Romeinen en de lokale bevolking op de markt van Hadrianus

Over de oorspronkelijke bewoners van het Nederlandse Rijngebied, voor de komst van de Romeinen, is weinig bekend. Alleen door wat de Romeinen opschreven, zijn er flarden hierover aan ons overgeleverd. Tacitus noemde in zijn werk Historiën onder andere Friezen, Chauken, Bataven en Cananefaten. Hoe zij leefden, hoe zij heetten en wat voor taal zij spraken weten we niet. Tacitus schilderde de Germaanse volkeren bewust woest en barbaars af, zodat ze nog onbeschaafder leken dan de Romeinen. We kunnen ons dus niet alleen baseren op de verhalen van Tacitus, maar we zijn ook aangewezen op archeologische vondsten, die onthullen maar een fractie van deze onbekende historie.

Cananefaten waren nieuwkomers

De Cananefaten waren rond 50 voor Chr. de Rijn overgestoken en vestigden zich in zuidelijk Holland, gebruikmakend van de onrust, toen Julius Caesar Europa met zijn veldtochten onveilig maakte. De vrijheid duurde maar kort, want in 19 na Chr. werd deze streek ingelijfd door keizer Augustus. Cananefaten betekent trouwens niet ‘konijneneters’, zoals ze vroeger geloofden, want deze diertjes verschenen hier pas vanaf de Middeleeuwen. De meeste wetenschappers nemen aan dat het ‘lookmeesters’ betekent, een verwijzing naar hun landbouwachtergrond. Archeologen hebben in Vlaardingen een klepduiker uit 100 na Chr. opgegraven. Hieruit blijkt dat de Cananefaten ingenieuze systemen toepasten om het land te ontwateren. Het is het eerst bekende sluissysteem van West-Europa. De Romeinen hadden baat bij landbouw. De boeren konden producten leveren aan het leger en het leverde ook politieke stabiliteit op, belangrijk als buffer tegen de Germaanse stammen.

Inheems-Romeins kookpotje, in het Centraal Museum Utrecht (foto ES)

Inheems-Romeins kookpotje, in het Centraal Museum Utrecht (foto ES)

De Romeinen deelden de Nederlandse Limes op in twee districten: de Civitas Cananefatium en de Civitas Batavorum. Hoe de grens daartussen liep is niet bekend. Aanvankelijk waren de betrekkingen met de Romeinen goed. Net als de Bataven en de Friezen stonden de Cananefaten bekend als moedige strijders. Ze vormden, net als de Bataven, een speciale ruitereenheid en samen leverden ze constant zo’n 5000-6500 man aan het Romeinse leger.

Thuisblijvers aan het werk

De vrouwen bleven thuis. Onderzoekers en archeologen zijn van mening dat zij niet zielig de terugkeer van hun man afwachtten. Gezien de gevonden briefresten, gestuurd naar hun echtgenoten aan het front, konden veel vrouwen lezen en schrijven. Zij hielden de landbouweconomie op gang en er wordt aangenomen dat zij ook voorwerpen zoals potten en kleden vervaardigden. De cultuur van de Cananefaten was inheems-Romeins. In Zuid-Holland, maar ook in de rest van het Limesgebied, zijn diverse nederzettingen en boerderijen opgegraven waar de culturen duidelijk te herkennen zijn. Vaak is de bouwstijl inheems, terwijl de gebruiksvoorwerpen Romeins zijn.

Bondgenootschap met Romeinen

De Cananefaten hadden, toen ze in 28 na Chr. de Romeinen te hulp schoten bij het neerslaan van een opstand van de Friezen, nabij het Castellum Flevum (Velzen) grote verliezen geleden. Er bleef nog maar een kleine stam over. Later hielpen zij onder leiding van Brinno mee met de Bataafse opstand tegen de Romeinen. Brinno was van adel. Zijn vader stak openlijk de draak met de Romeinen, na een mislukte poging van Caligula om Britannië te veroveren. Na de opstand, en na het verlies van waarschijnlijk duizenden mensenlevens, pakten Romeinen en Cananefaten de draad weer op en leefden in bondgenootschap verder.

Keizer Hadrianus verleende, tijdens zijn rondreis langs de rand van het Romeinse Rijk in 121 en 122, marktrechten aan een Cananefaatse nederzetting langs het Kanaal van Corbulo. De plaats Forum Hadriani (markt van Hadrianus, op de plek van het huidige Voorburg) kreeg in het jaar 150 stadsrechten. Er zijn hier veel Romeinse resten opgegraven. De stad kreeg de naam Municipium Aelium Cananefatium (Aelius was de familienaam van Hadrianus), kortweg MAC. Deze afkorting graveerden de Romeinen in de mijlpalen die gevonden zijn bij de Haagse wijk Wateringse Veld, in Rijswijk en in Monster. MAC had in de tweede eeuw ongeveer 3000 inwoners en was ommuurd. In de omliggende kampdorpen zouden zo’n 2500 mensen wonen.

Romeinse mijlpaal

Romeinse mijlpaal in Museum Het Valkhof (foto ES)

Romeinse mijlpaal in Museum Het Valkhof (foto ES)

Hoe groot de bevolking was in het hele gebied van de Cananefaten, weet men niet precies. Onderzoekers gokken dat het inwonertal van 6500-12.000 in de tweede eeuw naar 28.000 gestegen was. Een aardrijkskundige uit de vierde eeuw, Julius Honorus, maakte nog melding van hen. Deze bron is vaak gekopieerd en niet te vertrouwen. Op een mijlpaal uit het midden van de derde eeuw worden de Cananefaten nog voluit vermeld. Wetenschapper Jona Lendering gaat ervan uit dat het gebied aan het eind van de derde eeuw vanwege de stijging van de zeespiegel door de Cananefaten is verlaten.

Bronnen:

Erfgoedhuis Zuid-Holland www.geschiedenisvanzuidholland.nl <HTML> (2015)

Es, W.A. van [e.a.] Romeinen, Friezen en Franken in het hart van Nederland (Amersfoort 1994)

Ginkel, E. van en Verhardt, L. Onder onze voeten. De archeologie van Nederland (Bert Bakker 2009)

Lendering, J. www.livius.org <HTML> (2015)

Rijksmuseum van Oudheden www.rmo.nl <HTML> (2015)

Tacitus Historiën (vertaling Vincent Hunink) (Amsterdam 2010)

www.romeinselimes.nl <HTML>(2016)

 

Schrijf je in voor TOEN!