Van Nederlands-Indië tot Indonesië

Op 17 augustus 1945 roepen Indonesische onafhankelijkheidsstrijders de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Historiën blikt terug op de geschiedenis van Nederland, Nederlands-Indië en Indonesië.

Handelsrelatie

De relatie tussen Nederland en Indonesië is eigenlijk gebaseerd op de handel. In 1595 vertrok de eerste vloot naar Oost-Indië, waarna meer reizen volgden. In Indonesië kon men producten krijgen die op de Hollandse markt erg zeldzaam of zelfs onbekend waren: specerijen, porselein, zijde, satijn, damast, sabels, edelstenen, goud en schildpadden. Ook brachten peper, kruidnagels, nootmuskaat en foelie veel winst op voor de Nederlandse ondernemers. Om meer winst te maken werd in 1602 besloten tot samenwerking tussen de verschillende handelskamers. Dit resulteerde in de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De VOC kreeg van de Staten-Generaal het alleenrecht op de handel ten oosten van Kaap de Goede Hoop. Naast dit handelsoctrooi kreeg zij ook politieke rechten: zelfstandig verdragen sluiten, forten bouwen, oorlog voeren en veroverde gebieden besturen.

De contacten tussen Nederland en Indië waren in het begin vooral zakelijk en formeel; ze speelden zich vooral op politiek en economisch niveau af. De sociale contacten lagen meer op het individuele vlak. Doordat er weinig Europese vrouwen aanwezig waren, gingen de mannelijke kolonisten steeds vaker een relatie aan met een inlandse vrouw, wat een ‘mengcultuur’ tot gevolg had (waarmee men vooral de zogenaamde indo’s op het oog had).
De handelscontacten van handelaren uit heel de wereld leidden tot uitwisseling van ideeën en godsdiensten. Toen Nederland zijn intrede deed in de archipel, begon naast de gevestigde islam het christendom hier en daar terrein te winnen. De Indische bevolking voelde zich op religieus vlak echter niet onderdrukt door de Nederlanders en dit heeft waarschijnlijk veel invloed gehad op de machtsontwikkeling van Nederland in Indië.

In de loop van de achttiende eeuw raakten de VOC in verval, als gevolg van groeiende concurrentie en kapitaalgebrek. In 1780 kwam de Compagnie door de Vierde Engelse oorlog in de rode cijfers. In 1799 waren de schulden zo hoog opgelopen dat de overheid besloot de onderneming te liquideren en haar bezittingen en schulden over te nemen.

Cultuurstelsel

Nederland wilde het alleenrecht op de handel en was er daarom van het begin af aan op gericht conflicten voorkomen. Nederland kwam tussenbeide bij bepaalde onderlinge conflicten, wat ervoor zorgde dat veel lokale machthebbers de Nederlanders binnenhaalden als een bondgenoot. In 1814 werd de term Nederlands-Indië ingevoerd. In 1922 werd het begrip Indonesië geïntroduceerd. Deze term werd gebruikt door Indonesische nationalisten, die wilden laten zien dat Nederlands-Indië een natie was die onafhankelijk diende te zijn.

De kolonie leverde grote winsten op voor de Nederlandse schatkist. Om nog meer winst te behalen werd in 1830 het cultuurstelsel ingevoerd door Johannes van den Bosch. Hij vond dat de koloniën bestonden voor het moederland, en niet het moederland voor de koloniën. De enige functie die een kolonie had, was het vullen van de Nederlandse schatkist. De Nederlandse gezaghebbers hielden toezicht op de lokale regenten en inheemse leiders, die op hun beurt de bevolking bestuurden. Zo kwam Nederland dichter bij de bevolking te staan, maar ondanks dat groeide de ontevredenheid en onrust onder de inlanders. Het stelsel werd door de bevolking ook wel het ‘dwangstelsel’ genoemd, wat mooi aangaf hoe de zaken in hun ogen uitpakten.

Kritiek op het cultuurstelsel kwam onder andere van Multatuli (E.D. Dekker) die de roman Max Havelaar schreef.

‘……een roofstaat aan de Noordzee……
…..dat spoorwegen bouwt van gestolen geld en tot
betaling de bestolene bedwelmt met
opium, Evangelie en jenever…

Aan U durf ik met vertrouwen te vragen of het
Uw wil is dat daarginds Uw meer dan dertig
millioenen onderdanen worden mishandeld en
uitgezogen in UWEN naam?
Multatuli [1860] …aan Nederland…Koning Willem III

….dat dorp stond in brand, omdat het veroverd was door Nederlandsche soldaten…….

Ja, ’t dorp was veroverd door Nederlandsche soldaten, en stond dus in brand.

Op Nederlandsche heldendaad volgt brand.
Nederlandsche overwinning leidt tot verwoesting.
Nederlandsche krygsbedryven baren wanhoop.’

Opbrengsten

Toch heeft dit stelsel ook voordelen gehad voor de lokale bevolking: er kwam een einde aan voortdurende oorlogen, de infrastructuur werd verbeterd en boeren kregen beter betaald voor hun werk. Er werd veel geld geïnvesteerd in de tot dan toe vrijwel geldloze economie. Dit had als gevolg dat de welvaart toenam en ook de inheemse handel en bedrijvigheid groeide. Met de opbrengsten van het cultuurstelsel werd de aanleg van het Nederlandse spoorwegennet gerealiseerd en de bouw van talloze bruggen bekostigd. Ook werden de Surinaamse slavenhouders met dit geld gecompenseerd voor de afschaffing van de slavernij in 1863. Toch besloot Nederland naar aanleiding van een hongersnood in grote delen van Java het cultuurstelsel in 1870 af te schaffen.

Nederland kreeg in de periode 1870 een steeds sterkere, hoofdzakelijk economische invloed op Indonesië en dit had zijn effecten op de wederzijdse beeldvorming. Bij de lokale bevolking groeide de afkeer tegen de Nederlandse bezetting. De Nederlanders op hun beurt gingen de inlanders steeds sterker als hun minderen zien.

Map van de Nederlandse koloniën (bron: Wikimedia)

Map van de Nederlandse koloniën (bron: Wikimedia)

Na de afschaffing van het cultuurstelsel volgde er een tijd van politieke onthouding. Dit was mogelijk doordat Nederland gesteund werd door de absolute wereldmacht van de negentiende eeuw: Engeland. Hoewel Nederland genoeg winst kon halen uit de oost, ging het toch deelnemen aan het moderne imperialisme. De drijfveer hiervoor was voornamelijk de persoonlijke eerzucht van koloniale officieren en bestuurders. Een ander belangrijk motief was de angst voor buitenlandse inmenging.

Atjeh-oorlog

Naarmate er steeds meer vrijbuiters in de Indisch archipel opdoken, wilde Nederland duidelijk maken dat er met zijn gezag niet te spotten viel. Inheemse vorsten die zich te onafhankelijk gedroegen, werden gestraft en er vonden ‘tuchtingsexpedities’ plaats. Een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de relatie tussen Nederland en Nederlands-Indië was de Atjeh-oorlog. Door de opening van het Suez-kanaal in 1867 werd de reis vanuit Europa makkelijker en aantrekkelijker voor andere mogendheden.

Een sterke uitbreiding van handelsverkeer en personenvervoer was nu mogelijk. Door de verlegging van de handelsroute ontstond er een politiek probleem. De route liep nu via Atjeh, dat piraterij bedreef. Nederland wilde de piraterij stoppen en Atjeh inlijven bij Nederlands-Indië, om zo zijn machtspositie daar te verstevigen. Net toen Nederland dacht dat het Atjeh onder controle had, werd het onverwacht overvallen. De Nederlandse troepen vluchtten met achterlating van 97 doden. Dit zorgde voor grote verontwaardiging in de Nederlanse publieke opinie. Overal klonk de roep tot wraak en vanuit heel Nederland boden vrijwilligers zich aan voor uitzending. Het KNIL maakte korte metten met de bevolking van Atjeh en er vielen ruim tweeduizend doden. Uiteindelijk leidden dit allemaal tot een oorlog die 21 jaar duurde en veel mensenlevens kostte.

Agrarische wet

Door de invoering van de Agrarische Wet rond 1870 ontstond er ruimte voor particulier initiatief. Dit zorgde voor een economische vooruitgang. In 1880 viel de economische groei terug, maar rond 1900 kwam de groei op een indrukwekkende manier weer op gang. De economie werd meer gericht op de wereld dan op Nederland en dit had gunstige gevolgen. De infrastructuur werd verbeterd, er kwamen verharde wegen en spoorlijnen. Ook verbindingen met de rest van de wereld werden beter. Na de opening van het Suez-kanaal, de uitvinding van telegraaf en de doorbraak van de stoomscheepvaart, brachten vliegtuig en elektriciteit nieuwe doorbraken. Niet alleen Nederlandse ondernemers maakten van deze nieuwe technieken gebruikt, maar ook de Indische boeren en handelaren.

Door al deze zaken veranderde er heel wat in de onderlinge relaties. Veel mensen uit de lokale bevolking werden op de sociale ladder gedegradeerd tot afhankelijke loonarbeiders. Er was niets wat ze hier tegen konden doen, ondanks het feit dat ze ook gebruik konden maken van verbeterde technieken. De kolonisten liepen met hun kennis ver voor op de lokale bevolking en wisten ook precies hoe ze die kennis konden toepassen. Een gevolg was dat de nieuwkomers uit Nederland zich minder snel aanpasten aan de plaatselijke bevolking en cultuur. Onder de nieuwkomers waren ook steeds meer Nederlandse vrouwen, die zich hevig verzetten tegen de ‘mengcultuur’. Zo onderscheidde de  kolonisten zich in steeds hogere mate van de autochtone bevolking.

De arbeiders op de plantages (koelies) werden slecht behandeld. Ze werden afgeranseld en de plantagehouders lieten hen lang, zwaar werk doen. Zij zagen de ‘koelies’ als hun minderen, een soort slaven. Die hadden geen toegang tot medische zorg en leefden noodgedwongen primitief.

Ethische Politiek

In 1901 wordt de Ethische politiek afgekondigd. Deze vloeide voort uit de ereschuld die Nederland meende te hebben ten opzichte van Indonesië. Nederlandse ambtenaren en ondernemers gedroegen zich erg hooghartig. Ze verwachtten dat de bevolking stil bleef staan als zij passeerden, voor hen hurkte en aan de rand van de weg ‘loophurkend’ voorbij liep. ‘Irrigatie, emigratie, educatie’ was de leus waarmee de ethische politiek werd gevoerd. Die leverde een verbeterde infrastructuur en welvaart op, maar wat erg belangrijk was, ook een verbetering van het onderwijs. Doordat onderwijs ook toegankelijk werd voor de inheemse bevolking, ontstond er een kleine groep intellectuelen die het begrip ‘nationalisme’ introduceerde bij de bevolking.

De bedoeling van deze politiek was om Nederlands-Indië welvarender en zelfstandiger te maken, maar dat laatste is in feite niet gerealiseerd. Op den duur kreeg men wel wat meer inspraak, maar de inspraak en de democratisering bleven beperkt tot het provinciale en lokale niveau. De ambtelijke topfuncties bleven stevig in Nederlandse handen.
Het nationalisme en het streven naar onafhankelijkheid begon te groeien onder de bevolking. Nederland zag het nationalisme opkomen en de eigen positie langzaam afzwakken. Het radicalisme groeide. De Nederlandse onwil om de macht te delen leidde tot verbittering onder nationalisten. De in 1912 opgerichte Indische partij eiste onafhankelijkheid en was hiermee de eerst groep die opkwam voor de hele bevolking van Indië. Het gouvernement vond de partij veel te radicaal en deze werd dan ook vrijwel direct verboden.

Onrust

Om de onrust die ontstaan was te beteugelen werd er beloofd dat in november 1918 Indië eindelijk een eigen parlement en regering zou krijgen. Toen deze belofte niet waargemaakt werd ontstonden er gewelddadige lokale opstanden tegen het Nederlandse gezag. Er werden allerlei partijen en clubs opgericht die zich verzetten tegen de Nederlandse overheersing. In 1927 werden alle nationalistische partijen verboden, opstanden werden met harde hand neergeslagen. Dit zorgde ervoor dat de spanningen steeds hoger opliepen, ook door de invloed van het communisme. Hoewel de welvaart ook ten gunste kwam van de lokale bevolking, bleven de onlustgevoelens bestaan.

