Van oliekoeck tot oliebol: een korte geschiedenis

Thuisbakkers, banketbakkers en fabrieken bakken voor elke jaarwisseling vele tientallen miljoenen oliebollen. Deze opvolger van de ‘oliekoeck’ is sinds de negentiende eeuw de traditionele lekkernij rondom oud en nieuw.

Germaanse godin

Waarom eten we, meer nog dan appelflappen, ieder jaar weer oliebollen op oudejaarsavond? Er zijn verschillende theorieën. Volgens één verhaal heeft het te maken met de vette deegwaren die de Bataven en Friezen in de periode tussen 26 december en 6 januari offerden aan de Germaanse godin Perchta. Door het vette voedsel zou het zwaard van de godin uitglijden op de buiken als zij probeerde deze open te snijden.

800px-Meid_met_oliebollen,_door_Aelbert_Cuyp

Vastenperiode

Een andere theorie gaat uit van een oude vastenperiode. In de Middeleeuwen vastten de mensen tussen Sint Maarten (11 november) en Kerstmis. Ze deden dit onder meer om de voorraad te sparen die ze voor de lange winter hadden aangelegd. Na afloop van die periode werd vervolgens gefeest, gedronken en gegeten. Oliekoeken waren een belangrijk onderdeel van dat feest, gemaakt van houdbare ingrediënten, rijk aan vet en calorieën en daardoor goede brandstof tegen de winterkou. Maar misschien bestaat er ook een verband met een laatmiddeleeuws gebruik om de armen rond oud en nieuw op een plat wafeltje of oliekoek te trakteren.

Wat heb je daar ? vroeg de zeeman vriendelijk, al klonk zijn stem ook wat ruw.
Oliekoeken, lekkere oliekoeken, mijnheer! sprak Keetje.
Zoo, lekkere? Nu, dat zullen we proeven. Geef me eens een paar !
Keetje deed het en keek toe, terwijl de man den eenen oliekoek na den anderen in den mond stak. Zoo gauw had zij nog nooit zien eten.
Wel ja! riep de man, dat smaakt lekker!

– Uit: Zwarte Keetje, door A.J Hoogebrink (1914)

Van oliekoek tot oliebol

Pas in de negentiende eeuw kreeg de oliekoek de status van dé lekkernij van oud en nieuw. Wanneer en waarom de oliekoek precies oliebol werd, is onduidelijk. Het had te maken met andere ingrediënten en technieken (zoals frituren), waardoor bakkers luchtiger konden bakken. Pas in de twintigste eeuw verdween de naam oliekoek. De oliebol is daarentegen nooit meer weggegaan.

Dit artikel is tot stand gekomen met dank aan onze collega’s van Kennislink.

Bronnen

Denise Parengkuan

Denise Parengkuan (1991) studeerde Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en Internationale Betrekkingen in Historisch Perspectief aan de Universiteit Utrecht. Ze is gespecialiseerd in Amerikaanse en internationale geschiedenis. Daarnaast heeft ze sinds kort haar eigen tekstbureau 'Talent voor Teksten'. Voor vragen/opmerkingen kunt u haar altijd bereiken op info@talentvoorteksten.com.

More Posts - Website

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!