Slavernij tekent onze geschiedenis, maar zijn wij er wel verantwoordelijk voor en moeten wij excuses aanbieden? En belangrijker: zitten de Surinamers er wel op te wachten? Erik Sweers denkt van niet.
Houdt het gezeur van sommige Surinamers over het Nederlandse slavernijverleden dan echt nooit op? Vol zelfmedelijden greep een onbehoorlijk aantal ‘slachtoffers’ van de Nederlandse slavernij het bezoek van premier Balkenende aan Suriname weer eens aan om luidkeels te klagen over het feit dat Nederland, in het bijzonder de premier, zijn excuses maar eens moest aanbieden voor de Nederlandse slavenhandel.
De premier is extra mikpunt van kritiek omdat de Surinamers zijn opmerkingen over de VOC-mentaliteit nog lang niet vergeten zijn. Dat het niet de VOC maar de WIC (West-Indische Compagnie) was die in het Caribische gebied verantwoordelijk was voor de Nederlandse slavenhandel, laten gemakshalve maar even buiten beschouwing.
Daar komt bij dat slavenhandelaar eeuwenlang, voor zowel blank als zwart, een volkomen normaal commercieel beroep is geweest. De Nederlanders bouwden forten langs de Afrikaanse kust en betaalden zwarte slavenhandelaren voor de aangeleverde slaven. Slavenhandel was dus beslist geen blanke aangelegenheid, maar een samenwerkingsverband tussen blank en zwart waarbij mensen werden verhandeld. Pas in de negentiende eeuw is de kritiek op de slavenhandel zo sterk dat ook Nederland het afschaft.
Helaas probeerde het schimmige, post-communistische clubje van Jan Marijnissen weer op misplaatste wijze misbruik te maken van het verleden. Nog voordat Balkenende voet op Surinaamse bodem zette, stuurde de SP haar beste tietenknijper, Harry van Bommel, die kant op. Van Bommel, die in het bijzijn van dames zijn broek het liefst modieus op de enkels draagt, sprak schande van het slavernijverleden en bood op persoonlijke titel zijn excuses aan. ‘Zo, die zit!’, moet Harry gedacht hebben. Maar persoonlijk je excuses aanbieden voor iets waar je persoonlijk niet verantwoordelijk voor bent, is even logisch als door groen licht rijden om dan tegen de politie te beweren dat het toch echt rood was.
Excuses bied je aan op het moment dat je echt overtuigd fout zit. Punt is dat de slavenhandelaren van toen totaal niet het idee hadden dat ze fout zaten en de kritische geluiden uit de maatrschappij waren zeker in de begintijd minimaal. Wil je dus echt een oordeel vellen over het verleden, kijk dan niet alleen terug, maar verplaats je in het verleden. Natuurlijk was het met de levensomstandigheden en de rechten van slaven, vergeleken met het welzijn en de vrijheden van westerse burgers nu, slecht gesteld, maar dat is appels met peren vergelijken. Wij denken nu eenmaal totaal anders over menselijke vrijheden en mensenrechten dan toen. ‘Toen’ was een totaal andere maatschappij, voor zowel blank als zwart. Een lang en onbekommerd leven in welvaart en goede gezondheid was eeuwenlang maar voor weinigen weggelegd. Of je blank of zwart was maakte niet veel verschil.
Je moet de maatschappij van toen dus doorgronden en begrijpen om zaken als slavernij in het hier en nu af te kunnen keuren. Het verleden beoordelen met hedendaagse maatstaven heeft geen zin. Het verleden oordeelt immers ook niet over het hier en nu.
Gelukkig begrijpen Surinaamse Surinamers dit allemaal een stuk beter dan veel Nederlandse Surinamers. Veel Surinamers zijn gemengd: ze hebben zowel Nederlandse als Afrikaanse voorouders. ‘Harry van Bommel komt hier gewoon een wit voetje halen’, sprak een Surinamer in de krant. Maar helaas, Harry is meer een tietenman.
Meer artikelen door Erik Sweers:- Neergeschoten boven Nederland
- Fokker G-1: een korte geschiedenis
- Holland Rangers in Burgeroorlog
- Wie is Valentijn?
- Column: De broer van Sinterklaas
Vind ons ook hier: