Sutan Sjahrir

scherm1.JPG15 augustus 1945 was het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. De onafhankelijkheidsstrijd zou echter nog lang woeden. De gematigde nationalist Sutan Sjahrir speelde een grote rol in de geschiedenis van die strijd.

sjahrir.gif“Met Sukarno zal niet, met Sjahrir wel overlegd worden”. Deze woorden van minister Johann Logemann van Overzeese gebieden (van 1945 tot 1946) spreken boekdelen. Hoewel Sutan Sjahrir (1909-1966) een Indisch nationalist was, werd hij als een aanvaardbare onderhandelingspartner gezien. De reden was simpel: hij was een van de weinigen die niet met de Japanners had samengewerkt. Dit feit zal een belangrijk punt zijn in Sjahrirs politieke leven. Het is zijn politieke leven waar ik aandacht aan zal besteden in dit artikel, in het bijzonder op de grote rol die hij speelde in het onafhankelijkheidsproces van Indonesië.Het materiaal dat ik hiervoor gebruikt heb, zijn, naast enkele handboeken: een werk van Van Leeuwen (“Honderd jaar Nederland : 1848-1948), niet lang na dato geschreven; een biografie van Jacques de Kadt, een Nederlandse journalist in Indonesië, die bevriend was met Sjahrir. “Indonesische overpeinzingen” is een artikel van Sjahrirs hand, dat handelt over zijn verblijf in kampen op Boven-Digul. “Onze strijd” is een gedeelte van een pamflet van Sjahrir, waarin hij zich uitspreekt voor de democratie.

Jonge jaren : 1906-1934
In 1929 kwam de 20-jarige Sjahrir naar Nederland om te studeren. In Amsterdam studeerde hij economie. Hij was daar actief in de Perhimpunan Indonesia. Deze beweging was opgericht door studenten die in Nederland studeerden en daar in aanraking kwamen met ideologieën als nationalisme, liberalisme en met de staatsidee van democratie. De organisatie bleek de bakermat van meerdere nationalistische leiders van een later uur. Naast Sjahrir was bijvoorbeeld ook Mohammed Hatta (1902-1980), mede-uitroeper van de onafhankelijkheid, in Nederland. Na twee jaar keerde Sjahrir terug naar zijn vaderland en nam samen met Hatta de leiding van de Pendidikan Nasional Indonesia op zich. Zij deden dat omdat ze zich niet konden verenigen met het populistische nationalisme van Sukarnos Partai Indonesia. Sjahrir wilde de nadruk meer leggen op een goed opgeleid bestuur.
De Nederlanders, na de muiterij op “De Zeven Provinciën” (1933) toch nogal geprikkeld, richtten zich scherper tegen geluiden van linkse, nationalistische aard. Dit werd velen, waaronder Sjahrir, spoedig duidelijk. Sukarno (1901-1970), Hatta, Sjahrir en enkele tientallen nationalisten en islamieten werden gearresteerd.
 

Overpeinzingen : 1934-1945
In afwachting van wat er verder met hem zou gebeuren, schreef Sjahrir vanuit de gevangenis brieven naar zijn Nederlandse vrouw. Zij was het die een gedeelte van de brievencollectie uitgaf onder de titel “Indonesische overpeinzingen” (1945). In de gevangenis werd hem duidelijk wat vrijheid werkelijk betekende. Een fysieke, maar ook een geestelijke vrijheid. Pessimistisch concludeerde hij dat er geen individuele vrijheid is.
Begin december 1934 kreeg hij te horen dat hij werd verbannen naar Boven-Digoel. Onrustzaaien werd hem ten laste gelegd. Zoals hij zelf opmerkte, werd hij van niets “feitelijks” beschuldigd. Zich eenmaal verzoend met zijn lot, voelde hij zich dichter bij het volk dan ooit. Hij zat daar voor zijn volk. Althans, zo ervaarde hij dat. Op Boven-Digul waren de omstandigheden treurig. Als intellectueel genoot Sjahrir een voorkeursbehandeling. Maar in Boven-Digul werd je langzaam maar zeker krankzinnig. Op een zeer timide manier probeerde Sjahrir te doorzien waarom het kamp bestond. “Het lijkt het gouvernement immers zo’n makkelijke manier van regeren.”; onruststokers werden gewoon verbannen. Alles wat hij op dat moment kon doen, was wachten, wachtten op “redelijkheid, verstandigheid”. Met de Japanse bezetting kwam hij vrij.

De oorlog
sjahrir.jpgDe Nederlanders hadden hem dan misschien verbannen, maar desalniettemin weigerde Sjahrir met de Japanse bezetter samen te werken. Historicus Van Goor spreekt van een bepaalde tactiek van Hatta en Sjahrir. Eerstgenoemde zou meewerken met de Japanners, laatstgenoemde zou zich afzijdig houden. Tactiek, of niet; duidelijk mag zijn dat Sjahrir met de fascisten niets van doen wilde hebben. Zoals in de inleiding opgemerkt, is dit van groot belang voor zijn rol in het onafhankelijkheidsproces. Sukarno werkte wel mee en inderdaad, tot Linggidjati werd hij niet als gesprekspartner aanvaard. Sukarno werd zelfs vergeleken met Hitler en Mussert.
Sjahrir stond in een beter blaadje bij de Nederlanders. Jacques de Kadt, een Nederlandse, revolutionaire journalist in Indonesië, was in het begin van de bezetting nog op vrije voet en werd bezocht door Sjahrir. Die maakte duidelijk dat hij wilde werken aan het vormen van een kader voor na de bezetting. Je kan daarbij gerust stellen dat hij een realist was. Hij vertelde De Kadt dat hij de zwakte op leidinggevend gebied van Indonesië inzag. Geen oogkleppen dus, waar we andere nationalisten soms op kunnen betrappen. Een overgangsperiode met buitenlandse adviseurs leek hem daarom wenselijk. Tot na de oorlog zagen beiden elkaar niet meer. De Kadt werd geïnterneerd, Sjahrir dook onder in een dorpje.

Democratische strijd
Zijn weigering mee te werken met de Japanners, zorgde ervoor dat Sjahrir niet mee kon werken aan de voorbereiding van de onafhankelijkheid. Die weigering impliceerde op dat vlak nog iets anders, dat hem niet aansprak. De onafhankelijkheid die verkregen zou worden, zou geschoeid zijn op Japanse leest. Sjahrir zag in dat de leiders van zon Indonesische staat in het westen weinig krediet zouden hebben. President Sukarno kon dus niet op de steun van Sjahrir rekenen toen de onafhankelijke staat een feit werd.
In “Onze strijd” (“Perdjoeangan Kita”), een pamflet uit 1945 nam Sjahrir duidelijk stelling voor een anti-fascistische houding. De Nederlandse overheersing waarbij de bevolking als horigen uit de feodale tijd werden behandeld, noemde hij: “het eerste voorbeeld van fascisme in de wereld”. Boven-Digul, waar hij zelf had gezeten, was er eerder dan welk kamp van de nazi’s. Er werd niet alleen een nationale strijd geleverd, maar voor alles een sociale revolutie. Het juk van de bezetter moest worden afgeworpen, zodat de bevolking niet langer slaaf zou zijn. Sjahrir maakte duidelijk dat de strijdvoerders zelf ook goed in de gaten moesten houden dat het een democratische revolutie was, anders zou het de kant van een nationalistische staat op gaan. De soevereiniteit moest niet veroverd worden om een inlandse feodalistische samenleving op te bouwen. De Indonesische Republikeinse Staat, moest een naam zijn, die de lading zou dekken; een democratische staat.De democratische staatsvorm en de afschuw van een overheersend of totalitair bewind was een dubbele aanklacht. Ten eerste, en in duidelijke taal gezegd, tegen de koloniale overheersers. Dit gold in universele zin, maar in dit geval direct tegen Nederland en Japan.Ten tweede, en gezien de aard van deze bron zeker niet minder belangrijk, was dit een waarschuwing. Een waarschuwing voor de Indonesiërs dat zij het nationalisme niet voor alles plaatsten; niet voor de waarden die werkelijk werden nagestreefd: vrijheid van onderdrukking en democratie. Bij dit tweede punt was inbegrepen dat de macht van de president niet te groot en overheersend mocht zijn.

