Deel 10 van De kleine geschiedenis van het Groene Hart gaat over turfwinning. Het is een van de delen uit de serie ‘hand’boekjes die het bijzondere karakter van het Groene Hart kenmerken. Een groot deel van het huidige landschap is namelijk het gevolg van de ’schade’ die het baggeren naar turf de Hollands-Utrechtse bodem heeft bezorgd.
Deel 10 van De kleine geschiedenis van het Groene Hart gaat over turfwinning. Het is een van de delen uit de serie ‘hand’boekjes die het bijzondere karakter van het Groene Hart kenmerken. Een groot deel van het huidige landschap is namelijk het gevolg van de ’schade’ die het baggeren naar turf de Hollands-Utrechtse bodem heeft bezorgd.
De auteur Arjan van ’t Riet is beeldredacteur van de hele serie. Dat is te merken. In de andere delen vormen de illustraties soms een verhaallijn die niet geheel synchroon loopt met het geschreven woord. In Turfwinning is dit wel het geval. Veel historische prenten tonen de turfwinning in alle aspecten: het baggeren, het spreiden van de bagger op de legakker en het steken nadat het goed gedroogd is. Maar ook het vervoer en de handel -op de turfmarkt- wordt verbeeld. Veel visuele aandacht besteedt Van ’t Riet aan het turfproject in Nieuwkoop waar in 2005 het turfsteken in ere werd hersteld. Het loodzware, slecht betaalde werk dat in vroeger eeuwen werd uitgevoerd door (seizoens)arbeiders werd in Nieuwkoop tijdelijk als hobby, ter wille van de ‘historische beleving’, uitgevoerd.
Waterwolf
De turfwinning was een belangrijke branche in het Groene Hart. Niet alleen werd handel gedreven in turf, het diende ook als brandstof voor florerende branches zoals de pijpennijverheid in Gouda. De groeiende vraag naar turf als brandstof, had ook groeiende landschappelijke gevolgen. Gebieden waar werd gebaggerd, werden drassig. Toen die gebieden groter werden, ontstonden veenplassen. Die plassen breidden zich op verschillende plaatsen uit. Zelfs als het baggeren was gestopt, breidde het water zich uit. De ‘waterwolf’ (een prachtige term uit de literatuur over de turfwinning) slokte de dijken en landscheidingen langzaam maar zeker op. Soms verdwenen hele dorpen onder water. “Een binnenzee dreigde te ontstaan”, zoals het gebied tussen Gouda, Hazerswoude en Nieuwerkerk de Noord- en Zuidplas werd.
Al in de zeventiende eeuw werden verdronken gebieden drooggemaakt. In de twintigste eeuw werden de overgebleven plassen van waarde voor recreatieve doeleinden, zoals de Reeuwijkse en Nieuwkoopse plassen. Er zullen echter niet veel luierende zonaanbidders bij het pootjebaden denken aan de zwoegende turfstekers die met de baggerbeugel het landschap van het Groene Hart vervormden.
De kleine geschiedenis van het Groene Hart
Deel 10: Turfwinning
Arjan van ’t Riet
(Zwolle 2009)
ISBN 978 90 400 2115 2, € 6,95
Uitgeverij Waanders
- Wanneer is het Pasen?
- Spinoza, een hoorcollege
- Dagboek van Jan Terlouw
- Jan Terlouw bij Huiskamer TV Show
- Nederlands verleden in schilderijen
Vind ons ook hier: