Kunstenaars aan het front van de Eerste Wereldoorlog

In 2014 is het precies honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Ook  Avantgardekunstenaars streden aan het front. In de Kunsthalle van Bonn kan men nu zien wat de oorlog voor invloed op hen had.

 De Artistieke Avant-garde in Legeruniform

437px-Theo_van_Doesburg_Selfportrait_with_hat

Zelfportret Theo van Doesburg. Bron: Wikipedia

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vochten ook Avant-gardekunstenaars mee aan het front. Sommigen van hen juichten de oorlogsvoering toe, maar anderen raakten gedesillusioneerd over de strijd, het leven en de kunst. De Nederlandse schilder Theo van Doesburg schreef daarover : “Ik had veel vertrouwen gehad in het hogere en het geestrijke der mensen. Daar stond ik opeens voor de rauwe werkelijkheid. Geen kunst, geen liefde, geen wijsheid maar granaten, granaten, granaten.” Het toont aan hoe radicaal en onverbiddelijk de oorlog ingreep in het leven van artiesten. In het Kunsthalle-museum van Bonn kan men momenteel zien welk effect het lijden en de verwoesting door de Eerste Wereldoorlog (WO1) had op de kunstenaars van de Avant-garde. Meer dan 300 objecten van 60 kunstenaar geven een indrukwekkend en zeer aangrijpend beeld van de historische omwenteling die de Grote Oorlog betekende voor de Kunstgeschiedenis. Het was zonder twijfel een belangrijke historisch keerpunt in de cultuurgeschiedenis van Europa en de Wereld.

Kort voor WO1 werkten de Avant-gardekunstenaars internationaal gezien veelvuldig samen. Artiesten uit verschillende landen gingen vriendschappelijk met elkaar om en er bestond geen enkele haat of jalousie tegenover elkaar. De Eerste Wereldoorlog maakte dit allemaal kapot. Juist toen de Avant-garde tot hoogste bloei kwam, spatte alles uiteen. De “weltuntergang” was een feit geworden. Internationale kunstenaars konden niet meer samenwerken en werden gedwongen om elkaars vijanden te worden op het slagveld. Sommigen onder hen, zoals impressionist Max Liebermann en constructivist Kazimir Malevich steunden de oorlog en lieten dat ook in hun werk doorschijnen. Anderen tekenden protest aan zoals expressionist Frans Masereel terwijl er ook artistiekelingen waren die naar het neutrale Zwitserland vluchtten zoals surrealist Marcel Duchamp. Sommigen lieten zich gek verklaren om zo aan de oorlog te ontkomen. De surrealist Giorgio de Chirico en futurist Carlo Carra werden bijvoorbeeld met eigen instemming opgenomen in een psychiatrische inrichting van het leger. Elke persoonlijkheid koos, al naar gelang zijn of haar unieke aard, weer een andere uitweg.

Voor de oorlog hadden profetische kunstenaars als expressionist en symbolist Alfred Kubin met zijn tekeningen al onbewust gewaarschuwd voor een op handen zijnde catastrofe van Bijbelse proporties. Zijn horror-tekeningen lijken al een voorbode te zijn voor het bloedbad van WO1 dat spoedig zou volgen. In de Kunsthalle kan men zien hoe Kubin met zijn “monsterlijk”-mooie werk al aankondigde wat Europa stond te wachten. Dit in sterk contrast tot de tentoongestelde werken van Malevich met zijn felle kleuren en de tekeningen van schilder Max Liebermann die beiden de oorlog wel zagen zitten en dachten dat de strijd vrolijk en fris zou zijn.

Kubistische Camouflage

1914_camouflage

Camouflage aangebracht door kunstenaars. Bron Kunsthalle Bonn

Kunstenaars die naar het front gingen, tekenden en schilderden daar vaak gewoon door. Sommigen werden oorlogsverslaggever zoals Oskar Kokoschka terwijl anderen zich met beschildering van wapentuig gingen bezighouden.

