Religie, magie en wetenschap in de vroege middeleeuwen

Raoul Bauer verkent in Niet blaffen naar de maan de grenzen tussen religie, wetenschap en magie in de vroege middeleeuwen.

In het voorwoord maakt de Vlaamse cultuurhistoricus direct duidelijk wat hem dreef om dit boek te schrijven: hij kijkt belangstellend ‘naar de manier waarop onze middeleeuwse soortgenoten de aardse en hemelse werkelijkheid hebben ervaren, hoe zij vanuit hun wetenschappelijke kennis, hun religieus aanvoelen, hun gevoeligheid voor magie hun leven beleefden.’

Heidense magie

De titel Niet blaffen naar de maan verdient een verklaring. De vroege middeleeuwers zagen de verduistering van de maan als een teken van naderend onheil. Wat konden zij doen om dat af te wenden? Door herrie te maken, te schreeuwen en honden te laten blaffen.

Of deze luidruchtige vorm van magie voldoende was om het onfortuinlijke hemellichaam te redden, valt te betwijfelen, maar dit gedrag was wel een doorn in het oog van de Kerk. Deze zag in de wetenschap een hulpmiddel om de onjuistheid van heidense praktijken aan te tonen: ‘Trachten te weten hoe ‘de natuur’ werkt, is geen uiting van een zucht naar een bijgelovig weten, maar een achtenswaardig streven.’ Het is daarom niet verbazingwekkend dat de intellectuele vooruitgang juist binnen een kerkelijke omgeving werd geboekt.

Grootheden

Na inleidende hoofdstukken over hoe middeleeuwers hemel en aarde beschouwden, zet de historicus enkele intellectuele kopstukken in de schijnwerpers:

  • Isidorus van Sevilla, bisschop en auteur van het encyclopedische Etymologiae en De natura rerum
  • Beda Venerabilis, monnik die schreef over de kerkelijke geschiedenis van de Angelsaksen en studies maakt over de tijd
  • Gerbert van Aurillac, paus en invloedrijk wetenschapper.

Tal van andere wijze mannen en stimulatoren van wetenschap, onder wie Alcuïnus en Karel de Grote, passeren eveneens de revue waardoor de lezer een compact overzicht krijgt van de ontwikkeling van de wetenschap – in samenspel met religie en magie – van de zesde tot en met de elfde eeuw.

‘Onze middeleeuwse soortgenoot neemt een andere aarde onder een andere hemel waar, omdat hij vertrekt vanuit een ander weten, vanuit een andere kennis waarin wetenschap, religie en magie elkaar vaak sterker en anders bevruchten dan nu het geval is.’

Voorbereidende werkzaamheden

Bauer kenmerkt Isidorus, Beda en Gerbert als ‘intellectuele wegbereiders’ van de twaalfde-eeuwse renaissance. Hij ziet deze vroege middeleeuwers niet zozeer als wetenschappelijke vernieuwers; zij hebben hun sporen bovenal verdiend als conservatoren van antieke kennis. Ze hebben ‘de basis gelegd voor een denken dat in een periode van grotere maatschappelijke en culturele ontwikkeling, stapvoets in de richting is kunnen gaan van een soort van ongelovige Thomas-houding.’

Poreuze grenzen

Het is een boeiend onderwerp dat Bauer aansnijdt in Niet blaffen naar de maan. Aan de hand van tal van voorbeelden en anekdotes komt hij tot de conclusie dat de grenzen tussen wetenschap, religie en magie ‘poreus’ waren. Zijn taalgebruik is enigszins bedaagd waardoor je als lezer wel moeite moet doen om bij de les te blijven maar die inspanning is het waard.

Met kleurenillustraties, bibliografie en noten.

Lees hier een interview met Raoul Bauer over Niet blaffen naar de maan.

Raoul Bauer,

Niet meer blaffen naar de maan,
Religie, magie en wetenschap in de vroege middeleeuwen

(Gorredijk 2019)

ISBN 9789056155308, € 25,00, 206 pag.

Uitgeverij Sterck & De Vreese

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts