Vader onthoofd wegens incest met zijn dochter #8 incest

Amsterdam 26 maart 1650. Matroos Michiel Pietersz. wordt onthoofd. Na een wekenlang proces werd hij schuldig bevonden aan incest met zijn dochter. Het verhaal over deze zaak is nummer 8 in de reeks van 11 artikelen over incestueuze relaties uit de geschiedenis.

incest met zijn dochter

Executie van een veroordeelde op een schavot 1667. Prent van Abraham Dircksz Santvoort. Bron: Rijksmuseum.

Michiel Pietersz. was verhoord in de rechtbank van Amsterdam. Verschillende getuigen, waaronder zijn vrouw, dochtertje en een vroedvrouw hadden zeer belastende verklaringen tegen hem afgelegd. De rechtbank kwam op basis daarvan tot de conclusie dat hij vijf of zes jaar eerder bloedschande (incest) en overspel had gepleegd met zijn toen ongeveer zesjarige dochtertje. Hoewel we de veroordeelde bij naam kennen, blijft zijn dochter anoniem: haar naam is nergens in de stukken terug te vinden. Wel is zij een van de getuigen in de zaak tegen haar vader.

Waarom zit er vijf of zes jaar tussen daad en rechtszaak?

Michiel Pietersz. was matroos. In de jaren tussen de vermeende incest met zijn dochter en de rechtszaak was hij op zee en dus ver van huis. Thuis wachtte zijn gezin en een dodelijke rechtszaak.

Getuigen

De belangrijkste getuigen in de rechtszaak zijn:

  • De dochter van Michiel Pietersz. (11 of 12 jaar oud).
  • Hilletge Huygens, de vrouw van Michiel Pietersz.
  • Froucke Hellers, buurvrouw.
  • Femmetje Henrix, vroedvrouw.

Michiel Pietersz. ontkende in eerste instantie alle beschuldigingen die tijdens de rechtszaak tegen hem gedaan werden.

Het verhoor begint

Toen hij op 5 maart 1650 voor het eerst verhoord werd gaf hij alleen een korte versie van wat er volgens hem gebeurd was op die dag in het verleden dat hij incest met zijn dochter gepleegd zou hebben.

Die ochtend, zo zei hij, was zijn vrouw vroeg opgestaan. Voor zij de deur uitging (om te werken?) had zij hun dochtertje naast hem in bed gelegd. Toen zijn vrouw die avond thuis kwam, hadden zij ruzie gekregen. Zij verweet hem dat hij hun dochter ‘geforceert en mishandelt’ had. Hij ontkende dat hij dit gedaan had en deed dat opnieuw toen zijn vrouw deze beschuldigingen tegen hem herhaalde in de rechtbank van Amsterdam.

Incest met zijn dochter

De getuigenverklaringen die nog volgden liegen er niet om. Zo beschuldigde zijn dochter (inmiddels elf of twaalf jaar oud) hem er op 10 maart van dat

hij haer de beenen van den anderen heeft gelecht en ijets in ’t lijff gesteken dat haer seer dede

Vervolgens had zij toen dit gebeurde gezegd: ‘O vader, ghij doet mij seer’. Hierop zou hij geantwoord hebben: ’t Sall geen nood doen, het sall well overgaen.’

Bovendien had hij, zo verklaarde zijn dochter, haar twee duiten gegeven zodat ze haar mond zou houden. Verder gaf hij zijn dochter een leugen om te vertellen als haar moeder zou vragen naar de schrammen die zij opgelopen had toen ze verkracht werd. Ze moest dan maar zeggen dat een ander meisje haar met een speld had gekrabd.

Er volgden ook nog belastende verklaringen van een buurvrouw en twee vroedvrouwen. De buurvrouw, Froucke Hellers, had het dochtertje horen schreeuwen. Een dag later had Hilletge haar toevertrouwd dat haar dochter mishandeld was door haar man.

Vluchten kan niet meer

Toen was de geest uit de fles. Het gerucht van mishandeling verspreidde zich onder de vrouwen uit de buurt. Michiel Pietersz. werd van verschillende kanten aangesproken op zijn schandelijke gedrag. Onder andere door een vroedvrouw die getuigde in de rechtbank dat zij hem de waarheid had gezegd:

Vriend, nademaell ghij sooverre vervallen sijt, packt u wegh.

Het lijkt erop dat het hem te heet onder de voeten werd. Kort na dit voorval nam hij namelijk als matroos dienst op een schip en was hij jarenlang ver van huis werkzaam in de vaart. Tot hij vijf of zes jaar later terug kwam. Misschien hoopte hij dat de rust was wedergekeerd. Dat pakte anders uit: hij werd voor het gerecht gesleept.

Vroedvrouw als getuige-expert

Een tweede vroedvrouw, Femmetje Henrix, leverde een belangrijk aandeel in de bewijsvoering tegen de matroos. Zij verklaarde namelijk onder ede dat de moeder haar het hemd, het laken en het lichaam van het dochtertje had getoond. Zij had de kleding en het dochtertje onderzocht en concludeerde op basis daarvan dat het meisje door een man verkracht was. De vroedvrouw fungeerde dus als getuige-expert. Een rol die vroedvrouwen in dit soort zaken wel vaker hadden. Als verloskundigen kenden zij het vrouwenlichaam als geen ander.

Vader bekent na marteling incest met zijn dochter

Het gevolg van alle getuigenverklaringen was dat Michiel Pietersz. op 19 maart nogmaals verhoord werd, maar nu op hardhandige wijze. Hij werd gemarteld tot hij bekende dat hij incest met zijn dochter had gepleegd. Zijn vrouw en dochter keken toe terwijl hij aan een ‘palei’, een soort takel met touwen, opgehesen werd. Vervolgens werden er gewichten aan zijn voeten gehangen terwijl zijn lichaam uitgerekt werd. De gruwelijke pijn die dit veroorzaakte maakte dat hij snel bekende, al voegde hij er aan toe dat hij maar één keer incest met zijn dochter had gehad.

Overspel en incest

Vanwege overspel (seks buiten het huwelijk in welke vorm dan ook) alleen al kon een man of vrouw verbannen worden of een tuchthuisstraf krijgen. Op het moment dat iemand incest pleegde met een bloedverwant (vader, dochter, broer, zus, etc.) stond daar een zeer zware straf op. Vaak de doodstraf.

Net als de moeder en zoon die terecht stonden wegens incest in 1716 ging het hier om incestus juris gentium: seks met bloedverwanten. Dit maakte een eis om de doodstraf mogelijk. Bovendien was er sprake van overspel omdat vader Pietersz. getrouwd was toen hij incest met zijn dochter pleegde.

Vader onthoofd wegens incest met zijn dochter

De rechtbank van Amsterdam achtte Michiel Pietersz. schuldig aan incest met zijn dochter. Daarom werd hij op 26 maart 1650 publiekelijk onthoofd.

Meer schandalige seks op Historiën?

11 incestueuze relaties uit de geschiedenis (overzicht en inleiding)

Schandalige seks special

Bronnen

Pisters, L. en Riemsdijk, M., criminaliteit en strafrechtpleging in stad en land van Breda, 1700-1795, in Jaarboek De Oranjeboom 49 (1996)

Roodenburg, H., Een verfoeilijke misdaad: incest in het gewest Holland tijdens de 17e en 18e eeuw, in: Tijdschrift Holland (1993) (tijdschriftholland.nl)

Tim Wachelder

Tim Wachelder studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens zijn studie specialiseerde hij zich in Europese Expansiegeschiedenis. Behalve over koloniale geschiedenis schrijft hij ook over militaire, culturele en Nijmeegse geschiedenis. Sinds 2007 is hij webredacteur bij Historiën.

More Posts

2 Reacties op Vader onthoofd wegens incest met zijn dochter #8 incest