Vlak voor de oorlog hadden Pablo Picasso en Georges Braque het Kubisme ontwikkeld, wat later een van de belangrijkste kunststromingen van de 20ste eeuw bleek te zijn. Het Kubsime overschreed grenzen. Alleen al het feit dat Picasso Spanjaard was en Braque Fransman toont aan hoe internationaal de beweging was. Het begin van de 20e eeuw was een belangrijke en grootse tijd waarin veel gebeurde voor de internationale Avant-garde. De Eerste Wereldoorlog schoot dat geheel aan flarden. Vreemd genoeg bleven de Avant-gardekunstenaars aan het front met hun artistieke vaardigheden toch invloed uitoefenen op de strijd. Dat uitte zich vooral in de camouflage van militair materieel. Slagschepen, vliegtuigen en helmen werden immers niet zelden met een kubistisch patroon beschilderd in schutkleuren. Toen Picasso tijdens de Grote Oorlog eens een enorm kanon zag staan dat op kubistische wijze beschilderd was, riep hij uit: “Daar zijn wij verantwoordelijk voor !”

Avant-gardekunstenaars kregen regelmatig opdrachten om patronen voor dergelijke schutskleuren op oorlogstuig aan te brengen. Bij het ten uitvoer brengen van deze taak lieten ze hun fantasie de vrije loop en verwerkten ze hun moderne artistieke opvattingen in hun werk – in dit geval dus het kubisme. In de Kunsthalle kan men de schetsboeken zien waarin de Kubist André Mare zijn ontwerpen noteerde. Men ziet in de vitrine ook hoe de vleugelbespanning van een Nederlands Fokker-vliegtuig kunstzinnig werd vormgegeven. Het Hollandse Fokker speelde een belangrijke rol in de Eerste Wereldoorlog doordat veel Duitse gevechtsvliegtuigen uit de Eerste Wereldoorlog geleverd werden door deze Nederlandse firma. Bovendien introduceerde Fokker voor het eerst in de geschiedenis een vliegtuig met een machinegeweer dat door de propeller-bladen heen kon schieten (gesynchroniseerd machinegeweer). Een unieke vondst voor die tijd die de Duitse luchtmacht een oppermachtige positie in de lucht wist te geven.

DSC04857

Gecamoufleerde, Kubistische Stahlhelm uit WO1. Foto: Paul Prillevitz

In Engeland zorgden kunstenaars als Edward Wadsworth en Norman Wilkinson voor allerlei bijzondere geometrische vormen en oogverblindende camouflage op de Marineschepen van de Royal Navy. In de Kunsthalle ziet men een schets van zo’n psychedelisch oorlogsschip aan de muur hangen. Men vraagt zich er wel bij af hoe effectief dergelijke excentrieke camouflage werkelijk was. Wellicht is het toch iets te opvallend om de veiligheid van de opvarenden te waarborgen. Zo ziet het er althans uit.

In Frankrijk stond Lucien-Victor Guirand aan het hoofd van de Camouflage-eenheid. Tot deze militie behoorden ook de kunstenaars Roger de la Fresnaye, Jacques Villon, André Fraye en schilder André Dunoyer de Segonzac.

Een van de opvallendste camouflage-objecten in de Kunsthalle is een Duitse militaire Stahlhelm die geheel beschilderd is met kubistische vlakken in herfstkleuren. Het is een absurdistisch oorlogs-object waarvan men niet snel doorheeft of het nu authentiek leger-materiaal is of Avant-garde-kunst? De buts van een kogel die het object verfraait (of juist ontsiert), maakt het voorwerp alleen nog magischer en intrigerender dan het toch al is.

Dada: tegen alles

Naast de kunstenaars die voorstander waren van de oorlog of er instemmend aan deelnamen zoals de impressionist Max Liebermann en Futuristen als Marinetti en Gino Severini, waren er ook artiesten die er fel tegen de oorlog waren en de strijd verafschuwden. Een goed voorbeeld hiervan waren de Dadaïsten. Zij waren in feite tegen alles, maar vooral tegen de oorlog, de traditionele kunst, de Bourgeoisie en de daarbij behorende cultuur. Velen van hen ontvluchtten de dienstplicht door met valse passen naar het neutrale Zwitserland te vluchten. Beroemde Dadaïsten als Tristan Tzara en Hugo Ball, maar ook Hans Arp en Marcel Janco wisten dit Alpenland uiteindelijk te bereiken en hun anti-kunst in Zurich verder te ontwikkelen. Ze streefden met hun Cabaret Voltaire een nieuwe kunstvorm na en een andere omgang met de gesproken en de geschreven taal. Ook streefden ze naar een nieuwe vorm van Aktie in de kunst.

Duchamp

Kam van Duchamp. Bron: Kunsthalle Bonn

De Dadaïsten vonden dat de Eerste Wereldoorlog bewezen had dat het Rationalisme en de techniek alleen maar tot dood en verderf hadden geleid. Daarom wilden zij een nieuwe, irrationele kunstvorm creëren die definitief brak met de traditionele kunst van voor de Eerste Wereldoorlog. In Bonn kan men verschillende bijzondere creaties van de Dadaïsten aanschouwen, maar ook beluisteren. Uit een luidspreker in het plafond komen continu Dadaïstische liederen en teksten. Het leidt tot een bijzondere gewaarwording die tot lachen en denken aanzet. Verderop ziet men ook enkele creaties van Marcel Duchamp, een van de bekendste surrealistische en Dadaïstische kunstenaars van de moderne Avant-garde. Behalve ready-mades van zijn hand is er in een vitrine ook nog een zilverkleurige haarkam naast een houten doosje te zien met Dadaïstische teksten erop. De betekenis ervan zal veel mensen ontgaan, maar dat was wellicht ook de bedoeling van Duchamp. Verwarring, ontregeling en verwondering waren zaken die de Dadaïsten alleen maar toejuichten en bewust probeerden te bewerkstelligen.

Volgens de schilder Jacob Steinhardt waren de moderne stad en maatschappij op zichzelf al een toonbeeld van verwarring, verval en ontwrichting. Zijn schilderijen van tropische scènes en dorpse taferelen zijn een duidelijk protest tegen de ontzielde Westerse technologische samenleving. Later zou Henry Miller onze technologische steden zelfs bestempelen als een “Airconditioned Nightmare”. Steinhardt zou er zeker mee ingestemd hebben.

Ook de expressionist Emil Nolde had indirect kritiek op de moderne samenleving. In zijn kleurrijke, expressionistische schilderijen in de Kunsthalle protesteert hij tegen de uniformiteit van de soldaten, hun eenvormige kleding en de bijbehorende vernietiging van individualiteit.

507px-Die_Passion_Eines_Menschen_22

“De passie van een mens” van Frans Masereel. Bron: Wikipedia

Voor Belgische bezoekers zijn de prenten van Frans Masereel een must see. Zijn duistere, zwarte prenten die een aanklacht tegen de oorlog waren, zijn zeer pregnant en indrukwekkend. Ze visualiseren de oorlog op een schitterende manier. De bekende Oostenrijkse auteur Stefan Zweig liet zijn boeken vaak door Masereel illustreren en zei over de Belg dat wanneer onze wereld ooit zou vergaan, ze de hedendaagse maatschappij aan de hand van Masereel’s werk weer piekfijn zouden kunnen opbouwen. Zo goed vond Zweig ze.

Voor Nederlandse toeschouwers is naast de informatie over kunstenaar Theo van Doesburg ook het werk van Zadkine de moeite waard om te aanschouwen in de Kunsthalle. Zijn studies voor beeldhouwwerken zijn zeer boeiend om te bekijken. Zadkine leefde geruime tijd in Nederland en maakte ook het bekende oorlogsmonument De verwoeste stad, dat in Rotterdam staat. Zadkine had de Franse nationaliteit, maar was oorspronkelijk afkomstig uit Wit-Rusland.

Ook het werk van Franz Marc, die deel uitmaakte van de expressionistische kunststroming Der Blaue Reiter, waartoe o.a. ook Kandinsky behoorde, mag men in Bonn zeker niet vergeten te bekijken. Der Blaue Reiter was rond WO1 maatgevend in Duitsland en was vooral door de uitdrukkingskracht van de gebruikte (vaak blauwe) kleuren vernieuwend en beeldend zeer sterk. Marc’s werk in Bonn is behoorlijk enerverend moet men vaststellen. De uitdrukkingskracht is impressionant. Het geeft een apocalyptisch beeld van de Grote Oorlog. Zelf kwam Marc om aan het front in 1916. Hij werd op het slagveld in de buurt van Verdun dodelijk getroffen door een granaat, een mooi oeuvre achterlatend.

Een van de gruwelijkste werken in de Kunsthalle is een schilderij van de Britse futurist Christopher Nevinson, die in WO1 voor de ambulance-eenheid werkte en oorlogscorrespondent was. Op het doek ziet men een dood kind languit in een straat liggen. Een zeer bloedstollend, aangrijpend en kil beeld. Zo onverbloemd, niks verhullend en plastisch ziet men de oorlog niet vaak uitgebeeld. Een persfoto zou het er qua ijzingwekkendheid zeker niet bij halen. Kunst weet hier duidelijk een gruwelijk en realistisch element toe te voegen. Zoveel is zeker.

Net als Kokoschka, die zich vrijwillig had aangemeld voor het front, was ook Nevinson oorlogstekenaar in het leger. Voor sommige Avant-gardekunstenaars was de oorlog naast een gruwelijk gevecht dan ook een geweldig avontuur dat hen artistiek enorm uitdaagde. Nevinson schilderde eerst in de stijl van het futurisme maar brak met deze beweging in 1919.

Fenix

Hoe kunstenaars ook tegenover de oorlog stonden, het beïnvloedde altijd hun werk en hun visie op het leven. Paul Klee maakte voor de oorlog bijvoorbeeld veel kleurrijk werk. In de oorlog zelf beschilderde hij net als verschillende van zijn collega’s vliegtuigen. Na de oorlog ging hij echter steeds meer over op zwart-wit. De oorlog had hem immers sterk aangegrepen. Sommige kunstenaars zoals Kathe Kollwitz (die een zoon verloor in WO1) zochten na de oorlog hun heil in herdenking van de doden en anderen in spiritualiteit. Ze werden soms devoot, vroom, verlicht of zweverig en lieten dat doorwerken in hun kunst. Dadaïst van het eerste uur Hugo Ball werd later bijvoorbeeld weer katholiek.

Malevich, die eerst een oorlogshitser was geweest, ging na de oorlog over op abstracte werken (Schwarzes Quadrat),  terwijl Picasso na zijn kubistische fase weer terug begon te grijpen op ‘traditionele’ stillevens. De futurist Severini veranderde ook zijn stijl en zou de eerste aanzet tot de Nieuw Zakelijkheid geven. Op dergelijke wijze beïnvloedde de Eerste wereldoorlog via Avant-gardekunstenaars dus het moderne, culturele, naoorlogse leven, in sterke mate. Kogels, bommen en granaten hadden Europa in puin geschoten, maar kunstenaars bouwden met hun frontervaring de cultuur tegelijkertijd weer op.

Een van  Kandinsky’s schilderijen in de Kunsthalle geeft bijvoorbeeld een apocalyptisch tafereel weer om te waarschuwen voor het definitieve einde van alles  … dat tegelijkertijd hoop geeft voor een geheel nieuw begin. Kunstenaars als Picasso, Klee en Kubin lieten de Fenix van het Avondland weer uit de as kruipen en omhoog vliegen. Of deze mythologische Fenix gehuld was in een kubistisch gekleurd verenkleed en een Duitse Stahl-helm droeg in camouflage-kleuren is niet bekend. Misschien kan men het te weten komen in de Kunsthalle …

Florence

florenz_0010

Florence. Bron: Kunsthalle Bonn

Aansluitend op de tentoonstelling over Avant-gardekunstenaars in WO1 is er in de Kunsthalle ook nog een grote expositie te zien over de Italiaanse cultuurstad Florence. De tentoonstelling in Bonn schetst een beeld van deze Italiaanse stad als het financiële centrum van de Middeleeuwen die zich in de 15e en 16e eeuw ontwikkelde tot een wetenschappelijk en cultureel middelpunt om in de 18e en 19e eeuw een moderne metropool te worden die ook een kosmopolitisch en intellectueel centrum werd, zoals we het nu nog kennen. Van 1865 tot 1871 werd Florence zelfs even de hoofdstad van het koninkrijk Italië voordat Italië definitief herenigd werd en Rome tot de nieuwe hoofdstad werd uitgeroepen. Cultureel bleef Firenze echter steeds van groot belang.

De familie De Medici was zeer belangrijk bij de culturele ontwikkeling van Florence.  Zij zorgden in belangrijke mate voor de onafhankelijkheid van de stad en behoorden tot de belangrijkste opdrachtgevers en verzamelaars. Zij lieten op bijna industriële wijze kunst en cultuur vervaardigen wat zeker bijdroeg tot de culturele en artistieke opgang van Florence.

Met nadruk wordt in Bonn verteld hoe gedurende de Renaissance grote kunstenaars en wetenschappers in Florence actief waren. De authentieke boeken van dichters en schrijvers als Dante en Boccaccio kan men er in glazen vitrines zien liggen, inclusief leren banden en de bijbehorende prachtige zegels. Er zijn in Bonn verder veel schilderijen te zien, maar ook kostuums van geestelijken en harnassen van ridders. In de Kunsthalle maakt de toeschouwer eigenlijk een reis door de tijd, waarbij er speciale aandacht is voor de openbare ruimte en de stadsontwikkeling van Florence.

Bovengemiddeld veel prachtige kunst en cultuur heeft Florence in haar historie voortgebracht. Een deel ervan kan men nu in Bonn bewonderen. Men mag zondermeer stellen dat Florence al zeer geruime tijd een laboratorium is van kunst, cultuur en wetenschap. Door die eeuwenlange opeenstapeling van cultuur is Florence nu eigenlijk zelf ook een groot kunstwerk geworden.

Het is thans een mythologische stad waar ook nog gewoon geleefd wordt, maar dat laatste is misschien bijzaak. Eigenlijk is Firenze een openluchtmuseum waarin de bewoners maar figuranten zijn. Bij zoveel pracht en praal voelen ook toeristen zich steeds kleiner worden. In de Kunsthalle van Bonn kan men daar al een voorproefje van krijgen.

John Bock

Desgewenst kan men in Bonn ook nog naar een expositie over de Duitse beeldend-kunstenaar John Bock gaan kijken. Naast zijn bevreemdende, organisch gevormde installaties kan men er ook een surrealistische horror-film van zijn hand gaan zien. Aan u de keus.

Firenze,  Avant-gardekunstenaars 1914 en John Bock in de Bundeskunsthalle Bonn:  www.bundeskunsthalle.de/index.html

[bol_product_links block_id=”bol_53cb7c7f7595b_selected-products” products=”1001004000794598,9200000021217881,1001004010679085″ name=”Avant garde in de Eerste Wereldoorlog” sub_id=”” link_color=”E94C00″ subtitle_color=”E94C00″ pricetype_color=”000000″ price_color=”E94C00″ deliverytime_color=”C20318″ background_color=”FFDF80″ border_color=”E94C00″ width=”600″ cols=”3″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]
Schrijf je in voor TOEN!