Symbool in de canon voor de verbreiding van het christendom staat Willibrord. Een Angelsaksische missionaris die de heidenen op het continent wil bekeren. En met succes…
“Van Willibrordus, Utrechts eerste bisschop en de apostel der Friezen wordt verhaald dat zijn moeder, in de nacht dat zij hem ontving, geopenbaard werd welk een groot bekeerder hij worden zou. Want in die nacht zag zij in haar droom de nieuwe maan opkomen aan de donkere hemel. Tot haar verwondering wies die maan schielijk en in korte tijd waren haar scherpe, kromme hoornen verdwenen en werd zij tot een rond, vol licht. Toen de maan geheel vol was, viel zij eensklaps uit de hemel als een rijpe vrucht haar in de mond en verdween in haar lichaam. En het was alsof zij geheel van licht vervuld werd. De dag daarop is zij naar een priester gegaan om hem te vragen haar dit vreemde droomgezicht te verklaren. De priester hoorde haar aan, en zei: “Een zoon zal u geboren worden, die snel wassen zal en groot zal worden zoals de maan wies in het donker. En met het Licht der Waarheid zal hij de duisternis uit de harten van de mensen verdrijven.” En negen maanden nadien werd inderdaad een zoon geboren en zij noemde hem Willibrord.” De eerste zin van dit verhaal geeft duidelijk de waarde aan van deze bron. “Wordt verhaald” geeft aan dat we onze vraagtekens moeten zetten bij de letterlijkheid van deze miraculeuze geboorte. Dit wonder is opgeschreven toen bekend werd wat uit het kind zou groeien dat in 658 in Northumbrië werd geboren. Hoewel Willibrords moeder onderwerp van de legende is, kennen we haar naam niet. Zijn vader was Wilgils, stammend uit een Angelsaksisch geslacht van adel. Hij stuurde zijn zoon op zesjarige leeftijd naar het klooster Ripon (bij York). Willibrord ging als oblaat naar Ripon, wat betekende dat hij, inclusief erfgoederen, aan het klooster werd ‘geschonken’. Met dit aanbod van hun kind maakten de ouders kenbaar Willibrord te willen wijden aan God. Wilgils zelf verkoos later ook het kluizenaarsbestaan om zich aan het leven met God over te geven.
De synode van Whitby
Ripon lag in het koninkrijk Northumbrië. Een gebied waarheen zowel vanuit Rome als uit Ierland missionarissen kwamen. Dit leidde tot enige strijd, waarover later meer. Een van de Ierse missionarissen was Aidan. Aidan was door de Northumbrische koning Oswald uitgenodigd om de missie in zijn koninkrijk op zich te nemen. Oswald schonk hem daartoe het eiland Lindisfarne, waar Aidan een klooster stichtte. Van hier uit werden meerdere kloosters gesticht. Tot deze stichtingen behoorde indirect ook Ripon. Hoewel gesticht door de Ierse missie werden in de tijd dat Willibrord zijn intrede deed (ca. 665) de Romeinse liturgische gebruiken toegepast.
Abt Wilfrid propageerde de Romeinse riten. Op de synode van Whitby (664) vertegenwoordigde hij dan ook de Romeinse missie.De bijeenkomst in Whitby was officieel geen kerkvergadering. Oswalds opvolger Oswiu had de twee partijen, de Romeinse en Ierse missie, bijeengeroepen om een einde te maken aan de verwarring die de verschillende liturgieën met zich meebrachten. Aan de tafel van de koning werd op ridicule wijze duidelijk welke gevolgen de diverse kerkelijke gebruiken hadden. De Ieren berekenden op een andere wijze de Paasdatum dan de Romeinen. Oswiu die de Ierse lijn volgde, was al Pasen aan het vieren, terwijl zijn gade Eanfled nog aan het vasten was. De koningin kwam namelijk uit Kent (Zuid-Engeland) en volgde de Romeinse kalender. Niet alleen de cateringploeg leed onder de omstandigheden. De verschillen waren namelijk niet alleen praktisch onhandig, maar brachten ook de positie van de Kerk in gevaar. De verschillende riten konden op den duur immers tot tweespalt leiden. De bijeenkomst in Whitby heeft ervoor gezorgd dat het zover niet kwam. Wilfrid, in Rome ingewijd in de geheimen van de Paasberekening, kweet zich goed van zijn taak want Oswiu koos de Romeinse kant. Na Whitby werd langzaam maar zeker de Kerk in Northumbrië geromaniseerd. De Ierse invloed op de Kerk ging echter niet geheel verloren.
Willibrord bleef “tot sinen twintichsten jaer toe” in Ripon. In deze tijd “wart hi clerc gheleert”. Hij werd onderwezen in het Latijn, het schrijven en het berekenen van de feestdagen en werd ingewijd in de kloosterlijke levenswijze en de kloosterregel (in Ripon werd een variant van de regel van Benedictus gehanteerd). Willibrord “ontfinc daer crune”, de tonsuurschering. Dit laatste hield in dat Willibrord er rond zijn vijftiende vrijwillig voor koos om kloosterling te zijn.
In Egberts voetsporen
In 678 verliet Willibrord Ripon en ging naar Ierland. Dit vertrek is symbolisch voor de invloed die de Ierse kloostercultuur nog steeds had; ook in een geromaniseerd klooster als Ripon. Ierland was om verscheidene redenen in trek. Ten eerste was het verlaten van de geboortegrond en als vrijwillige balling (peregrinus) in den vreemde te leven een van de pijlers van de strenge Ierse ascese. Deze boetedoening groeide op den duur uit tot een vrijwillig gekozen leefwijze, zo ook voor Willibrord. Ten tweede was daar de uitstraling van de hoogontwikkelde Ierse kloostercultuur. Willibrord had mogelijk nog een reden om naar Ierland te gaan. Om preciezer te zijn: naar het klooster Rath Melsighi, in het zuidoosten van Ierland. Hier trof Willibrord “de allerzaligste vader en bisschop Egbert” aan.
Egbert had in 664 Engeland achter zich gelaten om in Ierland een strenger ascetisch leven te gaan leiden. Na een pestepidemie te hebben overleefd, zwoor hij geen voet meer te zetten op de grond van zijn vaderland. Toen hij besloot om op het continent de bekering van de heidenen op zich te nemen, zeilde hij om Engeland heen. Maar het vasteland bereikte hij niet. Zijn schip leed schipbreuk. In visioenen werd duidelijk gemaakt dat Egberts toekomst niet in de missie naar de Friezen en Saksen lag. Hij bleef in Ierland en werd abt. Niettemin zal het verlangen van Egbert om de peregrinatio te verrijken met de bekering van de volkeren in Noordwest-Europa indirect vervuld worden. In de late zevende eeuw zou zijn kloosterling Willibrord met succes de bekering van de Friezen ondernemen.
Egberts missie-ideaal zal zeker de sfeer in Rath Melsighi hebben bepaald. De Engelsen, onder wie Willibrord, kozen voor het Ierse klooster voor persoonlijke geestelijke verrijking. Onder invloed van abt Egbert ontstond de idee van het wegtrekken uit het thuisland om het evangelie te prediken en daardoor “anderen van dienst te zijn.” Dat de bekering van de Friezen het doel was, was niet geheel toevallig. De eerder genoemde Wilfrid was op zijn reis naar Rome door het gebied gekomen (678-679) en was welwillend ontvangen door de Friese koning Aldgisl. Van hem kreeg Wilfrid toestemming te prediken. Reden genoeg voor Egbert om zijn kloosterlingen klaar te stomen voor de missie in het Friese gebied. Als eerste stuurde “sunte Egbert Wigbertum sinen discipel in Germaniën, opdat hi daer den onghelovighen volke leren soude die waerheit der heiligher ewangeli.” Ondanks de afstand tussen hen en het continent was het niet onmogelijk dat de kloosterlingen in Rath Melsighi hoorden van Wigberts ondernemingen. In ieder geval kon Wigbert het hen spoedig zelf vertellen. Na twee jaar keerde hij onverrichter zake terug. Aldgisls opvolger Radboud was minder ontvankelijk voor het heilige Woord.
To boldly go
Wigberts weinig succesvolle reis werkte niet ontmoedigend voor de missiegedachte. Het was wellicht wachten op het juiste moment. Dat moment kwam toen de Austrasische hofmeier Pippijn II van Herstal de Friezen terugdrong naar het noorden. Bekering van de heidenen zou gedurende de vroege middeleeuwen hand in hand gaan met de militaire opmars van een reeds gekerstend volk, in dit geval de Franken. Egbert achtte de tijd rijp “to send some holy and industrious men to the work of the Word, among whom was Wilbrord, a man eminent for his merit and rank in the priesthood.” Deze woorden zijn van Beda Venerabilis (ca. 673-735) de schrijver van de Historia ecclesiastica gentis Anlorum (Kerkgeschiedenis van het Engelse volk). Hij was een tijdgenoot van Willibrord en kende de naam en faam die hij als geloofsverkondiger had verworven. Desalniettemin hoeven wij zijn mening dat Willibrord reeds voor zijn afreizen aanzien als geestelijke genoot, niet per definitie af te doen als een anachronisme. Egbert wees hem immers aan als de leider van de twaalf uitverkoren mannen die naar het continent zouden afreizen. Willibrord had zich derhalve in Rath Melsighi geopenbaard als een man die voldoende capaciteiten bezat om abt Egbert ervan te overtuigen hem de missie in de handen te geven. In 690 vertrok Willibrord met zijn gezellen naar het vasteland; vol geloofsijver, maar zonder zekerheid waarop zij onthaald werden. In hun gedachten waren de woorden van Jezus Christus:
“Ga heen, onderwijs alle volken en doop hen in naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest: leer hen alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.”
Grondlegger
De jeugd van Willibrord blijft, op zijn miraculeuze geboorte na, een ongeschreven blad. Zijn rol als geloofsverkondiger en wonderdoener in zijn latere leven is beter gedocumenteerd. Men wist natuurlijk niet wat de jonge Northumbrische oblaat zou gaan bewerkstelligen. De schets die ik van Willibrords vorming in Engeland en Ierland maak, geeft een beeld van wat hem beïnvloedde.
Hier denken we aan de romanisatie van de kerk in Northumbrië en de missie in den vreemde die het Ierse christendom voorstond. Charismatische voorbeelden als de abten Wilfrid en Egbert vereenzelvigden deze stromingen in het kloosterleven waar Willibrord deel van uitmaakte. Maar ook van huis uit had hij het “leven met God” met de paplepel ingegoten gekregen. Deze invloedssferen zijn zeker van grote betekenis geweest voor het verdere verloop van Willibrords leven. Een levensloop die hem uiteindelijk – bij sommige Nederlanders – de eretitel “grondlegger van de Nederlandse beschaving” zou opleveren.
Meer artikelen door Leon Mijderwijk:- Wanneer is het Pasen?
- Spinoza, een hoorcollege
- Dagboek van Jan Terlouw
- Jan Terlouw bij Huiskamer TV Show
- Nederlands verleden in schilderijen
Vind ons ook hier: