Revoljoetsija, wat betekende Russische revolutie?

Revoljoetsija, De betekenis van de Russische revolutie in historisch perspectief van Kees Boterbloem gaat vooral over 1917, maar trekt de lijn door tot het einde van de Sovjet-Unie.
Kees Boterbloem (1962) schreef in 2016 De Russische revolutie. Dit nieuwe boek Revoljoetsija, De betekenis van de Russische revolutie in historisch perspectief is ruimer van opzet: het gaat vooral over 1917, maar trekt de lijn door tot het einde van de Sovjet-Unie. De revolutie begon in 1917, bleef duren tot na Stalins dood in 1953 en kostte miljoenen mensen het leven.

Tsaar Nicolaas II

Het boek begint met de industrialisatie en de sociale bewegingen van de 19° eeuw. De laatste tsaar Nicolaas II (1894-1918) was niet bekwaam om het moeilijke land met zijn 125 miljoen inwoners en zijn grote bevolkingsgroei te leiden.

Parlement – Doema

Rond 1900 zorgde de Russische expansie in Mantsjoerije voor een conflict met Japan. Japan vernietigde in 1904 de Russische vloot in Port Arthur en veroverde het. De Russen verloren Korea, Mantsjoerije, Zuid-Sachalin en de Koerilen. De oorlog veroorzaakte onrust. In 1905 betoogden arbeiders voor betere arbeidsvoorwaarden, maar ze werden beschoten. Dan volgden stakingen, muiterijen op de vloot en ontstonden er sovjets. De tsaar moest een parlement (Doema) toestaan.

Einde keizerrijk

Bij die revolutie speelde Lenin nog geen rol: hij zat in Italië. In 1912 hield hij een congres in Praag, waar de onbekende Stalin als vertegenwoordiger van Georgië opgenomen werd bij de jaknikkers. Tijdens de Februarirevolutie van 1917 zat Trotski in New York en Lenin in Zürich. De revolutie was ondenkbaar zonder het leed van de 1° W.O. Het Russische leger vocht goed, maar er was te veel honger door de falende distributie. De vrouwen eisten brood. De tsaar trad af. Zo eindigde het keizerrijk op 2 maart 1917. De Oostenrijkse en de Duitse keizers volgden in november 1918.

Lenin

Er kwam een voorlopige regering, die voor ongekende vrijheden zorgde : amnestie, afschaffing van de doodstraf en van de censuur. Maar Kerenski zette de oorlog verder. De bolsjewieken mochten terugkeren uit hun ballingschap. Stalin en Molotov hadden de leiding, tot Lenin op 3 april aankwam in Petrograd. Hij kantte zich tegen de oorlog en tegen de Voorlopige Regering en hitste de sovjets op om de macht te grijpen. In augustus probeerde legerleider Kornilov de macht te grijpen, maar werd gearresteerd. Trotski werd in september voorzitter van de sovjet van Petrograd.

Staatsgreep

In de nacht van 25 oktober vond de bolsjewistische staatsgreep plaats. De Voorlopige regering werd gearresteerd, maar Kerenski ontsnapte in een auto met Amerikaanse vlag. De partij van Lenin en Trotski was gegroeid van 20.000 leden in februari naar 250.000 in oktober. Lenin beloofde vrede, brood, verdeling van de gronden en zelfbeschikking.

Bolsjewieken

Op 12 november organiseerde hij (de enige) verkiezingen : de bolsjewieken haalden 25 % of 175 zetels op 715. De gematigde Socialisten-Revolutionairen haalden met 370 zetels de absolute meerderheid en hadden dus het recht een regering te vormen, maar dat liet Lenin niet doorgaan. Op 7 december 1917 werd de Tsjeka opgericht (de latere KGB / FSB), om politieke tegenstanders gewelddadig te vervolgen.

Vrede

In maart 1918 sloten de communisten vrede met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Zo vereffende Lenin zijn schuld bij de Duitsers die hem in Rusland hadden binnengebracht en gefinancierd. Door de nationalisatie van de economie, verminderde de productie en nam de honger toe. Die hongersnood duurde tot 1922, mede door de burgeroorlog vanaf 6 juli 1918, die samen met de Rode Terreur 10 à 20 miljoen doden veroorzaakte, 4 à 5 keer het aantal Russische doden van de 1° W.O. De moord op de tsarenfamilie, met goedkeuring van Moskou, vermeldt de auteur pas in de noten achteraan. In 1921 zag Lenin zich gedwongen de NEP in te voeren, een kleinschalig kapitalisme, om de economie terug op gang te krijgen. In 1922 sloot de SU een geheim verdrag met Duitsland in Rapallo over wederzijdse hulp en Duitse herbewapening op Russisch grondgebied.

Stalin

In mei 1922 kreeg Lenin een eerste zware hersenbloeding en in december 1922 een tweede. Hij gaf aan de partijtop de namen van zes mogelijke opvolgers, waarschuwde daarbij voor Stalin, maar deze had al teveel macht naar zich toe getrokken. In 1924 stierf Lenin op zijn 54°. In 1925 volgde de val van Trotski en in 1926 werden ook Zinovjev en Kamenev op een zijspoor gezet. In 1936 liet Stalin hen executeren en Trotski in 1940. Stalins weg naar de alleenheerschappij lag open. In 1927/28 maakte Stalin een einde aan de NEP. In 1928 voerde hij weer graanopeisingen in, samen met het eerste Vijfjarenplan. Hij wou de landbouw collectiviseren om ideologische redenen.

Collectivisatie

De collectivisatie en de liquidatie van de koelakken kwam neer op een tweede burgeroorlog: koelakken werden in groot aantal (2,3 miljoen) naar de goelag gedeporteerd en velen werden gewoon doodgeschoten. Men werkte met quota: 3 à 5 % van de boeren was “koelak” en men was dat al als men één knecht of twee paarden had. Landbouwproducten werden uitgevoerd om machines te kopen voor de industrie. Deze maatregelen leidden in 1932-33 tot een verschrikkelijke hongersnood: 4 miljoen Oekraïense doden en nog eens een miljoen elders in Rusland. De uitbuiting van de boeren duurde tot Stalins dood en gebeurde met de goedkeuring van heel het Politbureau. Tot 1977 mochten de boeren zelfs niet in eigen land op reis gaan.

Vijfjarenplannen

De industrie werd met vijfjarenplannen versneld opgebouwd, maar de resultaten werden opgesmukt. Vele arbeiders leefden in barakken zonder verwarming, lopend water, elektriciteit of in kommoenalka’s, waar ze per persoon 4 m² leefruimte kregen en de keuken en het bad moesten delen.

Volksvijanden

De almacht van Stalin strekte zich uit over alle domeinen: hij stelde het onderwijsprogramma op, bepaalde met zijn socialistisch realisme wat kunst was en liet in 1936-1938 preventief 2 miljoen arrestaties en executies verrichten van “volksvijanden”, onder wie zelfs Zinovjev, Kamenev, Pjatakov en Boecharin, die Lenin bij zijn mogelijke opvolgers had genoemd. De auteur zegt dat Stalin tussen 1929 en 1941 minstens 10 miljoen mensen liet vermoorden. Tijdens de 2e W.O. volgden er nog 27 miljoen doden of 15% van de bevolking.

Duivelspact

Het pact van 1939 betekende enkel uitstel van de oorlog. Stalin wist dat Hitler de “Joods-bolsjewistische” SU wou vernietigen. Boterbloem noemt het pact ook een strategische blunder: het creëerde een te lange gemeenschappelijke grens tussen Duitsland en de SU, waardoor de invasie gemakkelijker werd. Stalin blunderde ook door te denken dat de nazi’s in juni 1941 niet meer zouden aanvallen: dat was te laat in het jaar en ze zouden wel lessen trekken uit het avontuur van Napoleon, die ook pas op 24 juni 1812 binnengevallen was. De waarschuwingen van spionnen en van de Britten negeerde hij. De auteur acht hem dan ook verantwoordelijk voor miljoenen onnodige doden. In 1944/45 liet Stalin volkeren deporteren die hem minder trouw leken te zijn, zoals de Krim Tataren, Tsjetsjenen, Ingoesjeten. Ze moesten naar Centraal-Azië, totdat Chroesjtsjov ze in de jaren ’50 liet terugkeren. De Krim Tataren mochten pas in 1989 terugkomen.

Koude Oorlog

In 1946/47 was er weer hongersnood, die het leven kostte aan een miljoen mensen, deels doordat teveel middelen gingen naar de ontwikkeling van de atoombom(1949).
Tijdens en na de 2e W.O. ontstond de Koude Oorlog. De auteur beweert dat Churchill een onafhankelijk Polen wenste, maar dat is in tegenspraak met zijn voorstel van oktober 1944 waarbij hij Oost-Europa aan Stalin cadeau gaf. Na de oorlog bracht Stalin overal in Oost-Europa en daarna in Oost-Azië communistische regimes aan de macht. Rond 1950 was zelfs 1/3° van de wereld onder communistisch gezag.

Chroesjtsjov

Na de dood van Stalin kwam Chroesjtsjov aan de macht. Hij werkte zich op van ongeschoolde arbeider/monteur in de mijnen tot medewerker van Stalin 1925. Tijdens de collectivisatie (1929-30) en de hongersnood (1932-33) leefde hij in Moskou, hij was dus geen getuige van het geweld tegen de koelakken, maar hij was er wel van op de hoogte via Oekraïense medestudenten en hij keurde het ook goed. Hij werkte mee aan de zuiveringen, maar besefte pas in 1955/56 de omvang hiervan, nadat de geheime dienst hem in 1953/54 gerapporteerd had dat Stalin 3,75 miljoen mensen om politieke redenen had laten arresteren tussen 1931 en 1953, van wie 1/5° was gefusilleerd.
Wetenschappers gaan zelfs uit van 18 miljoen gedeporteerden: de KGB had de cijfers verlaagd.

Hongaarse opstand

Zijn speech van 1956 werd eerst door de top en door Svetlana gelezen en goedgekeurd. Chroesjtsjov klaagde de wandaden van Stalin aan, maar voerde te weinig vrijheden in. De dooi was dus beperkt, zoals de onderdrukking van de Hongaarse opstand bewees. De successen in de ruimtevaart gaven Chroesjtsjov goede moed. Hij steunde Mao meer dan Stalin deed, maar toch kwam het tot een conflict in 1960/61, toen Chroesjtsjov zijn adviseurs weghaalde uit China en kritiek uitte op Enver Hoxha’s grootheidswaanzin.

Brezjnjev

Na de breuk met China, het Cubaanse avontuur en een poging om de privileges van de nomenclatura in te perken, werd Chroesjtsjov afgezet. Met hem verdween de laatste leider die zelf had deelgenomen aan de Oktoberrevolutie.
Brezjnjev en co voerden weer een politiestaat in tegen schrijvers zoals Sinjavski en Solzjenitsyn, tegen fysicus Sacharov en traden ongenadig op tegen de Praagse Lente van Dubcek. Tijdens de Poolse rebellie van 1980 durfden de Russen niet ingrijpen. Jaruzelski herstelde de orde door een militaire staatsgreep.

