Werner Voss: de vliegende huzaar

Tijdens de Eerste Wereldoorlog haalden de eerste piloten soms grote aantallen overwinningen.  De legendarische Werner Voss was zo’n aas.
Wanneer we door de geschiedenis van de eerste grote luchtoorlog (Wereldoorlog I) bladeren, komen we een aantal gevechten tegen die tot legendarische proporties uitgegroeid zijn. Sommigen zijn bekend vanwege de beroemde vliegeniers die eraan deelnamen, anderen vanwege de spectaculaire of onverwachte afloop en weer anderen vanwege de mysteriën die eraan verbonden zijn. Zo kunnen we wijzen op de laatste vlucht van de Rode Baron op 21 april 1918, of diens gevecht met Lanoe Hawker op 23 november 1916, of “Two against twenty” toen twee Engelse Bristol Fighters het op 7 mei 1918 opnamen tegen twintig Duitse jagers. Dat geldt ook voor William Barker, die tijdens een solovlucht op 27 oktober 1918 een ontmoeting met het complete Jagdgeschwader II overleefde (er is wat discussie over hoeveel Fokkers hij die dag bevocht, de cijfers lopen uiteen van 15 tot 60 – hij verdiende voor dit gevecht het Victoria Cross, een hoge Britse onderscheiding).

 En toch is er één gevecht dat alle bovengenoemde overschaduwt als het aankomt op beleving, intensiteit, dapperheid en pure kunde. Deze maand is het precies 90 jaar geleden dat hoog boven de Vlaamse velden een dappere Duitser in gevecht raakte met een overmacht aan ervaren tegenstanders. Laten we dit verhaal eens nader bekijken.

Werner Voss: van huzaar tot vliegende huzaar

Op 13 april 1897 werd Werner Voss geboren in Krefeld, een industriestadje in het Ruhrgebied. Hij was slechts een knaap van 17 toen de oorlog begon, maar dat weerhield hem er niet van om dienst te nemen bij de 11e Westfaalse Huzaren, een cavalerieregiment. Na bijna een jaar oorlog te hebben gevoerd aan het oostfront, was Voss het leven in de modder zat: hij vroeg in augustus 1915 overplaatsing aan naar de Fliegertruppe. Hij bleek een natuurtalent en slechts vijf maanden later deed hij zelf dienst als vlieginstructeur – dat hij nog 19 jaar moest worden deerde niemand!

Werner_Voss

Werner Voss met orden Pour le Mérite en heldere ogen. Hij lijkt veel ouder dan de twintig jaar die hij op deze foto is.

Gedurende de eerste oorlogsjaren klom Voss op van gewoon soldaat tot Leutnant (Eerste Luitenant); hij ontving zijn commissie op 9 september 1916. Vanaf maart dat jaar had hij bij een bommenwerpereenheid gevlogen (soms zelfs als waarnemer, ook al had hij daar geen opleiding toe gehad). Op 21 november 1916 nam zijn carrière een belangrijke wending: werd hij overgeplaatst naar Jagdstaffel 2. Voss werd jachtvlieger. Het paste bij zijn capaciteiten en vechtlust.

 Binnen een week wist iedereen in het eskader wie deze nieuweling was. Hoewel het eskader op 27 november zijn leider, Oberleutnant Kirmaier (11 luchtoverwinningen) verloor, wist Voss die dag echter toch een persoonlijke mijlpaal te bereiken. Hij behaalde zijn eerste twee bevestigde luchtoverwinningen door in de ochtend een Nieuport 17 jager en later een FE2b tweezitter te verslaan. Het is tekenend voor de kwaliteiten van Voss dat hij minder dan een week nodig had om tot scoren te komen; en dan direct twee keer.

 Er gaat een verhaal de ronde dat Voss zijn eerste overwinning op de tweezitter behaalde en behoorlijk de smoor in had omdat het Engelse wrak in niemandsland was neergekomen.De Duitse voorwaartse posten waren die ochtend teruggetrokken. Er waren dus geen Duitse getuigen en Voss kon geen claim indienen. Meteen ondernam Werner actie door zijn vliegtuig in het door granaatinslagen gepokte niemandsland veilig te landen. Het wrak was verlaten, want de Engelse bemanning had de eigen linies weten te bereiken. Enkele ogenblikken later steeg Voss weer op met een uit de tweezitter buitgemaakte mitrailleur, terwijl vanaf de Engelse loopgraven talloze soldaten op hem schoten! Met een Lewis mitrailleur boven zijn bed zou niemand aan zijn woord twijfelen.

 Op dit verhaal waar is, valt te betwijfelen. Modern onderzoek heeft aangetoond dat de Nieuport 17 zijn eerste slachtoffer was. De waarnemer overleefde het drama niet (reeds in de lucht omgekomen) en Voss vloog tijdens dit gevecht niet alleen. Er zouden dus collega’s moeten zijn die konden getuigen.

Echt euforisch was de stemming binnen Jasta (kort voor Jagdstaffel) 2 niet die avond. De nieuwe commandant was ook gesneuveld. Diens vervanger werd Franz Walz, een Beierse piloot die als piloot van tweezitters een degelijke reputatie had opgebouwd. Het Duitse oppercommando had in Walz de man gezien die Jagdstaffel 2 op topniveau kon houden, want deze eenheid gold als de absolute elite onder de Duitse eskaders. Onder de bezielende leiding van de voornaamste Duitse luchtheld, Oswald Boelcke (40), werd Jasta 2 in de periode september tot en met oktober tot de dodelijkste eenheid aan het front gevormd. Boelcke leidde enkele toekomstige topschutters zoals Manfred von Richthofen (80), Max Ritter von Müller (36) en Erwin Böhme (24) zelf op. Op 28 oktober 1916 had het noodlot toegeslagen, toen Böhme tegen Boelcke botste tijdens een luchtgevecht. Oswald Boelcke overleed tijdens de daaropvolgende crash en heel Duitsland verkeerde in schok. Zijn opvolger Kirmaier was reeds binnen een maand dood. De overgebleven leden van het eskader begonnen zich af te vragen of er een eeuwige vloek zou rusten op iedereen die de leider van Jasta Boelcke werd (op keizerlijk decreet werd Jasta 2 omgedoopt tot Jasta Boelcke of kortweg Jasta B of JB ter ere van de eerste Staffelführer). In deze situatie bevond Voss zich eind november en nu moest hij als jongste lid van de Staffel leren omgaan met de relatief oude Walz. Deze nieuwe leider zou nog voor een interessante wending in de carrière van Voss zorgen.

Ongebreideld – van december 1916 tot en met februari 1917

Met zijn eerste twee overwinningen op zijn conto en de aanwezigheid van andere ervaren schutters als Richthofen en Müller, kreeg Voss de smaak te pakken. Richthofen had eind november 11 overwinningen en zeker die laatste was een fenomenaal succes: hij had namelijk de Engelse held Lanoe Hawker doodgeschoten. Vergeleken met Voss leek Richthofen al een veteraan. Ze werden vrienden, ongetwijfeld omdat zij als ex-cavaleristen al verwantschap voelden, maar vooral doordat ze in elkaar een zekere gedrevenheid om de beste jachtvlieger te worden herkenden. Daarnaast deelden zij een liefde voor fotografie. Het was maar goed dat ze gewend waren aan camera´s, want ze zouden beiden talloze malen gefotografeerd worden. Richthofen hield zich meer aan regels in het gevecht, terwijl Voss juist op instinct vloog. Ze zouden rivalen worden, al zou hun pad beduidend anders verlopen.

werner_voss_motorfiets

Beroemde foto van Voss met één van zijn andere passies. Hij hield van techniek en sleutelen aan machines en motorrijden was een natuurlijke interesse van hem. Voss was vaak in de hangars te vinden, aan het werk aan zijn vliegtuigen. Hij droeg dan zulke besmeurde kleding dat bezoekers hem wel eens voor monteur aanzagen in plaats van officier.

Toch duurde het tot december eer Voss weer een zege behaalde. Daarna stond hij zelfs bijna zes weken droog, voornamelijk vanwege de strenge winter. De overwinning in december was noemenswaardig omdat de piloot van een door Voss neergeschoten verkenningstoestel (de waarnemer had het niet overleefd) door Werner bezocht werd in het ziekenhuis en zelfs diens visitekaartje kreeg toen de Canadees in een kamp nabij Krefeld gevangen werd gehouden. Het volgende slachtoffer, neergehaald op 1 februari 1917, kreeg naast het visitekaartje tevens sigaren en een door Voss gesigneerde foto van hemzelf! Kennelijk was Werner rotsvast overtuigd van zijn capaciteiten, want het was nogal arrogant om zo’n geschenk te geven alsof je de beroemdste vlieger aan het westfront was.

 Drie dagen later kroonde Voss zich eindelijk tot “aas”, door zijn vijfde overwinning te behalen. De Duitsers hadden echter andere maatstaven: je was pas een “Kanone” (Duitse term voor “aas”) wanneer je 10 zeges behaald had, al werd je naam wel in bepaalde nieuwsbladen opgenomen vanaf je vierde overwinning. De mijlpaal van zijn tiende overwinning volgde al snel, namelijk op 27 februari en dat zal ongetwijfeld een zogenaamde “natte avond” opgeleverd hebben. Het was sowieso zijn dag, want voor de derde maal in zijn carrière wist Voss een “dubbel” te scoren. Beide slachtoffers van deze dag waren tweezitters en niemand van de bemanningen overleefde zijn dodelijke aandacht.

 Met deze dubbele overwinning was Voss een gevestigde naam geworden. Er waren maar weinig levende Duitsers die tien overwinningen achter hun naam hadden, en met 11 deed Voss het heel behoorlijk. Februari was overduidelijk de maand waarin Voss zijn “spel” tot in de puntjes leerde beheersen: niet minder dan 8 toestellen vielen ten prooi aan zijn mitrailleurs. Al zijn natuurlijke kwaliteiten werden in deze periode gekoppeld aan een markante fase in de luchtstrijd. Nadat de Britten en Fransen de Fokkerplaag halverwege 1916 bezworen hadden, worstelde Duitsland steeds tegen kwantitatieve overmachten. Er moest wat gebeuren en er veranderde veel. Ten eerste werd de organisatie drastisch gewijzigd door de oprichting van speciale jachteskaders waarbij de piloten geacht werden als een eenheid te vechten in plaats van als individuen zoals tijdens de Fokkerplaag. Ten tweede werd de uitrusting gestandaardiseerd. Het was de bedoeling dat elke Jagdstaffel genoeg toestellen zou krijgen om alle piloten hetzelfde materiaal te kunnen bieden – dat zou de samenwerking in de lucht aanzienlijk helpen.

 De specificaties voor de nieuwe generatie Duitse jachtvliegtuigen waren tot stand gekomen onder andere op voorspraak van vele (voormalige) Fokkerpiloten. De meesten van hen verzochten speciaal om een tweedekker met twee mitrailleurs voor een dodelijke vuurkracht die wel moest beschikken over een goede snelheid en klimvermogen. Zij werden niet teleurgesteld, want Albatros leverde vanaf augustus hun D.I en D.II jagers, waarmee de Duitsers kwalitatief de overhand terug begonnen te winnen. Begin 1917 werd de D.II verbeterd. Er kwam een gestroomlijnde versie die nog sneller en wendbaarder was en nog beter kon klimmen. Het enige nadeel was dat omwille van de wendbaarheid de ondervleugel kleiner was dan de bovenvleugel. Dat trekje was ontleend aan de Franse Nieuport jagers van de types 11 en 17 die in de lente en zomer van 1916 de Duitse vliegeniers tot wanhoop hadden gebracht. Maar met die vleugel kreeg de Albatros D.III ook hetzelfde probleem als de Nieuports: de ondervleugel was zwak en piloten moesten oppassen tijdens duikvluchten of scherpe manoeuvres, want de ondervleugel kon zomaar afscheuren. Slechts weinig piloten overleefden zo’n ervaring.

Doordat de Duitsers bijzonder veel Albatros jagers produceerden, kwamen de Britten nu in het schuitje waarin de Duitsers nog maar enkele maanden eerder zelf hadden verkeerd.  Het merendeel van hun vliegend materieel was absoluut geen partij voor de Albatros D.III. Hoewel er nieuwe geallieerde jagers op stapel stonden, zou het nog enkele maanden duren eer deze aan het front verschenen en hun gewicht in de strijd konden gooien. Tot die tijd moesten de Engelsen het doen met verouderd spul. Sommige toestellen, zoals de BE2, waren tijdens de Fokkerplaag al ondermaats gebleken. Toch moesten bemanningen dag in, dag uit met die kist hun vluchten uitvoeren. De jachtvliegtuigen die de Britten ter beschikking stonden waren op een enkeling na ook al niet opgewassen tegen de Albatros D.III. Het was dus een relatief goede tijd voor gretige Duitse jachtvliegers.

Gemiste kans – Bloedige April

Met 11 zeges was de maand maart Voss nog gunstiger gezind. Aan het einde van die maand stond zijn totaal op 22 en vanaf 20 zeges werd een jachtvlieger voorgedragen voor de Orde Pour le Mérite. In 1916 waren 8 overwinningen genoeg geweest voor een nominatie, maar rond december 1916 werd 16 zeges korte tijd de standaard. Vanaf ongeveer maart 1917 werd  zelfs 20 de norm. Daarna werd de eis niet meer verhoogd. Het is onduidelijk of Voss genomineerd werd voor deze onderscheiding toen hij 16 of 20 overwinningen had, maar die verwarring is volledig te wijten aan de snelheid waarmee hij zijn tegenstanders uitschakelde: zijn 16e overwinning kwam op 17 maart, maar twee dagen later bereikte hij reeds de mijlpaal van 20! Daar was geen schrijven tegen opgewassen. Nog voor zijn 20e verjaardag werd hij gedecoreerd met deze prestigieuze onderscheiding. Bovendien was Voss nu na Richthofen de hoogst scorende levende piloot in de Luftstreitkräfte.

 Dat Voss temperamentvol en grillig kon zijn paste precies bij zijn stijl van vechten en leven. Het bracht helaas ook een duistere kant met zich mee: op tenminste vier gelegenheden schoot Voss op bemanningen van door hem neergehaalde toestellen, terwijl deze reeds verslagen waren en kansloos op de grond moesten hopen dat ze het overleefden. De eerste maal gebeurde dat bij zijn negentiende overwinning, de tweede maal na zijn 23e zege en kort daarop weer bij zijn 24e overwinning. Het is interessant te zien dat deze voorvallen binnen twee weken van elkaar plaatsvonden. Was Voss ergens gefrustreerd over?

 April 1917 was voor Werner daarentegen een rustige maand. Slechts twee slachtoffers werden aan zijn totaal toegevoegd. Hij ging namelijk enkele weken op verlof. Historici hebben al decennia gespeculeerd over wat Voss tijdens april 1917 gemist had. Deze maand is de geschiedenis in gegaan als “Bloedige April” omdat de eerder beschreven verschillen in superioriteit tussen de Duitsers en hun Engelse tegenstanders in deze maand hun hoogtepunt bereikten. De Britten verloren talloze toestellen (gemiddeld 10 per dag) en diverse Duitse Jasta’s wisten echt monsterscores te halen. Manfred von Richthofen -ondertussen ’s werelds topschutter met 31 overwinningen- voegde bijvoorbeeld doodleuk 21 slachtoffers aan zijn imposante reeks toe! Zijn vijf beste leerlingen wisten ook nog eens 55 toestellen te verschalken – Jasta 11 behaalde deze maand in totaal 89 van de uiteindelijke 350 luchtoverwinningen. Jasta Boelcke kon zonder Voss nog steeds potten breken, want zelfs zonder hem werden er nog 21 zeges gerapporteerd, al kwam dat voornamelijk vanwege de uitstekend presterende Fritz-Otto Bernert, die 15 maal succesvol was. Bloedige April was een ongekende slachting en het Britse moreel zakte tot een dieptepunt. De gemiddelde levensverwachting van Britse vliegers werd plotseling gemeten in weken. Soms was deze slechts 11 dagen.

 Het lijkt erop dat Werner pech heeft gehad. Hij kon niet meedoen aan deze ongeëvenaarde slachtpartij en diverse andere Duitse jachtvliegers passeerden hem of hijgden plotseling bij hem in de nek. Azen van alle nationaliteiten zijn doorgaans erg bewust van hun score en plaats op de ranglijst; het is een echt doel voor ze. Werner had zichzelf als doel gesteld om de beste te worden, maar eerst moest hij Richthofen passeren. Met de vorm die Voss in februari en maart vertoonde, kreeg hij eindelijk zicht op de Rode Baron (Voss had 22 tegen diens 31), maar aan het eind van april leek het een onoverbrugbare kloof te zijn geworden, want Voss was op 24 blijven steken terwijl Richthofen op 51 uitkwam. Voss had warempel zijn kans gemist.

Walz en Voss

Eerder is al gesuggereerd dat de carrières van Voss en Walz elkaar zouden beïnvloeden en dat moment ontstond niet lang nadat Voss terugkeerde van zijn verlof. Begin mei vloog Werner weer bij Jasta Boelcke en demonstreerde direct dat hij uitgerust was teruggekeerd: op 7 mei schakelde hij een SE5 jager uit (een zeer gevaarlijke tegenstander, superieur aan de Albatros D.III) en twee dagen later lukte het hem om drie tegenstanders op één dag uit te schakelen.

Het patroon van de laatste maanden was echter negatief: het waren steeds dezelfde namen die consistent successen behaalden bij Jasta Boelcke. Deze last, waar elk jachteskader mee te kampen heeft, viel op de schouders van Voss en in mindere mate op Fritz-Otto Bernert. Vanwege de toenemende luchtactiviteit op alle fronten werden er steeds meer Jagdstaffels in het leven geroepen en vanuit elke Jasta kwam de roep om een competente leider. Jasta Boelcke verloor in deze tijd enkele toptalenten die bij andere eenheden als leider moesten gaan fungeren. Daarnaast waren de meeste leden van de oorspronkelijke bezetting reeds gedood of gewond. Walz zou zich later in de oorlog bewijzen als leider van een bommenwerpereenheid in Palestina, maar als leider van een jachteskader mislukte hij jammerlijk. Hij was simpelweg niet agressief genoeg en kon zijn mannen te weinig leren en al helemaal niet inspireren. Wanneer we Jasta Boelcke´s lijst van overwinningen bekijken voor de periode waarin Walz het voor het zeggen had, zien we dat op het oog best veel zeges werden behaald. Echter, de mannen die daarvoor zorgden waren bijna allemaal competente jachtvliegers die zowel bij Jasta Boelcke als bij andere eenheden van zich zouden laten horen. Hun prestatie was onafhankelijk van de invloeden van Walz tot stand gekomen. Bovendien waren er vooral weinig succesvolle piloten.

 Op 30 april werd Bernert eveneens overgeplaatst, in zijn geval om Jasta 6 aan te voeren. Voor Voss werd het nu teveel; hij was nu de enige van wie iets verwacht kon worden en deze last was te zwaar voor een knaap die net zijn 20e verjaardag achter de rug had. Durfal Voss ondernam actie op een zeer brutale en ongekende wijze: hij pleegde muiterij! Samen met een andere ontevreden vliegenier verzocht hij openlijk om de vervanging van Walz – iets wat ongehoord was in militaire kringen. Vermoedelijk wilden de twee muiters Voss zelf als opvolger van Walz naar voren schuiven, maar het zou heel anders uitpakken. Beide heren ontvingen straf, alhoewel Voss er omwille van zijn bekendheid en populariteit zeer genadig vanaf kwam. Werner werd inderdaad leider, maar niet van Jasta Boelcke. Hij werd op 20 mei de nieuwe commandant van Jasta 5, wat een uitstekende eenheid was met ongeveer 90 luchtzeges. In april 1917 had deze Staffel 32 toestellen neergehaald en het zou de oorlog eindigen als derde eenheid van de Luftstreitkräfte met 253 overwinningen. Zes daarvan behoorden tot Werner. Het is onduidelijk of hij als plaatsvervangend of volledig commandant Jasta 5 aanvoerde – sommige documenten maken niet eens gewag van zijn leidersrol bij die eenheid.

Zwervende leider

Nog geen zes weken duurde zijn verblijf bij Jasta 5, want Voss werd eind juni overgeplaatst naar Jasta 29. Daar was hij onder oude bekende Erwin Böhme (ze hadden samen bij Jasta Boelcke gevlogen totdat Böhme gewond raakte) plaatsvervangend commandant. Maar deze positie behield hij niet lang, want na slechts vijf dagen diende hij zich wederom als plaatsvervangend commandant te melden bij Jasta 14. Hij zou daar 27 dagen doorbrengen alvorens hij weer een echte leidersrol toebedeeld kreeg. Eind juli werd hij door Manfred von Richthofen opgeëist om Jasta 10 te gaan leiden. Jasta 10 behoorde samen met Jasta´s 4, 6 en Richthofen´s eigen Jasta 11 tot Jagdgeschwader 1, een permanente samentrekking van vier Staffeln die steeds naar de zwaarste gevechten aan het front werd verplaatst om daar een plaatselijk luchtoverwicht te behalen. Voss stond dus onder direct bevel van zijn oude maat en grootste rivaal Richthofen. Het rappe tempo waarin Werner opeens eenheden versleet had te maken met de gebeurtenissen op 6 juni 1917. Die dag werd Voss getroffen door een schampschot in zijn arm tijdens een luchtgevecht met Nieuport jagers; hij moest zijn meerdere erkennen in Engelsman Christopher Draper die later de illustere bijnaam “The Mad Major” zou dragen vanwege diverse publiciteitsstunts. Niettemin leverde dit gevecht de 34e overwinning op. Een dag eerder had Werner zijn verwerpelijke gewoonte (voor het laatst overigens) om hulpeloze bemanningen op de grond te beschieten weer gebotvierd op de bemanning van een door hem neergehaalde FE2b. Beide heren overleefden deze beproeving en één van hen (Francis Percival Don) was twintig jaar later nog steeds zo verbitterd over deze laffe daad van Voss dat hij tijdens zijn verblijf in Berlijn als Brits militair attaché (1934-1937) weigerde een familielid van Voss te ontmoeten.

 Vanwege zijn verwonding moest Werner actieve dienst aan zich voorbij laten gaan. Hoewel frontvluchten onmogelijk waren, kon hij wel gewone vluchten uitvoeren. Zijn overplaatsingen naar diverse Staffels als plaatsvervangend commandant impliceert dat hij wel lichte, voornamelijk administratieve en organisatorische taken uit kon voeren. Daarnaast was hij even in het vaderland, onder andere om de Fokkerfabriek te bezoeken waar hij een nieuw toestel uittestte.

Jagdstaffel 10

Manfred von Richthofen, ook bekend als de Rode Baron, eiste veel van zijn leiders. Ze moesten zelf in staat zijn om toestellen neer te schieten (leiden door het goede voorbeeld te geven) maar bovenal moesten ze de juiste mentaliteit, of beter gezegd Kampfgeist, hebben en kunnen kweken bij hun ondergeschikten. Iedere piloot in de Staffel keek namelijk naar zijn leider om hem op weg te helpen. Het Richthofen Geschwader bestond nu enkele weken (sinds 25 juni) maar had tot nog toe pech gehad met de Staffelführers, waarvan enkelen waren gedood of gewond waren geraakt. Ernst Freiherr von Althaus, een Fokkerveteraan wiens roem uit 1916 stamde, werd gekozen om Jasta 10 te leiden. Helaas kon deze niets meer toevoegen aan de eenheid. Er gaan veel theorieën de ronde over zijn gedwongen vertrek, maar het feit blijft dat Richthofen Althaus wegstuurde en Voss binnenhaalde als vervanger. De carrière van Althaus leefde daarna overigens weer op. Hij eindigde de oorlog interessant genoeg als officier bij een fronteenheid infanterie, wat de theorie dat hij vliegen moest opgeven wegens een verslechterend gezichtsvermogen lijkt te staven (sommige bronnen claimen dat deze man later volledig blind werd).

In augustus was Werner van zijn verwondingen genezen en schoot die maand prompt vier vijanden neer. Zijn derde van de maand was noemenswaardig, want het betrof de gevierde Engelse aas Noel Webb die 14 overwinningen op zijn conto had.

De Fokker driedekker

Eerder is verteld over de superioriteit van de Albatros D.III over vrijwel alle Engelse jachttoestellen, gedurende de eerste helft van 1917. Eén Engels toestel was een uitzondering: de Sopwith Triplane, een driedekker met een fenomenaal klimvermogen, wendbaarheid en zelfs een hogere snelheid dan de Albatros D.III. Slechts qua vuurkracht was deze de mindere van de Albatros. Het duurde niet lang voordat de Albatrospiloten doorhadden dat de Engelse driedekker alleen onder bijzonder gunstige omstandigheden moest worden aangevallen. Het kwam wel eens voor dat Duitse vliegtuigen omkeerden wanneer een driedekker in aantocht was. De Sopwith Triplane werd uitsluitend aan de marineluchtmacht toegekend, de Royal Naval Air Service. Er zijn er uiteindelijk slechts 140 gebouwd en dat is erg weinig. Rivaliteit tussen vliegtuigbouwers en luchtmachtonderdelen verhinderde een wijd verbreide inzet van dit toestel. Het had de Britten veel kopzorgen kunnen schelen, want de Duitsers waren zo geschrokken van dit toestel dat er direct een antwoord op moest komen. Duitse ontwerpers werden eind juli gevraagd een eigen ontwerp op basis van een buitgemaakt Engels wrak in te dienen. Hoewel er tientallen prototypen gemaakt zijn, werd uiteindelijk één toestel daadwerkelijk in relevante hoeveelheden aan het front ingezet: de Fokker driedekker (Fokker Dr.I is de officiële benaming). Dit toestel zou onlosmakelijk verbonden raken aan Werner Voss en bovenal Manfred von Richthofen.

 Gek genoeg was de Nederlandse vliegtuigbouwer Anthony Fokker samen met zijn talentvolle ontwerper Reinhold Platz al vanaf april bezig met een driedekker. Fokker had namelijk een bezoek gebracht aan het front en had allerlei indianenverhalen gehoord via Richthofen en diens piloten. Sterker nog, Richthofen toonde Fokker een wrak van een Sopwith Triplane en liet Fokker via een observatiepost een Triplane in actie zien. Fokker wist wat hem te doen stond en het is niet verrassend dat zijn toestel als beste gekozen werd gezien de voorsprong die hij had. Hoewel vaak geschreven is dat de Fokker Dr.I een kopie was van de Triplane, is dat absoluut onwaar. Het ontwerp was uiteraard wel geïnspireerd door de Sopwith, maar de verschillen zijn te talrijk om van een kopie te spreken. Fokker had Voss en Richthofen in juli 1917 testvluchten laten maken. Richthofen stelde na deze testvluchten zijn mannen gerust met het nieuws dat de nieuwe jager waarmee ze binnenkort uitgerust zouden worden, kon “draaien als de duivel en klimmen als een aap”.

 Twee prototypen van Fokker´s nieuwe toestel zouden aan het front worden getest en uiteraard waren het de twee meest scorende Duitse jachtvliegers die de honneurs zouden waarnemen: Richthofen en Voss. Richthofen was echter nog herstellende van een hoofdwond die hij op 6 juli op had gelopen. Hij zou in de rest van 1917 weinig meer vliegen, al was hij bij die spaarzame vluchten nog wel diverse keren succesvol. Fokker F.I.102/17 werd bij Richthofen´s afwezigheid door Kurt Wolff (33 overwinningen gevlogen) totdat deze in dat toestel werd doodgeschoten op 15 september 1917. Fokker F.I.103/17 ging naar Werner Voss. Alleen deze twee prototypen werden “F.I.” genoemd, de latere productievariant heette “Dr.I”.

De motorkap van F.I.103/17 werd door Voss versierd met een gezicht bestaande uit twee ogen met wenkbrauwen rondom de twee cirkelvormige luchtinlaten en een snor; de vorm van de motorkap zorgde ervoor dat het gezicht goed geleek. De inspiratie kwam uit de jeugd van Voss. Hij ging namelijk wel eens met zijn nichtjes vliegeren en dit soort Japanse beschilderingen waren geregeld te zien in de lucht boven Krefeld. Eerder had hij zijn Albatros D.III onder andere met een rood hart en een witte swastika (voor geluk) versierd.

werner_voss_hart

Werner Voss legt de laatste hand aan zijn persoonlijke herkenningstekens: een groot hart met daarachter een swastika. bron: wikimedia commons

Voss was bijzonder verheugd met de nieuwe Fokker. Werner bezat de mysterieuze gave om steeds instinctief te weten waar ieder toestel tijdens het gevecht was en met de driedekker had hij een wapen in handen dat hem in staat stelde deze gave extra goed uit te buiten. Zodra een vijand achter hem probeerde te komen, kon hij deze met een bliksemsnelle draai direct afschudden. Op 3 september vloog hij de Fokker voor het eerst in een krachtmeting met de vijand – de vijand verloor. Het slachtoffer vloog een Sopwith Camel, het meest wendbare Engelse vliegtuig van dat moment. September bleek een uitermate succesvolle maand voor Voss, die zijn beste vorm van februari en maart hervond. Naast de patrouilles met Jasta 10 waartoe hij als commandant verplicht was, vloog hij geregeld alleen, hunkerend voor actie. September zou hem twee dubbels en een trio opleveren. In acht dagen tijd versloeg hij negen vijandelijke vliegtuigen; daarna ging hij even op verlof. Al met al had Voss als een bezetene gevlogen en toen hij op 23 september -vers terug uit Krefeld- zijn Fokker liet klaarmaken voor een ochtendpatrouille stond zijn officiële score op 47.

23 september 1917

 Zijn vader en broers Otto en Max waren op 23 september op vliegveld Markebeke aangekomen om hem te vergezellen; er werden foto´s genomen van de drie broers.

Vroeger werd aangenomen dat de familie Voss was gearriveerd om Werner mee naar Duitsland te nemen, maar de laatste jaren wordt aangenomen dat Werner juist terugkwam van verlof. Er is een door Werner zelf ondertekend verlofbriefje bewaard gebleven – het bezoek van zijn broers en vader is waarschijnlijk eerder bedoeld geweest om hem terug te verwelkomen uit Duitsland. Misschien was de familie zelf op weg naar verlof of waren ze toevallig in de buurt gelegerd. Dat de verloftheorie bestaat is vooral te wijten aan interviews met Otto en Max Voss na de Tweede Wereldoorlog.  Hierin vertelden ze hoe moe Werner overkwam en dat het maar goed was dat ze hem mee naar huis zouden nemen. Dat Werner oorlogsmoe was, lijkt waar te zijn. Ondanks zijn jeugdige leeftijd van 20 jaar staat hij zelden lachend op de foto en lijkt hij eerder 30 of 40 dan 20. Sommige foto´s tonen een lege, starende blik terwijl hij -zo blijkt uit andere opnamen- juist heldere ogen had. Gevechtsmoeheid was veelal nog onbegrepen, maar bijna alle grote namen kregen er mee te kampen. Of Werner van verlof terugkwam of juist weg zou gaan en of hij wel of niet aan gevechtsmoeheid leed zijn slechts twee van de vele controverses omtrent zijn persoon.

`s Ochtends overviel Voss een DH4 tweezitter die hij zonder pardon afschoot – zijn 48e zege was binnen. Later die dag maakte Werner zich klaar voor nog een vlucht.
Totdat de verloftheorie achterhaald raakte dachten historici dat Voss die dag vooral bezig was met zijn rivaliteit met Richthofen. Zijn grote rivaal stond namelijk op 61 luchtoverwinningen maar die kon vanwege zijn hoofdwond -die maar moeizaam herstelde- niet zo veel vliegen als Voss, die zijn kans schoon zag om in te lopen. Eerder dat jaar, in april, had de Rode Baron nog één dag te gaan voor hij op verlof ging en met een toenmalige score van 48 hoopte hij er nog twee toe te voegen. Richthofen had die dag geluk, want hij wist niet twee, maar zelfs vier tegenstanders neer te halen! Verlof of niet, Werner zal ongetwijfeld gehoopt hebben zelf met 50 of meer zeges de dag te eindigen.

 Wat pertinent onwaar is, is het gerucht dat Voss de avond ervoor als laatste van een feest in Berlijn was weggegaan en dat hij deze ochtend nog last had van een kater. De technologie uit die tijd maakte het volstrekt onmogelijk om tot in de kleinste uurtjes door te feesten en al om half tien ´s ochtends een DH4 neer te schieten (de tijd van zijn 48e zege is gedocumenteerd).

 Hoe dan ook, Werner ondernam nog een avondmissie. Kort na opstijgen liet hij zijn twee vleugelmannen achter – hij was nu alleen, maar vond later een eenzame Albatros die hem vergezelde.

 Uiteindelijk vond hij een vijandelijke formatie waarvan twee toestellen -van het type SE5a- wat achterbleven. Meteen koos hij de aanval. Kennelijk vond Voss het geen probleem om twee van zulke formidabele tegenstanders te confronteren. Misschien was hij te gretig, misschien dacht hij wel iets als: “Ach, het zijn er maar twee”. De laatste tijd had Voss weinig moeite gehad met zijn opponenten en aldus beschouwde hij twee vijandelijke jagers wellicht als een acceptabel doelwit. Maar misschien was Voss ook gewoon arrogant vanwege zijn recente successen met de Fokker driedekker.

De eerste SE5a (kapitein R. Chidlaw-Roberts) werd gered door interventie van diens kompaan (kapitein H. Hamersley), maar Voss had de tweede SE5a zien naderen en wisselde simpelweg van doelwit. De SE5a werd frontaal geraakt en moest het gevecht verlaten – Hamersley kon zichzelf enkel redden door in een nauwelijks gecontroleerde duikvlucht richting de Britse linies te spoeden. Het oorspronkelijke doelwit van Voss, Chidlaw-Roberts probeerde nu Hamersley te ontzetten, maar weer was het Voss die het initiatief overnam door razendsnel te draaien en ook deze Brit te beschadigen. In een kort gevecht had Werner twee Engelse jagers naar beneden gezonden. Ze waren nog niet vernietigd, maar al wel verslagen. Voss kon zijn geluk vast niet op, want zijn 49e en 50e zeges lonkten recht voor hem terwijl hij de vluchtende Britten naar beneden achtervolgde.

 Het lot besliste anders, want juist toen Voss de genadeklappen ging uitdelen arriveerde een formatie van 56 Squadron – het Britse equivalent van een elite-eskader. Deze formatie van zeven SE5a´s werd geleid door James McCudden die op dit moment 13 overwinningen had. Het gezelschap bestond voornamelijk uit ervaren vliegeniers, sommigen waren zelfs toppiloten.