Japan

In de Tweede Wereldoorlog nam Japan de macht in Nederlands-Indië gewapenderhand over; op 8 maart 1942 werd de onvoorwaardelijke overgave afgedwongen. De Nederlanders en ook een aantal indo’s werden geïnterneerd in kampen, waar vaak een gruwelijk regime heerste. Nederlandse tekenen van overheersing werden weggehaald: standbeelden werden afgebroken, het gebruik van Nederlandse taal werd verboden, plaatsnamen werden veranderd. Batavia ging Jakarta heten. Het nationalistische gevoel van de Indonesiërs werd hierdoor vergroot. Het zelfbewustzijn werd ook gestimuleerd doordat de inlanders een groot deel van de opengevallen economische en bestuurlijke functies overnamen. Alleen de hoge bestuursposten kwamen in Japanse handen. Toch was Indonesië onder Nederlands bewind beter af dan onder de Japanse bezetting, zoals blijkt uit de gangbare zegswijze: ‘de hond is vertrokken, het varken is gekomen.’ Dit verduidelijkt dat er in veel kringen een afkeer bestond ten opzichte van de buitenlandse bezetters.

Japanse invasie op Java, WO II (bron: Wikimedia, Tropenmuseum)

Japanse invasie op Java, WO II (bron: Wikimedia, Tropenmuseum)

Japan was niet van plan om Indonesië onafhankelijkheid te verlenen, omdat dit gebied te belangrijk was als leverancier van olie, rubber en rijst. Maar naarmate Japan tegen het einde van de oorlog verzwakte, zag het zich gedwongen meer toezeggingen te doen. Nadat Japan verslagen was, waarbij het gooien van de atoombommen de doorslag gaf, capituleerde het land en riepen Soekarno en de zijnen op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid uit.

Nederland weigerde aanvankelijk dit te aanvaarden, wat leidde tot twee ‘politionele acties’. Uiteindelijk vond in 1949 de soevereiniteitsoverdracht plaats, waarbij een uitzondering werd gemaakt voor het toenmalige Nieuw-Guinea; ook de Molukse kwestie bleef bestaan. Al dergelijke problemen getuigden van een onverwerkt verleden en bemoeilijkten het opbouwen van een nieuwe relatie. Op 1 oktober 1962 werd Nederland door de Verenigde Staten ertoe verplicht de soevereiniteit over Nieuw-Guinea ofwel West-Irian over te dragen aan de Verenigde Staten. Het jaar daarop kreeg Indonesië zelf het bestuur, tot ongenoegen van de plaatselijke bevolking. Ook de Molukse kwestie bleef de gemoederen bezig houden.

Conclusie

Nederland heeft zichzelf uit Indonesië laten verdrijven als gevolg van zijn beleid. Indonesië werd in het begin beschouwd als een kolonie die de Nederlandse schatkist moest vullen, maar op den duur probeerde Nederland toch ook voor de Indonesische bevolking goede dingen tot stand te brengen: bijvoorbeeld door de door aanleg van wegen en spoorlijnen, de verbetering van de medische zorg en het onderwijs.

Het Nederlandse bestuur had misschien nobele doeleinden, maar de mensen deze moesten verwezenlijken waren meer uit op hun eigen belang. Veel kolonisten waren erg hooghartig en dachten dat ze ver boven de Indische bevolking stonden. Dit droeg er toe bij dat die zich vaak minderwaardig voelde en dat de ontevredenheid langzaam begon te groeien. Daarnaast profiteerde Nederland natuurlijk zelf ook van de verbeterde infrastructuur.

Door het onderdrukken van het nationalisme en het verbieden van de daarbij behorende partijen, stegen de spanningen, wat zich onder andere uitte in gewelddadige opstanden. Nederland heeft uiteindelijk vooral geprobeerd zijn eigen belangen te verwezenlijken, desnoods met geweld. Ook al had Nederland een ander beleid gevoerd, dan nog had het hoogstwaarschijnlijk alsnog ‘zijn’ oude kolonie verloren. Het 19e eeuwse imperialisme raakte immers in de hele wereld uit de mode.

Eigenlijk was het streven tot behoud van Indonesië en Nieuw-Guinea voor Nederland op het laatst vooral een kwestie van eer en aanzien. Het haalde al lang geen winst meer uit de voormalige koloniën. Bij het verliezen van de macht in de koloniën kregen veel Nederlanders het gevoel dat hun land gezichtsverlies had geleden en bij veel repatrianten bleven gevoelens van heimwee bestaan. Toch was na 350 jaar bezetting Nederlands-Indië eindelijk ‘Indonesië’ geworden: een land waarmee nieuwe relaties moesten worden opgebouwd.

Lees meer:

– Historiën: Indonesië archief

2 Reacties op Van Nederlands-Indië tot Indonesië

Geef een reactie

Schrijf je in voor TOEN!