Tentoonstelling Leiden – Nineveh hoofdstad van een wereldrijk

In het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) is momenteel (tot 25 maart 2018) een grote expositie te zien over de geschiedenis en de cultuur van Nineveh die meer dan 9000 jaar bestrijkt; van de eerste bewoning in het gebied tot opgravingen in de twintigste eeuw. Er zijn 250 internationale topstukken te zien. Een unicum sinds de herontdekking van het oude Nineveh, gezien de huidige oorlogssituatie. Nu in het RMO te Leiden: Nineveh hoofdstad van een wereldrijk.

Assyrische stad tussen droom en realiteit

De Assyrische stad Nineveh spreekt sinds mensenheugenis tot de verbeelding. Tegenwoordig zullen velen niet eens weten dat de stad ooit bestond. Toch was Nineveh rond 700 voor onze jaartelling de grootste stad ter wereld met meer dan 100.000 inwoners. Nineveh verdween na haar verwoesting in 612 v.Chr. eeuwen van de kaart. Maar werd 180 jaar geleden herontdekt, hetgeen deze stad alleen nog maar mysterieuzer maakt. Het grootste deel van Nineveh echter, ligt nog steeds bedolven onder de aarde. De aan het licht gebrachte resten van Nineveh situeren zich thans onder de Iraakse stad Mosul.

Door de bezetting van Islamitische Staat (IS) werden daar de laatste jaren grote vernielingen aangericht en konden archeologen er jarenlang niet werken. Ten gevolge van de verdrijving van IS uit Nineveh zal dat in de toekomst mogelijk gaan verbeteren.

Voor Alexander de Grote

Al voor Alexander de Grote en het Romeinse Rijk was het Assyrische rijk een machtig koninkrijk dat zich uitstrekte van Turkije tot Egypte en van Iran tot aan de Middellandse Zee. Koningen als Assurbanipal en Sennacherib lieten er naast gigantische tempels en paleizen ook bibliotheken en schitterende tuinen met watervallen bouwen. In de Middeleeuwen begonnen Christelijke, Islamitische en Joodse reizigers weer te zoeken naar sporen van het oude Assyrië.

Rabbijn Benjamin van Tudela bracht kort na 1165 een bezoek aan Mosul en concludeerde dat de resten van Nineveh tegenover de stad Mosul moesten liggen. Terecht, maar pas in 1543 werden zijn reisverslagen gepubliceerd. De Spaans-Arabische geograaf en geleerde Ibn Jubayr deed al in 1184 dezelfde ontdekking. De beroemde Islamitische reiziger Ibn Battuta deed deze vondst 143 jaar later nog eens over en sprak over de stad als ‘Ninawa, de stad van Jonas’.

Bijbel

In de Bijbel werd Nineveh altijd beschreven als een goddeloze, zondige plaats waar afgoderij, wreedheid en arrogantie aan de orde van de dag waren. Hoewel de stad eerst door god gespaard werd, moest Nineveh uiteindelijk toch gestraft worden. In Leiden ziet men dit verhaal door verschillende kunstenaars prachtig verbeeld. Mooi om te zien is dat westerse schilders en tekenaars de vertelling met hun eigen uitgangspunt een eigen beeld schetsen met met veel occidentaalse gebouwen (gravures van o.a. Philips Galle en Jan Luyken) omdat ze nog niet wisten hoe het echte Nineveh er uitzag.

Delacroix

Ook in de Klassieke Oudheid was men gefascineerd van het oude Mesopotamië en plaatsen zoals Nineveh. De stad werd gezien als een gigantisch grote en rijke, maar slecht bestuurde gemeenschap die geleid werd door luie en verwijfde koningen die zich omringden met concubines en eunuchen. Vooral de dood van koning Sardanapalus trok veel aandacht. Zijn leven werd beschreven door auteurs als Herodotus, Diodoros en Strabo. Eugène Delacroix’s schilderij uit 1827 over het sterven van Sardanapalus is geïnspireerd door deze klassiekers. Zijn schilderij hangt in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden (RMO). Het werk is geschilderd in Delacroix’s bekende weelderige en overvloedige stijl met veel mensen, dieren en attributen erop afgebeeld. Ondanks de overdaad is het een intrigerend werk dat de dood van Sardanapulus mooi in beeld brengt. Vooral de olifant in het midden zal toeschouwers aan het denken zetten. Wat gebeurt hier eigenlijk?

Wetenschappelijk onderzoek

Hoewel er vaker zoektochten waren geweest, begonnen archeologen pas in 1842 de ruïnes in Assyrië wetenschappelijk te onderzoeken en werden de vindplaatsen steeds grondiger uitgekamd. Toen de Fransman Paul-Emile Botta in dat jaar zijn schop in de aarde stak, startte het eerste serieuze onderzoek. Onderzoekers uit verschillende landen kwamen vanaf die tijd regelmatig naar Nineveh.

