Slag bij Waterloo in het kort

Napoleon werd op 18 juni 1815 definitief verslagen tijdens de slag bij Waterloo, een Belgisch plaatsje dat daardoor historische betekenis kreeg. In dit artikel vind je een korte beschrijving van de Slag bij Waterloo.

Slag bij Waterloo

Lord Hill vraagt de laatste restanten van de Keizerlijke Garde om zich over te geven. Door Robert Alexander Hillingford, rond 1870. Bron: wikimedia commons.

Waarom Waterloo?

Wellington wilde Brussel niet zonder slag of stoot in handen van Napoleon laten vallen. Daarom koos hij positie ten zuiden van Brussel. Om precies te zijn: op de heuvelrug bij het dorp Mont-St-Jean dat onder de bossen ten zuiden van Brussel lag. Waterloo lag aan de noordkant van het slagveld.

Waarom heet de slag die daar op 18 juni plaatsvond de “Slag bij Waterloo”?

Napoleon sprak later van de slag bij Mont-St-Jean. Hij was echter de verliezer en in de geschiedenis bepaalt de overwinnaar doorgaans hoe het verhaal verteld wordt. De Pruisen noemden de slag lange tijd “La Belle Alliance” naar de herberg waar Napoleon tijdens de slag zijn hoofdkwartier had. Wellington vond dat de slag niet genoemd moest worden naar het hoofdkwartier van de verliezer. Hij schreef “Waterloo” boven zijn overwinningsbericht. De voorkeur van Wellington is de geschiedenis ingegaan omdat Engeland als machtigste land ter wereld in de negentiende eeuw de zwaarste stem had.

De twee legers tijdens de Slag bij Waterloo

Napoleon

Napoleon in 1812 door Jacques Louis David. Bron: wikimedia commons.

Napoleon
Naar schatting bestond het leger van Napoleon uit 69.000 soldaten waaronder:

  • 48.000 man infanterie
  • 14.000 man cavalerie
  • 7.000 man artillerie die ongeveer 250 kanonnen bedienden

 

Lord_Arthur_Wellesley_the_Duke_of_Wellington

Hertog van Wellington in 1814 door Thomas Lawrence. Bron: wikimedia commons.

Wellington
Wellington beschikte over een leger van grofweg 68.000 man:

  • 51.000 man infanterie
  • 11.000 man cavalerie
  • 6000 man artillerie voor ongeveer 150 stukken geschut

De legers lijken zo even sterk. Numeriek is dat ook zo, maar omdat Wellington minder artillerie had en een deel van zijn leger (13.000 man) bestond uit onervaren milities was hij toch in het nadeel. Daarom koos Wellington ervoor te verdedigen.

Napoleon was van mening dat zijn tegenstander een grote fout maakte door slag te leveren ter bescherming van Brussel.

Race tegen de klok

Wellington rekende echter op de komst van de Pruisen. Het leger van veldmaarschalk Blücher was sinds zijn nederlaag tegen de Franse maarschalk Grouchy bij Ligny en de daaropvolgende aftocht twee dagen eerder in kracht afgenomen (een kwart van het leger was dood, gewond, krijgsgevangen of gevlucht), maar het beschikte nog steeds over genoeg soldaten om het tij tegen Napoleon te keren als zij op tijd op het slagveld bij Waterloo wisten te komen.

Blücher stuurde in de ochtend van 18 juni het 4de Korps van Bülow richting Waterloo. Dit bestond uit ongeveer 25.000 man infanterie, 3000 paarden en 2000 artilleristen met 88 kanonnen.

De slag bij Waterloo was een race tegen de klok. Wellington moest lang genoeg stand zien te houden om de Pruisen de kans te geven Napoleon in de flank aan te vallen. Daarvoor moesten zij na het slechte weer van de vorige dag wel wegen vol modder en gezwollen rivieren trotseren. Die modder zou overigens ook de Fransen tijdens de slag hinderen bij hun aanvallen. Van nog groter belang was dat het korps van Bülow de cavalerie van Grouchy wist te ontlopen die naar hen zocht.

Slag bij Waterloo

Posities tijdens de slag bij Waterloo. Bron: wikimedia commons.

Stellingen van Wellington

De hoofdmacht van Wellington bevond zich op de heuvelrug van Mont-St-Jean, maar enkele belangrijke onderdelen van zijn verdediging bevonden zich onder aan de heuvel: de boerderij Hougoumont aan de rechterkant van zijn stellingen en de ommuurde boerderij La Haye Sainte in het midden. Beide posities waren obstakels voor de Franse opmars.

Hougoumont en La Haye Sainte

De Slag bij Waterloo begon aan het eind van de ochtend. De mannen van Napoleon hadden op de natte ondergronden moeite met het verplaatsen van kanonnen. Daarom stelde Napoleon de aanval uit tot de grond iets droger was.

De slag begon met een afleidingsaanval door een divisie Franse soldaten op boerderij Hougoumont. Vervolgens volgde een bombardement door Franse artillerie. Daarna rukte het korps onder leiding van d’Erlon op door het centrum richting La Haye Sainte. Het lukte d’Erlon echter niet om deze boerderij in te nemen. Een geallieerde divisie onder leiding van Thomas Picton ging het gevecht aan met de soldaten van d’Erlon. Hierbij sneuvelde deze Britse commandant.

Twee Engelse cavaleriebrigades onder bevel van Lord Uxbridge maakten van de gelegenheid gebruik om de Fransen in de flank aan te vallen en hen van de heuvel te jagen. Een tegenaanval door Franse cavalerie dreef hen vervolgens terug met zware verliezen.

Ney Slag bij Waterloo

Maarschalk Ney (rood haar rechtsvoor) valt aan met zijn mannen. Door Lois Dumoulin (1860-1924). Bron: wikimedia commons.

Iets voor 16.00 maakte de Franse maarschalk Ney een inschattingsfout. Hij zag het transport van gewonden van Wellingtons linies naar achteren aan voor het begin van een vlucht en wilde daar gebruik van maken. Aangezien het merendeel van zijn infanterie op dat moment al in gevecht was, probeerde hij Wellingtons verdediging te doorbreken met cavalerie. De Fransen vielen meerdere keren aan zonder succes. Ney verloor zelf vier paarden bij deze aanvallen voordat hij tot de conclusie kwam dat dit niet werkte. Hij organiseerde enkele divisies infanterie en liet deze aanvallen, met cavalerie ondersteuning.

Ondertussen gaf Napoleon het bevel om La Haye Sainte koste wat kost te veroveren. Met behulp van het restant van d’Erlons korps slaagde Ney hier rond 18.00 in. Hij liet paardenartillerie nieuwe posities innemen. Met behulp van “canister shot”, dodelijk op korte afstand, decimeerden zij de infanterie in het geallieerde centrum.

Zonder de komst van de Pruisen was het leger van Wellington ten dode opgeschreven. De slag bij Waterloo gaat zijn beslissende fase in.

De Pruisen komen!

Vanaf 16.30 kwamen de troepen van Bülow aan bij het slagveld. Hij zond de vijftiende brigade om contact te maken met de linkerflank van Wellington en groepeerde de artillerie ter ondersteuning. De rest van het korps bedreigde de rechterflank van Napoleon, bij de plaats Plancenoit.

Napoleon zond daarom het korps onder bevel van Lobau om de Pruisen te onderscheppen. Lobau werd echter teruggedrongen door de Pruisen ondanks versterkingen met acht bataljons van de “jonge garde”.

Terug naar Ney
Juist op het moment dat Ney het centrum van Wellington zwaar te grazen nam met artillerie beschietingen, kreeg de Engelsman versterkingen van het Eerste korps onder de Pruisische commandant Ziethen. Precies op tijd. Daarnaast ondersteunde het Tweede korps van Pirch de troepen van Bülow. Samen namen ze Plancenoit in.

Het einde van de slag bij Waterloo: de Keizerlijke Garde faalt

grenadier

Grenadier van de Keizerlijke Garde. Bron: wikimedia commons.

Napoleon zat flink in het nauw en zette alles op alles om een doorbraak op die verrekte heuvel te forceren. Om 19.30 gooide hij zijn elitetroepen, de Keizerlijke Garde, in de strijd. De geallieerden hielden echter stand en sloegen de aanval bloedig af.

Toen de garde na meerdere pogingen gedaan te hebben teruggedrongen werd, ging er een golf van wanhoop door de Franse linies. Soldaten begonnen te vluchten. Wellington gaf zijn leger het bevel om zijn stellingen te verlaten en voorwaarts te gaan. Het Franse leger vluchtte in wanorde van het slagveld.

Wellington en Blücher schudden elkaar de hand in het voormalige hoofdkwartier van Napoleon: La Belle Alliance. Een mooie alliantie, dat was het zeker! De slag bij Waterloo is voorbij.

Lees ook wat er aan de Slag bij Waterloo vooraf ging.

Bronnen

Barbero, Alessandro, Waterloo. Het verhaal van de veldslag (Amsterdam 2004)

Holmes, Richard, Waterloo 1815, in:
Holmes, Richard en Vos, Luc de, “Langs de Velden van eer.
Van Waterloo tot de Ardennen” (Weert 1998)

Wikipedia

Tim Wachelder

Tim Wachelder studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens zijn studie specialiseerde hij zich in Europese Expansiegeschiedenis. Behalve over koloniale geschiedenis schrijft hij ook over militaire, culturele en Nijmeegse geschiedenis. Sinds 2007 is hij webredacteur bij Historiën.

More Posts

Schrijf je in voor TOEN!