De deelnemers aan Engelse kant waren:

   Naam Lot  totaal aantal overwinningen op 23-10-1917  uiteindelijke score
 James McCudden VC  Gestorven bij een crash op 9  juli 1918  12  57
  Gerald “Beery” Bowman  overleefd  16  32
 Richard Maybery  Gedood op 19 december 1917  13  21
 Keith Muspratt  Gestorven bij een crash, 19 maart 1918  6  8
 Arthur Rhys-Davids  Gedood op 27 oktober 1917  18  25
 Reginald Hoidge  Overleefd  22  28
 Harold Hamersley   Overleefd   2  13
 Robert Chidlaw-Roberts   Overleefd   5   10
 Verschoyle Cronyn  Overleefd    3   4

 Maar liefst zeven van de negen waren reeds aas en later zou Hamersley tevens die eer behalen.

 McCudden had een wegduikende SE5a gezien, met een driedekker in achtervolging. Meteen leidde hij zijn vlucht naar de Duitser om zijn landgenoot te redden. Voss zag ze aankomen en moest snel beslissen – hij draaide naar zijn tegenstanders toe. Was dit arrogantie? Had hij geen echte ontsnappingsroute? Tot op de dag van vandaag is er discussie of Voss het superieure klimvermogen van zijn Fokker had kunnen benutten om uit het gevecht te klimmen, maar het lijkt erop dat er teveel andere formaties in de buurt waren die Voss insloten. Tijdens het gevecht kwamen namelijk steeds meer formaties in de buurt. Er waren natuurlijk tevens Duitse groepen in de lucht, maar deze werden buiten het gevecht gehouden door de vele geallieerde jachtvliegtuigen.

 De Britten van 56 Squadron maakten goed gebruik van hun numerieke overwicht door groepjes te vormen. Ze vielen aan in kleine groepjes van twee terwijl de anderen steeds de ontsnappingsroutes afdekten. Voss bleef opgesloten in een soort denkbeeldige kist. Hij gaf het echter niet op. Sneller dan de Britten verwachtten, draaide Voss steeds weg uit de vuurkegels. Af en toe keek Voss om zodat hij wist waar iedereen was en dan ontglipte hij opnieuw en opnieuw aan zijn tegenstanders. Ondertussen bleven de manoeuvres van Voss niet beperkt tot verdedigende: elke keer als hij een kansje rook, liet hij een kort salvo los. Zo wist hij elk vliegtuig te raken! De Britten werden er af en toe radeloos van, want telkens wanneer zij dachten hem te pakken te hebben, draaide Voss met behulp van ongekend snelle “platte draaien” (zonder rolroeren) en gewone bochten uit de gevarenzone. Meer dan eens werden de rollen meteen omgedraaid en werden de aanvallers gedwongen het angstaanjagend accurate vuur van Werner te omzeilen of te incasseren. McCudden schreef later dat de Duitser “op iedereen tegelijk leek te schieten”.

Dat Voss een uitstekende schutter was bleek uit het feit dat hij maar liefst twee SE5a´s uit het gevecht dwong. Hij beschadigde ze zover dat er geen andere uitweg was dan de vlucht naar het westen. Doordat er nog genoeg tegenstanders over waren, kon Voss ze uiteraard niet achtervolgen.

Het is onduidelijk wat de rol van de Albatros die Voss eerder vergezeld had precies was. Slechts enkelen rapporteren deze gezien te hebben. Waarschijnlijk was deze nog wel aanwezig toen Hamersley en Chidlaw-Roberts door Voss beschoten werden. Het lijkt erop dat de Albatros in het begin van het gevecht Voss bewaakt had. Later verdween deze (vermoedelijk neergeschoten of beschadigd), maar een andere Albatros met een roodgeverfde neus mengde zich alsnog in de strijd. Het is nogal ondoorzichtig, maar er wordt vermoed dat de eerste Albatros gevlogen werd door Rudolf Wendelmuth van Jasta 8 die in de buurt rond 18:30 zijn tiende slachtoffer neerschoot. Hij zou later in 1917 bij een ongeluk om het leven komen, met zijn score op 14. De tweede Albatros zou bestuurd zijn door Carl Menckhoff van Jasta 3, die op dat moment 11 luchtoverwinningen had, maar in 1918 gevangen zou worden genomen na 39 zeges. Kennelijk wist hij zich als enige door het cordon te vechten en Voss te assisteren. De Britten complimenteerden zowel Voss als de Albatros met de rode neus voor hun uitmuntende vliegprestaties, want enkele minuten lang hielden zij een overmacht van zich af. Meerdere malen bevond het Duitse duo zich direct achter een Engels vliegtuig. Omdat de Duitsers in de minderheid waren, konden ze het echter nooit echt uitbuiten. Altijd was er een Brit voorhanden om een in nood verkerende kameraad te redden. Op een gegeven moment werd de Albatros van Menckhoff getroffen: vanwege één kogel in de motor moest hij Werner Voss alleen laten.

Arthur_Rhys_Davids_by_William_Orpen

Officieel portret van Arthur Rhys-Davids, de man die Voss uiteindelijk doodschoot. Hij was zelf ook pas een tiener toen hij zijn successen behaalde en zou Voss met slechts enkele dagen overleven. bron: wikimedia commons

Hoewel hij onkwetsbaar leek, was de Fokker van Voss met kogels doorzeefd. Zelfs Voss kon niet voorkomen dat zijn toestel geraakt werd, maar tot nog toe was er niets vitaals getroffen.

 Het gevecht duurde ondertussen al erg lang. Na weer een succesvolle ontsnapping was Voss misschien afgeleid of te zeer bezig met het herpakken van zijn toestel om de aandacht van Arthur Rhys-Davids te ontsnappen: Rhys-Davids vuurde vanaf slechts enkele meters een langdurig salvo. Toen de Brit het visuele contact met de driedekker herstelde, merkte hij op dat de Fokker voor het eerst in het gevecht in een relatief milde neerwaartse beweging rechtuit vloog – het leek bijna een soort zweefvlucht, met de motor reeds afgezet. De Engelsman bedacht zich geen moment en vuurde nogmaals van achteren. Ditmaal was het effect direct merkbaar. De driedekker ging onherroepelijk naar beneden en op geringe hoogte draaide deze zich op zijn rug en stortte neer op een veld genaamd Plum Farm. Volgens ooggetuigen leek de Fokker zich in de grond te verpulveren. Het gevecht had in totaal zeker 10 minuten geduurd – erg lang gezien de numerieke overmacht van de Engelsen en daarmee een compliment aan vooral Voss en in mindere mate aan Menckhoff.

Terwijl op vliegveld Markebeke de familie Voss en de piloten van Jasta 10 gespannen maar tevergeefs op de terugkeer van Werner wachtten, keerde 56 Squadron in opgewonden staat terug op hun eigen vliegveld. Iedereen speculeerde wie de piloot kon zijn geweest. Ze waren het erover eens dat ze de beste van de beste hadden ontmoet, maar wie was het nou? Ze speculeerden dat het Voss, Wolff of Richthofen moet zijn geweest. Wolff was al acht dagen dood, maar dat wisten ze kennelijk nog niet. Later die avond kwam bevestiging van het front: infanteristen hadden het wrak bereikt en toen ze de jas van het lichaam ontknoopten, glinsterde de “Boelcke-kraag” om de nek van de piloot. Dat is een verwijzing naar de Orden Pour le Mérite die Voss kennelijk in het gevecht had gedragen. De soldaten vonden genoeg informatie om de identiteit vast te stellen.

Nasleep

Nu eenmaal bekend was wie zij gedood hadden werd er een toast voorgesteld op die dappere Duitser. Rhys-Davids protesteerde met het commentaar dat hij Voss liever levend had neergehaald. Achteraf had hij misschien spijt dat hij Voss nog beschoten had terwijl deze zich op dat moment in zo´n vreemde situatie bevond: licht dalend richting het westen? Misschien realiseerde Rhys-Davids zich achteraf dat Voss gewond  een noodlanding probeerde te maken. Misschien had hij de motor uitgezet om brandgevaar te minimaliseren, of was er geen brandstof meer in de tanks. Al die vragen blijven onopgeloste mysteriën. James McCudden, die zelf later in een ongeluk zou sterven met 57 bevestigde overwinningen, schreef een autobiografie voor zijn dood waarin hij het volgende over Voss te zeggen had: “Zo lang als ik leef zal ik nooit die Duitser vergeten die zeven van ons tien minuten lang helemaal alleen bevocht en die kogels in al onze machines stopte. Zijn vliegwerk was wonderschoon, zijn moed uitstekend en naar mijn mening is hij de dapperste Duitser van wie ik het voorrecht heb gehad hem te mogen zien vechten.”

Arthur Rhys-Davis kreeg twee overwinningen toebedeeld in dit gevecht: de driedekker en de Albatros met de rode neus. Het noodlot zou Rhys-Davids echter al te snel opeisen, aangezien hij zelf vier dagen later zou sterven in een luchtgevecht. Manfred von Richthofen was zeer ontsteld toen hij een telegram ontving met het bericht dat Voss vermist was en waarschijnlijk boven geallieerd gebied verloren was gegaan. Nog maar acht dagen eerder had hij een zelfde telegram ontvangen omtrent zijn vriend Kurt Wolff. Richthofen was een echte vriend van Voss en bleef contact houden met diens familie. Sterker nog, op het moment dat Richthofen zelf de dood vond (21 april 1918) had hij reeds een afspraak gemaakt om tijdens  verlof te gaan jagen met de vader van Werner.

Een dag na het gevecht is het wrak van de Fokker nogmaals bezocht door de Britten, Diverse onderdelen werden verwijderd voor onderzoek en om als souvenirs te dienen voor 56 Squadron (het roer van Voss’vliegtuig is in de loop der jaren vermist geraakt en daar wordt momenteel naar gezocht). Het lichaam werd naast het wrak begraven, maar door de aanhoudende gevechten in die regio is het graf verloren gegaan. Hoewel het niet zeker is dat het lichaam van Voss daadwerkelijk is overgebracht, wordt zijn naam tegenwoordig genoemd op de herdenkingssteen van een Kameradengrab (een massagraf) in Langemark.


Grotere kaart weergeven
De Duitse begraafplaats in Langemark, België

Van de vier SE5a´s die Voss die dag op de vlucht dreef, konden er drie nooit meer vliegen. Feitelijk had hij deze neergeschoten, maar ze werden uiteraard nooit meer geclaimd.

De slachtoffers van Voss zijn 90 jaar na dato nog behoorlijk goed te traceren. Wel is gebleken dat enkele bevestigde overwinningen, eigenlijk niet geteld hadden mogen worden omdat zij niet zwaar genoeg beschadigd waren. Het gaat om ongeveer drie voorvallen. Het Duitse systeem om overwinningen te controleren was het beste van de Eerste Wereldoorlog, maar overduidelijk niet foutloos. Al met al heeft Voss een prima reputatie, ondanks zijn boze kant – het beschieten van verslagen tegenstanders op de grond. Het type van de natuurlijke vlieger dat hij vertegenwoordigde spreekt nu nog steeds veel mensen aan en Voss behoort nog altijd tot de populairste figuren uit de periode 1914-1918. Voor velen was hij de beste jachtvlieger van de Eerste Wereldoorlog, maar dat is uiteraard niet objectief te meten. Op de topschutterslijst van Duitse piloten neemt Voss met 48 zeges een gedeelde vierde plaats in.

Dit artikel is tot stand gekomen met behulp van Tom Crean en majoor Richard Scott Price, USAR. 

 

Historiën Twitter
Schrijf je in voor TOEN!