Theater over Molukse gijzeling

Meer dan dertig jaar geleden werd de zus van theatermaakster Elsbeth Vernout door Molukkers gegijzeld in de school van Bovensmilde. Vernout’s ervaringen uit die tijd verwerkte ze in haar voorstelling Gegijzeld. Een interview.

Meestal kruipen acteurs en actrices in de huid van iemand anders, maar niet altijd. Theatermaakster en actrice Elsbeth Vernout maakte bijvoorbeeld de gebeurtenissen die ten grondslag liggen aan haar voorstelling Gegijzeld zelf van zeer nabij mee. Toen Molukse activisten in 1977 in het Drentse Bovensmilde de lagere school De Meenthe gijzelden, bevond Elsbeth Vernout zich in de kleuterafdeling van de school aan de overkant van de straat. Zij en haar medeleerlingen konden snel geëvacueerd worden. Haar zus Willemijn had minder geluk en viel in handen van de gewapende activisten, die streden voor een onafhankelijke Molukse Republiek (RMS). Puur door het verschil in leeftijd kreeg Willemijn een hoofdrol in het gijzeldrama en Elsbeth een bijrol.

De toen 7-jarige Willemijn was één van de kinderen die hangend uit het raam van de school “Van Agt, wij willen leven” riepen naar de toenmalige minister van justitie Dries van Agt. De hallucinante tv-beelden die hiervan gemaakt werden, gingen de hele wereld over en wekten algemeen afschuw en vrees op. Hoewel na afloop bleek dat de Molukse activisten het schreeuwen naar Van Agt aan de kinderen hadden gepresenteerd als een spelletje, blijft het lugubere beeld voor veel mensen een donkere bladzijde in de Nederlandse geschiedenis. 

De Britse thrillerschrijver John Le Carré heeft terrorisme eens aangeduid als het ‘theater van de realiteit’. In zijn boek The Little Drummer Girl, over het Palestijns-Israëlisch conflict, laat hij één van de terroristen annex vrijheidsstrijders zeggen: “Terreur is theater. Wij inspireren en wekken angst, verontwaardiging en liefde op. Theater doet dat ook. De guerrilla-strijd  is de grootste acteur ter wereld.”
Wellicht heeft Le Carré hier wel enigszins gelijk in. Verschillende slachtoffers van de gijzeling in Bovensmilde hebben later verklaard dat ze als kind dachten dat ze tijdens de gijzeling in een toneelstuk zaten. Fictie en realiteit gaan tijdens dergelijke zeer intense, beangstigende en bedreigende situaties soms door elkaar lopen. En niet alleen bij kinderen. Amerikaanse soldaten die in Irak met anti-tank-granaten bestookt werden, verklaarden later op tv: “It was just like in the movies”.

Bij een gijzeling kan er zelfs een innige, affectieve band tussen dader en slachtoffer ontstaan, die buitenstaanders als onbegrijpelijk ervaren. Dit zogenaamde Stockholm-syndroom komt geregeld voor bij gijzelingen. Het is bekend dat in Londen een gegijzelde eigenaar van een Italiaans restaurant nog jaren na zijn gijzeling wekelijks spaghetti naar de gevangenis bracht voor zijn inmiddels opgesloten gijzelnemers.  
Mensen die in het verleden geconfronteerd werden met geweld zetten hun ervaringen soms ook om in kunst, documentaires of liefdadigheid. Elsbeth Vernout heeft een akelige ervaring van meer dan dertig jaar geleden nu gesublimeerd tot een kunstwerk dat zelfs de indertijd gegijzelde hoofdonderwijzer van de school Van Bovensmilde wist te waarderen. Gegijzeld is momenteel te zien in verschillende theaters in Nederland. Een vraaggesprek met de maakster.

Jappenkamp
Voor Vernout is haar voorstelling Gegijzeld een zoektocht naar haar eigen wortels en die van haar familie. Toen ze bij haar ouders op zolder allerlei brieven vond van vroeger, besloot ze verder te graven en haar familiegeschiedenis nog meer uit te diepen. Zelf is ze derde generatie Indische Nederlander. Haar grootouders van vaders kant kwamen uit Nederlands-Indië en ook haar vader is er geboren. Haar grootouders waren van gemengd bloed, de zogenaamde Indo’s, maar hadden wel een Nederlands paspoort. In verband met Gegijzeld is ze op zoek gegaan naar haar Indonesische wortels, waarbij ze zich afvraagt hoe die zich verhouden tot haar Nederlandse achtergrond.”

Vernout’s Indische familie-achtergrond is op zijn zachtst gezegd bijzonder te noemen. Haar grootvader werd tijdens de Tweede Wereld Oorlog gevangen genomen door de Japanse bezetter en moest, net als cabaretier Wim Kan, dwangarbeid verrichten aan de Birma-spoorlijn. Haar grootmoeder wist buiten het Jappenkamp te blijven, maar had een zware tijd met het opvoeden van hun kinderen in oorlogstijd. Meer dan dertig jaar later, toen de familie Vernout al lang niet meer in Indonesië woonde, overviel het koloniale spook de familie nogmaals. Midden in het Drentse platteland nota bene, toen Vernout’s zus Willemijn werd  gegijzeld door Molukkers in de school van Bovensmilde. Volgens Vernout was de research voor Gegijzeld een zoektocht naar haar eigen identiteit en die van haar familie. “Lang zijn de littekens uit ons koloniale verleden weggestopt. Ik had sterk het gevoel daar nog iets mee te moeten doen.”

Deken vol verhalen
“Mijn grootvader overleed toen ik vier jaar was, maar ik kan hem nog goed herinneren. Ik zie hem voor me als een Indonesische man die altijd sigaretten rookte. Voordat Indonesië bezet werd door Japan was hij klerk bij een gevangenis in Jakarta. Over de verschrikkingen die hij heeft meegemaakt tijdens de bezetting heeft hij nooit kunnen praten. Als mijn vader er iets over vroeg, kreeg hij weinig respons. Mijn oma zei dan dat hij er maar niet naar moest vragen. Via mijn vader en mijn oma weet ik wel dat hij ’s nachts vaak gillend wakker werd. Het moet heel erg zijn wat daar is gebeurd. Doordat hij aan het einde van de oorlog een baantje in de keuken had, raakte hij niet uitgemergeld zoals veel andere gevangenen. Dat is zijn redding geweest”.

“Toen mijn grootvader terugkwam uit Nederlands-Indië nam hij alleen een wollen deken mee terug uit het kamp, verder niets. Hij was alles kwijt. Later is mijn grootvader weer teruggekeerd naar Nederland. Ondanks zijn traumatische verleden heeft hij hier nog wel verschillende banen gehad, maar echt zijn draai kon hij niet meer vinden.”
“De gijzeling van zijn kleindochter Willemijn heeft hij niet meer meegemaakt. Toen was hij al lang overleden.  Mijn grootmoeder leefde toen nog wel. Zij was natuurlijk in paniek toen het gebeurde, maar ook woest.”
“Ik speelde op de basisschool van Bovensmilde dagelijks met Molukse vriendinnetjes. We bouwden samen hutten en lazen dezelfde boekjes. Dat was allemaal geen probleem, ondanks dat mijn vader uit Indonesië kwam. Ik leerde op school zelfs Molukse (kerst)liedjes en in de bibliotheek lagen er behoorlijk veel boeken met Molukse verhalen. Mijn moeder gaf bijles aan zowel Nederlandse als aan Molukse kinderen. Onze school was zeer bi-cultureel. Nederlanders en Molukkers gingen goed met elkaar om.”

“In Bovensmilde zag ik bij supermarkt De Jong altijd Molukse oudere dames in hun sarongs lopen. Ik vond het fascinerende exotische vrouwen. Ze intrigeerden me. Ik vond het wel raar dat al die Molukse mensen, en dus ook mijn klasgenootjes, in dezelfde wijk woonden. Waarom dat was, wist ik niet.”

“Toen de gijzeling plaatsvond, bevond ik me in de kleuterafdeling van de school. Wij werden snel naar elders gebracht. Mijn zus aan de overkant van de straat werd gegijzeld. Ik wist toen nog helemaal niet wat het woord ‘gegijzeld’ betekende. Als kind ben je nog niet zo bewust van de consequenties van een dergelijke actie.”

Laxeermiddel
Gedurende de gijzelingsactie werden er opeens zeer veel kinderen ziek. Een bovengemiddeld hoog percentage kinderen kreeg last van diarree en buikloop. Later is vaak gesuggereerd dat de overheid een laxeermiddel heeft toegevoegd aan het eten dat naar de kinderen werd toe gebracht, om zo de situatie voor de gijzelnemers moeilijk te maken en ze te dwingen de kinderen vrij te laten. Dat plan slaagde en de kinderen moesten na vijf dagen vrijgelaten worden door de activisten. De docenten bleven achter bij de Molukkers.

Gijzelnemer Tom Polnaija heeft later verklaard dat hij denkt dat er inderdaad een laxeermiddel in het eten is gedaan. Volgens hem is het een truc geweest van een machtige staat, waar zij als gijzelnemers niet op gerekend hadden.

Vernout: “Mijn zus is toen niet ziek geworden. Veel kinderen kregen buikloop, maar Willemijn niet. Of de staat erachter zat weet ik niet. Het zou kunnen, maar de overheid was in die dagen niet zo machtig als wel eens beweerd wordt, volgens mij. Men was in die dagen nog niet zo goed  voorbereid op dit soort acties als tegenwoordig, hetgeen er toe leidde dat de bestuurders ad hoc beslissingen moesten nemen.”

Jaren later verklaarde Van Agt, op zijn bekende parmantige en ironische wijze, zonder expliciet toe te geven dat er tijdens de gijzeling een medicijn was ingezet, dat “iedereen op zijn tijd wel eens een laxeermiddel nodig heeft.”

Twintig dagen na het begin van de gijzeling maakte de overheid met geweld een einde aan de kaping bij de punt en de gijzeling in Bovensmilde. Vernout: De nacht van de bevrijding herinner ik me nog goed. Mijn ouders wisten dat er iets stond te gebeuren. Dat was ons door de overheid medegedeeld. Ik begreep als jong meisje natuurlijk nog niet alles, maar weet nog wel dat mijn ouders samen met de andere dorpsgenoten naar buurtcentrum De Boerderij moesten, terwijl een buurvrouw op mij bleef passen. Wij woonden buiten het dorpscentrum waardoor ik de bestorming van de school door pantserwagens niet kon horen. Het gebeurde te ver weg. Ook de schoten die de Molukse militanten bij het begin van de gijzeling hebben afgevuurd, waren voor ons te ver weg om waar te nemen.` 

Wapens in de wieg
“Niet alle Molukkers stonden achter de actie in Bovensmilde. De meesten vonden het vreselijk dat de onderlinge banden zo onder spanning kwamen te staan. Een groep Molukse moeders is toen naar de school gegaan om de gijzelnemers tot andere gedachten te brengen en ze te bewegen hun actie stop te zetten, maar dat is toen niet gelukt. Wat de onderlinge verhoudingen ondertussen wel op scherp zette, was dat de politie in de Molukse wijk huiszoekingen deed en zelfs baby´s uit de wieg haalde om te kijken of er geen wapens in lagen.”

“Toen de gijzeling was afgelopen, kreeg mijn zus 100 gulden van de burgemeester plus een brief en cadeaus van de overheid. Ook de Molukse ouders stuurden een empathische brief om de verhoudingen goed te houden. Er waren over en weer pogingen om de ontstane kloof te dichten.”
“Veel kinderen van De Meenthe hebben trauma´s aan de gijzeling overgehouden. Mijn zus, ik en mijn ouders hebben daar gelukkig geen last van. We zijn niet getraumatiseerd geraakt. Tijdens de gijzeling hadden we ook geen slapeloze nachten of paniekaanvallen. Omdat mijn moeder veel mensen uit de Molukse gemeenschap kende, heeft ze ook steeds gedacht dat het wel goed zou aflopen. Ze vertrouwde erop dat de Molukse jongens de kinderen niks zouden aandoen.” 

“Ook mijn gegijzelde zus heeft er geen blijvende schade aan overgehouden. Willemijn was toen het gebeurde nog erg jong en keek met een open blik naar alles om haar heen. Ze heeft een sterke persoonlijkheid en was als kind al levendig en positief ingesteld. Dat helpt. Met een brief die ze schreef vanuit de school probeerde ze ons zelfs gerust te stellen. Daarin zei ze letterlijk: ‘Lieve mama, papa en Elsbeth, jullie hoefen niet bang te zijn. Ik leef nog hoor.’ Op die manier probeerde ze onze angst te verlichten. Zo is ze altijd geweest. Het zit in haar karakter, ook nu nog trouwens.”

“Als jong kind zie of merk je veel gevaar ook nog niet op. Mijn zus heeft zich gedurende de gijzeling niet onveilig gevoeld. Ze zei zelfs dat sommige Molukkers heel aardig waren. De kinderen mochten patat eten, hebben een verjaardag gevierd en konden tekeningen maken. Jaren later was er die verschrikkelijke gijzeling van een school in het Russische Beslan. Toen  hebben we elkaar wel even gebeld. Dan komt het allemaal weer erg dichtbij. Dat mag duidelijk zijn.”
 
“De gijzeling in Bovensmilde heeft het wereldbeeld van mijn zus niet geschokt. Tegenwoordig heeft ze zelf twee kinderen en is ze docent op een Pabo, net als mijn vader vroeger. Ze heeft niks tegen Molukkers en zou er ook bepaald geen bezwaar tegen hebben om naar Indonesië of de Molukken te gaan. Ze is er nog nooit geweest maar zou zeker wel willen. Ikzelf ben in 2000 naar Indonesië geweest en heb Java en Bali bezocht. Op de Molukken ben ik niet geweest. Toen ik in Indonesië was, voelde ik me wel heel Hollands tussen die Indische vrouwtjes die zo fijntjes bewegen.”

Trots Volk
“Aan onze voorstelling doen ook Molukkers mee. De muziek wordt verzorgd door Ruloff Manuputty en één van de kapers van de trein in Wijster, de Molukse dichter Abé Sahetapy, heeft een gedicht ter beschikking gesteld.
“In mijn stuk kies ik geen partij en probeer ik niet te veroordelen. Door een tweedeling te maken in goed en fout, kom je volgens mij geen steek verder. Om die reden wordt de gijzeling ook vanuit een kind bekeken in onze voorstelling. Kinderen zijn nog onbevangen en kiezen geen kant. Ik wil niet dat het stuk de boel op scherp zet en hoop dat Gegijzeld aanzet tot reflectie en mensen in beweging zet.”
“Ik keur de gijzeling niet goed, maar onderken wel de frustratie die de Molukkers voelen. Er is lange tijd vreselijk gesold met het Molukse volk en er is hun een staat beloofd die er na meer dan vijftig jaar nog steeds niet is. Na al de research die ik gedaan heb, begrijp ik hun desillusie. Hoe wanhopig moet je zijn als je een lagere school gijzelt? Dat doe je niet zomaar. Het is een trots volk dat met zijn hart denkt en fel reageert als het gekrenkt wordt. Daar is te weinig rekening mee gehouden.”

“Toen de Molukkers in 1951 per boot naar Nederland afreisden, kwamen ze vanuit het tropische  Indië in het koude, kale en vlakke Drente terecht. Een groter contrast is bijna niet mogelijk. Vanuit een exotisch land waar de zon altijd scheen, vaak muziek klonk en de gemeenschap hecht was, werden ze opeens in een koud, nat landschap gedumpt met zwarte akkers, rechte vaarten en oude hunebedden. Kruidnagels werden ingeruild voor aardappels. Bovendien verliep het contact met de plaatselijke bevolking moeizaam.” 

Humor
“Tot nu toe hebben we veel positieve reacties gekregen op de voorstelling, ook van Molukkers. Mensen vinden het een ontroerend en genuanceerd stuk, dat met veel humor wordt gebracht en alle kanten belicht. Het is toch recente Nederlandse geschiedenis die behoorlijk onder het tapijt is geveegd. Terwijl het nog zoveel mensen bezighoudt. Van een dialoog of van verwerking van de gebeurtenissen is nog nauwelijks sprake. Met Gegijzeld hopen we hier verandering in te brengen.”

De theatervoorstelling Gegijzeld is nog te zien in verschillende Nederlandse theaters. Voor meer informatie zie: www.elsbethvernout.nl

1 Reactie op Theater over Molukse gijzeling

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schrijf je in voor TOEN!