Gorbatsjov

In 1985 kwam Gorbatsjov (1931) aan de macht. Hij vroeg de pers om voortaan eerlijk verslag te doen van gebeurtenissen zoals de kernramp van Tsjernobyl(1986).Hij lanceerde ook het privé-initiatief in de economie en ging een stap verder dan Chroesjtsjov: hij wou detente. Hij liet dissidenten zoals Sacharov terugkeren naar Moskou en trok het leger terug uit Afghanistan. Vele slachtoffers van de terreur werden in ere hersteld en Solzjenitsyns “Goelag” mocht nu ook in de SU uitgegeven worden.
De Oostbloklanden kregen in 1989 toestemming om hun eigen weg te gaan. In 1991 pleegden partijbonzen een staatsgreep om de klok terug te draaien, maar de SU ging ten onder. Het communistische ideaal van een maatschappij met vrije en gelijke mensen was nooit behaald.

IJzeren Gordijn

De betekenis van de Russische revolutie voor de wereldgeschiedenis is minder groot dan kenners zoals Pipes en Kennan in 1967 dachten, toen het IJzeren Gordijn, het Oostblok en het wereldcommunisme een eeuwig leven leken te hebben. Enkel Noord-Korea levert nu nog een achterhoedegevecht.

Boterbloem heeft een degelijk en kritisch overzicht gemaakt van de Russische revolutie en van de geschiedenis van de SU tot 1991. De moord op de tsarenfamilie staat niet in zijn overzicht, maar in de noten(p. 247), weliswaar zonder verwijzing naar de schitterende studie van Elisabeth Heresch daarover. Bij Lenin mis ik een medisch detail : de syfilis die hij had opgelopen bij een bezoek aan een lieve dame in Genua. Mogelijk was die ziekte een oorzaak van zijn vroege hersenbloedingen.

If history

Op cruciale momenten vraagt de auteur zich af of de SU een meer humane kant had kunnen uitgaan, b.v. als Gorbatsjov al in 1964 aan de macht was gekomen i.p.v. de futloze Brezjnjev.
Dan zou volgens hem de SU nu nog bestaan hebben. Dat is helemaal niet zeker. We kunnen ons dan ook afvragen hoe de geschiedenis verlopen zou zijn als Stalin niet uit het seminarie was gestuurd en als Hitler geen onvoldoende had gehaald op de Weense tekenacademie.
De kaarten op p. 8-9 en 170bc zijn niet te ontcijferen. De kaart van de Goelag (147) is wel leesbaar. De voetnoten zijn het lezen waard en het register verwijst er terecht naar.

Boeken

In de bibliografie mis ik wel enkele interessante boeken : “Het Rode Gevaar” van André Fontaine, “IJzeren Gordijn” en “Goelag” van Anne Applebaum. De chronologie van 1613 tot 1991 is welgekomen, het uitgebreide register ook. Het boek heeft een harde kaft en kan dus nog mee tot de 150° verjaardag in 2067.

Kees Boterbloem,

Revoljoetsija, De betekenis van de Russische revolutie in historisch perspectief

Uitgeverij Amsterdam University Press, A’dam / Davidsfonds, Antwerpen, 2017.
279 p., foto’s, kaarten, chronologie, noten, index.
ISBN 978 90 5908 845 0; € 24,95

[bol_product_links block_id=”bol_58b9d20c48f43_selected-products” products=”9200000070040559,9200000074517983,9200000060317874″ name=”Russische revolutie” sub_id=”” link_color=”003399″ subtitle_color=”000000″ pricetype_color=”000000″ price_color=”CC3300″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FF9C38″ border_color=”D21C00″ width=”600″ cols=”3″ show_bol_logo=”1″ show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Jef Abbeel

Jef Abbeel is al enkele decennia docent Latijn en Geschiedenis. Ook houdt hij voordrachten over historische onderwerpen, waaronder China, Rusland, het Midden-Oosten en de Franse Tijd. Deze thema’s zien we veelvuldig terug in zijn aanbod aan boekrecensies dat Jef al sinds 1978 uitbreidt. Hoe hij dit volhoudt? Blijven werken en sporten.

More Posts

1 Reactie op Revoljoetsija, wat betekende Russische revolutie?

Schrijf je in voor TOEN!