Scheepsvoedsel in de zeventiende eeuw: woensdag weetje

Scheepsvoedsel in de zeventiende eeuw lag niet in een koelkast of vriezer. Toch moesten VOC en WIC schepen genoeg aan boord hebben om hun bemanning maandenlang te voeden. Wat aten en dronken opvarenden?

VOC schepen. Schilderij door Jan Voerman (1857-1941). Zeeuws maritiem muZEEum. Bron: wikimedia commons.

VOC schepen. Schilderij door Jan Voerman (1857-1941). Zeeuws maritiem muZEEum. Bron: wikimedia commons.

Scheepsvoedsel in de zeventiende eeuw

De kapitein van een schip was verantwoordelijk voor de inkoop van voedsel en drank, ofwel de “victualie”. Zowel de WIC als VOC kende weliswaar officiële voedsellijsten waar de schipper zich aan moest houden, maar hoe hij dat deed en voor welke prijs hij inkocht, mocht hij zelf weten. Dit werkte misbruik in de hand, want de kapitein kon zo gemakkelijk zijn eigen kas spekken.

In de victualielijsten van koopvaarders, walvisvaarders, VOC- en WIC schepen komen steeds dezelfde producten voor. Een overzicht van scheepsvoedsel in de zeventiende eeuw:

  • scheepsbeschuit
  • roggebrood
  • vlees
  • gort (=gepelde gerst)
  • erwten
  • bonen
  • (stok)vis
  • kaas

Scheepsbeschuit

Hardbrood, ofwel scheepsbeschuit, gemaakt van tarwemeel of van een mengsel van tarwe en roggemeel was belangrijk. Het weekbrood of roggebrood was minder lang houdbaar en werd daarom in veel kleinere hoeveelheden meegenomen.

De Duitser Ambrosius Richshoffer die in 1629  als soldaat in dienst van de WIC deel uitmaakte van een militaire expeditie naar de Braziliaanse provincie Pernambuco schrijft in zijn reisverslag:

Ons beschuit had vanwege blootstelling aan de lucht kleine wormpjes en rode kevertjes gekregen, terwijl het eerder zo hard als een glas was en beter dan koekjes smaakte.

Scheepsvoedsel in de zeventiende eeuw werd er dus niet beter op naarmate de reis vorderde.

Vlees, gort en vis

Vlees werd gepekeld met zout. Gort erwten en bonen dienden ter vervanging van groente en fruit. Met behulp van boter, azijn of olijfolie werd een saus voor bij het eten bereid. Er waren verschillende vleessoorten aan boord, die niet alleen op de rijker gedekte tafel van de kajuit belandden. Er was bijvoorbeeld rundvlees, schapenvlees, ham en kalfsvlees. Bovendien werd er dikwijls levende have meegenomen, die later geslacht werd. Verder stond stokvis op het menu en werden er bij vertrek enkele Edammer kazen uitgedeeld aan de opvarenden. Met die kazen moesten ze wel de hele reis doen.

Drank

Het drinken aan boord bestond voornamelijk uit bier. Vanwege de beperkte houdbaarheid werd eerst het bier opgedronken, waarna overgegaan werd op het water.

Rantsoen

Verantwoordelijk voor het uitdelen van het voedsel was de bottelier en de kok voorzag de ingrediënten voor de warme maaltijden.

Richshoffer geeft aan waaruit het rantsoen bestond dat op zijn schip verstrekt werd. Elke man kreeg wekelijks vier en een half pond scheepsbeschuit, een half pond boter en een mutsje azijn. Elke week waren er drie vleesdagen: op zondag en dinsdag werd vlees gegeten en donderdag was een spekdag. Het vlees werd rond het middaguur opgediend samen met een schotel bonen; een half pond per man. De maaltijd werd genuttigd met acht tafelgenoten aan de bak.

Op de overige dagen at men gort, erwten en stokvis. Volgens Richshoffer was het zo weinig dat twee mannen met een gezonde trek alles op hadden kunnen eten.  Iedereen kreeg een maat water per dag en dat water stonk meestal.

Vers voedsel

Op de schepen van de VOC was het gebruikelijk dat de bemanning na het passeren van gevaarlijke punten of op feestdagen

scheepsvoedsel in de zeventiende eeuw

Drogende stokvis. Noorwegen 2008, foto van Jörg Hempel.

wat extra’s kreeg. Dan werden de meegenomen hoenderen, schapen en varkens geslacht.

Onderweg werd het menu dikwijls aangevuld door visvangst: er werd met harpoenen en haken aan een touw op vissen gejaagd. Zelfs Potvissen werden gevangen met behulp van harpoenen en musketvuur. Ook tonijnen en haaien vielen aan de schepelingen ten prooi. In veel reisverhalen worden de spectaculaire capriolen van de vliegende vissen beschreven. Deze vissen waren goed te vangen: ze vlogen soms gewoon aan dek.

Op en rond de rustplaatsen tijdens de reis werd ook uitgebreid op dieren gejaagd en werden verversingen, zoals fruit en water ingeslagen.

Wist je dat stokvis aan een stok gedroogde vis is?

Stokvis wordt gemaakt door ingewanden en kop van een vis te verwijderen en de vis dan aan een stok te laten drogen. Vandaar de naam. Het hele proces van drogen duurt enkele maanden. De vis in gedroogde vorm is lang houdbaar. De vis is echter pas eetbaar nadat het minimaal 36 uur voor gebruik heeft kunnen weken. Meestal is stokvis kabeljauw, maar ook andere vissoorten kunnen op een stok gedroogd worden.

Bronnen

Het leven aan boord van een WIC schip

Wikipedia

Tim Wachelder

Tim Wachelder studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens zijn studie specialiseerde hij zich in Europese Expansiegeschiedenis. Behalve over koloniale geschiedenis schrijft hij ook over militaire, culturele en Nijmeegse geschiedenis. Sinds 2007 is hij webredacteur bij Historiën.

More Posts