Weg naar Waterloo: Napoleons laatste offensief

De slag bij Waterloo is 200 jaar oud. Op 18 juni 1815 leed Napoleon zijn legendarische nederlaag. Wat ging vooraf aan deze beslissende veldslag? De weg naar Waterloo.

My, my, at Waterloo Napoleon did surrender
ABBA-Waterloo

De tweede kans van Napoleon

Napoleon Elba

Napoleon maakt plannen op Elba. Door Horace Vernet, 1863. Bron: wikimedia commons.

Wat bovenal verrast aan de slag bij Waterloo, is dat deze veldslag überhaupt nodig was. Napoleon had zich namelijk in 1814 al overgegeven. Hij was verslagen in Frankrijk, zijn eigen land nota bene, afgezet en genadig verbannen naar het eiland Elba in de Middellandse Zee.

Napoleon werd op het eiland omringd door een persoonlijke lijfwacht van 600 soldaten en had de nodige vrijheid: hij was keizer van het eiland. Belangrijker nog: hij had een kleine vloot tot zijn beschikking. Tot verbazing van de geallieerden (Engeland, Oostenrijk, Pruissen en Rusland) herrees de kleine keizer begin 1815 uit zijn eigen as. Hij wist op 26 februari met zijn mannen en schepen van Elba af te komen en zette koers naar het vasteland. Op 1 maart 1815 landde Napoleon in Golfe-Juan, in het zuidoosten van Frankrijk.

Hier begon hij zijn opmars om de macht over te nemen van het hernieuwde Bourbonbewind, de monarchie die bloedig afgeschaft was tijdens de Franse Revolutie. Het bestuur in afwezigheid van Napoleon viel slecht bij de vele veteranen die voor Napoleon gevochten hadden. Zij werden vaak afgedankt. Boeren waren bang dat ze het land dat zij in handen hadden gekregen dankzij de onteigeningen van grond tijdens de revolutie kwijt zouden raken aan teruggekeerde bannelingen.

Met zijn charisma en leiderschapskwaliteiten wist Napoleon terwijl hij eerst richting Grenoble en later naar Parijs marcheerde binnen de kortste keren de Franse troepen die hem hadden moeten arresteren juist achter zich te krijgen. Gezien de algehele oorlogsmoeheid van de Fransen nog geen jaar eerder was dit een indrukwekkende prestatie. In maart 1815 nam hij opnieuw de macht over in Frankrijk.

Vervolgens wendde de keizer al zijn organisatorische kwaliteiten aan om snel een leger uit de grond te stampen waarmee hij zijn vijanden te lijf kon gaan. Hij wist het nog niet, maar hij was op weg naar Waterloo.

Snel handelen

Napoleon besefte dat zijn enige hoop om te winnen lag in snel handelen. Als hij de geallieerden tijd gaf om hun legers te organiseren en hun krachten te bundelen zou hij geen schijn van kans maken. Hij wist dat de gezamenlijke legers van Engeland, Pruissen, Oostenrijk en Rusland Frankrijk binnen zouden vallen en hem zouden verslaan als hij wachtte.

Het leger van Napoleon

Binnen acht weken nadat hij opnieuw aan de macht kwam had Napoleon een leger van ongeveer 250.000 man paraat. Met 124.000 daarvan, het zogenaamde Armée du Nord, trok hij op 15 juni naar de Frans-Belgische grens. Dit leger dat behalve over 124.000 soldaten ook beschikte over 366 stukken geschut bestond uit twee vleugels en een reserve:

  • De rechtervleugel stond onder bevel van de pas bevorderde maarschalk Emmanuel de Grouchy en bevond zich ten zuiden van Charleroi.
  • Maarschalk Michel Ney, de roodharige oudgediende van Napoleon, had het bevel over de linkervleugel bij Maubeuge.
  • De reserve was gelegerd vlakbij het hoofdkwartier van Napoleon in Beaumont en bestond uit de Keizerlijke Garde onder leiding van maarschalk Mortiers en Lobau’s zesde korps.

