

Abbazia San Claudio (Abdij Hl. Caudius) in het Chientidal vlak ten zuidoosten van
Macerata. Kerk (twee verdiepingen), gerestaureerd in 1926 en in de jaren 1990. Foto: Hans Vogel.

In 1992 kwam de Italiaanse geleerde Giovanni Carnevale (*1924) met de stelling dat Karel de Grote destijds niet resideerde in Aken, maar in de oeroude Romeinse badplaats Aquisgrana bij Macerata in het Chientidal (Le Marche, in Italië). Na grondige bestudering van de biografie van Karel de Grote door Einhard is Carnevale er ook van overtuigd dat hij de echte paltskapel heeft geïdentificeerd: de abdijkerk San Claudio, even buiten Macerata, waar zich ook het gebeente van Karel de Grote bevindt.[3]

Relikwieën

Karel zou overigens niet de eerste heilige zijn wiens relikwieën door meer dan één plaats worden opgeëist. Eerlijk gezegd doet de abdijkerk San Claudio inderdaad eerder denken aan een monument uit de tijd van Karel de Grote dan de overwegend gotische dom te Aken. Carnevale heeft er terecht op gewezen dat de tekst van Einhard bijzonderheden vermeldt die onmogelijk juist kunnen zijn indien ze verwijzen naar het “Duitse” Aquisgranum, dus Aken. Zo zou “Aken” geteisterd worden door aardbevingen en zou het zich bevinden temidden van bloeiende wijngaarden. Welnu, voor zover bekend is Aken nooit getroffen door een aardbeving en wordt er in het geheel geen wijn geproduceerd in de omgeving. Het Aquisgranum in Le Marche heeft echter wel degelijk te kampen met aardbevingen en het wordt omgeven door wijngaarden.

Kortom, volgens Carnevale zijn er aanwijzingen te over dat Karel de Grote nooit en te nimmer ook maar in de buurt van het Duitse Aken geweest kan zijn. Het is misschien te danken aan het feit dat Carnevale pater Salesiaan is en de volledige steun geniet van de Katholieke Kerk, dat hij niet wordt uitgemaakt voor een complotdenker of een gevaarlijke gek (hetgeen volgens de meesten op hetzelfde neerkomt). In Italië (nauwelijks daarbuiten) kan Carnevale op aardig wat bijval en sympathie rekenen, ook bij collega-geleerden. Onlangs werd hij nog tot ereburger uitgeroepen van de stad Corridonia.

Troonzaal Karel de Grote Abdij San Claudio


Abbazia San Claudio (Abdij Hl. Caudius) in het Chientidal vlak ten zuidoosten van
Macerata. Bovenverdieping, “troonzaal” van Karel de Grote. Foto: Hans Vogel.

Heeft Karel de Grote bestaan?

Dr. Heribert Illig

De Duitse geleerde dr. Heribert Illig (*1947) valt een geheel andere behandeling te beurt. Denigrerend gekenschetst als “publicist”, wordt hij ook nog vaak—onterecht—geassocieerd  met extreem-rechtse opvattingen. Illig is weliswaar geen nazi, maar hij is wel degelijk lastig en gevaarlijk, want poneert namelijk dat Karel de Grote nooit heeft bestaan, evenmin als de andere Karolingen. Volgens Illig zijn Karel de Grote, diens vader Pepijn de Korte en grootvader Karel Martel allemaal verzonnen in opdracht van Keizer Otto III (996-1002) door diens hofkanselarij. Illig stelt dat bijna drie complete eeuwen, namelijk de hele periode van 614 tot 911 na Chr., zijn uitgevonden en voorzien van bedachte historische personages en gebeurtenissen.

Daarmee wilde Otto III, ook bekend als stupor mundi (wereldwonder) vanwege zijn verbazende intelligentie en kennis, volgens Illig de aanspraken op de keizerskroon van hemzelf en zijn nageslacht onaantastbaar maken.[4] Daarbij was het voor deze belangrijkste Christelijke vorst van essentieel belang om in ieder geval te regeren tijdens het magische jaar duizend na de geboorte van Jezus Christus, toen deze naar destijds werd verondersteld, weer op aarde zou terugkeren. Dat Otto zijn klerken er een paar eeuwen liet bijsmokkelen om dat magische jaar 1000 na Christus precies in zijn regeringsperiode te laten vallen, achtte hij van ondergeschikt belang.

Prof. dr. Johannes Fried

Het antwoord van de Duitse Gelehrtenwelt op de “fantoomtijd-theorie” van Illig was vernietigend. In het Historische Zeitschrift noemde prof. dr. Johannes Fried (*1942), een van de pausen van de mediëvistiek, de these een “waanzinnige, ontoelaatbare illusie.”

Een van de belangrijkste elementen in Illigs betoog is de opvallende afwezigheid van archeologische vondsten uit de Karolingische periode. Er schijnt namelijk in heel Europa geen enkel bouwwerk te bestaan waarvan met uitsluiting van elke vorm van twijfel kan worden vastgesteld dat het dateert uit de tijd van Karel de Grote. Evenmin hebben ze ooit een plek gevonden waar de soldaten van Karel de Grote slag hebben geleverd. Bij Pavia (dat gedurende een heel jaar door een grote Karolingische troepenmacht belegerd zou zijn) is niets gevonden, maar ook niet in het dal van Roncevaux, waar de mannen van Roeland (“Roelandslied”) in de pan zouden zijn gehakt. Nergens in Europa. Dat steekt wel kaaltjes af bij alle sporen van krijgsgeweld uit de (oudere) Romeinse tijd en die uit de latere middeleeuwen, waarmee hele museumzalen overal in Europa konden worden gevuld.

Prof. dr. Patrick Geary

Daarom richtte ik mij tot een oude bekende, Prof. dr. Patrick Geary (*1948) van het Institute of Advanced Study in Princeton en een van de belangrijkste specialisten van de Vroege Middeleeuwen, die mij antwoordde: “There is absolutely no validity to Illig’s theory. (…) He is clever and his preposterous theory continues to appeal to those who like conspiracies but it is entirely without foundation.” Geary probeert Illig duidelijk als gek te bestempelen door te suggereren dat hij aanhanger is van een “complottheorie”.

Dr. Steffen Patzold

Orof. dr. Steffen Patzold (*1972), hoogleraar aan de Universiteit Tübingen en Karel de Grote-deskundige, reageerde vermoeid en enigszins korzelig: “diese Debatte ist doch längst schon ad acta gelegt? Was Illig behauptet hat, ist wissenschaftlich offenkundiger Unsinn.” En een waarschuwing: “Meines Erachtens schenkt man den unsinnigen Thesen Illigs viel zu viel Aufmerksamkeit, wenn man sie jetzt wieder aufwärmt!”

Prof. dr. Frans Theuws

Natuurlijk legde ik mijn vragen ook voor aan prof. dr. Frans Theuws (*1953), hoogleraar archeologie te Leiden en leider van het NWO-Project “Charlemagne’s Backyard. Rural society in the Netherlands in the Carolingian age. An archaeological perspective”. Na twee weken geen antwoord, dus een herinnering gestuurd met de opmerking dat ik bij een uitblijvend antwoord moest concluderen dat de hooggeleerde “geen weerwoord (had) op de van sommige zijden geuite bewering dat onder andere Karel de Grote een verzonnen figuur is”. De hooggesubsidieerde is mij tot op heden een inhoudelijk antwoord schuldig. Ik vermoed dat hij het te druk heeft met opgraven.

Jan Kuipers

Jan Kuipers (*1953), auteur van de meest recente Nederlandstalige biografie van Karel de Grote,[5] had een typisch ivoren torenantwoord: “dat valt reuze mee (ben decennialang in de archeologie werkzaam geweest).” Tegen dergelijke drogredeneringen (“ik weet het want ik ben belangrijk,” ofwel een “argumentum ad auctoritatem”) is geen kruid gewassen.

Ad Maas

Ad Maas (*1941) centrale figuur van de Studiekring Eerste Millennium, die de nagedachtenis van Albert Delahaye koestert, zweeg vanuit zijn eigen ivoren torentje.

Pleidooi voor nieuw wetenschappelijk debat

Afgezien van de vraag of Karel de Grote werkelijk heeft bestaan, wel of niet in Nijmegen is geweest, of gewoon in Italië heeft geleefd, is het eigenlijk een schande dat gesubsidieerde geleerden zoals Theuws niet reageren op vragen over hun onderzoek. Het is ook veelzeggend dat de deskundigen die wel reageren, dat doen op een manier die strijdig is met de formele logica, en dus niet wetenschappelijk is. Werkelijk beklemmend en onthutsend is de impliciete veronderstelling dat iets waar is omdat een meerderheid van de geleerden een bepaalde stelling onderschrijft. Alsof de wetenschap zou voortschrijden dankzij toepassing van een democratisch besluitvormingsproces! Misschien denken veel geleerden van wel, want ze schelden en dreigen of bezigen cirkelredeneringen (“het is onzin want het is onzin”).

Doen alsof je neus bloedt, beledigen, tegenstanders belachelijk maken, dat is toch geen gedrag een geleerde waardig?

De enige zinnige conclusie die uit het voorgaande kan worden getrokken, is dat de heersende opvattingen over Karel de Grote niet houdbaar zijn en hard toe aan een grondige revisie. Uiteraard alleen na een werkelijk wetenschappelijk debat op basis van harde feiten en werkelijke argumenten, waarvoor de Duitse wetenschapshistoricus Hans-Ulrich Niemitz (1945-2010) twintig jaar geleden al tevergeefs heeft gepleit.[6]

Er zijn drie belangrijke obstakels voor een open debat over Karel de Grote:

Ten eerste geldt Karel als de aartsvader van Europa,

waarmee tegenwoordig vooral de Europese Unie wordt bedoeld, en daarom is hij eigenlijk ook politiek heilig verklaard. Als “dubbele” heilige staat Karel de Grote dan eigenlijk al helemaal buiten de geschiedenis en wordt aldus automatisch onttrokken aan elke vorm van kritische beschouwing.

Ten tweede wordt sinds 1950 te Aken jaarlijks de “Internationale Karelsprijs” uitgereikt

aan een persoon of instelling die buitengewoon verdienstelijk is geweest voor de Europese eenheid. Mocht een wetenschappelijk debat als uitkomst geven dat Karel de Grote een imaginaire figuur is, dan valt de bodem weg onder deze prijs. Daarmee zijn niet alleen economische belangen gemoeid (de jaarlijkse ceremonie levert de stad Aken geldelijk gewin en prestige), maar ook politieke. Niet alleen hebben de (ongekozen) leiders van de EU Karel de Grote min of meer tot “vader des vaderlands” uitgeroepen, maar de laatste jaren hebben enkele EU-potentaten ook de Karelsprijs in ontvangst mogen nemen.

Ten derde is een debat over Karel de Grote in potentie bedreigend

voor honderden, misschien wel duizenden Europese universitaire medewerkers en geleerden die hun carrière hebben gebouwd op onderzoek van de “vroege middeleeuwen” en die een naam hebben opgebouwd als deskundige op het gebied van de Karolingen of Karel de Grote.

De conclusie kan alleen maar luiden dat hier opnieuw bewijs ligt dat de wetenschap ondergeschikt is aan de politiek. In dat geval kan van wetenschap natuurlijk geen sprake meer zijn. Dat was al bekend van sociologie, politicologie, psychologie, farmacie en medicijnen, en natuurlijk rechten, en geldt nu dus duidelijk ook voor geschiedenis.

Oprijlaan naar Abdij San Claudio

Oprijlaan naar Abbazia San Claudio (Abdij Hl. Caudius) in het Chientidal vlak ten zuidoosten van
Macerata. Foto: Hans Vogel.

Bronnen

[1]“Fälschungen im Mittelalter,” Congres van de Monumenta Germaniae Historiae, München, 16-19 september, 1986. Er werden 152 “papers” gepresenteerd. Umberto Eco hield een openingslezing. Gepubliceerd in 6 delen (inclusief redigster), met in totaal ca. 4,000 bladzijden (1988-1990).

[2]In het Nederlands van Aat van Gilst, Jan Kuipers, Peter Rietbergen; Duits: Johannes Fried, Matthias Becher, Dieter Hägermann, Wilfried Hartmann, Stefan Weinfurter,; Frans: Jean Favier, Jacques Boussard, Georges Minois, Renée Mussot-Goulard; Italiaans: Alessandro Barbero, Gianni Granzotto, Franco Cardini, Carlo Del Monte, Giovanni Delle Donne; Engels: Rosamund McKitterick, Derek Wilson, Richard Winston, Roger Collins, Hongaars: Imre Papp; Pools: Marian Henryk Serejski; Russisch: A.P. Lewandofski.

[3]Lees hier een uitvoerige uiteenzetting (in het Italiaans)

[4]Heribert Illig, Wer hat an der Uhr gedreht? München: Ullstein 2000. Nederlandse parafrase van Georg Lavigne, Was de klok van slag? Soesterberg: Aspekt, 2014.

[5]Jan J.B. Kuipers, Karel de Grote, Stamvader van Europa, Zutphen: Walburg Pers, 2016.

[6]Zie: http://www.cl.cam.ac.uk/~mgk25/volatile/Niemitz-1997.pdf

Noot redactie: de uitspraken ten aanzien van verschillende personen zijn voor rekening van de auteur. Ze  vertegenwoordigen niet de zienswijze van de redactie.

Hans Vogel

Hans Vogel (PhD University of Florida, 1987) Historicus. Werkte 20 jaar lang als universitair docent geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Tegenwoordig verbonden aan de ESEADE Universiteit in Buenos Aires. Auteur van onder andere Geschiedenis van Latijns-Amerika (Utrecht: Spectrum 1983), Duizend miljoen maal vervloekt land: de Hollandse Brigade in Spanje, 1808-1813 (Amsterdam: Meulenhoff 1991, samen met J.A. de Moor), Een Oorlogsman van dezen tijd en een beminnaar der sexe. Autobiografie van Casimir graaf von Schlippenbach (1682-1755), (Augustus, 2007, samen met Marjan Smits) en Toekomstland. Europeanen op reis in Argentinië tijdens de gouden jaren, 1880-1930 (Amsterdam: Atlas, 2010, samen met Marjan Smits). Heeft samen met Wouter Put de geschiedenissite: www.studybuddy.nl Specialismen: Geschiedenis van Latijns-Amerika, Europa, Militaire Geschiedenis.

More Posts

1 Reactie op Raadsels rond Karel de Grote

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!