Botta zat op de goede weg, maar het was uiteindelijk de Brit Austen Henry Layard die de ruïnes van Nineveh definitief identificeerde (periode 1846-1851). In het RMO staat een fraaie vitrine waarin het portret van Layard, enkele waterzakken, een oosters geweer en andere attributen geplaatst zijn. In dezelfde ruimte hangt ook een aquarel (1850) van Frederick Charles Cooper waar een tunnel-opgraving in Kuyunjik opstaat. Het werk maakt aanschouwelijk hoe men toen in de archeologie te werk ging. Met ziet men een man amechtig de rotsen uithouwen met een pikhouweel. Men kan het zich tegenwoordig niet meer voorstellen hoe zwaar dit handwerk moet zijn geweest.

De vondsten die door de jaren heen in Nineveh gedaan zijn, raakten door de jaren heen over de hele wereld in diverse musea en collecties verspreid. Onder de trotse bezitters van deze overblijfselen, bevinden zich thans musea als het Louvre, het British Museum en het Metropolitan of Art.

Agatha Christie

Uit de tentoonstelling blijkt dat ook beroemdheden waren geïnteresseerd in de Assyrische archeologie. Twee voorbeelden hiervan waren Lawrence of Arabia en Agatha Christie. Beide auteurs hebben niet voor niets een eigen vitrine gekregen op de Nineveh-tentoonstelling in Leiden. Ze bezochten het Midden-Oosten en schreven er romans over. Op die manier droegen ze er aan bij dat complotten, politieke intriges en archeologie in het Midden-Oosten populaire thema’s werden in de literatuur en de lectuur van die tijd.

Dat was niet geheel uit de lucht gegrepen, want vanaf het begin van de negentiende  eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog was archeologie namelijk verweven geraakt met spionage en politiek. Dat kwam doordat de Europese mogendheden het Turkse imperium (Ottomaanse Rijk) wilden inpalmen. Omdat archeologen en wetenschappers veel kennis hadden over de plaatselijke cultuur, van de taal en over het gebied werden ze regelmatig ingeschakeld als informanten, adviseurs, geheim agenten en spionnen. Gertrude Bell en Lawrence of Arabia zijn daar beroemde voorbeelden van. In de vitrine van Lawrence ziet men hoe deze mysterieuze figuur er moet hebben uitgezien in zijn Arabische kledij, inclusief kromme dolk landkaarten en een heuse camera.

In de kast van Agatha Christie zijn enkele van haar boeken (o.a. Murder in Mesopotamia en Death on the Nile) en een typemachine te zien evenals een foto waarop zij staat afgebeeld met haar man Max Mallowan, die archeoloog was en opgravingen deed in Nineveh. Christie deed veel stof opwaaien toen ze in Nineveh aankwam doordat ze stoelen en een tafel nodig had om te kunnen schrijven. Het geld dat hier voor nodig was, zorgde voor de nodige reuring onder de medewerkers; niet iedereen wilde er even graag aan meebetalen.

Publiekstrekkers

Een gezichtsmasker uit de Parthische tijd (tweede eeuw na Christus) trekt zeer de aandacht in Leiden, maar ook de reliëfs en een bronzen Akkadisch koningsportret uit ongeveer 2300 voor Christus zijn ware publiekstrekkers. Ook de kleitabletten en prisma met spijkerschriftinscripties erop mogen zeker niet overgeslagen worden. Aan het einde van de expositie zien we twee gevleugelde Assyrische stiergoden uit het British Museum. Een majestueus gezicht zodat de bezoeker het gevoel krijgt in het oude Nineveh te zijn beland. Vooral de bijzondere baarden van de leeuwen trekken daarbij de aandacht.

Een van de meest in het oog lopende afdelingen op de Nineveh-tentoonstelling is echter de 3D-reconstructie van de troonzaal uit het paleis van de Assyrische koning Sennacherib. Dit was een van de mooiste bouwwerken uit het oude Nineveh. Koning Sennacherib zelf noemde dit verblijf ‘het paleis zonder gelijken’. Specialisten van de Technische Universiteit Delft verwerkten enkele door Italiaanse archeologen gemaakte digitale foto’s van reliëfs tot 3D-modellen. De foto’s werden in Nineveh geschoten toen de overblijfselen van het paleis nog niet door IS vernietigd waren. In Leiden krijgt men een digitale reconstructie van de vroeger zo kleurrijke reliëfs met heldendaden. Voor onze maatstaven wekken de vele tinten wellicht een vrij kitscherige indruk, maar in die tijd was dat wellicht chic. Een mooie afsluiting van deze indrukwekkende tentoonstelling. Nineveh wacht op u in Leiden.

Nineveh: hoofdstad van een wereldrijk loopt nog tot 25 maart 2018

http://www.rmo.nl/tentoonstellingen/nineveh

Door: Paul Prillevitz

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!