Aan het begin van de zomer hadden slechts twee van de vier invasielegers zich verzameld aan de Franse grens, in België:

  1. Een leger van Britse, Nederlandse en Duitse soldaten onder bevel van Arthur Wellesley, hertog van Wellington.
  2. Het Pruisische leger onder bevel van veldmaarschalk Gebhard Leberecht von Blücher.

Het leger van Wellington

Wellingtons Engels-Hollandse leger bestond uit ongeveer 79.000 man infanterie, 14.000 cavaleristen en 196 kanonnen. Net als Napoleon had Wellington zijn leger verdeeld over twee hoofdmachten en een reserve:

  • Het eerste legerkorps dat bij Braine-le-Comte lag werd aangevoerd door kroonprins Willem van Oranje, die toen 22 jaar oud was.
  • Luitenant-generaal Lord Hill leidde het tweede legerkorps bij Ath.
  • Wellington had persoonlijk het bevel over het reservekorps dat onder Brussel gelegerd was. Lord Uxbridge stond aan het hoofd van de eveneens daar gelegerde cavalerie bestaande uit elf brigades Britse, Hannoveriaanse en Nederlands-Belgische cavalerie.

Het leger van Blücher

De derde speler was Blücher. Deze Pruisische veldmaarschalk van 72 jaar oud beschikte over ongeveer 120.000 soldaten en 300 stuks artillerie. De oude ijzervreter gaf samen met zijn betrouwbare stafchef August Wilhelm von Gneisenau leiding aan een leger dat was verdeeld over vier korpsen:

  1. Ziethens Eerste bij Fleurus en Charleroi
  2. Pirchs Tweede bij Namen
  3. Thielmans Derde bij Ciney
  4. Bülows Vierde bij Luik

Het plan van Napoleon

De legers van Wellington en Blücher lagen in afwachting van militaire operaties verspreid over bijna het hele grondgebied van België: het ene in het noordwesten en het andere in het zuidoosten. De soldaten werden ingekwartierd bij burgers, die wettelijk verplicht waren hen onderdak te verschaffen. Om zoveel mannen en paarden te kunnen huisvesten was het noodzakelijk om ze te verspreiden over een groot gebied. Dit betekent dat beide generaals twee of drie dagen nodig hadden om hun troepen te concentreren zodat zij onder optimale omstandigheden de strijd aan konden gaan.

Napoleon wilde bij verrassing tussen beide legers oprukken en zo een wig tussen hen drijven. Op deze manier hoopte hij iedere tegenstander afzonderlijk te verslaan zonder dat het ene leger het andere kon helpen. Geheimhouding was dan ook zeer belangrijk: begin juni gaf Napoleon het bevel dat geen postkoets of brief Frankrijk mocht verlaten. Daarna concentreerde hij zijn Armée du Nord snel aan de grens en viel in de vroege ochtend van 15 juni België binnen.

weg naar Waterloo

Waterloo Campagne. Door Ipankonin via wikimedia commons.

Schermutselingen, veldslagen en manoeuvres tussen 15 en 18 juni

De Fransen staken ondanks tegenstand van Ziethens Eerste Pruisische korps bij Charleroi de Sambre over.

Napoleon gaf Ney opdracht om op te rukken over de weg naar Brussel (de hoofdstad van het twee jaar oude Verenigd Koninkrijk der Nederlanden), terwijl Grouchy richting Sombreffe langs de rechterkant optrok.

In eerste instantie wonnen de Fransen terrein en verrasten zij Wellington volledig. Die bevond zich op dat moment op een bal in Brussel en was niet gewaarschuwd door de spionnen die hij aan de andere kant van de grens had. De geheimhoudingsmaatregelen van Napoleon hadden gewerkt.

Quatre-Bras
Wellington hoorde dat zijn troepen weliswaar door Ney teruggedrongen waren, maar voorlopig standhielden bij het strategische kruispunt Quatre-Bras. Deze viersprong was alleen behouden omdat Jean-Victor Constant de Rebecque, stafchef van de prins van Oranje, prins Bernhardt van Saksen-Weimar aanmoedigde om stand te houden en hem ondersteunde met de brigade van generaal-majoor graaf van Bylandt van de divisie Perponcher. Versterkingen onder bevel van Sir Thomas Picton waren in de ochtend van 16 juni onderweg naar Quatre-Bras.

Napoleon verwachtte dat de Pruissen zich onbereikbaar zouden terugtrekken en gaf Ney opdracht om eerst met Wellington af te rekenen. Ney wachtte echter op versterkingen voordat hij in de middag van 16 juni eindelijk Quatre-Bras voluit aanviel.

Inmiddels had Wellington persoonlijk de verdediging daar op zich genomen. Bovendien kwamen de troepen van Picton op tijd om de soldaten van Perponcher te ontlasten en versterken. De gevechten waren echter hevig en de Engelsen stonden zwaar onder druk. Zonder een misverstand tussen Napoleon en Ney had het er slecht uitgezien voor hen. Juist op het moment dat de Fransen aan het eind van de middag de verdediging van Quatre-Bras de genadeslag konden toebrengen, werd de divisie van d’Erlon die dat kon doen op bevel van Napoleon richting de Pruisen in het oosten gestuurd.

Napoleon was van gedachten veranderd omdat Blücher stand hield bij Ligny. De Franse rechtervleugel onder Grouchy viel de Pruisen daar frontaal aan. Toen d’Erlon verscheen stokte de Franse aanval op Ligny even omdat niet duidelijk was aan welke kant zijn plotseling verschenen troepen hoorden. Op dat moment werd hij teruggeroepen door Ney die woest was vanwege zijn eigen gebrek aan voortgang bij Quatre-Bras. D’Erlon kwam echter te laat terug, want in de tussentijd sloeg de balans door naar Wellington omdat deze versterking kreeg. Ney slaagde er niet in de verdediging te breken.

Ligny
Het is niet zo dat alles voor de geallieerden goed ging op 16 juni, want Blücher werd aan het eind van de dag bij Ligny tot de terugtocht gedwongen. De Pruisen hadden 16.000 man en 21 kanonnen verloren en hadden op hun beurt ongeveer 11.500 Fransen uitgeschakeld. Het scheelde maar een haartje, of Blücher die persoonlijk de cavalerie aanvoerde was gedood of krijgsgevangen gemaakt. Hij raakte gewond, maar zijn mannen wisten hem te redden.

Op 17 juni besloot Napoleon om Grouchy achter Blücher aan te sturen om de Pruisen zo bij Wellington weg te houden, al stuurde hij dit bevel pas in de ochtend van 18 juni. Met de rest van zijn leger ging hij op Wellington af.

De weg naar Waterloo

Tijdens hevige regen op 17 juni wist Wellington zijn leger strategisch terug te trekken van Quatre-Bras naar het noorden: naar de heuvelrug bij het dorp Mont-St-Jean, iets ten zuiden van het plaatsje Waterloo. De weg naar Waterloo was eigenlijk de weg naar Brussel.

Wel stuurde Wellington ook 17.000 man naar Halle, dat ten noordwesten van Mont-St-Jean ligt, voor het geval de Fransen langs die kant zouden oprukken.

Lees verder hoe de Slag bij Waterloo beslist werd.

Bronnen

Barbero, Alessandro, Waterloo. Het verhaal van de veldslag (Amsterdam 2004)

Holmes, Richard, Waterloo 1815, in: Holmes, Richard en Vos, Luc de, “Langs de Velden van eer. Van Waterloo tot de Ardennen” (Weert 1998)

Wikipedia

 

Tim Wachelder

Tim Wachelder studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijdens zijn studie specialiseerde hij zich in Europese Expansiegeschiedenis. Behalve over koloniale geschiedenis schrijft hij ook over militaire, culturele en Nijmeegse geschiedenis. Sinds 2007 is hij webredacteur bij Historiën.

More Posts

Schrijf je in voor TOEN!