Premier

Hoewel dit pamflet anders zou doen vermoeden, tornde Sjahrir niet aan Sukarnos positie. Vanuit Nederland waren er echter geluiden genoeg die Sukarno veroordeelden. Japan had de oorlog verloren en degenen die met hen hadden samengewerkt, werden aan de politieke schandpaal genageld. Het zal daarom een opluchting geweest zijn voor Sukarno, dat Sjahrir het premierschap (14 november 1945) aanvaarde. Hij was geen collaborateur in Nederlandse ogen, dus met hem werd wel gepraat. Hij relativeerde het probleem ook door op te merken dat “Nederlanders dichter bij Indonesiërs staan dan anderen.” De onderhandelingen bleken echter toch niet gemakkelijk. Een plan van een gemenebest, waarvan de Republiek deel zou zijn, verwierp Sjahrir.
De onderhandelingen kenden een volgende ronde toen de Engelsen een gesprek voorzaten tussen Hubertus van Mook (1894-1965), de Nederlandse luitenant-gouverneur-generaal (van 1945 tot 1948), en Sjahrir. De laatste wilde erkenning van de Republiek. Hij maakte daarbij duidelijk dat zij in de buitenlandse politiek een neutrale positie in zou nemen. In het verdrag van Linggadjati werd de erkenning bereikt. Het gezag van de Republiek gold echter alleen voor Java en Sumatra. Een deel van de socialistische partij, waar Sjahrir lid van was, wilde hiermee niet accoord gaan. De partij splitste zich op. De tegenstand tegen Linggadjati was groot. De Nederlanders probeerden namelijk hun federale staatsvorm op te dringen. De Republikeinen verzetten zich hiertegen. Sjahrir zag zich daarom gedwongen om af te treden (26 juni 1947). Er was immers niet genoeg steun voor de tegemoetkoming die hij wilde doen aan de Nederlanders.graf_sjahrir.jpgDe grote, politieke rol die Sjahrir had, was uitgespeeld. Hij bleef nog wel actief in de PSI, maar nadat die, na vermeende opstand tegen het regime, werd verboden, was zijn rol uitgespeeld. Sjahrir werd gearresteerd. Zijn laatste levensjaar verbleef hij in Zwitserland, waar hij in 1966 overleed.

Diplomaat
Toch is de manier waarop Sjahrir ten onder is gegaan, geen kwestie van zwakte. Het is juist tekenend voor zijn persoon. Sjahrir was een diplomaat. Overleg stond hoog in zijn vaandel. Diplomatie heeft echter als kenmerk dat het meestal niet de snelste manier is om een zaak af te handelen. Op de lange termijn blijkt het vaak -in dit geval niet- de meest effectieve manier.
Hoewel hij de Nederlanders toch had gekend als overheersers, wilde hij de onafhankelijk in dialoog regelen. Dat werd door vele, radicale nationalisten niet zo gewaardeerd. Zij werkten hem tegen, wat blijkt uit de drie kabinetswisselingen in een jaar. Dat zij een fysieke aanpak niet schuwden, in tegenstelling tot Sjahrir, werd duidelijk toen hij enkele dagen werd ontvoerd. Ondanks dit alles hield hij vast aan zijn diplomatieke politiek.

Sjahrir was duidelijk een man van principes: geen samenwerking met de Japanners; strijden tegen de onderdrukking en voor de democratie, op een politiek aanvaardbare wijze (althans voor de buitenwereld).

Literatuur

Dijk, K. van en A.L. Verhoog, Dekolonisatie : Nederland en Nederlands-Indië 1918-1949 (‘s Hertogenbosch 1987).

Goor, J. van, Indië/Indonesië ; van kolonie tot natie (Utrecht 1987).

Kadt, J. de, Jaren die dubbel tellen : politieke herinneringen (Amsterdam 1978).

Leeuwen, W.L.M.E. van, Honderd jaar Nederland : 1848-1948 (Hengelo 1948).

Lubis, M, Het land onder de regenboog : de geschiedenis van Indonesië (Alphen aan de Rijn 1992).

Poeze, H. en H. Schulte Nordholt, De roep om Merdeka : Indonesische vrijheidlievende teksten uit de twintigste eeuw
(‘s Gravenhage 1995).

Geef een reactie

Historiën Facebook
  • Waarom werd Operatie Market Garden gelanceerd en wat gebeurde er precies? Waarom verliep de bevrijding van Nijmegen zo moeilijk? Welke rol speelde de Poolse parachutistenbrigade tijdens #marketgarden? Hoe schakelde John Baskeyfield Duitse tegenstanders uit? Dit en meer in de Market Garden-special van Historiën!


    Historiën Special: operatie Market Garden - Historiën
    www.historien.nl
    Op 17 september 1944 landen duizenden geallieerde luchtlandingstroepen in het bezette Nederland. Hun doel: de oorlog voor de kerst van 1944 beëindigen.
Historiën Twitter
Jeroen Vink
Historiën Poll

Nederland heeft er goed aan gedaan om neutraal te blijven in de Eerste Wereldoorlog!

View Results

Loading ... Loading ...