Unieke geschiedenis vroegmiddeleeuwse Friezen

“De enige constante in de geschiedenis is de buitengewone, natuurlijke gesteldheid: de nabijheid van het water, van de zee, getijdengeulen, rivieren en moerassen. We mogen daarom de Friezen daarom met recht als een ‘volk van het water’ bestempelen.”


friezen luit van der tuuk“De waterrijke omstandigheden in de zompige uithoek van Europa die ze bewoonden, waren allesbepalend voor de ontwikkeling van de Friese bevolking en leverden de voorwaarden voor de unieke geschiedenis.” De woorden die Luit van der Tuuk kiest in zijn inleiding van De Friezen, De vroegste geschiedenis van het Nederlandse kustgebied zetten gelijk de toon. Geen legendarische dapperheid, geen mythische vrijheidsliefde maar de landschappelijke elementen zijn bepalend voor de ontwikkeling van de Friezen. “Er is wel verondersteld dat de handel de Friezen in het bloed zat, maar het waren boven alles de geografische omstandigheden die hen in de kaart speelden.”

Van boer tot handelaar

Van der Tuuk steekt dan ook van wal met een hoofdstuk over het wonen in een landschap dat door het water wordt geregeerd. De overige hoofdstukken, 3 t/m 7, gaan over de Friezen zelf. En omdat die Friezen geen schrift kenden, begint het eigenlijk met de Romeinen die de Friezen voor het eerst opvoerden in hun bronnen. “Romeinse verhalen over oorlogszuchtige Friezen ten spijt onthult archeologisch onderzoek een overwegend agrarische samenleving.” De afname [van producten] door de Romeinen had zo z’n invloed op de samenleving. “De Friezen konden lang niet alles van eigen bodem leveren. Daarom begonnen ze als tussenhandelaren te fungeren. Zo gingen er regelmatig producten uit Scandinavië door hun handen, zoals pelzen, walrusivoor en barnsteen. Daarmee verstevigden de hoofdmannen die greep hadden op deze handel, hun positie.”

Fries-Groningse terpengebied

Vanaf de late derde eeuw verlaten de Romeinen het land. Gelijktijdig vindt ook een demografische verandering plaats. De kustbevolking neemt “zodanig af dat grote delen bijna geheel ontvolkt raakten. Of beter gezegd: de bevolking liep terug tot een archeologisch onherkenbaar niveau.” “In de loop van de vijfde eeuw kwam er in het hele kustgebied weer bewoning op gang.” Dit waren nieuwe binnenkomers, ‘andere’ Friezen dan die ten tijde van de Romeinen. “Het ziet er dus naar uit het Fries-Groningse terpengebied na een al of niet volledige bewoningsonderbreking vooral bevolkt werd door Germaanse stammen uit Noord-Duitsland en Denemarken, door mensen met een noordelijke achtergrond die hun eigen cultuur en gewoonten introduceerden. […] Voortaan maakte het Friese terpengebied deel uit van de noordelijke wereld.”

Friese elite en de Franken

In de zesde eeuw begon de bevolking toe te nemen, handel en sociale contacten namen toe. Langzaam maar zeker ontstond een gelaagde samenleving met een elite aan de top. Die Friese elite was mogelijk wel onderworpen aan de Frankische heersers. Van eenheid van Friesland was zeker geen sprake . “Waarschijnlijk vormden Friese stammen alleen in tijden van oorlogsdreiging een tijdelijke federatie die door een centraal gezag overkoepeld werd.” De legendarische koningen Aldgisl en Radboud regeerden waarschijnlijk een of enkele van die stammen, maar waren geen alleenheerser. “Het is nauwelijks voorstelbaar dat de Friese koningen uit het rivierengebied heel het Friese gebied beheersten, ook al hebben ze lang die reputatie gehad.”

Fries recht

Karel Martel bracht delen van het Friese gebied, waaronder het Kromme Rijngebied, onder Frankisch bewind. “De relatie tussen de Friezen en de Franken werd sinds de achtste eeuw in de eerste plaats bepaald door de verhouding van overwinnaars en overwonnenen.” De Franken lieten daarbij vaak bestaande instellingen en gewoonten intact, zoals de Friese rechten (Lex Frisionum). Friese kooplieden ontpopten zich binnen het Frankische rijk tot de belangrijkste tussenpersonen van het handelsverkeer in Noordwest-Europa. “De Friezen konden goederen uit alle windstreken verhandelen. Daardoor werd Frisia hét distributiecentrum tussen West- en Noord-Europa. Toch waren de Friezen geen slaafse volgers van de Frankische heersers. Zij namen ook deel aan opstanden waarbij zij onder meer samenspanden met de Denen. Uiteraard tot ongenoegen van de Franken; Karel de Grote en zijn nageslacht namen maatregelen om de teugels aan te halen.

Noormannen

“Hoewel de plunderende zeeschuimers in vroegmiddeleeuwse bronnen meestal als Noormannen of Denen werden aangeduid, waren er onder hen ook Friezen.” De piraten ondermijnden de stabiliteit in het rijk van zowel Deense als Frankische heersers. De Franken installeren in 857 een Deense vazal die de Noord-Friese piraterij moest beteugelen. Mede door interne strubbelingen was het Frankische rijk toch al verzwakt en een van de plunderaars dwong bij keizer Karel III de Dikke af dat hij de macht in handen kreeg. Het Deense vazallenrijk in Frisia was maar van korte duur. Het eindigde in 885. Er ontstond een machtsvacuüm waarin ene graaf Gerulf instapte. “Gerulf was de stamvader van de krachtige dynastie van de West-Friese graven. Het gebied rond de monding van de Oude Rijn dat hem in 889 was overgedragen, werd de kern van wat zou uitgroeien tot het machtige graafschap Holland.”

Prima vertelling

Niet voor niets heb ik in deze samenvatting veel citaten van Van der Tuuk opgenomen. Dit is geen gemakzucht. Ik wil ermee de kracht van zijn schrijven laten zien. Kort en kernachtig een bewering doen en deze daarna illustreren. In die illustratie komen tal van aspecten van de Friese samenleving aan bod zoals runen, scheepvaart, grafrituelen en muntslag. Ook deze onderwerpen weet hij zonder te veel mitsen en maren helder te omschrijven. Is er niets minders te noemen aan dit boek? Tuurlijk, als je wilt, is er altijd iets te noemen en dat doe ik dan maar. Omdat de auteur in de inleiding al aangeeft dat waterrijke omstandigheden allesbepalend zijn voor de ontwikkeling van de Friese bevolking dan valt op de in hoofdstuk 3 t/m 7 toch juist weer het samenspel tussen mensen de geschiedenis lijkt te sturen. Hierdoor ontstaat weliswaar een prima, maar toch een wat traditionele vertelling. Hij houdt aandacht voor de natuurlijke omstandigheden, maar deze treden toch meestal op de achtergrond op. Door deze omstandigheden steeds weer als vertrekpunt te nemen, had mogelijk in een origineler verhaal geresulteerd.

Luit van der Tuuk is naast auteur ook conservator van Museum Dorestad. In 2013 werd Van der Tuuk daarvoor al geprezen. Hij mocht de W.A. van Es-prijs in ontvangst nemen voor zijn boek De Eerste Gouden Eeuw. De prijs is bedoeld voor een publicatie die van bijzondere betekenis is voor de Nederlandse archeologie.

Luit van der Tuuk

De Friezen, De vroegste geschiedenis van het Nederlandse kustgebied

(Kampen 2013)
ISBN 978 94 019 016 66, € 19,95
Paperback, 320 pagina’s, met zwart-wit- en kleurenillustraties
Uitgeverij Omniboek

[bol_product_links block_id=”bol_568ffe2db968f_selected-products” products=”9200000016170677″ name=”De Friezen” sub_id=”Luit van der Tuuk” link_color=”D68F00″ subtitle_color=”D6982D” pricetype_color=”FF642B” price_color=”CC3300″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFBD7A” border_color=”D27700″ width=”200″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Leon Mijderwijk

Leon Mijderwijk (1975) studeerde voor Leraar Geschiedenis 2e graads aan de HU en deeltijd Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Zijn aandacht gaat uit naar de vroege middeleeuwen, in het bijzonder van Engeland. Hij schreef artikelen en recensies voor Westerheem, Archeologie Magazine, So British & Irish, Muntkoerier en Filatelie. Leon is redactiemedewerker van het Detectormagazine en Historiën-redacteur. Hij onderhoudt contact met diverse uitgeverijen, archeologen en historici.

More Posts

Schrijf je in voor TOEN!